Lezingen van de dag – zaterdag 8 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Landrada van Munsterbilzen († ca 690)

Landrada van Munsterbilzen, België; stichteres & abdis

Zij was enig kind van Frankische ouders. Haar ouders hadden gehoopt dat zij in haar kinderen het verdriet van hun onvruchtbaarheid enigszins zou kunnen goedmaken. Maar zij gaf de voorkeur aan een maagdelijk leven in dienst van God. Volgens haar levensbeschrijver zou ze hun dat al duidelijk gemaakt hebben vóór zij tien jaar oud was.
In plaats van een leven in ruime vertrekken koos zij een benauwd kamertje waarin zij echter de wijdsheid van het paradijs aantrof. Zij leefde van brood en water, ging zeer eenvoudig gekleed en bracht de dag door in gebed en boete.
Enige tijd later trok zij zich terug in de eenzaamheid om daar het leven van kluizenares te leiden. Wie daar langs ging hoorde haar altijd psalmen en lofliederen zingen. Zomer of winter, zij droeg hetzelfde kleed en ging blootsvoets. De hemel zond zijn goedkeuring door in een nabij gelegen steen de afdruk van het kruis achter te laten.
Voor haar was dat het teken om een daar kerk te bouwen voor Onze Lieve Vrouw. Dus begon ze met haar blote handen struiken weg te halen, het terrein te effenen en stenen aan te dragen. Vervolgens spande ze een draad waarlangs ze een muur begon te metselen. De steen met de kruisafdruk bewaarde ze om als altaarsteen te dienen.

Dat werk op zich was in die tijd een vorm van vernedering, omdat werk alleen maar gedaan werd door slaven, lijfeigenen en onderhorigen; het hoorde bij de laagste maatschappelijke stand. Dat je deel uitmaakte van de hoger geplaatste klassen, bleek juist uit het feit, dat je gevrijwaard bleef van werk. Werk was minderwaardig. Zo zette zij zich tot een activiteit dus, die ver beneden haar stand was.
In feite waren de allereerste monniken, de woestijnvaders daar al mee begonnen. Om het gevecht tegen de slaap te kunnen winnen, dwongen zij zich door handenarbeid als matjes en mandjes vlechten) wakker te blijven. Van lieverlee begon het werk naast het gebed beschouwd te worden als een wezenlijk onderdeel van het monniksleven. Zo konden monniken tot uiting brengen, dat ze als het ware lijfeigene waren in dienst van Jezus, die hen was voorgegaan in nederigheid.

Toen het kapelletje af was, vroeg zij bisschop Lambertus († 705; feest 17 september) om het te komen inzegenen. In de jaren daarna kwamen steeds meer meisjes toegestroomd die haar leven wilde delen. Dat is het begin van klooster Munsterbilsen (= monasterium, klooster in Bilsen). De latere heilige Amalberga († 772; feest 10 juli) kreeg bij Landrada als klein meisje haar vorming.
Volgens een legende liet zij Sint Lambertus waarschuwen dat haar einde naderde: of hij wilde komen. Maar deze was juist afwezig. Toch vertelt het verhaal dat de heilige bisschop zich naar haar toe haastte en de laatste sacramenten toediende. Zo stierf zij, broodmager, languit uitgestrekt op een paar strozakken, omringd door haar geestelijke dochters, in volledige overgave aan haar Heer. Lambertus zou haar hebben bijgezet in klooster Wintershoven.
[Naar een levensbeschrijving van abt Theodoricus van St-Truiden in: RR2.1640]

In 980 werden haar relieken overgebracht naar de, inmiddels voormalige, St-Baafsabdij in Gent.

zaterdag in week 13 door het jaar


Uit het boek Genesis 27, 1-5 + 15-29

Door de bedrieglijke tussenkomst van Rebekka geeft Isaäk de goddelijke beloften door aan zijn zoon Jakob in plaats van aan zijn oudste zoon Esaü. De Schrift wil hierdoor niet het onrecht goedpraten maar wel onderlijnen dat God zijn uitverkiezing geeft aan wie Hij wil.

Toen Isaak oud geworden was en zijn ogen zo zwak waren geworden dat hij niet meer kon zien, riep hij Esau bij zich, zijn oudste zoon. ‘Mijn zoon’ , zei hij. ‘Wat wilt u mij zeggen?’ vroeg Esau. Toen zei Isaak: ‘Luister, ik ben oud, iedere dag kan voor mij de laatste zijn. Neem daarom je jachtgerei, je pijlkoker en je boog, ga het veld in en schiet een stuk wild voor me. Maak dat voor me klaar zoals ik het lekker vind en breng me dat te eten; het zal mij de kracht geven om je te zegenen voordat ik sterf.’
Toen pakte Rebekka kleren van haar oudste zoon Esau, de kostbaarste die ze kon vinden, en die liet ze haar jongste zoon Jakob aantrekken. En over zijn handen en over zijn gladde hals trok ze het vel van de bokjes. Hierna overhandigde ze Jakob het smakelijke gerecht dat ze had klaargemaakt, met brood erbij.
Zo ging hij naar zijn vader. ‘Vader,’zei hij. ‘Ja, mijn zoon,’ zei Isaak, ‘wie ben je?’
Jakob antwoordde zijn vader: ‘Ik ben Esau, uw eerstgeboren zoon. Ik heb gedaan wat u me hebt gevraagd. Kom, ga overeind zitten en eet van wat ik heb geschoten; dat zal u de kracht geven om mij te zegenen.’ Hoe heb je zo snel iets kunnen vinden, mijn zoon!’ zei Isaak. En hij antwoordde: ‘Doordat de Heer, uw God, alles zo gunstig voor me liet verlopen.’ Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens wat dichterbij, mijn zoon, zodat ik kan voelen of je inderdaad mijn zoon Esau bent of niet.’Jakob kwam dichter bij zijn vader staan en deze betastte hem. Het is Jakobs stem, dacht hij, maar het zijn Esaus handen. Omdat Jakobs handen even behaard waren als die van zijn broer Esau, herkende Isaak hem niet en dus zegende hij hem. ‘Ben je echt mijn zoon Esau?’ vroeg hij nog. ‘Ja,’ antwoordde Jakob. Toen zei hij: ‘Zet het wildbraad dan dichter bij me, zodat ik ervan kan eten, mijn zoon, en de kracht vind om je te zegenen.’ Jakob zette het dichter bij hem en Isaak at ervan. Ook bracht hij hem wijn, en hij dronk ervan. Toen zei Isaak tegen Jakob: ‘Kom eens dichterbij, mijn zoon, en kus me.’ Hij kwam dicht bij hem staan en kuste hem.
Toen Isaak zijn kleren rook, sprak hij deze zegen over hem uit: ‘De geur van mijn zoon is de geur van het veld, het veld dat de Heer heeft gezegend.
God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn. Volken zullen je dienen, naties zich voor je buigen. Je zult heer zijn over je broers, macht hebben over je moeders zonen. Vervloekt wie jou vervloekt, gezegend wie jou zegent.’


Psalm 135, 1-6

Refr.: Laat ons loven de Naam van de Heer.

Loof de Naam van de Heer,
loof Hem, dienaren van de Heer,

u die staat in het huis van de Heer,
in de voorhoven van het huis van onze God.

Loof de Heer, want Hij is goed,
bezing zijn Naam, zo lieflijk van klank.

De Heer heeft Jakob uitgekozen,
Israël als zijn kostbaar bezit.

Ik weet het: groot is de Heer,
onze Heer overtreft alle goden.

De Heer maakt alles wat Hij wil
in de hemel en op de aarde
en in de diepten van de oceanen.


Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 14-17

De leerlingen van Johannes de Doper vragen waarom de leerlingen van Jezus de gewone vastenwetten van de Farizeeën niet onderhouden. Het antwoord komt hierop neer dat Jezus’ komst iets totaals nieuws inluidt en daarom breekt met die bepaalde traditionele gewoonte. De mensen moeten veeleer verheugd zijn omdat de Heer nu met hen is. Er zal nog tijd genoeg zijn (en dat geldt dus ook voor ons nu) om te vasten wanneer ze de Heer niet meer zullen zien.

De leerlingen van Johannes bij Jezus en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten. Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is. Want dan trekt de nieuwe lap de mantel kapot en wordt de scheur nog groter. Evenmin giet men jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de nieuwe wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Men giet geen jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de nieuwe wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’

Elders zegt Jezus dat Hij de oude wet niet is komen opheffen maar dat Hij er de vervulling van is. Hij is de vervulling van de aloude wet van de liefde, Hij is de genade. En deze genade, Christus zelf, mogen wij in ons dragen opdat wij, verenigd met Hem, beeld zouden worden van de goedheid van God.

De Kerk, de gemeenschap van alle christenen, is geroepen deze vervulling – Jezus dus – te belichamen. Christen-zijn is geen privé-zaak, het is een gemeenschapsgebeuren waarin gedeeld en ontvangen wordt, waarin we van elkaar leren en elkaar verrijken, waarin we elkaar aanvullen en elkaar tot gist zijn.

Laten we – individueel én als gemeenschap, van harte in dit ‘nieuwe’ staan. Blij, dankbaar om Jezus’ aanwezigheid, biddend dat Hij het levend centrum mag zijn van ons christelijk leven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
de Kerk, waarvan Gij het levend hart zijt, is de nieuwe wijn-zak waarin wij ons mogen nestelen, om als gemeenschap van U de genade te ontvangen te leven vanuit uw leven.
Heer, neem ons op in uw Drie-ene Liefde.
Amen.