Lezingen van de dag – zaterdag 6 febr. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Dorothea van Kashin († 1629)ceb1ceb3ceb9ceb1-ceb4cf89cf81cebfceb8ceb5ceb1-cf84cebfcf85-cebaceb1cf83ceb9cebd

Dorothea van Kashin, Rusland; kloosterlinge

Dorothea was geboren in 1549. Ze leefde met haar man en haar zoon, Michaël, in het stadje Kashin ten noorden van Moskou ten tijde van Iwan de Verschrikkelijke († 1584). Het waren barre tijden. Tegen de eeuwwisseling vielen de Polen Rusland binnen en op hun strooptocht brandden zij ook Kashin plat. Haar man die onder de wapenen geroepen was, keerde niet meer van het slagveld terug. Daarop besloot Dorothea haar leven in dienst te stellen van God. Was dat om een teken van hoop te stellen temidden van dood en verderf? Als het ware een opstanding uit de doden? We mogen aannemen dat de toekomst niet uitgestippeld voor haar lag, maar uit de wijze waarop zij de toekomst vorm heeft gegeven, mogen we afleiden hoeveel energie de keuze voor een leven in dienst van God haar heeft gegeven.

De aangewezen plek om voor God te leven, was natuurlijk het klooster. Er had er één gelegen buiten de stad, maar dat was volkomen verwoest. Temidden van de vernieling bouwde zij zich op de plek waar het gestaan had uit het puin een armzalig onderkomen. Daar leidde zij haar leven van gebed, waken en vasten. Wie weet, heeft zij herkenning en inspiratie gevonden bij de profeet Jesaja: Als Jeruzalem in puin ligt, roept hij: “Jeruzalem, op uw muren heb ik wachtposten uitgezet; heel de dag en heel de nacht, nooit mogen zij zwijgen. Gij die de Heer alles in herinnering brengt, er is voor u geen rust. Gun ook Hem geen rust! Tot Hij Jeruzalem herstelt en maakt tot de roem van het Land” (Jesaja 62,06-07). Zo zal ook Dorothea geloofd en gebeden hebben, terwijl ze God geen rust gunde en Hem om zo te zeggen uit zijn slaap hield tot Kashin zou zijn hersteld!
Zij vond onder de puinhopen een Maria-icoon die later bekend werd als de wonderdadige icoon van Maria Korsunskaja. Deze hing zij in haar gebedsruimte om ervoor te kunnen bidden.
Juist zoals ze God geen rust gunde, had zij ook zelf geen rust, en nam de opbouw van het klooster ter hand. Zo werd zij een baken voor haar stadgenoten, die even erg getroffen waren als zijzelf. Zij troostte ze, hielp mee waar ze maar kon, hield niets van wat zij nog over had van haar bezittingen voor zich, maar gaf alles weg ten bate van de zwaarst getroffenen, en voor de wederopbouw van het klooster. Stilaan keerden enkele gevluchte zusters naar het klooster terug.

Het herstel van de gebouwen vorderde, mede dankzij de stuwende kracht van Dorothea. De waardering voor de bewoonsters van het kloostertje verspreidde zich over de wijde omgeving, en trok zelfs nieuwe meisjes aan, die zich met liefde aansloten bij zo’n inspirerend leven. Het spreekt vanzelf dat de groep Dorothea als abdis wilde hebben. Maar zij weigerde. Zij bleef liever gewoon de vrouw die zich in alle eenzaamheid terug had getrokken om zich geheel aan God te geven. Zij stierf op 80-jarige leeftijd.
In de oosterse kerk wordt het volgende gebed tot haar gezongen:

“In u, o moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld;
u aanvaardde het kruis in navolging van Christus;
u gaf er een voorbeeld van om het vergankelijke vlees minder te achten
ten gunste van de zorg voor de ziel die onsterflijk is.
Daarom, heilige moeder Dorothea,
verheugt zich nu uw geest met de engelen.”

ZATERDAG IN WEEK 4 DOOR HET JAAR


Uit het eerste boek Koningen 3, 4-13

Salomo vraagt geen lang leven. Hij vraagt geen rijkdom en ook geen macht. Maar hij vraagt wijsheid om zijn volk te leiden in volledige afhankelijkheid van de Heer en in volledige trouw aan zijn heilsopdracht.

In die dagen ging koning Salomo naar Gibeon, de belangrijkste offerhoogte van het land, om er te offeren. Wel duizend dieren droeg hij daar op het altaar als brandoffer op.
Die nacht verscheen de Heer hem daar in een droom. ‘Vraag wat je wilt’, zei God, ‘Ik zal het je geven.’
Salomo antwoordde: ‘U bent uw dienaar, mijn vader David, altijd goedgezind geweest, omdat hij U trouw toegewijd was en steeds eerlijk en oprecht was tegenover U. U hebt hem een grote gunst bewezen door hem een zoon te geven die nu op zijn troon zit. U, Heer, mijn God, hebt mij als opvolger van mijn vader David als koning aangesteld. Maar ik ben nog zo jong en ik heb geen ervaring. Ik sta nu voor de taak uw uitverkoren volk te leiden, een volk zo talrijk dat het niet te tellen is. Schenk uw dienaar een opmerkzame geest, zodat ik uw volk kan besturen en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad. Want hoe zou ik anders recht kunnen spreken over dit immense volk van U?’
Het beviel de Heer dat Salomo juist hierom vroeg, en Hij zei tegen hem: ‘Omdat je hierom vraagt – niet om een lang leven of grote rijkdom of de dood van je vijanden, maar om het vermogen om te luisteren en te onderscheiden tussen recht en onrecht – zal Ik je wens vervullen. Ik zal je zo veel wijsheid en onderscheidingsvermogen schenken dat je iedereen vóór jou en na jou overtreft. Ook waar je niet om gevraagd hebt zal Ik je geven: zo veel rijkdom en roem dat geen enkele andere koning je tijdens je leven zal evenaren.’

 

Ps 119, 9-14

Refr.: De Heer leeft, geprezen zij mijn rots !

Hoe kan wie jong is zuiver leven ?
Door zich te houden aan uw woord.Drieeenheid_2

Met heel mijn hart heb ik U gezocht,
laat mij niet afdwalen van uw geboden.

Uw belofte heb ik in mijn hart geborgen,
zo zal ik niet tegen U zondigen.

Geprezen bent U, Heer,
onderwijs mij in uw wetten.

Mijn lippen hebben uitgesproken,
wat uw mond ons voorschreef.

Leven naar uw richtlijnen geeft mij vreugde,
meer vreugde dan rijkdom en overvloed.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 30-34

Marcus beschrijft hoe Jezus de menigte aantrok en met hen meeleefde. Deze zorg, Gods zorg voor de mensen, ligt aan de basis van Jezus’ onvermoeibare prediking. Ook de apostelen, die zo nauw met Christus’ missionaire zending verbonden zijn, moeten helemaal opgaan in het werk van de verkondiging, zelfs op ogenblikken dat zij beschouwend bij Hem willen blijven. De eisen van de verkondiging slorpen hen als mens helemaal op.

De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden Hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden.
Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’
Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.
Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn.
Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.
Toen Hij uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en Hij onderwees hen langdurig.

Van Woord naar leven

Vandaag horen we Jezus zeggen tot de leerlingen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’

Wanneer je een stilte-retraite gaat volgen in een of andere abdij, dan liggen – bij wijze van welkom – zeer dikwijls deze woorden op je te wachten op je kamer. Abdijen zijn dan ook plekken waar je zowel lichamelijk als geestelijk eens goed tot rust kan komen. En ook al ben je beslist niet de enige gast, en zijn er de monniken , in een abdij ga je de eenzaamheid en de stilte in. Dat is niet alleen zalig, maar – naar het woord van de Heer – ook af en toe nodig.

Eenzaamheid, stilte, rust… het heeft iets van een woestijn, een soort ‘niets’ waar enkel jij bent. En natuurlijk Jezus. Jij en Hem. Verder geen verstrooiingen; geen lawaai, gezellig geklets, tv, pc, smartphone,… enkel jij en Jezus. Voor wie innerlijk die eenzaamheid echt ingaat is dat best confronterend. Je kunt namelijk niet buiten Hem. Je zit als het ware op elkaars schoot en er is niemand anders om naar te kijken of om mee te praten. Enkel Jezus en jezelf.
Wat jezelf betreft: de eenzaamheid verplicht je naar jezelf te kijken, je binnenkant, je zonnige maar ook je duistere kantjes, je verslavingen, je zonden of je neigingen daartoe, enz…
Wat Jezus betreft: die kijkt met je mee. Meer: Hij doet je kijken. Hij leert je in confrontatie te gaan met je binnenkant. Hij laat je daarbij niet alleen, maar Hij doet dat samen met jou. En de mogelijke pijn die je daarbij voelt vervult Hij met zijn barmhartigheid, wachtend tot jij je hart geeft aan Hem opdat Hij je duistere kantjes kan ombuigen naar zijn Gods licht.

Je kan zeggen: moet ik daarvoor nu naar een abdij… Deze stilte en eenzaamheid ingaan kan ik toch ook thuis… Ja tuurlijk, dat kan je zeker thuis. Zalig zij, zou ik zeggen, die daarvoor met regelmaat de tijd kunnen maken en de discipline hebben om niet weg te lopen van een welbepaalde stilte-tijd. Toch hoor je van vele mensen dat ze verlangen naar een dergelijke tijd, maar de agenda of de drukte van het leven laten dag niet toe. Daarom denk ik dat het goed is om af en toe echt enkele dagen jezelf de tijd te gunnen om naar een plaats te gaan waar je werkelijk de stilte en de eenzaamheid kan ingaan. En doorgaans zijn abdijen of kloosters daarvoor zeer gezegende plaatsen. Ze zijn als religieuze haarden in onze samenleving waar we onze ziel aan mogen komen warmen. Af en toe naar toegaan. Het is echt geen tijdverspilling, integendeel.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,nun praying in the cloister
trek ons met regelmaat naar een eenzame plaats waar wij met U alleen kunnen zijn, om van U te ontvangen, naar U te luisteren, van U te drinken. Moge wij zo groeien in ons mens-zijn, in onze overgave aan U, in onze roeping Gods liefde te worden. Amen.