Lezingen van de dag – zaterdag 5 maart 2016


Heilige (of feest) van de dag

Focas van Sinope († 303)5447

Focas van Sinope (ook de Hovenier), Helenopontus (= aan de noordkust van het huidige Turkije); hovenier & martelaar

Focas woonde in Sinope aan de monding van de Istme die uitstroomt in de Zwarte Zee. Daar had hij een eenvoudig huisje bij de stadspoort. Hij leefde van wat zijn tuin hem opbracht. Hoe eenvoudig zijn woning ook was, hij bood vreemdelingen en reizigers een gastvrij onderdak. Hij was christen. Dat wist iedereen. Maar toen de vervolgingen uitbraken onder Diocletianus (284-305) en er een prijs werd gezet op het hoofd van iedere christen die werd aangebracht, was er ook in zijn geval wel een judas te vinden die bereid was hem voor goed geld bij de overheid te verraden. De autoriteiten hoorden over zijn voorbeeldig leven en besloten hem zonder enige vorm van proces of ophef om het leven te brengen. Hoe meer bekendheid aan de zaak gegeven zou worden, hoe meer onrust. Dus werden er twee ambtenaren op uit gestuurd met de bevoegdheid de arrestant onmiddellijk te doden.

Deze twee kwamen tegen de avond in Sinope aan. In een eenvoudige woning dichtbij de stadspoort vonden zij een gastvrij onthaal. De gastheer zette hun voor wat hij van zijn tuintje wist te halen, en begon een praatje. Onwetend van het feit dat zij met hun slachtoffer spraken, vertelden de twee vrijmoedig over het doel van hun komst en vroegen hun gastheer of hij eventueel aanwijzingen kon geven om de gehate verdachte te vinden. Focas beloofde het. Maar stelde voor dat ze eerst zouden genieten van een welverdiende nachtrust. Morgen zouden ze verder praten.

Die nacht dolf Focas een graf in zijn tuin. De volgende ochtend serveerde hij zijn gasten een stevig ontbijt, ging vóór hen staan en zei: “De man die jullie zoeken, heb ik gevonden. Hij staat hier vóór je. Ik ben het zelf. Doe wat je is opgedragen en dood mij.” Verbijsterd keken de beide ambtenaren elkaar aan. Ze konden deze aardige man toch niet ombrengen? Iemand bij wie ze nota bene gastvrijheid hadden genoten! Maar Focas bleef er bij hen op aandringen: “Als jullie je opdracht niet volbrengen, zul je er zelf last mee krijgen. Alstublieft, doe waarvoor u gekomen bent. Laat de verantwoordelijkheid voor deze misdaad neerkomen op het hoofd van degenen die er het bevel toe gaven.” Zo komt het dat Focas de marteldood stierf en – zoals Sint Asterius het zegt in een van zijn preken – zo rolde zijn kop onder hun zwaard.

Hij werd begraven in zijn eigen tuin. Die plek werd een bedevaartoord. En diende meteen als een baken voor de schepen op zee. Het verhaal gaat zelfs dat Focas te hulp schoot, als een schip door storm of zware golfslag in de moeilijkheden raakte. Dan verscheen de heilige zelf aan boord, nam het roer over, bemoeide zich met de zeilen en de tuigage, en loodste het vaartuig veilig de haven binnen.
In later eeuwen werd een gedeelte van zijn gebeente overgebracht naar Constantinopel, waar zijn reliek met veel plechtig vertoon in een indrukwekkende processie werd bijgezet in de hoofdkerk van de stad.

De heilige geschiedschrijver Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) vertelt dat hij vooral beschermheilige was tegen slangenbeten. Hij had immers de goede strijd tegen de aloude slang, die het op het geluk en het welzijn van de mensheid had gemunt, overwonnen. Zodra iemand die een slangenbeet had opgelopen door de poort van zijn begraafplaats kwam, hield de werking van het gif op, al was hij intussen door het gif nog zo opgeblazen.
Hij is patroon van de hoveniers en – vooral in de oosters orthodoxe kerken – van schippers, zeelui en scheepvaart. In vroeger tijden werd zijn voorspraak ingeroepen tegen slangenbeten en vergiftiging.

ZATERDAG IN WEEK 3 VAN DE VASTENTIJD


Uit het boek Hosea 6, 1-6

In de boeteliturgie doet het volk beroep op God. Het bekeert zich ogenschijnlijk tot Hem, zonder echte Gods-dienst te bereiken. Een zuiver uitwendige eredienst, enkele riten en ceremoniën op zich, lijken niet voldoende. God verlangt vroomheid, liefde, in de diepe religieuze betekenis van het woord. En dat is zoveel meer dan welk offer ook.

Zo spreekt de Heer:
Kom, laten wij teruggaan naar de Heer !
Hij heeft ons verscheurd, Hij zal ons genezen; de hand die sloeg, zal ons verbinden.
Hij redt ons na twee dagen van de dood, de derde dag doet Hij ons opstaan: in zijn nabijheid zullen wij leven.
Dan zullen wij Hem kennen, ernaar jagen om de Heer te kennen.
Even zeker als de dageraad zal Hij komen, Hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.
Wat moet Ik met je beginnen, Efraïm? Wat moet Ik met je beginnen, Juda? Want jullie liefde is als een ochtendnevel, als dauw die ‘s morgens vroeg verdwijnt. Daarom heb Ik jullie gedood met de woorden die ik sprak, jullie neergehouwen door mijn profeten; zo brak het volle licht van mijn recht door.
Want liefde wil Ik, geen offers; met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer.

 

Psalm 51, 3 + 4 + 18 + 19 + 20 + 21ab

Refr.: God, wees mij genadig.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet.8c2da01e89b7383cc1506148b331c343

Was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept U geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verachten.

Wees Sion welgezind en schenk het voorspoed,
bouw de muren van Jeruzalem weer op.

Dan zult U de juiste offers aanvaarden,
offers in hun geheel verbrand.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 18, 9-14

Twee soorten mensen worden hier tegenover elkaar gesteld. De eerste keert zich bij zijn bidden in zichzelf, de tweede keert zich naar God. De Farizeeër kan door zijn valse gerechtigheid niet gerechtvaardigd worden. De tollenaar vindt door zijn nederigheid de weg naar genade en vergeving.

Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Jezus de volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeër en de ander een tollenaar.
De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

Van Woord naar leven

Even zeker als de dageraad zal de Heer komen, Hij komt naar ons als milde regen, als de lenteregen die de aarde drenkt. Zo horen we vandaag in de eerste lezing uit het boek Hosea.

De Heer komt als de dageraad… als milde regen… als lenteregen die de aarde drenkt… Prachtige woorden.

Vraag is of ons hart die bodem is waar de Heer zijn lenteregen in kan doen neerstromen; zijn regen die ons hart vruchtbaar zal maken opdat onze ziel doordrenkt van Gods aanwezigheid het lied van de liefde kan zingen doorheen al wat we doen en laten.

God je dageraad laten zijn… het is het hart van je gebed. Hij is je ochtendgloren, je zonsopgang, Hij die in je komt, en blijft.

Laten we zeggen, met ziel en lichaam: niet ik, maar Gij.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,Dauw-stck.xchng_
wees Gij de zon van ons bestaan, het licht van ons leven, de milde regen voor onze ziel, het hart van onze liefde. Trek ons in uw zijn opdat wij in ons leven U mogen tonen, uw schoonheid mogen bezingen.
Kom Heer Jezus, kom.
Amen.