Lezingen van de dag – zondag 15 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Bonaventura van Albano († 1274)

Bonaventura (eigenlijk Johannes Fidanza) van Albano (ook van Lyon) ofm., Italië; bisschop & kerkleraar

Hij werd in 1217 te Bagnoregio bij Orvieto, Italië, als Johannes Fidanza geboren. Op vierjarige leeftijd werd hij door Franciscus van Assisi († 1226; feest 4 oktober) op wonderbare wijze genezen van een ziekte. De heilige had uitgeroepen: “O buona ventura!” (= “Wat een gelukkige gebeurtenis!”). Sindsdien droeg hij die uitroep als bijnaam.

Op zijn twintigste trad hij in bij de franciscanen en deed zijn studies aan de universiteit van Parijs. Vanaf 1253 fungeerde hijzelf als docent theologie; één van zijn collega’s was de beroemde dominicaner theoloog Thomas van Aquino († 1274; feest 28 januari). In 1257 werd hij niet alleen hoofddocent aan de faculteit, maar practisch tezelfdertijd werd hij benoemd tot 36e generale overste van zijn orde. In zijn tijd waren de ongeveer 30.000 franciscanen diepgaand verdeeld over de te volgen koers van de orde. Het ene gedeelte wilde een strenge, contemplatieve levenswijze naar het voorbeeld van de benedictijnen; het andere zag het liefst dat men zo letterlijk mogelijk de regel van Vader Faranciscus volgde. Bonaventura vond een middenweg tussen een godverbonden gemeenschappelijk gebedsleven en de apostolische ijver naar de mensen toe. Door zijn hervormingen van de franciscanenorde wordt hij soms de tweede stichter van de orde genoemd.

Een benoeming tot aartsbisschop van York wees hij af, maar paus Gregorius X († 1276; feest 10 januari) wees hem in 1273 aan als kardinaal-bisschop van Albano. Hij overleed tijdens het mede door hem voorbereide concilie van Lyon (1274), en werd begraven in de huidige St-Bonaventurekerk in die stad. Zijn lijfspreuk was ‘solo Deo honor et gloria’ (alleen aan God komt eer en glorie toe).

Hij werd in 1482 door paus Sixtus IV († 1484) heilig verklaard. Paus Sixtus V († 1590) riep hem uit tot ‘serafijns (= engelachtige) kerkleraar’ naar het voorbeeld van zijn collega in de scholastieke theologie, Thomas van Aquino, die sinds 1567 was uitgeroepen tot ‘doctor angelicus’ (= ‘engelachtige leraar’).

Hij is patroon van de franciscanen; daarnaast van theologen, zijdefabrikanten, arbeiders en in het bijzonder van sjouwers, en tenslotte van kinderen.

Hij wordt afgebeeld in de grijze of bruine pij van de franciscanen; als bisschop (tabberd, staf en mijter) of kardinaal (met breedgerande rode kardinaalshoed); met kruis en/of boek.

15e zondag door het jaar – B


Uit het profeet Amos 7, 12-15

Het tafereel speelt zich af in het heiligdom van Samaria. Aan de ene kant hebben wij een priester, Samaritaan, beambte van de officiële godsdienst; aan de andere kant een profeet, een vreemdeling, die het formalisme van de godsdienstige praktijken aanklaagt. Deze profeet wordt uitgenodigd elders te gaan profeteren. Maar hij geeft geen gehoor aan dit bevel, want het komt niet van God.

In die tijd zei Amasja – de priester van Bethel – tot Amos: ‘Ziener, verdwijn! Ga naar Juda en verdien daar je brood, ga daar maar profeteren. Hier in Betel mag je niet langer profeteren, want dit is het heiligdom van de koning, de tempel van het koninkrijk.’
Maar Amos antwoordde Amasja: ‘Ik ben helemaal geen profeet, en ook geen profetenleerling. Ik ben veeboer en vijgenteler. Maar de Heer heeft me van achter mijn schapen vandaan gehaald, en het is de Heer die tegen me heeft gezegd: “Ga naar mijn volk Israël en profeteer daar.” ‘

 

Psalm 85, 9-14

Refr.: Het is de Heer die al het goede geeft.

Ik wil horen wat God ons zegt.
De Heer spreekt woorden van vrede
tegen zijn volk, zijn getrouwen.
Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij:
zijn glorie komt wonen in ons land,
trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus,
uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.
Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.

 

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 1, 3-14

Paulus ziet Christus als het Hoofd van heel Gods scheping. In Hem wordt niet alleen aan Joden, maar aan alle bewoners van de aarde, ook aan heidenen en zondaars, de mogelijkheid geboden om kinderen van God te worden.

Broeders en zusters,
gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor Hem heilig en zuiver te zijn, en Hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon.
In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus.
In Hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.
In Hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in Hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is als voorschot op onze erfenis, opdat allen die Hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid.

 

Alleluia.

Zo spreekt de Heer:
Ga en verkondig het Goede Nieuws
aan de hele schepping.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 7-13

Jezus zond de twaalf leerlingen twee aan twee naar de mensen in de wereld. Zij vervulden hun opdracht zonder extra hulpmiddelen; ze waren alleen maar toegerust met Gods kracht om de geest van het kwaad te overmeesteren.

Jezus riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok. Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei Hij, ‘trek geen extra kleren aan.’
En ook zei Hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je verder reist. Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.’
Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen.

Van Woord naar leven

Jezus riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok. Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar,’ zei Hij, ‘trek geen extra kleren aan.’
Zo lezen we vandaag in het evangelie.

Niets meenemen voor onderweg …
Hoeveel ballast sleuren wij soms wel mee in onze navolging van de Heer, wat ons belet vrij te zijn, blij, dankbaar, enthousiast, gericht naar waar het om gaat. Nee, we moeten leren arm zijn in onze navolging van de Heer. Zowel op spiritueel vlak alsook op vlak van de materie.

We zijn allen kinderen van onze tijd, lees: kinderen van het hebben. Dat is ons zo geleerd, én we voelen er ons goed bij. Een eigen huis, graag ook een auto, en een flink potje spaargeld … dan zijn we goed bezig, en mama en papa zouden fier zijn op ons.
Terwijl het evangelie vraagt ons brood te delen met de armen, en niets van wat van ons is onze eigendom te noemen. Meer dan kinderen van het hebben zouden we kinderen van het zijn moeten zijn; kinderen van de Heer, Hem navolgend, aan niets gebonden, delend met hen die minder hebben.

Onze Kerk, zo denk ik, moet (terug) een gemeenschap worden waar gedeeld wordt met elkaar en met de armen; vééééél meer dan we tot nu toe doen. Zoals in haar eerste dagen … lees het na in de Handelingen.

We horen dat niet graag, het komt lastig over. En toch is dat evangelie.
Niet ?

Natuurlijk gaat het ook om spirituele armoede, om alles loslaten wat een belemmering vormt de Heer te kunnen navolgen: al ons duistere kantjes, onze ego-trekjes, onze zonden (kleine en grote), om vrij en beschikbaar de Heer te kunnen navolgen.

Dit laatste is zo belangrijk. Maar niet genoeg … jammer misschien.
Denk aan de rijke jongeling. Hij was een prachtige mens, diep gelovig, hij gaf zijn leven voor God en medemens. Maar toen Jezus hem vroeg zijn bezittingen te verkopen om het geld te delen met de armen ging hij bedroefd heen.

We moeten ons als Kerk diep bezinnen over onze bezittingen. Laten we verliefd worden, zoals Franciscus van Assisi, op Vrouwe Armoede. Wat zouden we als geloofsgemeenschap, mét onze priesters, weer vrij worden, zoals in de eerste dagen, vol vuur en vlam, aan de kant van de armen, in de armen van de Heer.

Waarom zijn we zo koppig ?

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heilige Geest,
beziel de Kerk, beziel ieders hart, beziel onze keuzen. Mogen we de moed en de liefde hebben om arm en vrij navolgers te worden van de Heer.
Groeiend in Hem.
Amen.