Lezingen van de dag – zaterdag 7 oktober 2017


Heilige (of feest) van de dag

Onze Lieve Vrouw
van de Rozenkrans

gedachtenis

Rond 1570 bedreigden de oprukkende Turken het christelijke westen. Met de grootst mogelijke moeite wist paus Pius V († 1572) de christenstaten te bewegen de krachten te bundelen en een gezamenlijk leger op de been te brengen. Zo voer op 7 oktober 1571 een Spaans-Italiaanse vloot, onder leiding van Don Juan van Oostenrijk († 1578) de Turken tegemoet voor een beslissend treffen. Deze zeeslag is de geschiedenis ingegaan als de Slag bij Lepanto (= het huidige Navpaktos, ten noorden van de Griekse stad Patras aan de Golf van Korinte).

Intussen had de paus de christenen opgeroepen het gebed van de heilige rozenkrans te bidden en daarbij Maria’s voorspraak af te smeken. Als de christenen zouden winnen – zo beloofde hij – zou hij een officieel feest van de rozenkrans instellen. En zo geschiedde.

Het feest werd nog eens door paus Clemens XI († 1721) voor de hele kerk bekrachtigd, toen Prins Eugen op 5 augustus 1716 nogmaals een schitterende overwinning behaalde op de Turken bij Peterwardein (bij Neusatz aan de Donau ten noordwesten van Belgrado); hij plaatste het op de eerste zondag van de maand oktober.

Paus Pius X († 1914) plaatste het feest op 7 oktober. Op aanraden van de heilige karmelietes en mystica Katharina Filtjung († 1915) wijdde paus Leo XIII († 1903) de maand oktober toe aan Maria als Koningin van de Heilige Rozenkrans.

Overigens was de rozenkrans als gebedssnoer al veel ouder. Het waren vooral de dominicanen die de devotie voor de rozenkrans verspreidden. Bekend is de afbeelding dat Maria vanuit de hemel het gebedssnoer toevertrouwt aan Sint Dominicus († 1221), vaak tegelijk ook aan Sint Catharina van Siena († 1380). Zo behoorde de dominicaan Alanus a Rupe († 1475) tot de bevorderaars van het rozenkransgebed.

De Rozenkrans

De volledige rozenkrans is een gebedssnoer, samengesteld uit vijftien keer tien kralen, telkens afgewisseld met één aparte, meestal grotere kraal. De series van tien kralen noemt men ‘tientjes’. Terwijl men de kralen door de vingers laat glijden, bidt men telkens een Wees-gegroet; bij de grotere kraal tussen de tientjes in bidt men een Onze Vader en een Eer aan de Vader. Aan het begin van elk tientje wordt een geloofsgeheim uitgesproken om tijdens het ritmische bidden van de Weesgegroeten te overwegen.

Van oudsher zijn er drie series geheimen: de blijde, droevige en glorievolle geheimen.

De Blijde Geheimen
1 De engel Gabriël brengt de Blijde Boodschap aan Maria
2 Maria bezoekt haar nicht Elisabeth
3 Jezus wordt geboren in een stal van Bethlehem
4 Jezus wordt in de tempel opgedragen
5 Jezus wordt in de tempel wedergevonden

De Droevige Geheimen
1 Jezus bidt in doodsangst tot zijn hemelse Vader
2 Jezus wordt gegeseld
3 Jezus wordt met doornen gekroond
4 Jezus draagt zijn kruis naar de berg van Calvarië
5 Jezus sterft aan het kruis

De Glorievolle Geheimen
1 Jezus verrijst uit de doden
2 Jezus stijgt op ten hemel
3 De Heilige Geest daalt neer over zijn apostelen
4 Maria wordt in de heel opgenomen
5 Maria wordt in de hemel gekroond

Het was Josemaría Escriva, grondlegger van Opus Dei († 1975), die vijf geheimen samenstelde, ontleend aan het openbaar leven van Jezus. Hij noemde ze de Geheimen van het Licht. Paus Johannes Paulus II nam ze over en beval ze aan in de devotie van de rozenkransbidders.

Geheimen van het Licht
1 Jezus wordt gedoopt in de Jordaan
2 Jezus openbaart zich op de bruiloft van Kana
3 Jezus verkondigt het Rijk Gods en roept op tot bekering
4 Jezus verandert van gedaante op de berg Tabor
5 Jezus stelt de eucharistie in

Het Rozenhoedje
In het dagelijks gebruik van de gelovigen werd meestal niet een complete rozenkrans van 150 Weesgegroeten gebeden, maar een derde ervan: 50 Weesgegroeten: het ‘rozenhoedje’.

Er bestaat ook een rozenkrans die is opgebouwd uit zeven keer zeven wees-gegroeten, de zogeheten franciscaanse rozenkrans van zeven vreugden:

De geloofsgemeenschap viert in Maria’s leven zeven ‘vreugde’, zeven momenten van (intens grote) vreugde’, zeven keer een ‘Laetitia’:
1 De aankondiging van de engel Gabriël, dat zij de moeder zal worden van onze Heer Jezus Christus
2 Het bezoek dat zij brengt aan haar bejaarde nicht Elisabeth over wie zij van de engel Gabriël verneemt dat zij op haar oude dag al zes maanden in verwachting is, terwijl zij eigenlijk geen kinderen kon krijgen
3 Jezus’ geboorte in Bethlehem
4 De aanbidding van de wijzen uit het oosten
5 De terugvinding van de 12-jarige Jezus in de tempel na drie dagen smartelijk zoeken
6 De verrijzenis of opstanding van Jezus uit de doden
7 Maria’s ten hemel opneming

zaterdag in week 26 door het jaar


Uit het boek Baruch 4, 5-12 + 27-29

Jeruzalem richt zich tot zijn eigen volk. Het verklaart waarom het volk van God werd weggevoerd en gestraft: om zijn ontrouw. Maar het zet ook aan tot volharding.

Verlies de moed niet, mijn volk, een schim nog maar van Israël. Je bent aan vreemde volken verkocht, maar niet om ten onder te gaan. Je bent aan je vijand uitgeleverd omdat je Gods woede hebt gewekt. Want jullie daagden je schepper uit: niet Hem, maar demonen bood je offers aan. Hem die je koesterde, vergat je: de eeuwige God; ook haar die je grootbracht deed je verdriet: Jeruzalem.
Toen zij zag hoe Gods toorn zich tegen jullie keerde, sprak zij: ‘Luister naar mijn klacht, buurvrouwen van Sion: God gaf mij een groot verdriet te dragen. Ik moest de verbanning aanzien van mijn zonen en dochters, het onheil dat de Eeuwige over hen bracht. Met vreugde bracht ik mijn kinderen groot, maar jammerend van verdriet moest ik hen laten gaan. Laat niemand zich vrolijk maken over mij, een weduwe, door iedereen verlaten, vereenzaamd vanwege de zonden van mijn kinderen. Want zij hebben zich van Gods wet vervreemd: Verlies de moed niet, mijn kinderen, roep God aan; Hij die jullie in nood bracht, zal jullie niet vergeten.
Zoals jullie je inspanden om van God af te dwalen, zo moeten jullie, tot inkeer gekomen, met tienvoudige inzet Hem weer zoeken. Want Hij die dit kwaad over je bracht zal je ook redden en je eeuwige vreugde schenken.’

 

Psalm 69, 33-37

Refr.: God luistert naar wat een arme Hem vraagt.

De nederigen zien het en verheugen zich,
wie God zoeken, hun hart zal opleven.

Want de Heer hoort de armen,
zijn gevangen volk verwerpt Hij niet.

Hemel en aarde moeten Hem loven,
de zeeën, met alles wat daarin leeft.

Want God zal Sion redden
en de steden van Juda herbouwen.
Daar zal worden geleefd en geërfd.

Het volk dat Hem dient, zal het land bezitten,
wie zijn Naam liefheeft, mag er wonen.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 10, 17-24

De tweeënzeventig leerlingen komen terug van hun eerste zending. Ze vertellen over hun successen. Jezus brengt hen terug tot de werkelijkheid. Het Evangelie is geen zaak van machts- en krachtvertoon, ook niet van toeëigening. Het Evangelie moet gebracht worden met lege handen; het is voor de eenvoudigen, niet voor wijzen en verstandigen.

De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam.’ Hij zei tegen hen: ‘Ik heb Satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’
Op dat moment begon Hij vervuld van de heilige Geest te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’
Jezus richtte zich apart tot de leerlingen en zei tegen hen: ‘Gelukkig de ogen die zien wat jullie zien! Want Ik zeg jullie dat vele profeten en koningen hebben willen zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en hebben willen horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.’

Van Woord naar leven

Vervuld van de heilige Geest begon Jezus te juichen en zei: ‘Ik loof U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat U deze dingen voor wijzen en verstandigen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld. Ja, Vader, zo hebt U het gewild. Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.’

God is groot in het kleine en tegelijk is Hij klein in het grote. Jezus – Gods Zoon – was arm, nederig, klein, Hij ontledigde zich, was gehoorzaam, legde z’n eigen wil in de wil van de Vader. Hij sprak geen eigen Woord, maar keek naar de Vader en sprak Gods woord. Dat is kind-zijn in de religieuze betekenis van het woord.

Dit ‘geheim’ wordt inderdaad verborgen gehouden voor zogenaamde wijzen en verstandigen, maar wordt gelovig begrepen en geleefd door hen die zijn als kleinen, als kinderen.

Laat ons klein worden, arm van geest …

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
geef ons dat eenvoudige hart,
waar plaats en leegte is voor U.
Maar ons innerlijk arm,
om te kunnen groeien in U.
Neem alles uit ons weg
wat een belemmering vormt
op uw weg in ons.
Alle dagen van ons leven,
amen.