Lezingen van de dag – zondag 13 sept. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Johannes Chrysostomus († 407)johannes-chrysostomus6

Constantinopel, Klein-Azië; bisschop, kerkvader & kerkleraar

Johannes werd geboren te Antiochië, Syrië, in het jaar 347. Hij verloor als klein kind al zijn vader. Zijn moeder, Anthusa geheten, was christin; ze bracht hem de eerste beginselen van het geloof bij, maar liet hem niet dopen. Daar zou hij als volwassene zelf voor moeten kiezen.

Johannes kreeg een opleiding tot rhetor. Welsprekendheid was in zijn tijd misschien wel het
belangrijkste vak om verder te komen in de wereld: je moest het woord kunnen voeren. Omdat hij een hoogbegaafd spreker was, vlug van begrip en glad van de tongriem gesneden, leek er voor hem een prachtige politieke carrière weggelegd. Maar tijdens zijn studies was hij gaan ontdekken dat de christelijke geloofsleer eigenlijk de enige levensbeschouwing was die iets te vertellen had over alle facetten van het leven, inclusief de kennis van het goddelijke, de zichtbare en onzichtbare wereld, de wetenschap, de vragen rond goed en kwaad en je eigen persoon.

Hij trok zich als monnik terug in de eenzaamheid om God te zoeken en beter te leren kennen. Van daaruit werd hij in 398 tegen zijn zin door patriarch Theofilus van Alexandrië († 412) geroepen om Sint Nectarius († 397) op te volgen als patriarch van Constantinopel, destijds de hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk. In die hoedanigheid herzag hij de Griekse liturgie en besteedde hij veel aandacht aan bijbeluitleg. Hij had een grote bewondering voor Sint Paulus. Volgens zeggen zou deze hem dan ook meermalen verschenen zijn om hem te helpen bij de interpretatie van moeilijke passages in de Heilige Schrift.

In zijn preken en geschriften, waarvan er vele bewaard zijn gebleven, wist hij te zeggen waar het op stond. De zuiverheid van geloof en zeden ging hem boven alles. Hij joeg daarmee keizerin Eudoxia tegen zich in het harnas. Tot tweemaal toe wist zij gedaan te krijgen dat hij in ballingschap moest. Ongebroken ijverde Johannes voor de verbreiding van de christelijke geest: hij preekte, schreef, stuurde zendelingen naar delen van de wereld waar het christendom nog niet was doorgedrongen; hij deed wèl aan de armen; kortom hij was even geliefd bij zijn eigen mensen als gehaat bij zijn tegenstanders. Hij schreef o.a. drie boeken over seksuele onthouding: ‘Over de maagdelijkheid’, ‘Aan een jonge weduwe’ en ‘Over het éne huwelijk’; daarnaast pastorale werken als ‘Over het priesterschap’ en ‘Over ijdele roem en de opvoeding van kinderen’.
Hij stierf in 407 in ballingschap in het Armeense stadje Comana (het huidige Tokat, Noordoost-Turkije), zestig jaar oud.
Daar vond hij ook voorlopig zijn laatste rustplaats.

Dertig jaar na zijn dood hield zijn opvolger in Constantinopel, patriarch Proclus († 446), een preek, waarin hij zijn leermeester en geestelijk leidsman Johannes Chrysostomus in herinnering riep. Hij zei het te betreuren dat zijn geliefde vader in ballingschap was gestorven, vervolgd omwille van de goede zaak. Tenslotte sprak hij de wens uit zijn relieken hier in de kerk te hebben in het midden van de mensen voor wie hij zijn energie en in zekere zin ook zijn leven had gegeven. De toehoorders waren enthousiast. De oude liefde voor hun vroegere bisschop was gewekt. Ook de keizer van dat moment, Theodosius Junior, deelde in het enthousiasme.

Hij gaf opdracht om het stoffelijk overschot van Johannes in Comana op te gaan halen. De legende vertelt hoe de reliekschrijn niet van zijn plaats wilde, totdat keizer Theodosius aan de gestorven Johannes een openbare brief had geschreven, waarin hij zijn spijt betuigde over het gedrag van zijn moeder, de voormalige keizerin Eudoxia; immers zij was verantwoordelijk geweest voor Johannes’ ballingschap. In zijn brief smeekte de keizer Johannes dus terug te keren naar zijn oorspronkelijke standplaats, Constantinopel. De brief werd op de reliekschrijn gelegd, en vanaf dat moment was hij zo licht als een veertje. Ieder die de schrijn aanraakte, werd genezen van welke kwaal dan ook. De tocht van Comana naar Constantinopel werd een triomftocht. Bij aankomst in de hoofdstad herhaalde keizer Theodosius zijn bede om vergiffenis; het was alsof het zijn moeder zelf was die sprak door zijn mond: “Toen ik in dit tijdelijke bestaan verkeerde, heb ik u kwaad gedaan. Maar nu u leeft in eeuwigheid, bid ik u: kom mijn ziel te hulp. Mijn roem is vergaan, en ik ben alleen nog aangewezen op hulp van anderen. Help mij, vader, vanuit uw glorie. Help mij, voor het te laat is, en ik veroordeeld word voor de troon van Christus, de eeuwige Rechter.”
Daarop werd de schrijn de kerk ingedragen en op de bisschopszetel geplaatst. Op dat moment weerklonken deze woorden uit zijn mond: “Vrede zij met u allen!” Dit vond plaats in het jaar 438.
In 1568 werd hij door paus Pius V uitgeroepen tot kerkleraar.

Hij is patroon van predikanten, kanselredenaars en bijenkwekers (vanwege zijn welsprekendheid, die vaak met honing wordt vergeleken) en van studenten.
Hij wordt aangeroepen tegen toevallen (een herinnering aan de genezingen tijdens de overbrenging van zijn reliekschrijn).
Hij wordt afgebeeld in liturgische gewaden (hij heeft veel geschreven over de heilige liturgie), met een boek, een bijenkorf (symbool voor de honingzoete woorden die uit zijn mond kwamen), met een duif (die zou bij zijn bisschopswijding vanuit den hoge neergedaald zijn en op zijn schouder zijn gaan zitten), met een engel (die zou hem herhaaldelijk verschenen zijn om hem te troosten, met name in zijn ballingschapsperiodes om hem te troosten).
In de oosterse kerk draagt Johannes naast de eretitel ‘Chryso-stomos’ (= ‘Gulden-mond’) ook nog de titel ‘Gouden Trompet van de Orthodoxie’. Daar behoort hij met Athanasius de Grote, Basilius de Grote en Gregorius van Nazianze tot de vier grote Oosterse kerkvaders.

24e ZONDAG DOOR HET JAAR – B


Uit de profeet Jesaja 50, 5-9a

De ‘dienaar van God’ aanvaardt de beproeving omdat hij haar ziet als als een weg van bevrijding en verlossing, en omdat hij vertrouwen heeft in God.

God, de Heer, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd. Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden.
God, de Heer, zal mij helpen, daarom word ik niet gekwetst en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan. Hij die mij recht verschaft is nabij. Wie durft tegen mij een geding aan te spannen? Laten we samen voor het gerecht verschijnen.
Wie is mijn tegenstander in deze zaak? Laat hij mij tegemoet treden. God, de Heer, zal mij helpen – wie zal mij dan veroordelen?

 

Psalm 116, 1-2 + 3-4 + 5-6 + 8-9

Refr.: Ik mag wandelen in het land van de levenden.

De Heer heb ik lief,
Hij hoort mijn stem, mijn smeken,
Hij luistert naar mij,
ik roep Hem aan, mijn leven lang.VA glass bord

Banden van de dood omknelden mij,
angsten van het dodenrijk grepen mij aan,
ik voelde angst en pijn.
Toen riep ik de Naam van de Heer:
‘Heer, red toch mijn leven!’

De Heer is genadig en rechtvaardig,
onze God is een God van ontferming,
de Heer beschermt de eenvoudigen,
machteloos was ik en Hij heeft mij bevrijd.

Ja, U hebt mijn leven ontrukt aan de dood,
mijn ogen gedroogd van tranen,
mijn voeten voor struikelen behoed.
Ik mag wandelen in het land van de levenden
onder het oog van de Heer.

 

Uit de brief van Jakobus 2, 14-18

Het geloof zonder daden is dood.

Broeders en zusters,
wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden? Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekort komt, en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’ zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin? Zo is het ook met geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het dood.
Maar dan zegt iemand: ‘De een gelooft, de ander doet.’ Laat mij maar eens zien dat je kunt geloven zonder daden; ik zal u door mijn daden tonen dat ik geloof.

 

Alleluia.Taize-candles-C-700x438

Wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zegt de Heer, zal het behouden.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 8, 27-35

Petrus zag het juist: Jezus is de Messias! Maar Christus die de dubbelzinnigheid van deze titel kende, kondigt duidelijk aan welke weg Hem naar de heerlijkheid zal leiden: de weg van lijden en dood. Meer nog, de leerlingen zullen Christus moeten volgen op de weg van zijn kruis.

Jezus vertrok met zijn leerlingen naar de dorpen in de buurt van Caesarea Filippi.
Onderweg vroeg Hij aan zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat Ik ben?’
Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, en anderen zeggen Elia, en weer anderen zeggen dat U een van de profeten bent.’
Toen vroeg Hij hun: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’
Petrus antwoordde: ‘U bent de Messias.’
Hij verbood hun op strenge toon om met iemand hierover te spreken.
Hij begon hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten van het volk, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen zou worden, en dat Hij gedood zou worden, maar drie dagen later zou opstaan; Hij sprak hierover in alle openheid.
Toen nam Petrus Hem apart en begon hem fel terecht te wijzen. Maar Hij draaide zich om, keek zijn leerlingen aan en wees Petrus streng terecht met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’
Hij riep de menigte samen met de leerlingen bij zich en zei: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter Mij aan komen. Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het evangelie, zal het behouden.’

Van Woord naar leven

Wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden? Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft en elke dag eten tekort komt, en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’ zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat heeft dat voor zin? Zo is het ook met geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het dood.
Zo horen we bij Paulus vandaag.

Het is klare taal. Duidelijk. Voor iedereen verstaanbaar. Te nemen of te laten.

Wanneer geloof geen liefde tot gevolg heeft is het in wezen een dood geloof. Het kent geen gevolg. Het is als een geschenk met mooi inpakpapier maar binnenin leeg. Het baat tot niets.

Geloof zou van ons liefdevolle mensen moeten maken; mensen die in eenvoud beminnen vanuit de liefde in hen gelegd door God zelf. Die liefde is Jezus Christus. Vanuit Hem, verenigd met Hem, mogen wij beminnen. Hij met ons, wij in Hem. Oh heilige bruiloft tussen de Heer en ons.

‘Wie ben Ik volgens jullie ?’ vraagt Jezus aan de leerlingen. Hij vraagt het ook aan ons: ‘Wie ben Ik volgens u ?’
Kunnen wij met hart en ziel zeggen: ‘Gij Jezus, zijt onze bruidegom, onze vrede, onze liefde, bron en schepper van al wat goed is. Gij zijt de weg, de waarheid, het leven. Gij, onze redder, Messia’s, mensgeworden Woord. Oh Heer, mijn God en mijn al.’

Kijk naar Jezus’ kruis en leer van Hem. Geef je aan Hem.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

God, onze Vader,°
uw Zoon heeft het lijden niet ontvlucht
maar tot het einde toe doorstaan,
als een weg van Liefde voor allen.
Geef dat wij altijd onze ogen en ons hart
mogen richten op het kruis,
om dag na dag van Hem te mogen leren
wat het betekent echt lief te hebben.
Schenk ons de moed
ons niet vast te hechten aan ons eigen ik,
maar dit juist los te laten omwille van
Jezus en het evangelie,
opdat Hij zijn werk kan verder zetten;
mét ons, door ons en in ons.
Alle dagen van ons leven.
Amen.