Lezingen van de dag – zondag 11 oktober 2015


Heilige (of feest) van de dag

Gummarus van Lier (+ ca 770)220px-Sint_Gommaar

Gummarus (ook Goemer, Gommaar, Gommaer, Gomarus of Gommarus) van Lier, België; kluizenaar; † ca 770

Gummarus was afkomstig uit Emblehem (het tegenwoordige Emblem) bij Lier. Hij was als ridder verbonden aan het hof van Pepijn de Korte († 768). Hij begeleidde zijn vorst op menige veldtocht en was zoveel als zijn rechterarm. Maar hij wist zich aan het mondaine leven te onttrekken door vasten en gebed. Hij sloot een gelukkig huwelijk. Na de dood van zijn vrouw ging hij op pelgrimstocht naar Rome en trok zich na thuiskomst terug in de eenzaamheid ergens in de omgeving van Lier en bouwde er een bidplaats. Daaruit ontstond geleidelijk aan de stad Lier.

Legende
Op de eerste dag van zijn reis naar Rome sloeg hij zijn tent op aan het riviertje de Nete. Om ruimte te maken moest hij wel een boom omhakken. Maar de man aan wie die boom toebehoorde was hier woedend over. Toen heeft Gummarus in de daarop volgende nacht de boom weer rechtop gezet en met zijn gordel stevigheid gegeven.
Een andere versie vertelt dat het niet Gummarus zelf was, maar zijn soldaten die een boom hadden omgezaagd op privé-terrein. Gummarus zou die boom weer op zijn schouders hebben genomen en op zijn plaats hebben teruggezet. Vervolgens bond hij zijn riem eromheen en de boom was weer de oude en groeide als kool.
[Zum.1990]

Tegenwoordig bevindt zich ter plaatse een gedachteniskapel. Vroeger stond daarnaast een zeer kunstig in ijzer uitgebeelde boom. Dat kunstwerk staat thans in de St.-Gumaruskerk zelf.
Een andere legende vertelt nog dat Sint Gummarus een bron liet ontspringen door zijn pelgrimsstaf in de grond te steken.

Na Gummarus’ dood werd zijn heilig lichaam in een boot geheel vanzelf zonder riem of schipper van Emblem naar Lier overgebracht.
Om de 25 jaar staan de Sint-Gummarusfeesten in het teken van de Grote Ommegang. Daarin wordt de zilveren reliekschrijn van Gummarus rondgedragen onder begeleiding van de zogeheten Reuzentrein. Die bestaat uit een aantal praalwagens waarop reusachtig groot zijn afgebeeld o.a.: de Dolfijn, de Kameel, de Olifant, het Ros Beiaard, Cor de Kluts, Pallieter, de Leeuw met de Maagd, het Schip van ’s Lands Welvaren enz.

Vanwege het voorval met de boom werd Gummarus in vroeger tijden aangeroepen bij arm- en beenbreuken.
Omdat er vooralsnog geen patroonheilige van de spoorwegen is, zou Gummarus kunnen worden aangeroepen vanwege zijn trein!

28e ZONDAG DOOR HET JAAR – B


Uit het boek Wijsheid 7, 7-11

De joodse godsdienst huldigt de meerwaarde van de geestelijke goederen en de belangen van het hart boven materiële rijkdom en macht. Dit is niet het monopolie van de wijsheid, want het is een fundamentele intuïtie van elke godsdienst. Christus zal een wijsheid brengen die veel verhevener is: zijn goederen verkopen om ze aan de armen te geven. In Hem is de wijsheid liefde geworden.

Ik bad om inzicht, en het werd mij gegeven; ik heb gesmeekt, en mij werd een wijze geest geschonken. Ik verkoos wijsheid boven scepters en tronen, rijkdom viel bij haar in het niet. Ze was voor mij onvergelijkbaar met de kostbaarste edelsteen; naast haar waren bergen goud niet meer dan een hoopje zand, en met haar vergeleken was zilver maar slijk. Ik beminde haar meer dan gezondheid en schoonheid, ik verkoos haar boven het licht, want ze schitterde zonder ophouden. Tegelijk met haar ontving ik alle andere goede dingen, ze schonk mij onmetelijke rijkdom.

 

Psalm 90, 12-17a

Refr.: Laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.

Leer ons zo onze dagen te tellen 244e8307a57f8ddc100aada7c09329d4
dat wijsheid ons hart vervult.
Keer U tot ons, Heer – hoe lang nog ?
Ontferm U over uw dienaren.

Vervul ons in de morgen met uw liefde,
laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.
Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat U ons kwelde,
de jaren dat wij ellende doorstonden.

Toon uw daden aan uw dienaren,
maak uw glorie bekend aan hun kinderen.
Laat ons uw genade zien, Heer, onze God.
Bevestig het werk van onze handen.

 

Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 4, 12-13

Toen Jezus de rijke man recht in de ogen keek om hem uit te nodigen al zijn goederen te verkopen om Hem te volgen, stond daar voor die man het Levend Woord van God, scherper dan een tweesnijdend zwaard. Niets zal voor Hem verborgen blijven.

Broeders en zusters,
het woord van God is levend en krachtig, en scherper dan een tweesnijdend zwaard: het dringt diep door tot waar ziel en geest, been en merg elkaar raken, en het is in staat de opvattingen en gedachten van het hart te ontleden.
Niets van wat geschapen is blijft voor Hem verborgen, alles is onverhuld en volkomen zichtbaar voor de ogen van Hem aan wie wij rekenschap moeten afleggen.

 

Alleluia.bible-candle

Bij God is alles mogelijk,
zegt de Heer.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 17-30

Een man met bewonderenswaardige deugden wordt door Jezus uitgenodigd zich te ontdoen van de rijkdom die hem hindert. Dit is hem te veel en hij gaat heen, bedroefd omdat hij de moed niet heeft Jezus zover te volgen. Op de weg van het heil vormt rijkdom een handicap die op zich onoverkomelijk is. Het heil is een gave van God die een volledige zelfonthechting veronderstelt. Hierin ligt de schijnbare tegenstrijdigheid: wie aanvaardt alles met Christus te verliezen, krijgt de zekerheid met Hem alles te bezitten. Nu reeds, hier op aarde.

Toen Jezus zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’
Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’
Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’
Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.
Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
De leerlingen schrokken van zijn woorden.
Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’
Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’
Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om U te volgen!’
Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: er is niemand die huis, broers, zusters, moeder, vader, kinderen of akkers om mij en het evangelie heeft prijsgegeven, of hij ontvangt nu, in deze tijd, het honderdvoud aan huizen, broers, moeders, kinderen en akkers, zij het ook gepaard met vervolgingen, en in de toekomstige wereld het eeuwige leven.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Vandaag komen wij voor de Heer om Hem, zoals de jongeman uit het evangelie, te vragen: “Goede Meester, wat moeten wij toch doen om echt gelukkig te zijn?” En Jezus verwijst ons naar de gewone geboden. Dát zijn de hulpmiddelen, de wegwijzers, om gelukkig te worden, als medemensen onder elkaar en als kinderen van God. Misschien hebben wij opgemerkt dat Jezus wel niet alle tien geboden opsomt. Tegenover de “rijke jongeman die leeft in het hart van ieder van ons” haalt Hij vandaag vooral die geboden aan die ons herinneren aan onze plichten jegens onze medemensen. In het christendom wordt onze liefde tot God concreet beleefd, niet door individuele devotie, wel door liefde tot de medemens. Dat is een hele opgave, voor die “rijke jongeman die in ieder van ons steekt”.

Maar de jongeman drong bij Jezus aan. In hem leefde blijkbaar een dieper verlangen. Aan hem mocht men meer vragen.
Toen keek de Heer hem liefdevol aan. Door die liefdevolle blik van de Heer voelde de jongeman dat Jezus meer was dan een leermeester die hem enkele middeltjes om gelukkiger te worden aan de hand kon doen. Hij voelde aan dat de Heer hem zijn vriendschap aanbood. Als ook wij op een bepaald moment ervaren dat de Heer met een beminnende blik persoonlijk naar ons kijkt, dan gebeurt er iets belangrijks. Die blik kan van ons heel nieuwe mensen maken, mensen met een andere visie, mensen met ruimere idealen en een nieuwe hoop.
De Heer kijkt ieder van ons in vriendschap aan, maar wij merken het niet altijd. Wij kijken misschien te dikwijls naar de handen van de Heer, naar hetgeen Hij ons zou kunnen geven, naar de geschenken die wij van Hem kunnen verwachten. Maar misschien kijken wij te weinig naar zijn ogen, naar zijn blik. Want dan zouden wij zijn aanbod van vriendschap ontdekken. Dan zouden wij vlug zien dat Hij ons vooral wil ontmoeten en beminnen.
Wanneer een vriendschapsrelatie met de Heer ontstaat, komt vrij vlug het verlangen naar boven om Hem heel nabij te zijn. Jezus’ uitnodiging luidt dan: “Verkoop wat je bezit en kom terug om mij te volgen!” Dat betekent voor ons: “Maak je los van datgene waaraan je nu precies zozeer gehecht bent. Kies ervoor te beginnen leven naar de voorkeur van mijn hart. En begin je te engageren voor Mij.”

Het is verwonderlijk hoe een mens in de loop van zijn leven, – voor hij het goed beseft – telkens aan nieuwe dingen “gehecht” kan geraken. Het kan een gemiste erfenis zijn, of een ontspanningsprogramma op internet, of een eigen vaste gewoonte. Maar dat zijn juist de dingen die ons klein houden en die ons vervreemden van diegenen die ons graag zien. Jezus nodigt ons uit ons te bevrijden uit het kleine wereldje waarin wij onszelf opsluiten en ongelukkig maken, om Hem te volgen en zijn levenshouding over te nemen: nl. op de eerste plaats voor anderen bezorgd te zijn en onszelf te breken, te delen en te geven voor anderen. Op die uitnodiging ingaan en die levenshouding aannemen, wordt het begin van het diepste, meest gelukkige, “eeuwige” leven van Jezus’ vrienden.

Voor de jongeman uit het evangelie werd die uitnodiging toen een afgang. “Hij ging droevig heen, want hij hield vast aan zijn vele bezittingen.” Op sommige dagen, in sommige perioden van ons leven wordt het ook voor ons een mislukking. Telkens als wij de uitnodiging van de Heer niet verstaan of weigeren te verstaan. Telkens als wij liever gehecht blijven aan wat ons eigenlijk ongelukkig maakt.

Welstand is goed. Wij mogen er de Heer om danken dat wij brood op onze tafel hebben en een dak boven ons hoofd, en nog veel meer. Maar de rijkdom kan zeer gemakkelijk misbruikt worden. De Heer gunt het ons dat wij het goed hebben, maar Hij waarschuwt ons wel dat weelde een mens kan veranderen in een bezitterige en hooghartige heerser. Overdreven rijkdom en hebberig bezit daar heeft de Heer het tegen want dat maakt het ons zo moeilijk om solidair bezorgd te zijn voor anderen en menselijk verbonden te blijven met de misdeelden onder ons. Maar nu is die bezorgdheid juist hetgeen ons diep gelukkig kan maken.

Solidariteit en verbondenheid, dat zijn immers de rijke gaven van Gods echte vrienden en geroepenen, van diegenen naar wie de Heer Jezus kijkt met een liefdevolle blik en die Hem daarop hun wederliefde willen tonen.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,2006-08-26 20-08-10
geef dat wij ons door niets
laten verontrusten,
door niets laten opschrikken.
Voor wie U bezit ontbreekt niets.
Gij alleen zijt voldoende.
Amen.

Naar woorden van Teresia van Avila