Lezingen van de dag – zaterdag 6 juni 2015


Heilige (of feest) van de dag
Norbert_Fresco

Norbertus van Xanten

Norbertus van Xanten (+ 1134)

Norbertus van Xanten (ook van Gennep of van Magdeburg) o.praem., Magdeburg, Duitsland.

Hij werd rond 1082 geboren als heer van Gennep en begon zijn kerkelijke loopbaan als weinig voorbeeldig diaken en kanunnik, verbonden aan het kapittel van de St-Victorskerk in het Duitse Xanten. Toen hij tijdens een zwaar onweer op het nippertje aan de dood was ontsnapt, kwam hij tot inkeer en sloot zich in Siegburg als leerling aan bij kluizenaar Koenraad van Regensburg († 1132; feest 19 mei). Vanaf 1117 begon hij rond te trekken als boeteprediker.

In Laon probeerde hij de kanunniken te bewegen tot een boetvaardiger en strenger levenswijze, maar zonder succes. Nu vestigde hij zich in het dal van Prémontré bij Coucy en stichtte hier in 1120 de nieuwe orde van de premonstratenzer monniken, ook wel Norbertijnen genoemd, of naar de kleur van hun habijt ‘witheren’. Een jaar later volgde een tweede vestiging in Floreffe aan de Maas bij Namen.

In 1124 vinden we hem in Antwerpen, waar hij met name de ketterij van sekteleider Tanchelm (of Tanchelijn) bestreed, die in Vlaanderen, Zeeland en Brabant groot succes had met zijn prediking. De strijdgesprekken spitsten zich vooral toe op de leer van de eucharistie. Norbertus’ overwining op Tanchelijn wordt in de norbertijner orde nog jaarlijks gevierd op 11 juli. Vaak vinden we dit feit in de kunst op Norbertusafbeeldingen terug.

In 1126 werd hij aartsbisschop van Magdeburg en twee jaar later droeg hij de leiding van de nieuwe orde over aan zijn leerling Hugo van Fosses († 1164; feest 10 februari). In datzelfde jaar ging de vijf jaren eerder gestichte abdij van Middelburg over op zijn kloosterregel.

Hij vergezelde in 1131 koning Lotharius III naar Rome. Deze was te hulp geroepen door Innocentius II, die een jaar tevoren tot paus was gekozen. Maar omdat zijn keuze formeel niet in orde was geweest, hadden tegenstanders Anacletus II als paus naar voren geschoven. Deze had zijn onrechtmatige tegenstrever uit Italië weten te verdrijven. Vanuit Frankrijk had Innocentius de hulp ingeroepen van Lotharius. Deze verdreef Anacletus en zette Inncoentius terug op de pauselijke zetel. Als dank kroonde de paus hem op 4 juni van dat jaar tot keizer.

Norbertus stierf op 6 juni 1134 en werd bijgezet in de kerk van het premonstratenzer Onze-Lieve-Vrouweklooster in Magdeburg.

Hij werd heilig verklaard in 1582. In 1627 werden zijn relieken van Magdeburg overgebracht naar de St-Ursulakapel van het Strahovklooster in Praag.

ZATERDAG IN WEEK 9 DOOR HET JAAR

Uit het boek Tobit 12, 1 + 5-15 + 20

De engel rafaël is een prachtig voorbeeld voor ons apostolaat: middelaar en boodschapper zijn van God. Elke vergoeding wijst hij af. Als er dank moet gebracht worden voor diensten die hij bewees, moet deze dank worden gebracht aan zijn opdrachtgever: de Gever van alle Goeds, God zelf.

In die dagen riep Tobit zijn zoon bij zich en sprak tot hem: “Wat kunnen wij geven aan deze heilige man, die u begeleid heeft?”
Daarop riepen zij de man terzijde en vroegen hem, of hij de helft van alles, wat zij hadden meegebracht, zou willen aanvaarden.
Toen zei de engel tot hen: “Prijs God in de hemel en loof Hem ten aanzien van al wat leeft want Hij heeft u barmhartigheid bewezen. Men doet er goed aan de geheimen der koningen te bewaren, maar Gods daden bekend maken is eervol voor zijn dienaars. Bidden en vasten is uitstekend en liefdadigheid is beter dan het oppotten van schatten goud. Want het schenken van aalmoezen redt van de dood, het reinigt van de zonden en verdient barmhartigheid en eeuwig leven. Maar de zondaars en ongerechtigen zijn de vijanden van hun eigen leven. Ik ga u de waarheid zeggen en u niets verborgen houden. Wanneer gij onder tranen hebt gebeden en uw ontbijt liet staan om de doden te begraven, overdag de doden verborgt in uw huis om ze in de nacht te begraven, toen heb ik uw gebed aan de Heer opgedragen. Maar omdat gij God welgevallig waart, moest gij ook door lijden worden beproefd. Nu heeft God mij gezonden om uw blindheid te genezen en uw schoondochter Sara van de kwade geest te verlossen. Ik ben Rafaël, een van de zeven engelen die staan voor de troon van Gods heerlijkheid en Hem de gebeden der heiligen aanbieden. Nu is het tijd, dat ik terugkeer naar Hem die mij gezonden heeft; gij echter, looft de Heer en verkondigt al zijn wondere daden.”

 

Psalm 71, 8 + 9 + 14 + 15ab + 16 + 17 + 22

Refr.: God, ik blijf naar U uitzien, altijd.

Heel de dag is mijn mond
vervuld van uw lof en uw luister.
Verstoot mij niet nu ik oud word, trinity_holyspirit
verlaat mij niet nu mijn kracht bezwijkt.

Ik blijf naar U uitzien, altijd,
U lof brengen, meer en meer.
Mijn mond verhaalt van uw gerechtigheid,
van uw reddende daden, dag aan dag.

Spreken zal ik over uw macht, Heer, mijn God,
de rechtvaardigheid roemen van U alleen.
God, U onderwees mij van jongs af aan,
en steeds nog vertel ik uw wonderen.

Dan zal ik U loven bij het spel op de harp,
U en uw trouw, mijn God.
Ik zal voor U zingen bij de lier,
Heilige van Israël.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 12, 38-44

De meeste mensen zijn makkelijk bereid iets te geven aan anderen van hun eigen overvloed. Dat doet hen echter niets. Het voorbeeld van de arme weduwe die geeft van wat zij strikt nodig heeft om te leven, is echte naastenliefde. Durven wij dit aan ?

Tijdens zijn onderricht zei Jezus: ‘Pas op voor de schriftgeleerden die zo graag in dure gewaden rondlopen en eerbiedig begroet willen worden op het marktplein, en een ereplaats willen in de synagogen en bij feestmaaltijden: ze verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op. Over hen zal strenger worden geoordeeld dan over anderen!’
Hij ging tegenover de offerkist zitten en keek hoe de mensen er geld in wierpen. Veel rijken gooiden veel geld in de kist. Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide, ter waarde van niet meer dan een quadrans.
Hij riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud.’

Van Woord naar leven

Jezus riep zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: deze arme weduwe heeft meer in de offerkist gedaan dan alle anderen die er geld in hebben gegooid; want die hebben gegeven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud.’

De arme weduwe geeft ‘meer’ dan de rijken, omdat zij ‘alles’ geeft, terwijl de rijken iets gegeven hebben ‘van hun overvloed’. Ware vroomheid is dus niet een zaak van meer of minder geven, maar van alles of niets.

Alles geven heeft met beschikbaarheid te maken jegens God en de medemens. Ben ik beschikbaar om te doen wat God vraagt, ben ik bereid zijn liefde te belichamen, betekent barmhartig-zijn enkel een vrome intentie of is de daad-werkelijke wil aanwezig ook barmhartig te zijn, ben ik bereid iedereen graag te zien en niet enkel zij die mij liggen, stop ik elke vorm van roddel of kwaadsprekerij, deel ik met hen die minder hebben, enz.

Moge het evangelie vlees en bloed worden in ons dagelijks leven. Moge het een blijde boodschap zijn voor ieder van ons en allen die God ons toevertrouwt. Want dat is het hoor: Blijde Boodschap !

Komaan mensen, werk aan Gods winkel !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,strege_icon_web
wat zouden we zijn zonder U…
Help ons te beminnen zoals Gij bemint.
Leer ons te vergeven zoals Gij vergeeft.
Wees ons nabij bij het scheppen van verzoening.
Leer ons barmhartig te zijn zoals Gij.
Help ons evangelie te worden.
Gij door ons, met ons, in ons.
Kom Jezus,
maak ons eenvoudig, fris en blij,
met een sterk geloof dat ons doet schenken aan U.
Oh Heer, het leven kan zo mooi zijn
indien de liefde bemind zou worden.
Leer ons beminnen Heer
zoals Gij ieder beminde, en bemint.
Kom heilige Geest.
Amen.