Lezingen van de dag – zondag 1 oktober 2017


Heilige (of feest) van de dag

Theresia van Lisieux († 1897)

Carmel, Lisieux, Frankrijk; kloosterlinge, kerklerares

Thérèse Martin werd op 2 januari 1873 geboren in de Normandische plaats Alençon. Op zeer jonge leeftijd verlangde ze al naar het kloosterleven. Als veertienjarig meisje maakte ze zich twee jaar ouder, daar ze wist dat ze anders nog te jong zou zijn om in te treden. Zo meldde ze zich bij het klooster. Maar ze werd doorzien en teruggestuurd. Nu wendde ze zich meteen maar tot de paus zelf. En deze gaf haar toestemming om nog op haar 15e aan het kloosterleven te beginnen bij de karmelietessen te Lisieux.
Ze was vastbesloten een heilige te worden. Op haar 21e werd ze al gekozen tot novicenmeesteres, een verantwoordelijke functie, want zij moest de nieuwelingen in het kloosterleven inwijden.
Ze was haar tijd ver vooruit. Ze wilde Hebreeuws leren, want dat was immers de taal die Jezus zelf gesproken had. Op die manier zou ze Hem nog beter leren kennen en nog meer kunnen beminnen. Ze leefde in haar gebed intens mee met de missionarissen in verre landen. Maar ze was ook modern door het feit dat ze herhaaldelijk werd overvallen door inktzwarte geloofstwijfels. Ze stierf al op 24-jarige leeftijd: 30 september 1897.

Ze is één van de beschermheiligen van Frankrijk, van Lisieux en van de missie. Haar hulp wordt ingeroepen bij allerhande noden. In het begin van onze eeuw breidde haar verering zich razend snel uit over heel de Katholieke wereld. Tot op de dag van vandaag treft men in talrijke kerken een beeldje van haar aan.
Ze wordt afgebeeld als karmelietes met rozen in haar armen. Ze had namelijk op haar sterfbed beloofd dat zij het uit de hemel rozen zou laten regenen: dat is dan ook volgens het getuigenis van vele aanwezigen gebeurd.
Zij wordt ‘De Kleine Theresia” genoemd om haar te onderscheiden van ‘De Grote Theresia” (= Theresia van Avila).

26e zondag door het jaar – A


Uit de profeet Ezechiël 18, 25-28

God blijft niet stilstaan bij ons verleden en de misstappen van onze voorouders roept Hij niet in herinnering. Altijd is Hij bereid de gave van het leven te schenken aan eenieder die zich bekeert.

Dit zegt de Heer:
‘Nu zeggen jullie: “De wegen van de Heer zijn onrechtvaardig!”
Maar luister, Israëlieten! Ben Ik het die onrechtvaardig is? Gaan júllie niet eerder onrechtvaardige wegen? Iemand die rechtvaardig was maar dat niet langer is en onrecht begaat, sterft omdat hij onrecht heeft begaan. Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven. Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker blijven leven en niet hoeven sterven.’

 

Psalm 25, 4-9

Refr.: Denk aan uw barmhartigheid, Heer.

Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.

Denk aan uw barmhartigheid, Heer,
aan uw liefde door de eeuwen heen.
Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
maar denk met liefde aan mij
en laat uw goedheid spreken, Heer.

Goed en rechtvaardig is de Heer:
Hij wijst zondaars de weg,
wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.

 

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 2, 1-11

Aan de christenen van de stad Filippi, verdeeld door partijzucht, ijdele roem en egoïsme, stelt Paulus Jezus’ vrijwillige nederigheid tot voorbeeld. Dit is de weg van Christus’ verheerlijking. Om van God de gave van eenheid en verzoening te ontvangen, moeten de christenen onder elkaar dus dezelfde gevoelens koesteren, die ook Jezus Christus bezielden.

Broeders en zusters,
Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander.
Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer’, tot eer van God, de Vader.

 

Alleluia.

Mijn schapen luisteren naar mijn stem,
zegt de Heer,
en Ik ken ze en ze volgen mij.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 21, 28-32

Wanneer een mens zijn schuld erkent en zich betert, blijft God niet boos omdat hij eerst weigerde. Hij neemt in aanmerking wat een mens nu doet. Tollenaars en prostituees, die Jezus opnam, mochten het ondervinden.

Jezus sprak tot de hogepriesters en de oudsten van het volk:
‘Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.” De zoon antwoordde: “Ik wil niet”, maar later bedacht hij zich en ging alsnog. Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: “Ja, vader”, maar ging niet.
Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’
Ze zeiden: ‘De eerste.’
Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God. Want Johannes koos de weg van de gerechtigheid toen hij naar u toe kwam. U geloofde hem niet, de tollenaars en de hoeren wel. En ook al zag u dat, u hebt u niet willen bedenken en hem alsnog willen geloven.

Van Woord naar leven

De overweging  van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen, s.j.

De eerste zoon zei “ja”, maar deed niets; de andere zei “neen”, maar kreeg achteraf spijt en deed toch alles wat was gevraagd.

In welke zoon herkennen wij ons het meest? In de eerste, die niets doet? Neen! Zo erg, zoals die niets-doende eerste zoon, zo zijn wij niet. Wij proberen eigenlijk toch wel ons best te doen om als christenen door het leven te gaan. Zijn wij dus eerder zoals de tweede? Neen! Want zo bot zijn wij nu ook niet, en vooral, wij komen er niet toe alles te doen wat God van ons verlangt. We hangen zo een beetje tussen de twee.

Eigenaardig genoeg vraagt Jezus ons  niet een verbeterde versie te worden van de eerste zoon door eens wat meer te doen voor Hem, maar Hij stelt ons de tweede zoon tot voorbeeld, diegene die spijt kreeg, die zijn innerlijke houding veranderde en van daaruit het heel gewone werk ging doen dat zijn vader voor die dag van hem verlangde. Het gaat er dus niet om dat wij “méér zouden moeten gaan doen dan wij al doen”. Het komt er vooral op aan onze innerlijke houding te veranderen, meer te handelen vanuit het verlangen van de Vader, en dat bij de doodgewone dingen van de dag.

Wat zou er kunnen veranderen aan onze innerlijke houding? De parabel zegt : “De tweede zoon kreeg spijt.” En dat maakt het verschil.
Spijt krijgen, is: tot inkeer komen en beseffen dat wij iemand hebben gekwetst, die eigenlijk veel van ons houdt. Wij durven inderdaad alleen onze spijt tonen aan iemand waarvan wij durven hopen dat hij ons niet afschrijft, waarvan wij weten dat hij van ons zal blijven houden en ons zelfs nieuwe kansen zal geven. De tweede zoon kwam ertoe toch te gaan werken in de wijngaard vanuit de dankbare zekerheid dat de vriendschap van zijn Vader sterker was dan zijn eigen eerste, botte weigering. De nadruk ligt dus op de innerlijke houding waarmee hij ging werken. Die tweede zoon trok naar de wijngaard, niet met een gevoel van opstandigheid “omdat het toch moest”, ook niet met een houding van superioriteit “om nu eens te laten zien wat hij allemaal kon”. Uit het verhaal begrijpen wij dat hij veeleer naar de wijngaard trok met een gevoel van dankbaarheid nog te mógen meewerken die dag, dankbaarheid te mogen blijven delen in de vriendschap van zijn vader, dankbaarheid te mogen rekenen op vergeving en ondanks zijn eerste weigering toch een nieuwe kans te krijgen.

De Heer vraagt dat wij onze innerlijke mentaliteit veranderen en er altijd op uit zouden zijn te handelen vanuit een houding van dankbaarheid omdat wij onszelf vergeven voelen. Dan gaan wij alles doen met veel grotere bescheidenheid. “Liever wat minder zelfzekerheid bij onze beloften, graag wat meer dankbaarheid bij onze gewone daden”.

Aan het lawaai waarmee iemand iets doet, kan men soms horen met welk innerlijk gevoel hij het werk verricht. Als moeder, na het avondeten, alléén de keuken moet opruimen omdat de rest van de familie zich op de zetels vóór de TV gooit, ja, dan hoort men vanuit die keuken opeens een oorverdovend bordengekletter. Eigenlijk laat moeder dan horen: “Ik doe dit hier in opstandigheid, omdat ik het alleen moet doen. Kom mij toch helpen!” Of als vader met de vuilnisbakken die hij ’s avonds buiten zet, heel uitdrukkelijk begint te rammelen, dan gaat de oudere zoon best vlug een handje toesteken. Want dan heeft vader een duidelijk signaal gegeven van zijn innerlijk ongenoegen geen hulp te krijgen.

Het evangelie van vandaag probeert ons wat bewust te maken van de ingesteldheid van ons hart: Met welke innerlijke houding werken wij in Gods wijngaard? Met welk basisgevoel in het hart zijn wij christelijk geëngageerd? Doen we dat opstandig of bescheiden? Zijn wij actief met in het hart een gevoel van hooghartige misnoegdheid omdat wij het allemaal alleen moeten doen, of met in het hart een erkentelijke tevredenheid omdat wij ons mógen inzetten? Engageren wij ons om ook wat aandacht op te eisen voor onszelf of om echt bescheiden dienstbaar te zijn voor anderen? Voelen wij ons vooral zelfverzekerd of dankbaar?

Hier vinden wij de reden waarom Jezus zegt dat de zondaars, die zich bekeren, eerder thuis zijn in de liefdesmentaliteit van het Rijk Gods dan diegenen die menen dat zij rechtschapen zijn. Het is omdat zij, die zich vergeven weten, meer geneigd zijn om voortaan vanuit een intense dankbaarheid hun leven verder te gaan uitbouwen. Terwijl zij, die denken dat zij rechtschapen zijn, zo vlug verblind geraken en alleen hun eigen zelfzekerheid uitstallen, zonder dankbaarheid te tonen.

De Eucharistie, waarvoor velen op zondag samengekomen, is toch eerder een feest van de “tweede zonen” en van de “tweede dochters”, van de bescheidenen, van de zondaars die reeds vergeving hebben ontvangen, van de dankbaren dus. Wij worden tijdens de eucharistie eens te meer overstelpt door de vriendschap van de Heer om vanuit die vernieuwde vriendschap daarna weer uitgestuurd te worden om in de komende week weer te gaan werken in zijn wijngaard, maar dan wel zoals Hij het verlangt. En dat is: met wat minder zelfzekerheid bij onze grootse beloften, maar met wat meer dankbaarheid bij onze doodgewone daden.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
uw almacht treft ons het meest wanneer Gij barmhartig zijt en keer op keer vergeving schenkt. Overstroom ons met uw genade, opdat wij van harte de weg mogen gaan die Gij met ons wilt gaan.
Groeiend in Christus. Amen.