Lezingen van de dag – zondag 12 november 2017


Heilige (of feest) van de dag

Lieven van Gent (+ einde 7e eeuw)

Lieven (ook Lebuïnus, Lebwin, Levinus, Liafwin, Livien of Livinus) van Gent (soms van Essche of van Escha), Vlaanderen, België; bisschop, geloofsverkondiger & martelaar tezamen met een jongetje Brictius en zijn moeder moeder Krafaïldis (ook Crafaïldis)

Volgens de over hem geschreven heiligenlevens – die overigens geruime tijd na zijn dood zijn ontstaan – zou Sint Lieven afkomstig zijn geweest uit Ierland. Aanvankelijk zou hij als kluizenaar hebben geleefd in de buurt van Canterbury. De legende weet te vertellen dat hij met zijn gezellen door toedoen van een engel over het water naar Canterbury werd gevoerd. Daar zou de heilige bisschop Augustinus († 604; feest 27 mei) hem tot priester hebben gewijd. Enige tijd later zou hij zelfs tot bisschop zijn gewijd zonder vaste zetel. Nu werd hij geloofsverkondiger. Waarschijnlijk was hij een zwerfmonnik die het leven beschouwde als een pelgrimstocht naar het werkelijke thuis dat pas in de hemel te vinden is (zie Vreemdelingenschap).
Sint Lieven zou met een aantal gezellen geland zijn in de buurt van de huidige plaats St-Omer in Noord-Frankrijk. Vandaar zou hij in noordelijke richting zijn getrokken. Hij doorkruiste Vlaanderen, Zeeland en Brabant. Misschien is hij wel de bisschop Leofwine die met Bonifatius een brief schreef aan koning Ethelbald van Mercia?
Hij genas op wonderbaarlijke wijze een kind dat Brictius heette. Tezamen met het kind en zijn moeder, Krafaïldis of Crafaïldis, werd hij te Sint-Lievens-Esse gemarteld (hem werd o.a. de tong uitgerukt) en op gruwelijke wijze om het leven gebracht.

Zijn relieken worden sinds 1006 bewaard in de St-Baafsabdij te Gent; men neemt aan dat ze echt zijn.
Hij wordt vereerd als apostel van Vlaanderen en als één van de patroons van de stad Gent. In Vlaanderen zijn minstens twee plaatsen naar hem genoemd: St-Lievens-Esse en St-Lievens-Houtem. In de Zeeuwse plaats Zierikzee staat nog altijd de Lievenstoren.

32e zondag door het jaar – A


Uit het boek Wijsheid 6, 12-16

Het is niet de eerste keer dat wij uitgenodigd worden om in Christus de ware Wijsheid te zien. Komt ook Hij niet, zoals de Wijsheid, tegemoet aan wie Hem zoeken, en verlicht ook Hij niet hen die Hem in geloof verbeiden?

Schitterend en onvergankelijk is de wijsheid. Ze laat zich gemakkelijk zien aan wie haar liefheeft, ze laat zich vinden door wie haar zoekt; wie naar haar verlangt leert haar dadelijk kennen.
Wie voor zonsopgang opstaat om haar te zoeken, wordt niet moe: hij vindt haar pal voor zijn deur.
Een mens kan zijn verstand niet beter gebruiken dan door aan haar te denken.
Wie om haar wakker ligt zal spoedig vrij van zorgen zijn.
De wijsheid is op zoek naar mensen die haar waard zijn, ze treedt hun welwillend tegemoet en vertoont zich aan hen in elke gedachte.

 

Psalm 63, 2-8

Refr.: Laten al uw schepselen U loven, Heer.

God, U bent mijn God, U zoek ik,
naar U smacht mijn ziel,
naar U hunkert mijn lichaam
in een dor en dorstig land, zonder water.

In het heiligdom heb ik U gezien,
uw macht en majesteit aanschouwd.
Uw liefde is meer dan het leven,
mijn lippen zingen uw lof.

U wil ik prijzen, mijn leven lang,
roepend uw Naam, de handen geheven.
Dan wordt mijn ziel verzadigd met uw overvloed,
jubel ligt op mijn lippen, mijn mond zal U loven.

Liggend op mijn bed denk ik aan U,
wakend in de nacht prevel ik uw Naam.
U bent altijd mijn hulp geweest,
ik juichte in de schaduw van uw vleugels.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 4, 13-18

Om deze moeilijke tekst te verstaan, moeten wij twee dingen voor ogen houden. Toen Paulus deze brief schreef, was hij in de overtuiging dat hij nog tijdens zijn leven de werderkomst van Christus zou zien. Vandaar de uitdrukking: ‘Wij die in leven blijven…’ Daarbij beschrijft hij de verrijzenis van de gelovigen in termen van de joodse apocalyptische literatuur. Vandaar beelden zoals de stem van de aartsengel en het weggevoerd worden op de wolken van de hemel. Maar zijn boodschap blijft actueel: de zekerheid dat Christus terugkomt is een bron van hoop en wederzijdse steun.

Broeders en zusters,
wij willen u niet in het ongewisse laten over de doden, zodat u niet hoeft te treuren, zoals zij die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus is gestorven en is opgestaan, moeten wij ook geloven dat God door Jezus de doden naar zich toe zal leiden, samen met Jezus zelf.
Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij Hem zijn.
Troost elkaar met deze woorden.

 

Alleluia.

Wees waakzaam,
want gij weet niet op welk uur
de Mensenzoon komt.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 1-13

Er is iets tragisch in het bestaan van de christenen: dag en uur van Christus’ wederkomst zijn niet gekend. Daarom is voor hen wijs en voorzichtig, zich onvermoeibaar op die wederkomst voor te bereiden, door de trouw aan het evangelie, de standvastigheid in het geloof en de beoefening van de naastenliefde.

Jezus vertelde zijn leerlingen deze gelijkenis:
‘Het zal met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.” Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.”
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip Hij komt.’

Van Woord naar leven

Vandaag worden we opgeroepen waakzaam te zijn; waakzaam voor de komst van de Heer.
Het waakzame bestaat erin, om de parabel te volgen, naast de lampen ook olie bij ons te hebben om de lampen brandende te houden.

Heel dikwijls, overigens zeer terecht, wordt deze parabel uitgelegd in het licht van de ‘eind-tijd’. Daar zijn heel veel overwegingen rond te vinden. Surf maar want rond op het net. Op die zogenaamde eind-tijd gaan we nu even niet in.

De komst van de Heer speelt zich namelijk ook af in ons dagelijks bestaan, in het leven van elke dag.
Vraag is dan: Wat kan deze gelijkenis ons nu leren over ons dagelijks leven ?

Wel, elke morgen staan we op – als het goed is – met de intentie de dag door te gaan de Heer lovend, zijn liefde belevend, goede werken verrichtend, enz… De intentie is als het ware de lamp die ieder bij heeft waarover sprake is in de gelijkenis. Die goede intentie geeft een zeker licht aan ons ‘zijn’, het sterkt ons doen en laten doorheen de dag. Doch kan het zijn dat deze intentie weinig inhoud heeft, en daardoor geen stand houdt. Het is een zeker verlangen dat ‘leeg’ is, niet ‘vervuld’. Het is een verlangen dat uit zichzelf vraagt gevoed te worden, en wel met de genade van de Heer.

Intentie zonder voeding is als lampen zonder voorraad olie… de dwaze meisjes.
De genade die de intentie gevoed heeft is de olie die de lampen brandend zullen houden.

Met andere woorden: we moeten ruimte en tijd scheppen opdat onze goede intenties kunnen gevuld worden met Gods genade, opdat onze intenties werkelijk vlees en bloed kunnen worden in heel ons ‘zijn’, in al ons doen en laten.

Het dagelijks morgengebed is van wezenlijk belang om ons hele ‘zijn’ te laten volstromen met Gods genade. Wie zich iedere morgen (bij licht of duisternis) geeft aan de Heer, maakt het Hem mogelijk zijn intrek te nemen in ons hart. Zijn inwoning zal ons tot gemeenschap maken in Hem. Hij zal leven door ons heen.

Laat ons waakzaam zijn: biddend, en van daaruit handelend.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Allerhoogste, Algoede God,
vervul ons hart met uw genade, opdat wij in ons leven waakzaam mogen zijn voor al die momenten dat Gij ons oproept uw Liefde te zijn. Geef dat wij mogen drinken van uw genade, opdat ons doen en laten uw leven mag zijn in ons.
Alle dagen van ons leven, in Christus naam, onze Broeder en Heer. Amen.