Lezingen van de dag – zaterdag 9 jan. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Waning van Fécamp (+ ca 688)

Waning van Fécamp (ook van Ham), Frankrijk; stichter; † ca 688

Ten tijde van Chlotarius III († 673) was hij gouverneur van Caux. Hij hield van jagen en had een grote devotie voor Sint Eulalia van Barcelona († ca 305; feest 12 februari). Volgens zeggen was het ook deze heilige die hem op een goed moment in het oor fluisterde: “Het is gemakkelijker voor een kameel door het oog van de naald te kruipen dan voor een rijke het Rijk der Hemelen binnen te gaan” (Markus 10,25). Toen kwam hij tot inkeer en stichtte eerst een klooster voor vrouwen, dat hij onder de leiding plaatste van Sint Hildemara (of Hildemarca; † 670; feest 20 juni). Op een goed moment telde de communiteit wel 360 zusters, die zij onderverdeelde in verschillende koren, zodat het getijdengebed ter ere van God onafgebroken zou klinken in de abdijkerk.

Onder invloed van de invallen der Noormannen werd zijn lichaam in veiligheid gebracht in de de plaats Ham, Picardië. Sindsdien is hij patroon van die plaats en geniet hij er nog altijd enige verering. Op 23 september 1696 werd vandaar een reliek overgebracht naar Hallon.

ZATERDAG NA DE OPENBARING DES HEREN


Uit de eerste brief van Johannes 5, 14-21

God verhoort het gebed van wie zich eerlijk en in geloof tot Hem richt. Johannes spoort daarom de christenen aan tot het gebed. Zij moeten bidden als kinderen van God, en niet in zonde leven. Dit verdiept hun inzicht in de kennis van de waarachtige God.

Geliefde broeders en zusters,
wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat Hij naar ons luistert als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil.
En omdat we weten dat Hij naar ons luistert, wat we Hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we Hem gevraagd hebben.
Als iemand zijn broeder of zuster een zonde ziet begaan die niet tot de dood leidt, moet hij voor hem of voor haar bidden en zo de zondaar het leven geven. Dit geldt wanneer er sprake is van een zonde die niet tot de dood leidt. Er bestaat ook zonde die wel tot de dood leidt. In dat geval geldt mijn aansporing om te bidden niet.
Alle kwaad is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood.
We weten dat iemand die uit God geboren is niet zondigt. De Zoon, die uit God geboren werd, beschermt hem, zodat het kwaad geen vat op hem heeft.
We weten dat wij uit God voortkomen, terwijl de hele wereld in de macht is van hem die het kwaad zelf is.
We weten ook dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht heeft gegeven om de Waarachtige te kennen. En wij zijn in de Waarachtige, omdat we in zijn Zoon Jezus Christus zijn. Hij is de ware God, Hij is het eeuwige leven.
Kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden.

 

Psalm 149, 1 + 2 + 3 + 4

Refr.: Zing voor de Heer een nieuw lied.Icon Lamp

Zing voor de Heer een nieuw lied,
roem Hem te midden van zijn getrouwen.

Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker,
het volk van Sion juichen om zijn koning.

Laten zij dansend zijn Naam loven,
bij lier en tamboerijn voor Hem zingen.

Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
Hij kroont de vernederden met de zege.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 3, 22-30

De leerlingen van Johannes de Doper maken zich ongerust over het succes van Jezus, terwijl hun eigen meester minder aanhang heeft. De Doper is echter voorloper en wegbereider. Hij is even verheugd om Jezus’ verkondiging als de vriend van de bruidegom om diens geluk.
Ook in eenvoud gaat Johannes voor: hij moet kleiner worden, Jezus groter.

Jezus ging met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef Hij enige tijd en Hij doopte er.
Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen. Johannes was immers nog niet gevangengezet.
Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar Hem toe!’
Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor Hem uit gezonden.” De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.’

Van Woord naar leven

De doper sprak: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt.’

Johannes is een groot voorbeeld van nederigheid. Terwijl hij veel ontzag genoot, terwijl honderden of misschien wel duizenden mensen naar hem toekwamen om hem te aanhoren, om door hem gedoopt te worden, bleef hij ten dienste van datgene wat God hem vroeg. Hij was er zich dan ook ten stelligste van bewust dat een mens enkel die dingen echt goed, juist en waarachtig kan doen, wanneer ze hem door God gegeven zijn.

‘Hij (Jezus) moet groter worden en ik kleiner’, zo zegt hij. Dat is heel zeker de sleutel, of het geheim, van zijn nederigheid. Het gaat niet om zijn leven dat hijzelf zou kunnen plannen en verwezenlijken. Nee, het gaat om wat God wil; Jezus door Hem heen, Hij steeds groter, Johannes steeds kleiner.

Ook wij zijn geroepen om Jezus steeds groter te laten worden in ons leven en wij kleiner. Niet dat wij niets waard zouden zijn, of dat we onze eigen identiteit zouden moeten prijs geven. Wie Christus groter laat worden in zijn leven zal juist meer en meer zijn ware identiteit ontdekken. Ons ware ik is immers te vinden in ons ja-woord aan de Heer. In Hem zullen we ons meest ware zelf ontdekken. In Hem zullen we onze roeping horen en de genade ontvangen deze weg te kunnen gaan. Hij met ons.

Laat ons kleiner worden, opdat Jezus groter mag worden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,johannes-chrysostomus6
schenk ons de diepe vrede
te leven in uw aanwezigheid.
Geef dat wij alsmaar kleiner mogen worden,
en Gij groter in ons.
Dat Gij ons leven moogt zijn,
steeds meer en meer,
tot in lengte van dagen.
Amen.