Lezingen van de dag – zaterdag 6 okt 2018


Heilige (of feest) van de dag

Isidorus de Loor († 1916)

Kortrijk, België; kloosterbroeder

Isidorus werd op 18 april 1881 geboren in het Vlaamse plaatsje Vrasene. Zijn ouders, Aloïs de Loor en Camilla Hutsebout, waren boerenmensen. Naast Isidorus hadden ze nog een zoon, Frans, en een dochter, Stefanie. De kinderen groeiden op zoals in die tijd alle kinderen in een vroom katholiek gezin opgroeiden. De godsdienstige oefeningen namen er een grote plaats in. Als jongeman gaf Isidorus bovendien katechismusles op de zondagsschool van St-Gillis-Waas. Toen hij zijn vader eens hardop hoorde overleggen of hij de boerderij niet uit zou breiden, kwam Isidorus ertussen met de opmerking dat hij dat voor hem niet hoefde te doen; hij wilde het liefste in het klooster gaan. Zijn ouders gaven toestemming op voorwaarde dat dan zijn jongere broer Frans voor de dienst in het leger zou worden uitgeloot. Dan kon hij naast zijn vader het gezin onderhouden. Dat gebeurde en zo trad Isidorus op aanraden van een redemtoristenpater in het noviciaat van de passionisten te Ere, Vlaanderen. Op 15 april 1907 werd hij ingekleed en ontving de naam Isidorus van H.-Jozef.

Hij werd broeder en werkte op de boerderij en in de keuken. Na zijn geloften op 13 september 1908 werd hij twee jaar later overgeplaatst naar het klooster te Wezembeek-Oppem. Nu was hij kok, tuinman en portier. Over de buitenkant van zijn leven is eigenlijk niet veel te vertellen. Des te meer schijnt er gebeurd te zijn in zijn innerlijk leven. Hij was een mild mens, die nooit zijn geduld verloor. Ieder die hem tegenkwam had graag met hem te doen, zowel binnen als buiten het klooster. Niemand zag ooit hoeveel pijn hij leed. Immers na enige tijd openbaarde zich een oogziekte waarvan de behandelende arts opmerkte: “Iemand die zulke pijnen zo weet te verdragen, moet wel een heilige zijn!” Zijn oog werd operatief verwijderd.

In 1912 verhuisde hij naar Kortrijk, waar hij vanaf 1914 portier was. Niet ver daarvandaan woedde de Eerste Wereldoorlog. Hij verloor nooit zijn kalmte en behandelde ieder even vriendelijk. Ongelooflijk, als men beseft hoe intussen de ziekte in zijn lijf was doorgekankerd. Toen de dokter erbij gehaald werd, kon deze hem alleen nog maar meedelen dat het spoedig afgelopen zou zijn.
Voor Isidorus was dit geen droevig bericht; integendeel. In zijn geloof verlangde hij ernaar opgenomen te zijn bij zijn Heer.
Op 6 oktober 1916 is hij in alle stilte en vrede overleden; pas vijfendertig jaar oud. De mensen uit de buurt wisten dat ze een groot heilige in hun midden hadden gehad. Twee dagen later werd de overledene in processie naar de kerk gedragen en plechtig bijgezet. God weet, hoeveel mensen in hun gebed zijn voorspraak hebben ingeroepen.

Paus Johannes Paulus II heeft hem op 30 september 1984 zalig verklaard.

Bron: Heiligen.net

zaterdag in week 26 door het jaar


Uit het boek Job 42, 1-3 +5-6 + 12-17

‘Eerder had ik slechts over U gehoord, maar nu heb ik U met eigen ogen aanschouwd’.

Job antwoordde de Heer: ‘Ik weet dat niets buiten uw macht ligt en geen enkel plan voor U onuitvoerbaar is. Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten. Eerder had ik slechts over U gehoord, maar nu heb ik U met eigen ogen aanschouwd. Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij, zoals ik hier zit in het stof en het vuil.’
De Heer zegende Job in zijn latere leven nog meer dan in zijn vroegere, en zo kreeg Job veertienduizend schapen en geiten, zesduizend kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen. Ook kreeg hij zeven zonen en drie dochters. De eerste dochter noemde hij Jemima, de tweede Kesia en de derde Keren-Happuch. In het hele land waren geen mooiere vrouwen dan de dochters van Job. En hun vader gaf aan hen een even groot erfdeel als aan hun broers.
Hierna leefde Job nog honderdveertig jaar en hij zag zijn kinderen en de kinderen van zijn kinderen opgroeien, tot in het vierde geslacht. En toen stierf Job, oud en verzadigd van het leven.

 

Psalm 119, 66 + 71 + 75 + 91 + 125 + 130

Refr.: Laat over uw dienaar uw aangezicht stralen, Heer.

Leer mij goed oordelen en onderscheiden,
ik heb vertrouwen in uw geboden.

Het was goed voor mij dat ik vernederd werd,
zo leerde ik uw wetten kennen.

Ik weet het, Heer, uw voorschriften zijn rechtvaardig,
en U vernederde mij in uw trouw.

Naar uw voorschriften blijven hemel en aarde bestaan,
alles is aan U onderworpen.

Ik ben uw dienaar, geef mij inzicht,
dan leer ik uw richtlijnen kennen.

Als uw woorden opengaan,
is er licht en inzicht voor de eenvoudigen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 17-24

De tweeënzeventig leerlingen komen terug van hun eerste zending. Ze vertellen over hun successen. Jezus brengt hen terug tot de werkelijkheid. Het Evangelie is geen zaak van machts- en krachtvertoon, ook niet van toeëigening. Het Evangelie moet gebracht worden met lege handen; het is voor de eenvoudigen, niet voor wijzen en verstandigen.

De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’
Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
Op dat moment begon Hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is Mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Van Woord naar leven

Jezus bad, juichend in de heilige Geest: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild.’

Eenvoudig zijn zij die arm zijn; arm van hart, arm van geest, arm voor God.
Hun zijn is niet getekend door selfi’s, maar hun hart is geopend naar God toe opdat Hij het kan vullen met Zichzelf.
Het zijn zij die nederig zijn, alle hoogmoed hebben laten varen, en alzo God kunnen ‘zien’.
Het zijn zij die zichzelf beschikbaar stellen voor het leven van Christus in hen.
Het zijn zij die zich hebben laten opnemen door Hem, om verenigd met Hem Gods liefde te worden.
Het zijn zij die hun verantwoordelijkheid nemen in het leven, liefde zien als een werkwoord, bewust bouwend aan Gods Rijk.

Laat ons eenvoudig worden van hart, om drager en uitdrager te worden van de Vrede van de Heer, werkers in Gods wijngaard, met en in de stille vreugde die Pasen zo eigen is.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
geef ons dat eenvoudige hart,
waar plaats en leegte is voor U.
Maar ons innerlijk arm,
om te kunnen groeien in U.
Neem alles uit ons weg
wat een belemmering vormt
op uw weg in ons.
Alle dagen van ons leven,
amen.