Lezingen van de dag – zaterdag 8 aug. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Dominicus Guzmàn (+ 1221)Dominicus+Guzman(1)

Bologna, Italië; stichter

Dominicus’ wieg stond in Caraluega, gelegen in de Spaanse provincie Burgos. Hoewel geschiedkundig gesproken zijn geboortedatum niet vaststaat, beweren sommige documenten dat hij op 24 juni 1170 het levenslicht zag. Daarmee is hij een tijdgenoot van Franciscus van Assisi (1180-1226; feest 4 oktober), de stichter van de franciscaner orde, die gekenmerkt wordt door armoede.
Zijn vader heette Felix de Guzmán; zijn moeder was de zalige Juana van Aza († 1190; feest 8 augustus).

Hij studeerde in de Spaanse plaats Palencia en werd in 1199 kannunik te Osma; in 1201 was hij er subprior. In 1205 vertrok hij met de bisschop van Osma, Diego van Azevedo († 1207; feest 30 december), naar Denemarken om er de prinses op te gaan halen die bestemd was de echtgenote te worden van koning Alfonso VIII van Castilië. Maar onderweg hoorden ze, dat het meisje intussen was overleden. Nu zetten ze koers naar Rome in de hoop dat de paus, op dat moment Innocentius III († 1216), hun toestemming zou geven om de Cumanen in de Oekraïne tot het christendom te bekeren. Maar de paus stuurde ze terug met de uitdrukkelijke opdracht om de cisterciënzermonniken te gaan helpen die in de Zuid-Franse landstreek Languedoc bezig waren de ketterse Albigenzen weer op het rechte pad te krijgen.
Ondanks hun goed bedoelde pogingen hadden de cisterciënzers tot dan toe nauwelijks succes gehad met hun bekeringswerk.

In 1206 richtte bisschop Diego te Prouille bij Toulouse een missiecentrum in om van daaruit onder de katharen te kunnen werken. In datzelfde jaar opende Dominicus er een klooster voor ketterse vrouwen die tot de Moederkerk waren teruggekeerd. Deze stichting zou later uitgroeien tot de orde der dominicanessen.

Toen in 1207 bisschop Diego overleed, lag het voor de hand dat hij, Dominicus, de leiding van deze onderneming op zich nam. Het was hem intussen zonneklaar geworden, dat hij geschoolde helpers nodig had: goed opgeleide priesters, die in discussies hun mannetje zouden staan en tegelijk met hart en ziel toegewijd waren aan de zaak van Christus: kortom een orde van uitstekend opgeleide priester-religieuzen, die net als de katharen aan versterving, boete en gebed zouden doen, maar dan binnen het kader van een meer gezonde theologie en geloofsopvatting. Immers in een tijd dat de meeste geestelijken meer aandacht hadden voor uiterlijke rijkdom dan voor de rijkdom van hart, hechtten de gewone mensen meer geloof aan predikanten die hun woorden kracht bijzetten met een indrukwekkende levenswijze, zoals de katharen met hun overdreven vasten- en boetepraktijken, dan aan ijdele verkondigers in protserige gewaden en fantastische luxe. En de weinigen die wel in armoede leefden, zoals de cistersiënzers, hadden te weinig scholing om het in de soms dagenlang durende discussies op te kunnen nemen tegen de goed onderlegde ketters.
Zo stichtte Dominicus in 1215 de orde der predikheren, die reeds een jaar later door paus Honorius III († 1227) officieel werd goedgekeurd. De leden ervan worden ook wel naar hun stichter ‘dominicanen’ genoemd.

In 1217 stichtte hij in Segovia het eerste Spaanse klooster van zijn orde. Eén jaar vóór Dominicus’ dood waren er in geheel Europa niet meer dan vijfentwintig afgestudeerde doctores in de theologie. Zo’n vijftig jaar later telde zijn orde er alleen al ongeveer zevenhonderd, verspreid over Italië, Frankrijk, Spanje, Engeland, Hongarije en tal van andere landen. In de loop van de geschiedenis zijn de dominicanen over de hele wereld uitgegroeid tot een van de meest verspreide en invloedrijke kloosterorden.
Een jaar na zijn dood werd hij opgevolgd door Jordanus van Saksen († 1237; feest 13 februari).

Hij werd begraven in de kerk van Bologna. In 1233 werd zijn stoffelijk overschot op bevel van paus Gregorius IX († 1242) opgegraven en plechtig tot de eer der altaren verheven. Tot op de dag van vandaag trekken er jaarlijks vele bedevaartgangers naar zijn graf in de San-Domenicokerk.

Hij is patroon van Bologna, de Dominicaanse Republiek, van Santo Domingo (voluit: Santo Domingo de Guzmán; Dominicaanse Republiek) alsmede van de Spaanse stad Segovia; daarnaast is hij beschermheilige van astronomen, papierfabrikanten en sigarenmakers; hij wordt aangeroepen tegen koorts en tegen hagel.

Hij wordt afgebeeld als dominicaan; met een boek en een lelie; krans van haar om het kaalgeschoren hoofd; ster voor de borst of boven het hoofd (deze verscheen op het voorhoofd van Dominicus); gevlekte hond met een fakkel in de bek waarmee hij de aardbol in brand steekt (naar de legende van zijn moeders droom); toorts; met een monstrans; met zijn moeder Juana van Aza; met Sint Franciscus. Bekend is ook de afbeelding dat hij – tezamen met de dominicanes Catharina van Siena († 1380; feest 29 april) uit handen van de Moeder Gods een rozenkrans ontvangt.

ZATERDAG IN WEEK 18 DOOR HET JAAR


Uit het boek Deuteronomium 6, 4-13

Heel het optreden van God met zijn volk was gericht op mensen. De bezielende oproep van Deuteronomium ‘bemin uw God’ is er een uitdrukking van. Liefde is immers niet gericht op voorwerpen, maar op personen. Liefde is ook niet louter gevoel, maar concrete trouw aan Gods wil, zoals die uitgedrukt ligt in de Wet.

Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige! Heb daarom de Heer, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.
Straks brengt de Heer, uw God, u naar het land dat Hij u zal geven, zoals Hij uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft beloofd. U krijgt daar grote, mooie steden, die u niet zelf hebt gebouwd, huizen vol voorraden, die u niet hebt aangelegd, regenputten, die u niet hebt uitgehouwen, en wijnstokken en olijfbomen, die u niet hebt geplant. Als u daar in overvloed leeft, zorg er dan voor dat u de Heer niet vergeet, die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd. Heb alleen ontzag voor de Heer, uw God, dien Hem en zweer alleen bij zijn Naam.

 

Psalm 18, 2-4 + 47 + 51ab

Refr.: Heer, U heb ik lief.

Ik heb U lief, Heer, mijn sterkte,trinitheo
Heer, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder.

God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.

Ik roep: ‘Geloofd zij de Heer,’
want ik ben van mijn vijanden verlost.

De Heer leeft, geprezen zij mijn rots,
hoogverheven is God, mijn redder.

Hij schenkt zijn koning grote overwinningen,
betoont zich trouw aan zijn gezalfde.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 17, 14-20

Gebrek aan geloof maakt het de leerlingen onmogelijk om de zin te ontdekken van de wonderen in Christus’ zending. Zijn werken zijn niet enkel gebaseerd op wonderen, maar vooral op de aanwezigheid van zijn Geest. Deze bewerkt het geloof en doet alles zien met de ogen van God.

Toen Jezus en de leerlingen zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’
Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’
Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.
Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe.
Eenmaal met Hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’
Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’

Van Woord naar leven

Luister, Israël: de Heer, onze God, de Heer is de enige! Heb daarom de Heer, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. Zo horen we vandaag.

Wat me opvalt is dat woordje ‘luister’. Er staat niet: ‘spreek’ of ‘denk’ of ‘discuteer’ of ‘overleg’ of wat dan ook. Er staat: ‘luister’.
Luisteren doe je naar iets dat van buitenaf komt. Ja, ok, je kan ook jezelf beluisteren (veel mensen doen dat graag), maar hier wordt een ander luisteren bedoeld. Hier gaat het om stilvallen, leeg worden, innerlijk arm worden, beschikbaar; juist om te kunnen luisteren, om te kunnen horen, om te kunnen ontvangen. Wie voortdurend spreekt en vol is van zichzelf, kan niet luisteren, en in zekere zin is hij niet beschikbaar.
Zwijgen is de boodschap !

Het gaat om een zwijgen in en uit liefde. Niet uit dwang, niet omdat het moet, maar een zwijgen vervuld van liefde, zwijgen in de Geest. Het gaat om liefde voor Degene die spreekt, voor Hem die komt, voor Hem die vervult. In dit geval God zelf. Hij richt zich met zijn Woord tot ons, en schenkt dat Woord.

In het begin van het evangelie volgens Johannes lezen we dat het Woord vlees is geworden, dat het onder ons is gekomen en onder ons heeft gewoond. Dat Woord is Jezus, het vleesgeworden Woord van de Vader. Dus naar God luisteren betekent zijn Zoon Jezus van harte welkom heten. Christus, het levende Woord, is immers de vervulling van Gods wet, Hij is er de belichaming van, de vervolmaking, de voltooier.

Luisteren heeft in wezen dus te maken met Jezus welkom heten. En dat vraagt beschikbaarheid, innerlijk leeg worden, arm zijn van geest. Het vraagt een inwendig zwijgen, een innerlijke rust, en vooral ook een liefdevol en vrij hart, om de Heer in heel zijn volheid te kunnen welkom heten.

En dit laatste heeft veel goede gevolgen; voor onszelf en voor allen die God op ons levenspad brengt.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,Pentecost1
kom met uw heilige Geest over ieder van ons. En leer ons zwijgen, de innerlijke armoede beminnend, om geheel beschikbaar te worden voor U; Gij die naar ons toekomt in uw Zoon en onze broer: Jezus.

Oh God, wat een liefde van uw kant uit !  Eén en al liefde !
Moge wij verliefd worden op uw liefde, naar haar verlangen, dorsten, smachten. Moge uw Geest ons reikhalzend hart geheel openen voor U. Ja, om U te kunnen ontvangen als de hemel die zich openbaart diep in onze ziel.
Oh God, trek ons in U, verinnig ons met uw Zoon, verteer ons in uw Geest.
Amen.