Lezingen van de dag – zondag 15 april 2018


Heilige (of feest) van de dag

Crescens van Myra († ca 400)

Crescens van Myra, Lycia, Klein-Azië; martelaar

Hij was een eerzaam burger van de stad Myra. Toen er vervolgingen uitbraken en er steeds meer slachtoffers onder de christenen begonnen te vallen, begaf hij zich naar de stadsbestuurders om hun onder de aandacht te brengen dat dit alles goddeloos was; en dat ze beter konden geloven in de ware God, de Schepper van hemel en aarde. Zij hadden in het geheel geen eerbied voor zijn ouderdom noch voor zijn eerbiedwaardige staat van dienst. De stadsbestuurders lieten hem arresteren en folteren. Toen hij niet tot andere gedachten gebracht bleek te kunnen worden, werd hij door hen levend verbrand.

3e paaszondag – B


Uit de Handelingen van de Apostelen 3, 13-15 + 17-19

Uit onwetendheid eisten, en eisen ook nu nog, sommige mensen de dood van de heilige en de rechtvaardige. Ze hebben het licht van de Schrift nodig, het woord van de profeten en de bekering van het hart om te begrijpen dat God de heerlijkheid schenkt aan zijn Dienaar.

In die dagen zei Petrus tot het volk:
‘De God van Abraham, Isaäk en Jakob, de God van onze vaderen heeft zijn dienaar Jezus verheerlijkt, die u hebt overgeleverd en voor Pilatus verloochend ofschoon deze geoordeeld had Hem in vrijheid te moeten stellen. U hebt de Heilige en Rechtvaardige verstoten en geëist dat aan een moordenaar gratie verleend zou worden. Hem die de weg naar het leven wijst hebt u gedood, maar God heeft Hem uit de dood doen opstaan, en daarvan getuigen wij.
Volksgenoten, ik weet dat u uit onwetendheid hebt gehandeld, evenals uw leiders. Zo heeft God echter in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten had aangekondigd: dat zijn messias zou lijden en sterven.
Wend u af van uw huidige leven en keer terug tot God om vergeving te krijgen voor uw zonden.’

 

Psalm 4, 2 + 3-4 + 7-8

R.: Heer, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.

Antwoord mij als ik roep,
God die mij recht doet.
Geef mij ruimte als ik belaagd word,
wees genadig, hoor mijn gebed.

Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande,
is de schijn u lief, de leugen uw leidraad?
De Heer schenkt zijn gunst aan wie Hem trouw is,
de Heer luistert als ik tot Hem roep.

Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’
Heer, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.
In U vindt mijn hart meer vreugde
dan zij in hun koren en wijn.

 

Uit de eerste brief van Johannes 2, 1-5

God nodigt ons uit zijn geboden te onderhouden om de zonde te vermijden. Maar wanneer wij zondigen , spreekt Jezus voor ons ten beste en behoedt ons voor wanhoop.

Kinderen, ik schrijf u opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in Hem zijn.

 

Alleluia.

De Heer is waarlijk opgestaan !

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 24, 35-48

De Verrezene houdt eraan te eten voor het oog van zijn leerlingen. Zij durven er niet in te geloven. Zijn verrijzenis betreft zowel het lichaam als de ziel. Wat een hoop wekt dit niet voor heel de mens, voor alle mensen en het heelal. Als getuigen van deze overweldigende ontmoeting en open voor het verstaan van de Schriften, zullen de apostelen er de vurige bedienaars van worden voor heel de wereld.

De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.
Terwijl ze nog aan het vertellen waren, kwam Jezus zelf in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie.’ Verbijsterd en door angst overmand, meenden ze een geestverschijning te zien. Maar Hij zei tegen hen: ‘Waarom zijn jullie zo ontzet en waarom zijn jullie ten prooi aan twijfel? Kijk naar mijn handen en voeten, Ik ben het zelf! Raak me aan en kijk goed, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals jullie zien dat Ik heb.’
Daarna toonde Hij hun zijn handen en zijn voeten.
Omdat ze het van vreugde nog niet konden geloven en stomverbaasd waren, vroeg Hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ Ze gaven Hem een stuk geroosterde vis. Hij nam het aan en at het voor hun ogen op.
Hij zei tegen hen: ‘Toen Ik nog bij jullie was, heb Ik tegen jullie gezegd dat alles wat in de Wet van Mozes, bij de Profeten en in de Psalmen over mij geschreven staat in vervulling moest gaan.’
Daarop maakte Hij hun verstand ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften. Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat Hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem.’

Van Woord naar leven

In de tweede lezing lezen we vandaag uit de eerste brief van Johannes: ‘Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in Hem zijn.’

Met andere woorden: als we beweren als gelovigen door het leven te gaan terwijl we onze naaste (dichtbij en/of ver weg) niet beminnen, leven we in de leugen. Als we als gelovigen wel beminnen leven we in de waarheid en doen we God alle eer aan.
Dat is wit-zwart gesteld, maar soms is het goed om het zo te stellen omdat het duidelijk maakt waarover het gaat in het leven.

De realiteit leert ons echter dat wij in het dagelijks leven ergens hangen tussen de leugen en de waarheid, tussen het niet en het wel beminnen. Waarheid is dat we niet altijd iedereen graag zien en dat onze liefde voor de ene soms sterker is dan voor de andere.
Da’s menselijk, zou je kunnen stellen. En gelijk heb je. Het is iets van alle tijden en van alle mensen, dus ook van ons.

En toch … we zijn geroepen om iedereen graag te zien. Lukt ons dat niet, dan ligt de oorzaak niet bij Hem die roept, ook niet in de veeleisendheid van de roep, maar bij hem die de roep zou moeten beantwoorden: bij ons dus.

De reden waarom we er niet in slagen kan van velerlei aard zijn.
En argumenten zoeken om ons eigen gedrag te rechtvaardigen valt ons gewoonlijk niet moeilijk.
En zonder dat we het goed en wel beseffen ankeren we ons vast aan de leugen.

God weet dat. Eén van de redenen dat Hij in Jezus naar ons toe is gekomen (en komt) zit ‘m hierin dat Hij weet dat we het niet alleen kunnen klaarspelen. We hebben Hem nodig. God ‘weet’ dat meer dan dat wij dat zelf weten. Op velerlei manieren heeft God doorheen Jezus verteld aan de mensen dat Hij onze onbekwaamheid tot liefhebben komt vervullen met zichzelf juist om ons bekwaam te maken in het beminnen: Hij met ons, wij vanuit Hem.

Iedereen beminnen is wel degelijk mogelijk. Maar we hebben Jezus nodig. En het goede nieuws is dat Hij altijd bij ons is en ons de genade verleent ons te verenigen met Hem opdat Gods liefde werkelijkheid kan worden in ons leven.

Laten we ons losweken uit de leugen door ons vast te ankeren aan Jezus.

Blijde boodschap !!

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
bevrijd ons van de leugen
en help ons in waarheid te beminnen:
vanuit U, door U, in U.
Alle dagen van ons leven.
Amen.