Lezingen van de dag – zaterdag 6 januari 2018


Heilige (of feest) van de dag

André Bessette (+ 1937)

André (gedoopt Alfred) Bessette (‘Frère André’), Montréal, Québec, Canada; broederportier

Hij werd als vijfde van twaalf kinderen op 9 april 1845 geboren te St-Grégoire-d’Iberville in de Canadese provincie Québec, als zoon van een timmerman. Hij was een kind met een uiterst kwetsbare gezondheid. Toen hij negen was, stierf zijn vader; drie jaar later zijn moeder. Hij werd liefdevol opgenomen bij een tante. Bovendien had de pastoor, André Provençal bijzondere zorg voor hem. Toen achtereenvolgens het beroep van schoenmaker, bakker en boer te zwaar voor hem bleken, trad hij op advies van zijn pastoor in bij de religieuze Congregatie van het Heilig Kruis. Op 27 december 1870 werd hij ingekleed; uit dankbaarheid voor de goede zorgen van zijn pastoor koos hij als kloosternaam André.
Vanwege zijn zwakke gezondheid dacht de Congregatie erover hem weg te sturen. Van pastoor Provençal had hij een grote devotie voor Sint Jozef overgehouden. De jonge novice beloofde in zijn gebed tot Sint Jozef dat hij voor hem een bedevaartsoord zou oprichten, als hij tot de geloften werd toegelaten. Tijdens een visite van de bisschop legde frater André zijn verlangen aan de bisschop voor. Ook vertrouwde hij hem zijn belofte aan Sint Jozef toe. Dat trof, want de bisschop liep zelf rond met plannen voor een apart St-Jozefheiligdom. Hij was onder de indruk van de eenvoud en het eerlijke enthousiasme van de jongeman en zorgde ervoor dat frater André werd toegelaten tot de geloften.

De eerste veertig jaar van zijn kloosterleven was hij portier van het college van de paters. Daar werd hij elke dag opgezocht door tientallen mensen; zij legden hem hun nood voor; hij luisterde, bad met hen, en raadde hen aan zich tot Sint Jozef te wenden. Uit de getuigenverklaringen bij zijn zaligverklaringsproces blijkt dat zeer velen vaak op wonderbaarlijke wijze werden verhoord.
Intussen ijverde hij voor de oprichting van een Jozefheiligdom op de berg recht tegenover zijn klooster, de Mont Royal, de berg waarnaar de stad Montréal is genoemd. Hij lag midden in de stad en was indertijd begroeid met bos en dicht struikgewas. Gaandeweg wist Frère André steeds meer zijn plan te verwezenlijken, zodat hij de laatste dertig jaar van zijn leven diende als portier van het Jozefbedevaartsoord op de berg dat intussen is uitgegroeid tot een enorme basiliek, het zogeheten Oratoire de Saint-Josèph; jaarlijks trekken er duizenden pelgrims naartoe.
Hoewel Frère André zijn levenlang een zwakke gezondheid heeft behouden, stonden toch gebed en naastenliefde voorop. Hij is er bijna tweeënnegentig mee geworden.

Hij werd op 23 mei 1982 door paus Johannes Paulus II († 2004) zalig verklaard.

zaterdag na 1 januari

Ofschoon het vandaag, 6 januari, Drie Koningen
(Openbaring van de Heer) is, vieren we dit feest
morgen, op de eerste zondag na 1 januari.


Uit de eerste brief van Johannes 5, 5-13

De Geest getuigt in ons dat Jezus de Zoon van God is, en dat God ons zijn eigen leven meedeelt in Jezus. Door te geloven zoals de apostelen, heeft de christen de zekerheid dat hij aan het ware leven blijft deelachtig zijn. Want God zelf waarborgt dit getuigenis van de Geest.

Vrienden,
wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is? Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. Er zijn dus drie getuigen: de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend.
Als we het getuigenis van mensen aannemen, zullen we zeker het getuigenis van God aannemen, dat zoveel meer gezag heeft, want het is het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt Hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.
Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de Naam van de Zoon van God.

 

Psalm 147, 12-15 + 19-20

Refr.: Prijs Jeruzalem, prijs de Heer !

Prijs, Jeruzalem, prijs de Heer,
loof, Sion, loof je God.

Hij heeft de grendels van je poorten versterkt,
het volk binnen je muren gezegend.

Hij geeft je vrede en veilige grenzen,
met vette tarwe stilt Hij je honger.

Hij zendt zijn bevelen naar de aarde,
vlug als een renbode gaat zijn woord.

Hij maakt zijn woorden aan Jakob bekend,
zijn wetten en voorschriften aan Israël.

Met geen ander volk heeft Hij zich zo verbonden,
met zijn wetten zijn zij niet vertrouwd.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 6-11

Bij het doopsel van Jezus in de Jordaan, getuigt God uit de hemel door zijn Zoon. De stem van God is een bevestiging van Jezus’ heilzending, en tevens van de woorden van de Doper.

Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor Hem te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat Hij uit het water omhoogkwam, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde.’

Van Woord naar leven

De Doper verkondigde: ‘Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’

De heilige Geest is ons allen geschonken. We leven immers na, of beter gezegd in, de tijd van Pinksteren. De Geest waait, en het is aan ons Hem te ontvangen. Want zoals al eerder gezegd: de mens is vrij, honderd percent vrij om wel of niet in te gaan op de genade die God ons geeft. Zo ook met het schenken van de Geest: Hij wordt geschonken, maar wij moeten Hem willen ontvangen. Of misschien beter gezegd: we hebben Hem ontvangen, maar we kunnen het vuur doven.

Het ontvangen en dragen van de Geest is eigenlijk van fundamenteel belang; het is immers de Geest die ons in geloof doet uitroepen ‘Abba, Vader’. Het is de Geest die ons in het vertrouwen van het geloof brengt, het is de Geest die ons uiteindelijk in die diepe ontmoeting met God brengt.

Daarom is het goed elke dag te beginnen met het aanroepen van de Geest. Dit kan met woorden zijn, dit kan in volledige stilte zijn. Het gaat over een houding van ‘arm zijn’, leeg-worden voor de liefde van God, opdat we in zijn Liefde ons ja-woord tot Hem kunnen uitspreken.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Kom heilige Geest,
waai over Kerk en wereld, raak ons allen aan met de liefde van de Heer, opdat we in zijn gezindheid ons ja-woord dagelijks mogen uitspreken, tot groei van onszelf en de hele samenleving.
In Christus’ Naam, amen.