Lezingen van de dag – zondag 14 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag
  • Mattias, apostel

Mattias Apostel, Trier, Duitsland; martelaar

Over Matthias horen we voor het eerst in de Handelingen van de Apostelen. Jezus is teruggekeerd naar de Vader in de hemel. Nu staan de leerlingen voor de opgave zijn opdracht over te nemen. Eén van hen, Judas, heeft Jezus verraden en vervolgens zelfmoord gepleegd. Het eerste wat ze doen is een opvolger voor hem aanwijzen. De kandidaten moeten aan zeer bepaalde voorwaarden voldoen. Petrus, die de leiding neemt, formuleert het als volgt: ‘”Dus moet één van de mannen die tot ons gezelschap behoorden gedurende de tijd dat de Heer onder ons verkeerde, te beginnen bij het doopsel van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd weggenomen, met ons een getuige worden van zijn verrijzenis.” Men stelde er twee voor: Josef, ook Barsabbas geheten, bijgenaamd Justus (= de rechtvaardige), en Matthias. Toen baden zij als volgt: “Gij Heer, die aller harten kent, wijs degene aan die Gij van deze twee hebt uitverkoren om de plaats te bezetten in dit dienstwerk en apostelambt, waaraan Judas ontrouw werd om heen te gaan naar zijn eigen plaats.” Toen liet men hen loten en het lot viel op Matthias. Hij werd toegevoegd aan de groep van de elf apostelen.’
[Handelingen der Apostelen 01,21-26]

Uit dit relaas mogen we dus opmaken dat Matthias van het begin af aan tot de kring van Jezus behoorde. Volgens sommigen maakte hij deel uit van de (twee-en-)zeventig die door Jezus op zijn tocht naar Jeruzalem vooruit werd gestuurd (Lukas 10,01).

Over de aanwijzing door het lot
Dat de apostelen Matthias’ keuze via het lot hebben bepaald is later herhaaldelijk onderwerp van discussie geweest. De kerkvader Dionysius (waarschijnlijk Pseudo-Dionysius de Ariopagiet: † 4e à 5e eeuw) weet te vertellen dat de keuze tenslotte op hem viel, omdat God uitdrukkelijk een zonnestraal op hem liet wijzen! Men is in de Kerk al spoedig daarna van deze methode afgestapt. Jacobus de Voragine († 1298; feest 13 juli) schrijft hierover in zijn Legenda Aurea: ‘We moeten hier opmerken dat dit voorbeeld nog niet wil zeggen dat het lot is toegestaan. Want het voorrecht van een paar mensen is nog niet meteen voorschrift. Dat zegt althans Hieronymus († 420; feest 30 september). Beda de Eerbiedwaardige († 735; feest 25 mei) meent dat het destijds nog toegestaan was om zulke hulpmiddelen te gebruiken, omdat de volle waarheid nog niet gekomen was. Immers hoewel het kruisoffer had plaats gevonden, drong het volledige heil pas door met Pinksteren. Vandaar dat ze bij Matthias’ keuze nog het lot gebruikten; op dezelfde manier werd krachtens de Wet de keuze van de hogepriester bepaald. Maar na Pinksteren was de waarheid ten volle aan het licht getreden; de zeven diakens werden dan ook niet meer middels het lot aangewezen, maar door de apostelen, via hun gebed en handoplegging.’

Matthias’ verdere leven
In de bijbel lezen we verder niets meer over de lotgevallen van Matthias. We zijn dus verder aangewezen op mondelinge overlevering en legende. Hij zou het evangelie gepredikt hebben in Judea, Ethiopië (waarmee volgens sommigen de Romeinse provincie Aethiopia Pontica bedoeld zou zijn, ten oosten van de Zwarte Zee) en tenslotte ook nog in Macedonië. Ook over zijn levenseinde zijn de bronnen niet eensluidend; de meeste gaan ervan uit dat hij op gewelddadige wijze aan zijn eind is gekomen. Maar ze verschillen soms aanzienlijk over de wijze waarop. Zie daarover de hierna volgende legendes.

Clemens van Alexandrië († vóór 215), Origenes van Alexandrië († ca 254), Eusebius van Cesarea († 339), Ambrosius van Milaan († 397) en zelfs de relatief late, bovengenoemde, Engelse monnik Beda hebben nog het Evangelie van Matthias gekend; ze noemen het in één adem met het Evangelie van Thomas. We kennen er door toedoen van Clemens slechts drie citaten van:

‘Verbaas u over al wat is, want dat is de eerste stap om de dingen achter de werkelijkheid te leren kennen.’
‘We moeten vechten met het lichaam (‘het vlees’) en het onder de duim houden, zonder uit te zijn op ongebreidelde lustbevrediging, integendeel we moeten erop uit zijn om onze ziel te doen groeien in geloof en inwendige kennis.’
‘Als de buren van een uitverkorene tot zonde vervallen, dan is de heilige zelf tot zonde vervallen. Want als de gelovige zich had gedragen zoals het Woord hem opdraagt, dan hadden de buren zo’n afschuw gekregen van hun eigen levenswijze dat hij nooit tot zonde zou zijn vervallen.’

vijfde paaszondag – A


Uit de Handelingen van de Apostelen 6, 1-7

Bekeerlingen uit het heidendom stelden de jonge christelijke gemeenschap van Jeruzalem voor een ongewone situatie. De apostelen zochten en vonden er een even ongewone oplossing voor. Zij riepen nieuwe ambten in het leven. Zoals in elke periode van de Kerk, gaf de heilige Geest de nodige inspiratie voor een passende vernieuwing.

Toen het aantal leerlingen toenam, ontstond er op een gegeven moment ontevredenheid bij de Griekstaligen, die de Arameessprekenden verweten dat de weduwen uit hun groep bij de dagelijkse ondersteuning werden achtergesteld.
Daarop riepen de twaalf apostelen de voltallige gemeenschap van leerlingen bijeen en zeiden: ‘Het is niet goed dat wij de zorg dragen voor de gemeenschappelijke maaltijden, want daardoor verwaarlozen we de verkondiging van Gods woord. Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.’
Alle leerlingen stemden met dit voorstel in. Ze kozen Stefanus, een diepgelovig man, die vervuld was van de heilige Geest, en verder ook Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. Ze lieten deze mannen plaatsnemen voor de apostelen, die een gebed uitspraken en hun daarna de handen oplegden.
Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.

 

Psalm 33, 1 + 2 + 4 + 5 + 18 + 19

Refr.: Geef ons, Heer, uw barmhartigheid.

Juich, rechtvaardigen, voor de Heer,
de oprechten moeten Hem loven.

Huldig de Heer bij de klank van de lier,
speel voor Hem op de tiensnarige harp.

Oprecht is het woord van de Heer,
alles wat Hij doet is betrouwbaar.

Hij heeft recht en gerechtigheid lief,
van de trouw van de Heer is de aarde vervuld.

Het oog van de Heer rust op wie Hem vrezen
en hopen op zijn trouw.

Hij zal hen redden in doodsgevaar,
bij hongersnood zal Hij hun leven sparen.

 

Uit de eerste brief van Petrus 2, 4-9

Ieder gebed, iedere activiteit is slechts welgevallig aan God door Jezus Christus. Hij alleen is onze einige Hogepriester. Het ganse godsvolk is ook priester. Het is geroepen zijn bestaan aan de Heer te wijden en het evangelie aan de wereld te verkondigen.

Dierbaren,
voeg u bij de Heer, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn.
In de Schrift staat immers: ‘In Sion leg Ik een hoeksteen die Ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt, komt niet bedrogen uit.’
Kostbaar is Hij voor u, die erop vertrouwen. Voor wie er niet op vertrouwen, geldt echter: ‘De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden.’ En: ‘Het is een steen waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot.’ Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd.
Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.

 

Alleluia.

Ik ben de weg, de waarheid en het leven,
zegt de Heer.
Niemand komt tot de Vader tenzij door mij.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 1-12

Christus is de enige manier om tot de Vader te komen (Hij is de weg). Want Hij is de volle openbaring van de Vader (Hij is de waarheid). Hij is ook de bron die ons kracht geeft om de wil van de Vader te volbrengen (Hij is het leven). Wanneer wij de ietwat naïeve vraag van Filippus tot de onze maken: ‘Toon ons de Vader’, dan moeten wij ons ook het antwoord van Jezus hierop herinneren: ‘Wie mij ziet, ziet de Vader’.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. Jullie kennen de weg naar waar Ik heen ga.’
Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’
Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem zelf gezien.’
Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’
Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als Ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. Geloof me: Ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat Hij doet. Waarachtig, Ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik, en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen sj

Wij ervaren allen wel dat wij in het leven onderweg zijn. Maar velen weten eigenlijk niet goed waarheen de tocht gaat. Nu is het eigenlijk toch wel belangrijk enig idee te hebben over ons einddoel. Want dat bepaalt voor een groot deel welke middelen wij onderweg gebruiken, welke prioriteiten wij dagelijks kiezen en wat wij proberen te vermijden.

Velen menen dat de dood het eindpunt is. Het is dan ook begrijpelijk dat mensen, die ervan overtuigd zijn dat zij in de dood totaal vernietigd worden, eigenlijk heel hun leven nogal verontrust blijven en in een soort angst verkeren. Al hun initiatieven worden immers gefnuikt door hun innerlijke wanhoop. “Wat heeft het voor zin zich voor iets of iemand in te zetten, als wij toch verdwijnen in het niets?”

Gelovigen zien de dood niet als een eindpunt, wel als een doorgang naar verder. Het christendom biedt ons, als geen andere godsdienst, een duidelijk beeld van ons einddoel. Jezus leerde ons namelijk dat Hij en wij een beminnende Vader hebben die ons opwacht. Christenen zien het leven dan ook als een thuiskomen bij de liefdevolle Vader. Die overtuiging leert ons wat onze belangrijkste opdracht is voor onderweg: ons laten leiden door Jezus’ Liefde die ons voortdrijft. Dat zal dus betekenen: belangeloos liefhebben zoals Hij.

De dood wordt daarbij niet verdoezeld. De dood is echter geen eindpunt, maar een doortocht. Niet de dood, maar de Vader is het einddoel. Dat is ons geloof.

“Heer, toon ons nu toch eens de Vader!” Die vraag van Filippus verwoordt een verlangen dat soms ook in ons hart leeft. Want eigenlijk zouden wij nu reeds God wel eens willen zien. Wij zouden graag hebben dat de hemel even open ging, al was het maar één ogenblik, zodat wij kunnen zien dat God er werkelijk is, in al zijn glorie. Dat zou ons overtuigen, denken wij.

Wat is ons geloof soms nog kinderlijk. Onze God is geen God die wil bewijzen dat Hij bestaat door ons zijn machtige majesteit te tonen, geen God die ons wil verbluffen, op de knieën dwingen of tot aanbidding neerduwen. Onze God is de Vader van Jezus, dwz. de Liefde die ons van binnenuit uitnodigt, niet dwingt, maar blijft uitnodigen tot wederliefde.

Om het juiste beeld van God te ontdekken moeten wij dus niet op de uitkijk gaan staan om een glinstering van zijn majesteit te zien, maar gaan wij best telkens opnieuw kijken naar Jezus. “Wie mij ziet, ziet de Vader, Filippus!” Het is door lang naar Jezus te kijken, door zijn manier van leven te overwegen, door het evangelie te lezen en te herlezen om te doorgronden welke zijn prioriteiten zijn en waar zijn hart naar uit gaat, dat wij stilaan zullen ontdekken hoe ons einddoel God er eigenlijk uit ziet: belangeloze Liefde, zoals een vader en een moeder doen voor hun kinderen. Zulke Liefde – zichzelf-gevende Liefde – zoals Jezus het ons voordeed, dat is onze Weg naar het echte Leven.

Waar kunnen wij dan nú reeds iets merken van die Vader die Liefde is? De plaats waar de verrezen Jezus nu zichtbaar en tastbaar wordt beleefd is de kleine kring van gelovige broeders en zusters, de groeiende kerkgemeenschap, die meer en meer gaan leven vanuit zijn Geest. Wijzelf zijn die kleine kring gelovigen die telkens nieuwe bezieling vinden rond de tafel van de Heer. Wijzelf zijn dus voor onze wereld van vandaag het zichtbare beeld van de liefdevolle God. Onze eensgezindheid, onze mededeelzaamheid en naastenliefde, onze solidariteit en aandacht voor de uitgestotenen, dat zijn de tastbare tekens van de Liefde in onze wereld van vandaag. De Vader heeft geen andere handen dan onze handen, geen ander hart dan ons hart om de wereld vandaag te tonen dat Hij belangeloze Liefde is.

Wat een verantwoordelijkheid voor ons! Bij die opdracht voelen wij ons zwak, onmachtig, beperkt. Wij kunnen niet anders dan ons regelmatig bekeren tot de bron van ons geloof, om ons inzicht te laten groeien en onze liefde concreter te maken.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
Gij die mijn weg zijt, mijn waarheid mijn leven, Gij die het levend hart zijt van mijn bestaan, Gij die de ziel zijt van mijn handelen, Gij die de bron zijt van mijn liefde, in uw naam wil ik leven, bidden en zingen, met U wil ik liefhebben, vergeven, verzoening brengen, in U wil ik beeld worden van onze hemelse Vader.
Oh Jezus, trek ons in de brand van uw liefde en maak ons innig één met U.
Amen amen amen.