Lezingen van de dag – zaterdag 30 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

eerste christenmartelaren van Rome († ca 65)

Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1969) voerde naast vele andere veranderingen ook vernieuwingen door op het gebied van de liturgie en de heiligenkalender. Zo staat nu daags na het feest van Petrus en Paulus de gedachtenis op de kalender aan de eerste christenmartelaren die vielen ten tijde van keizer Nero.

Hoewel Rome in de eerste eeuw van de jaartelling een smeltkroes was van allerhande godsdiensten, religies en sektes, namen de christenen toch een aparte plaats in. Men kende ze alleen bij geruchte. Omdat de christenen aanvankelijk het Joodse gebruik overnamen dat God niet bij name werd genoemd, meenden de Romeinen dat zijn atheïsten waren, een onmogelijkheid in die dagen. Dat idee werd nog versterkt door het feit dat zij geen afbeeldingen kenden. Anderen wisten echter te vertellen dat er kinderoffers werden gebracht, dat hun vlees werd gegeten en bloed gedronken…
Weer anderen wisten dat zij er een geheel andere seksuele moraal op na hielden dan de Romeinen, en dat ze vrouwen ertoe brachten liever maagd te blijven dan te trouwen.

Intussen hielden christenen zich afzijdig van het openbare maatschappelijke leven. Bij alle openbare gelegenheden en gebeurtenissen moest een wierookoffer worden gebracht aan de Romeinse goden, aan de goddelijkheid van de staat en van de keizer. Dat hield in dat er voor een godenbeeld een bak met gloeiend houtskool klaarstond, met daarnaast een bak wierookkorrels. In het voorbijgaan wierp men meestal zonder nadenken een enkele korrel op het vuur. Voor christenen botste dat met hun overtuiging dat God alleen eer moest worden gebracht. Zij voelden dergelijke offers hoe nietszeggend en routineus ze soms ook waren geworden – als verraad aan God.
Hoe dan ook, in de eerste jaren van hun verblijf te Rome, kenden men ze eigenlijk alleen bij geruchte. Een uitstekende voedingsbodem voor verdachtmaking als je een zondebok nodig hebt.

Dat was het geval na de beruchte brand van Rome in 64. Tot op de dag van vandaag gaat men er meestal van uit dat de keizer ze zelf heeft laten aansteken. Hij hield ervan op zijn bordes dat uitkeek over arme krottenwijken van de stad, Homerus te declameren. Hij wilde zo levendig mogelijk de brand van Troje voor zich zien die uiteindelijk zou leiden tot de stichting van de stad Rome. Daarom had hij de krottenwijk beneden zich in brand laten steken… Bovendien maakte hij zo meteen meer ruimte om zijn gouden paleis uit te breiden. Er vielen honderden slachtoffers. Om de geruchten de kop in te drukken die naar hem als schuldige wezen, liet hij christenen arresteren en op geraffineerde manieren doodmartelen.

Zo was er een groep die gekruisigd werd; anderen werden in dierenvellen genaaid en voor de wilde beesten geworpen, waardoor ze wreed werden verscheurd; een derde groep werd eveneens in dierenvellen genaaid, maar vervolgens met pek en olie overgoten om als fakkels te dienen en zo de tuinen van de keizer te verlichten. Hoewel hun sterfdata meestal enkele jaren later worden geschat, zijn er nog steeds onderzoekers die menen dat zowel Petrus als Paulus behoord hebben tot deze slachtoffers van de eerste generatie.

Deze eerste vervolgingen vormden achteraf gezien een opmaat voor meerdere periodes van christenvervolging in de eerste drie à vier eeuwen van onze jaartelling.

zaterdag in week 12 door het jaar


Uit het boek Klaagliederen 2, 2 + 10-14 + 18-19

De profeet Jeremia roept de verwoeste en verlaten stad Jeruzalem op tot berouw. Zij ziet nu waartoe valse profeten haar gebracht hebben. Ook de grootste beproeving en het diepste lijden is te verwerken in het plan van God.

De Heer heeft Jakobs weidegrond meedogenloos verwoest, Hij heeft in zijn woede de vestingen van Juda vernietigd, Hij heeft het koninkrijk vernederd en zijn leiders onteerd.
De oudsten van Sion zitten zwijgend op de grond, met stof op hun hoofd, gehuld in een rouwkleed. De meisjes van Jeruzalem buigen het hoofd ter aarde.
Mijn ogen zijn door tranen verteerd, mijn ingewanden staan in brand, mijn maag keert zich om – vanwege de wonden van mijn volk, omdat kind en zuigeling versmachten op de pleinen van de stad.
Ze blijven hun moeders vragen: ‘Is er geen brood en wijn?’, versmachtend op de pleinen van de stad, als gewonden op het slagveld; in de armen van hun moeders stroomt het leven uit hen weg.
Waarmee zal ik je vergelijken, Jeruzalem, welk voorbeeld kan ik je tonen? Waaraan zal ik je gelijkstellen, vrouwe Sion? Hoe kan ik je troosten? Wijd als de zee gapen je wonden – wie kan je genezen?
Je profeten hebben je bedrogen met valse visioenen–hadden ze maar je wandaden onthuld om je lot nog te keren! Ze hebben je valse orakels verkondigd om je te misleiden.
Het hart van het volk schreeuwt tot de Heer. O, muur van Sion, laat je tranen stromen als een rivier, dag en nacht, aan één stuk door; gun je ogen geen rust.
Weeklaag in de nacht, jammer tot aan de ochtend, stort je hart uit als water, ten overstaan van de Heer. Hef je handen naar Hem op, voor het leven van je kinderen, die op elke straathoek van honger versmachten.

 

Psalm 74, 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 + 20 + 21

Refr.: Heer, vergeet ons niet.

Waarom, God, hebt U ons voor altijd verstoten,
brandt uw woede tegen de schapen die U hoedt ?
Denk aan het volk dat U ooit hebt verworven,
de stam die U hebt vrijgekocht, uw eigen bezit,
de Sionsberg waar U ging wonen.

Kom naar de stad die voor altijd in puin ligt,
de vijand liet niets van het heiligdom heel.
In het hart van uw huis brulden uw tegenstanders,
zij zetten er hun zegetekens neer.

Zoals met kapmessen wordt ingehakt
op struikgewas en kreupelhout,
zo sloegen zij met bijl en breekijzer
al het snijwerk kort en klein.

Ze hebben uw heiligdom in de as gelegd,
de plaats waar uw naam woont, verwoest en ontwijd.
Kom uw verbond met ons na,
vol is het land met duistere oorden, holen van geweld.
Laat verdrukten niet teleurgesteld heengaan,
laat zwakken en armen uw naam loven.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 5-17

Niet alleen voor de Joden is Jezus gekomen. Het Rijk Gods is toegankelijk voor iedereen. De genezing van de knecht van de centurio is daarvan een teken. Alle volkeren, die Jezus’ boodschap in geloof aanvaarden, behoren voortaan tot het volk van het nieuwe Verbond.

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die Hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’
Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf.
Toen Jezus het huis van Petrus was binnengegaan, zag Hij diens schoonmoeder met koorts in bed liggen.
Hij raakte haar hand aan en de koorts verdween. Ze stond op en begon voor Hem te zorgen.
Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij Hem. Met een enkel bevel dreef Hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas Hij, opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’

Van Woord naar leven

Jezus raakte haar hand aan en de koorts verdween.

Jezus strekte zijn hand uit zoals God zijn hand uitstrekt om zijn machtige daden te doen.
Anderen hebben de melaatse gemeden vanwege zijn onreinheid, maar Jezus raakte hem aan. Een ware ommekeer !
Niet langer wordt door aanraking de reine onrein, maar door woord en daad van Jezus wordt wat onrein was rein.

Op vele plaatsen doorheen de evangelies wordt duidelijk welk een genezing en kracht diegene ontvangt die door de Heer worden aangeraakt.

En dat is bij ons niet anders.
Laten we vragen aan de Heer of Hij ook ons wilt aanraken met zijn genezende liefde.
Allen hebben we immers genezing nodig.

Hij die denkt geen genezing nodig te hebben, heeft het misschien nog het meeste nodig …

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
blijf ons aanraken met uw liefde, en leer ons in gemeenschap te leven met U, opdat velen van uw liefde kunnen drinken.
Amen.