Lezingen van de dag – zaterdag 6 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Juliana van Cornillon († 1258)

Juliana (ook Johanna) van Cornillon (ook van Luik) osa, Cornillon bij Luik, België; kloosterzuster & mystica

Zij werd rond 1192 te Rétinne bij Luik geboren. Toen ze op haar vijfde jaar haar beide ouders verloor, werd zij vanaf dat moment opgevoed door de zusters kanunnikessen met de regel van Augustinus, die in het klooster op de Corneliusberg (= Cornillion) woonden vlakbij Luik. Ze werd er uiteindelijk ook zelf zuster. In 1222 werd ze priorin. Zij was bevriend met de Z. Eva van Luik. Samen spanden zij zich in voor de verbreiding van de devotie tot het Heilig Altaarsacrament (= eucharistie) en de invoering van het sacramentsfeest. Op een dag ontving ze tijdens haar gebed een visioen: zij zag de maan met een hap eruit. Pas na twee jaar begreep zij de betekenis ervan: de maan was de kerk, waaraan nog iets heel belangrijks ontbrak: een feestdag ter ere van het Heilig Altaarsacrament. Mede door toedoen van Juliana en Eva is dit feest er tenslotte ook gekomen. Het werd ingevoerd voor het bisdom Luik in 1246 mede door toedoen van aartsdiaken Jacques Pantaléon van Luik. Toen deze in 1261 werd gekozen tot paus onder de naam Urbanus IV voerde hij het in 1264 voor de gehele kerk in; dat laatste zou zij niet meer meemaken.
Intussen was er in het naburige mannenklooster een prior gekomen die geen gelegenheid voorbij liet gaan om haar te betichten van schijnheiligheid. Dat werd mede veroorzaakt door het feit dat zij een bijzonder strenge leefregel wilde invoeren voor de hele zustergemeenschap. Tot tweemaal toe zag zij zich genoodzaakt de vlucht te nemen. De tweede keer, in 1248, vertrok zij met vier andere zusters naar het cisterciënzerinnenklooster van Salzinnes. Nadat daar brand had gewoed, trok zij zich als kluizenares terug in de eenzaamheid van Fosses in de Ardennen. Tot daar brand uitbrak. Zo stierf zij zonder dat er ooit één klacht over haar lippen kwam. Ze ligt begraven in de abdij van Villers.
Ze werd heilig verklaard in 1869.
Er bevinden zich relieken van haar in Rétinne.

Met haar worden soms enkele van haar medezusters herdacht: Agnes, Ozilia en Isabella (of Elisabeth).

Ze wordt afgebeeld met het Heilig Sacrament; soms een monstrans in de hand; biddend voor een tabernakel, terwijl een engel haar de wassende maan toont (haar visioen als teken van iets dat ontbrak in het kerkelijk jaar).

zaterdag in de derde paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 9, 31-42

In een Kerk die even tot rust komt tussen vervolgingsvlagen, zijn wij getuigen van een pastoraal ziekenbezoek van Petrus, en een huisbezoek bij een overledene. Deze taferelen roepen Jezus’ eigen optreden op. De leerlingen zetten Jezus’ optreden verder dank zij zijn kracht. Merkwaardig is dat beide taferelen eindigen met een verwijzing naar de religieuze bekering en de geloofshouding, die er door worden opgeroepen.

In heel Judea en Galilea en Samaria leefde de gemeente in vrede en kwam tot bloei. De gelovigen leefden in ontzag voor de Heer, en dankzij de bijstand van de heilige Geest nam hun aantal steeds meer toe.
Toen Petrus door het land reisde, kwam hij ook bij de heiligen die in Lydda woonden. Hij trof daar een man aan die Eneas heette en al acht jaar verlamd op bed lag. Petrus zei tegen hem: ‘Eneas, Jezus Christus geneest u! Sta op en breng nu zelf uw bed in orde.’ Onmiddellijk stond hij op.
Alle inwoners van Lydda en van de Saronvlakte zagen wat er gebeurd was en bekeerden zich tot de Heer.
In Joppe woonde een leerlinge die Tabita heette, in onze taal is dat Dorkas. Ze deed veel goeds voor anderen en gaf vaak aalmoezen. Maar juist in die tijd werd ze ziek en stierf. Ze werd gewassen en in het bovenvertrek opgebaard. Omdat Lydda dicht bij Joppe ligt, stuurden de leerlingen, die gehoord hadden dat Petrus daar was, twee mannen naar hem toe met het dringende verzoek om direct bij hen te komen. Petrus ging meteen met hen mee. Na zijn aankomst werd hij naar het bovenvertrek gebracht, waar de weduwen om hem heen kwamen staan en hem huilend de tunica’s en mantels lieten zien die Dorkas nog maar pas gemaakt had. Petrus stuurde iedereen weg, waarna hij knielde om te bidden. Na het gebed draaide hij zich om naar het lichaam en zei: ‘Tabita, sta op!’ Ze opende haar ogen, en toen ze Petrus zag ging ze rechtop zitten. Hij nam haar bij de hand en hielp haar overeind, en toen hij de heiligen en de weduwen weer binnengeroepen had, liet hij hun zien dat ze weer leefde.
Dit voorval werd in heel Joppe bekend en velen gingen in de Heer geloven.

 

Psalm 116, 12-17

Refr.: Heer, U wil ik een dankoffer brengen.

Hoe kan ik de Heer vergoeden
wat Hij voor mij heeft gedaan ?

Ik zal de beker van bevrijding heffen,
de Naam aanroepen van de Heer.

Ik zal mijn geloften aan de Heer inlossen
in het bijzijn van heel zijn volk.

Met pijn ziet de Heer
de dood van zijn getrouwen.

Ach, Heer, ik ben uw dienaar,
uw dienaar ben ik, de zoon van uw dienares:
U hebt mijn boeien verbroken.

U wil ik een dankoffer brengen.
Ik zal de naam aanroepen van de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 60-69

Zelfs wie dagelijks met Jezus opgingen stellen zich vragen. Enkelen waren reeds ontrouw terwijl Jezus er nog bij was, omdat ze niet luisterden naar de Geest. Petrus uit zijn zekerheid: ‘Naar wie zouden wij gaan?’ Hij gelooft ‘in woorden van eeuwig leven’.

Veel leerlingen zeiden: ‘Dit zijn harde woorden, wie kan daarnaar luisteren?’
Jezus wist wel dat zijn leerlingen protesteerden en zei tegen hen: ‘Ergeren jullie je hieraan? Maar als jullie nu de Mensenzoon zouden zien opstijgen naar waar Hij eerst was? De Geest maakt levend, het lichaam dient tot niets. Wat Ik gezegd heb is Geest, en leven. Maar sommigen van jullie geloven niet.’
Jezus wist namelijk vanaf het begin wie er niet geloofden en wie Hem zou uitleveren.
‘Daarom heb Ik jullie gezegd’, zei Hij, ‘dat iemand alleen bij mij kan komen als het hem door de Vader gegeven is.’
Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met Hem mee.
Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’
Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat U de Heilige van God bent.’

Van Woord naar leven

De eerste lezing van vandaag leert ons dat geloof in de verrezen Heer leven geeft aan je omgeving. Tenminste, wanneer je bereid bent te leven van binnen naar buiten, en niet jezelf op te sluiten in soort waas van emotionele vreugde vanuit een weten dat de Heer verrezen is.

Nee, een gelovig leven veronderstelt een actief leven, in gemeenschap met de mensen jou gegeven, de vrede van de Heer dragend en uitdragend, gelovend dat Jezus door jou heen mensen en situaties aanraakt.

Een christen leeft in de wetenschap dat hij bewoond is door Christus, en dat Hij door hem heen al weldoende wil rondtrekken, wil liefhebben, wil genezen, leven wil schenken.

Laten we als christenen onze huizen en straten, onzen dorpen en steden, vullen met de vrede van God.

Laten we geen angst hebben tot engagement om Gods vrede werkelijk gestalte te geven en uit te dragen. Er zijn tal van organisaties die in deze goed bezig zijn en snakken naar vrijwilligers om hun werk kracht bij te zetten.

Dat de mensheid moge groeien tot die gemeenschap waar God van droomt. En moge wij allen, u en ik, Hem daarbij helpen, biddend en werkend in en met Jezus, geleid door dat zachte vuur van de Geest.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
wij danken U om het mysterie van de opstanding van Jezus waarin wij allen mogen delen. Schenk ons dat diepe blijde enthousiasme dat ons naar de mensen stuwt vanuit Christus’ liefde; eenvoudig, spontaan en gemeend blij.
Geef dat wij elkaar mogen beminnen met de liefde waarmee Gij in Jezus ieder van ons bemint. Moge wij alzo een gemeenschap worden gelijkend op uw Drie-ene Liefde.
Kom heilige Geest.
Amen.