Lezingen van de dag – zondag 15 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Arnold Jansen († 1909)

Arnold Janssen, Steyl, Limburg, Nederland; stichter

Arnold Janssen werd op 5 november1837 geboren te Goch aan de Rijn als zoon van een gewone transportondernemer. Hij werd piester in het bisdom Münster. Hij was gegrepen door het ideaal van de missie. In deze lijkt hij op zijn Franse tijdgenote Theresia van Lisieux: hoewel zij hun eigen land nooit verlaten hebben, leefde hun hart in verre landen overzee. Daar lag dan ook precies de roeping van Pater Arnold Janssen. In 1875 richtte hij in het Limburgse plaatsje Steyl een missiehuis op dat ten doel had religieuzen te vormen voor de missie: de Sociëteit van het Goddelijk Woord (afgekort: SVD), meestal eenvoudig aangeduid met Missionarissen van Steyl. Vier jaar later vertrokken de eerste twee missionarissen naar China.
Naast deze mannencongregatie richtte hij ook twee vrouwencongregaties op: in 1889, met de hulp van Josepha Stenmanns († 1903; feest 20 mei), de Dienaressen van de Heilige Geest voor actief missiewerk en in 1896, geholpen door Maria Stollenwerk († 1900; feest 3 februari) een gelijknamige congregatie van eeuwigdurende aanbidding ter ondersteuning van het missiewerk. In de loop van die jaren gingen er mannen en vrouwen naar Argentinië, Togo, Brazilië, Nieuw-Guinea, Chili en Noord-Amerika. Hoewel hij zelf nooit één van die landen met eigen ogen heeft gezien, probeerde hij er door studie zo’n goed mogelijk beeld van te krijgen; met des te meer energie kon hij zo zijn studenten voor hun toekomstige werk toerusten en enthousiast maken zonder de realiteit uit het oog te verliezen.

Bij zijn dood waren er ruim 5000 Missionarissen van Steyl over de wereld verspreid aan het werk. Zij hebben daar mede het geloof uitgezaaid, dat nu is opgebloeid in talloze plaatselijke kerken.
Op wereldmissiedag 1975, honderd jaar na de opening van het eerste missiehuis in Steyl, werd Pater Janssen door Paus Paulus VI († 1978) officieel zalig verklaard.

2e zondag door het jaar – A


Uit de profeet Jesaja 49, 3 + 5-6

De ware Dienaar, die God heeft uitgekozen, zal geen politieke zending hebben: het koninkrijk Israël herstellen. Zijn zending zal profetisch zijn: het hart bekeren van de kleine rest van het volk. Het Rijk der gerechtigheid, dat zo begint, zal er zijn voor iedereen.

De Heer heeft me gezegd: ‘Mijn dienaar ben jij. In jou, Israël, toon Ik mijn luister.’
Toen sprak de Heer, die mij al in de moederschoot gevormd heeft tot zijn dienaar om Jakob naar Hem terug te brengen, om Israël rond Hem te verzamelen; dat ik aanzien zou genieten bij de Heer en dat mijn God mijn sterkte zou zijn. Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die Ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.’

 

Psalm 40, 2 + 4 + 7-10

Refr.: Zie ik kom, Heer, om uw wil te doen.

Vol verlangen heb ik op de Heer gewacht
en Hij boog zich naar mij toe,
Hij heeft mijn roep om hulp gehoord.

Hij gaf mij een nieuw lied in de mond,
een lofzang voor onze God.
Mogen velen het zien vol ontzag
en vertrouwen op de Heer.

Offers en gaven verlangt U niet,
brand– en reinigingsoffers vraagt U niet.
Nee, U hebt mijn oren voor u geopend.

Nu kan ik zeggen: ‘Hier ben ik,
over mij is in de boekrol geschreven.’
Uw wil te doen, mijn God, verlang ik,
diep in mij koester ik uw wet.

Wanneer het volk bijeen is,
spreek ik over uw rechtvaardigheid,
ik houd mijn lippen niet gesloten,
U weet het, Heer.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 1, 1-3

In de komende zondagen lezen wij uit de brief van Paulus aan de christenen van Korinte. Deze gemeenschap heeft Paulus zelf gesticht. In het begin van zijn brief wijst Paulus, als uitverkoren getuige van de Heer, de Korintiërs erop dat zij geroepen zijn tot heiligheid.

Van Paulus, apostel van Christus Jezus, geroepen door de wil van God, en van onze broeder Sostenes. Aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn, en aan allen die de Naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, waar dan ook, bij hen en bij ons. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.

 

Alleluia.

Gezegend zijt Gij, Vader van hemel en aarde,
omdat Gij de geheimen van het koninkrijk
aan kinderen geopenbaard hebt.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 1, 29-34

Toen Johannes Jezus aanwees als het Lam Gods, erkende hij Hem als de lijdende Dienaar. De nederdaling van de Geest is voor de Doper het beslissende teken van Jezus’ messiaanse zending. Als uitverkorene van God en Zoon van de Vader zet Jezus de tijd in van de vergeving der zonden.

Johannes de Doper zag Jezus naar zich toe komen en zei: ‘Daar is het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. Hij is het over wie ik zei: “Na mij komt iemand die meer is dan ik, want Hij was er vóór mij.” Ook ik wist niet wie Hij was, maar ik kwam met water dopen opdat Hij aan Israël geopenbaard zou worden.’
En Johannes getuigde: ‘Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen, en Hij bleef op Hem rusten. Nog wist ik niet wie Hij was, maar Hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: “Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.” En dat heb ik gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van God is.’

Van Woord naar leven

De overweging is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Wat bedoelt Johannes wanneer hij ons, bij het begin van zijn evangelie, Jezus voorstelt als “het Lam Gods”?
Het beeld van het lam werd door de profeet Jesaja gebruikt om de “Dienaar van Jahweh” te typeren. Over Hem staat er geschreven: “Zoals een lam ter slachtbank geleid, heeft Hij de zonden van allen op zich genomen.” Het lam is dus het symbool van de weerloosheid en de zelfopoffering. Jezus aanduiden als het Lam Gods betekent, Hem voorstellen, niet als een Messias met uiterlijke macht en overheersing, maar als de zichzelf-gevende en zichzelf-offerende Dienaar van God, die juist door de methode van de weerloosheid te kiezen het best Gods Liefde vertolkt. Het lam herinnert er ons aan dat echte liefde zichzelf-gevende, anderen-dienende liefde is. Dit is Johannes’ interpretatie van de Jezus-figuur. De evangelist wil dat wij met dit beeld in het achterhoofd het evangelie verder lezen. Hij wil Jezus tekenen als diegene die zich nooit bóven, maar steeds ónder de anderen wilde stellen, als de dienaar, die zichzelf steeds wegschonk zelfs tot het uiterste toe, ook op het kruis.

Als deze weg van de zelfopoffering dan schijnbaar een mislukking wordt, wanneer Jezus miskend, verraden, bespot en gemarteld wordt maar toch ook dan nog liefdevol blijft, dan getuigt Johannes dat deze dienende liefde de meest echte, de sterkste liefde is. Hij zegt dat wij door de zelfgave van dit Lam “Gods leven” ontvangen, en dat betekent: gered worden van hetgeen ons het meest verminkt, onze zondige zelfzucht.

De visie van Johannes en zijn boodschap voor ons is dat elke onvrede in ons mensenhart wordt veroorzaakt door een te grote zelfgerichtheid, door de keuze onszelf boven en vóór de anderen te plaatsen en door onze weigering eerst voor de anderen bezorgd te zijn; en dat de enige redding van onze diepe onvrede er juist in bestaat, onszelf méér te geven, ondanks de schijnbare machteloosheid van het ogenblik, nog méér te dienen en juist dan toch nog eerst aan de anderen te denken. Onszelf achteruit stellen en anderen laten voorgaan – de opofferende liefde dus zoals van het Lam – dat is de enige, echte liefde die redding en leven brengt.

Het christendom is geen gemakkelijke boodschap, zeker niet voor onze tijd. Wij horen heden ten dage immers dikwijls juist het tegenovergestelde verdedigen: “Je moet opkomen voor jezelf! Je moet eerst voor jezelf zorgen en zien dat je van niemand afhankelijk bent!” Voor een deel heeft de moderne mens natuurlijk gelijk. Toch maar voor een deel. Opkomen voor onszelf, zeker, maar wel op voorwaarde dat dit niet moet gebeuren ten koste van de anderen, en dan vooral niet van de zwakkeren! Onafhankelijk zijn, ja, op voorwaarde dat wij daarbij de anderen, en dan vooral de zwakkeren, niet aan hun lot overlaten. Die “overdreven” prioriteit van onze autonomie, die ons heden ten dage als ideaal wordt voorgehouden, zou wel eens juist de zonde van onze tijd kunnen zijn. Het verlangen naar vrijheid en onafhankelijkheid, dat heel rechtmatig is, kan inderdaad omslaan in zelfzucht. En dan groeit vrij vlug de malaise, de onvrede – in Bijbelse termen: de zondigheid – in het mensenhart.

Wie of wat kan toch deze zondige zelfzucht wegnemen? De liturgie van vandaag antwoordt duidelijk: “Het is het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt”. Onze enige redding is het navolgen van Jezus’ zichzelf-offerende Liefde. Wij mogen opkomen voor onszelf, maar dan alleen om daardoor uiteindelijk anderen beter te kunnen dienen.

Niet iedereen gelooft in die weg. En onze eigen concrete levenswijze bewijst regelmatig dat ook wij er nog niet helemaal van overtuigd zijn.

Maar op dramatische momenten komen onze beste krachten naar boven en ontstaat er een solidariteit met mensen in nood. De zichzelf-gevende en anderen-dienende liefde is sterker is dan een vernietigende tsunami, dan een dodelijke gasontploffing, dan een ellendige watersnood of dan een door kindermisbruik getekende kerk. Waar de eigen zelfzucht wordt achteruitgesteld groeit het leven zoals God het van Zijn dienaren droomt.

Vandaag willen wij heel speciaal opkijken naar het “Lam Gods dat wegneemt de zonde der wereld”, de dienende en dus echte Liefde. Als wij in aanbidding durven opkijken naar dat Lam Gods, dan kan een stil gesprek ontstaan: “Heer, Gij, de uzelf-gevende Liefde, wat hebt Gij tot nu toe al voor mij gedaan? Wat doet Gij vandaag voor mij? En wat wil ik vandaag voor U doen?”

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

God, onze Vader,
in uw Zoon, Jezus Christus,
hebt Gij ons allen uitverkoren
en met uw heilige Geest gedoopt.
Vernieuw in ons en in geheel uw Kerk
de geest van dienstbaarheid
die wij in Jezus, uw Dienaar,
hebben leren kennen.
Maak ons tot een licht voor allen,
opdat het heil tot de grenzen
der aarde mag gaan.
In Christus’ naam,
amen.