Lezingen van de dag – zondag 12 aug 2018


Heilige (of feest) van de dag

Johanna Francisca de Chantal (+ 1641)

gedachtenis

Johanna Francisca de Chantal was moeder van zes kinderen, waarvan er drie vlak na de geboorte overleden. Op 28-jarige leeftijd werd ze weduwe. Na een ontmoeting met Franciscus van Sales, toen deze preekte in de Sainte Chapelle in Dijon, werd ze geïnspireerd om een katholieke order op te richten: de orde der Visitatie.

Ze stierf in het Visitatie Klooster in Moulins, één van de kloosters die ze had opgericht. Ze werd begraven in Annecy. Op 21 november 1751 werd ze door paus Benedictus XIV zalig verklaard en op 16 juli 1767 door Paus Clemens XIII heilig verklaard.

Haar feestdag is sinds 2001 12 augustus. Daarvoor was het 12 december, maar deze dag is ook de feestdag van Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe.

Jane Frances de Chantal was de grootmoeder van de Franse schrijfster Madame de Sévigné.

Bron (tekst en afbeelding): Wikipedia

19e zondag door het jaar – B


Uit het eerste boek Koningen 19, 4-8

Veertig dagen, ja zelfs een heel leven is niet te lang om God tegemoet te gaan op de berg. Om deze tocht te voltooien wordt aan de gelovige het brood voor onderweg aangeboden.

In die dagen kwam Elia na een tocht van een dag in de woestijn bij een bremstruik. Hij zette zich eronder, verlangend naar de dood, en zei: ‘Het is genoeg geweest, Heer. Neem mijn leven, want ik ben niet beter dan mijn voorouders.’
Hij viel onder de bremstruik in slaap, maar er kwam een engel, die hem aanraakte en zei: ‘Word wakker en eet wat.’
Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een brood, in gloeiende kooltjes gebakken, en een kruik water. Nadat hij had gegeten en gedronken ging hij weer onder de struik liggen.
Maar de engel van de HEER kwam terug, raakte hem opnieuw aan en zei: ‘Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar voor je.’
Elia stond op, en toen hij had gegeten en gedronken liep hij, gesterkt door dit voedsel, veertig dagen en veertig nachten door de woestijn, tot hij bij de Horeb kwam, de berg van God.

 

Psalm 34, 2-9

Refr.: Proef, en geniet van de goedheid van de Heer.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof.
Laat mijn leven een loflied zijn voor de Heer,
de nederigen zullen het met vreugde horen.

Roem met mij de grootheid van de Heer,
sluit u aan om zijn Naam te verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij gaf antwoord,
Hij heeft mij van alle angst bevrijd.

Wie naar Hem opzien, stralen van vreugde,
schaamte zal hun gezicht niet kleuren.
In mijn verdrukking riep ik tot de Heer,
Hij heeft geluisterd en mij uit de nood gered.

De engel van de Heer waakt
over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen.
Proef, en geniet de goedheid van de Heer,
gelukkig de mens die bij Hem schuilt.

 

Uit de brief van Paulus aan de Efesiërs 4, 30 – 5, 20

Ons christelijk leven draagt het merkteken van de Drieëenheid. Volg de Vader na, want zijn kinderen zijn wij. Bemin zoals Christus bemind heeft, want zijn leerlingen zijn wij. Breng de vruchten voort van de Geest door wie wij getekend zijn.

Broeders en zusters,
maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want Hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing.
Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.
Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die Hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God.

 

Alleluia.

Uw woorden, Heer, zijn geest en leven;
uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 41-51

De eeuwige vraag omtrent Jezus luidt: staat Hij niet te dicht bij ons om van elders te komen? Is Hij niet te goed ingeburgerd op onze aarde om van God te komen? Nochtans door Christus trekt de Vader de mensen tot zich. Door Christus, gegeven als brood, schenkt de Vader aan de mensen het eeuwig leven.

De Joden begonnen te protesteren omdat Jezus zei dat Hij het brood was dat uit de hemel was neergedaald.
‘Dat is toch Jezus, de zoon van Jozef? We weten toch wie zijn vader en moeder zijn? Hoe kan Hij dan zeggen dat Hij uit de hemel is neergedaald?’
Jezus zei: ‘Ik hoor u bezwaren maken. Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en Ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken. Het staat geschreven in de Profeten: “Zij zullen allemaal door God onderricht worden.” Iedereen die naar de Vader luistert en van Hem leert komt bij mij. Niet dat iemand ooit de Vader gezien heeft – alleen hij die van God komt, heeft Hem gezien. Waarachtig, Ik verzeker u: wie gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het brood dat leven geeft. Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

De Joodse voorvaderen hadden, tijdens hun tocht door de woestijn manna gevonden en zij hadden dit beschouwd als een geschenk “van boven”, “uit de hemel”. Manna was voor hen een duidelijk teken geworden van de reddende nabijheid van hun onzichtbare God. Als Jezus zichzelf nu vergelijkt met “manna uit de hemel”, dan verstonden zijn Joodse toehoorders heel goed dat Hij hiermee wilde zeggen dat Hij de zichtbare Gezondene was van die onzichtbare God. Maar dat konden zij niet aanvaarden. Vandaar hun morrende reactie: “Dat kan niet, want Hij is maar een gewone sterveling van bij ons”. Zij zagen de mens Jezus, maar zij weigerden in Hem de Gezondene van God te erkennen.

Dit is nochtans het geloof waartoe zij – en ook wij nu – uitgenodigd worden: doorheen het zichtbare het onzichtbare zien, doorheen het onzichtbare de Onzichtbare ervaren. En dit blijkt een moeilijke opgave voor de mensen van toen en van nu.

Voor de Joden van Jezus’ tijd was het moeilijk omdat zij zo dicht met Jezus samenleefden. “Wij kennen toch zijn familie!” zegden zij. Zij keken alleen oppervlakkig naar de uiterlijke gestalte en naar familierelaties van Jezus. Maar zij zagen niet naar de diepere kern van zijn persoon: zijn vriendschap, zijn verbondenheid met zijn goddelijke Vader.

Voor ons is het moeilijk omdat wij, in onze moderne wereld, geleerd hebben alleen als echt te beschouwen wat zichtbaar, meetbaar en proefondervindelijk controleerbaar is, zodat wij dan ook heel vlug alles wat onzichtbaar is, afwijzen als onecht, als een subjectieve illusie. Wat een verenging is het toch, als wij niet meer, doorheen hetgeen wij met onze zintuigen zien, kunnen of mogen peilen naar de onzichtbare, geestelijke binnenkant van onze wereld, die ook echt aanwezig is en bestaat. Eén van de eerste opdrachten van ons, gelovigen, is wellicht: binnen onze moderne wereld van vandaag, het onzichtbare – en daarin de Onzichtbare – leren zien en ervaren.

Door de strikte interpretatie van de schriftgeleerden in die tijd kenden de Joden toch vooral de driemaal heilige God die hun strikte wetten en voorschriften oplegde en dan ook strafte voor hun ontrouw. En wij in onze tijd hebben het nadeel God nog te dikwijls te ervaren in de toevallige, spectaculaire gebeurtenissen van het lot of van de natuur. Jezus vraagt dat wij de twee verkeerde opvattingen uit onze verbeelding zouden schrappen: zowel die “strenge, straffende”, als die “wisselvallige” God. En Hij vraag dat wij van Hem leren hoe God echt is: nl. een liefdevolle Vader, die niet dwingt en straft, die niet wisselvallig ingrijpt, maar die ons, vrije mensen, onvermoeibaar blijft uitnodigen tot wederliefde.

Waar kunnen wij de liefdevolle binnenkant van onze wereld leren zien? Waar kunnen wij tastbaar ervaren dat die liefdevolle Vader-God werkzaam bezig blijft onder ons? Het evangelie van vandaag nodigt ons uit op te kijken naar het Levensbrood van de Eucharistie te midden van de christelijke gemeenschap. Hier is meer dan gewoon brood. Hier komt de liefdekracht van God onder ons. En dat betekent echt leven voor onze wereld. Want hier worden wij telkens opnieuw opgeroepen om onze wereld verder op te bouwen tot een meer rechtvaardige en liefdevolle gemeenschap. Om onze God te ervaren, kunnen wij dus het best kijken naar de kleine, hoopvolle tekens van menselijke goedheid waarmee wij, christenen, proberen de wereld te verbeteren. Wij krijgen daartoe de kracht bij het ontvangen van Jezus’ Levensbrood, het grote teken van de liefdevolle Onzichtbare.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
levend brood ons gegeven,
genadevol voedsel voor onderweg,
kom met uw heilige Geest diep in ons
opdat wij U mogen beminnen;
Gij die in ons woont,
Gij die ons in God brengt,
Gij die ons uw liefde schenkt.
Geef dat wij ons met U verenigen,
opdat uw inwoning in onze ziel
vruchten mag kennen in ons leven van elke dag,
in ons gebed en onze werken,
overdag en in de slaap.
Kom Heer Jezus, kom.
Amen.