Lezingen van de dag – zondag 17 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Raniero Scacceri († 1160)

Raniero Scacceri, Pisa, Italië; pelgrim & kluizenaar

Raniero Scacceri was afkomstig uit Pisa. Hij reisde rond als troubadour en liedjeszanger waarbij hij zichzelf op de violine begeleidde. Zelf zegt hij van die periode in zijn leven dat hij elke gelegenheid tot zonde steeds met beide handen aangreep… Eens kwam hij een vrome kluizenaar tegen die zijn leven in de eenzaamheid aan God toewijdde. Onverhoeds zei hij tegen hem: “Pater, doe voor mij een gebedje, want ik ben lang zo gelukkig niet als ik er van buiten uitzie.” Dat gebed veranderde zijn leven. Want hij kwam er door tot inkeer; hing zijn instrument aan de wilgen en beweende zijn zonden zo intens dat hij er nagenoeg blind van werd.

Nu werd hij marskramer. Hij wilde iets verdienen om een pelgrimstocht naar het Heilige Land te kunnen maken. Maar toen hij op een dag in zijn beurs tastte, kwam daar een stank vandaan, zo afgrijselijk als alleen de duivel zelf kan veroorzaken. Dat was het moment waarop hij zich voornam nooit meer een vinger naar geld uit te steken. Nu leefde hij alleen nog van aalmoezen en giften. Op de boot die hem naar Jezus’ geboorteland bracht nam hij plaats tussen de roeiers. Alles deed hij met hen samen: roeien, eten, bidden en grappen maken. Hij wist de arme drommels onderweg zo te vermaken dat ze er waren voor ze er erg in hadden.

Na terugkomst trad hij als oblaat in bij de benedictijnen van het St-Andreasklooster te Pisa. Oblaat wil zeggen dat iemand binnen de kloostermuren woont en de levenswijze van de monniken deelt, echter zonder zich geheel aan het klooster te verbinden. Daartoe achtte hij zich in alle eenvoud niet waardig genoeg; hij vond van zichzelf dat hij er niet echt bij hoorde. Later verhuisde hij in dezelfde stad naar het Sint-Vitusconvent. Hij mocht van zichzelf geen hoge dunk hebben, voor de mensen van de stad was hij van onschatbare waarde. Liep hij over straat, dan wisselde hij een vriendelijk woord met ze; speelde soms even met de kinderen en maakte grapjes. Wie in nood zat wist hem te vinden: hij luisterde in alle ernst, leefde mee en stond bekend om de goede raad die hij wist te geven. Men zegt van hem dat hij in staat was bepaalde ziekten te genezen: waarschijnlijk ziekten die te maken hadden met zwaarmoedigheid. Waar hij kwam, begon de zon te schijnen en sloeg de geest van pessimisme en wanhoop op de vlucht. Hij stierf in 1160. Bij wijze van eerbetoon droegen de stadsbestuurders hem ten grave.

In 1591 werd zijn gebeente opgegraven en plechtig bijgezet in een nieuwe vleugel van de kathedraal van Pisa.

Hij is patroon van de stad Pisa; daarnaast van de kluizenaars en van reizigers.

11e zondag door het jaar – B


Uit de profeet Ezechiël 17, 22-24

Zoals een kleine twijg van een grote ceder oprijst, zo zal God een nieuw volk doen opstaan uit de kleine rest van Israël.

Dit zegt God, de Heer: ‘Ikzelf zal uit de top van de hoge ceder, tussen de bovenste takken, een teer twijgje wegplukken, en dat zal Ik planten op een hoge en verheven berg. Op de hoogste berg van Israël zal Ik het planten, het zal takken dragen en vruchten voortbrengen, en een prachtige ceder worden.
In die boom, in de schaduw van zijn takken, zullen vogels wonen, alle soorten vogels die er zijn. En alle bomen in het veld zullen beseffen dat Ik, de Heer, het ben die een hoge boom velt en een kleine boom doet groeien, die een gezonde boom laat verdorren en een verdorde boom weer laat bloeien.
Wat Ik, de Heer, gezegd heb, zal Ik doen.”’

 

Psalm 92, 2 + 3 + 13 + 14 + 15 + 16

Refr.: Het is goed de Heer te loven.

Het is goed de Heer te loven,
uw Naam te bezingen, Allerhoogste,
in de morgen te getuigen van uw liefde
en in de nacht van uw trouw.

De rechtvaardigen groeien op als een palm,
als een ceder van de Libanon rijzen zij omhoog.
Ze staan geplant in het huis van de Heer,
in de voorhoven van onze God groeien zij op.

Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn
en blijven krachtig en fris.
Zo getuigen zij dat de Heer recht doet,
mijn rots, in wie geen onrecht is.

 

Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 5, 6-10

Het christelijk leven is nu reeds deelname aan het leven van Christus, maar het brengt nog niet de volledige eenheid met Hem tot stand. Iedere gelovige beleeft deze onvolkomenheid in zichzelf. In afwachting dat hij Christus ten volle zal aanschouwen, is het de bedoeling dat hij alles in het werk stelt om te doen wat God wilt.

Broeders en zusters, wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen.
We leven in vertrouwen op God; wat komen gaat is nog niet zichtbaar. We blijven vol goede moed, ook al zouden we ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen.
Daarom ook stellen wij er een eer in te doen wat God wil, zowel in dit bestaan als in ons bestaan bij Hem.
Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven heeft gedaan, of het nu goed is of slecht.

 

Alleluia.

Gezegend de Koning die komt,
in de naam van de Heer.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 4, 26-34

Twee parabels, een dubbele boodschap. Ondanks Gods schijnbaar nietsdoen, is Hij toch voortdurend werkzaam. Zijn woord roept op ons zonder uitstel te bekeren. Ondanks zijn nietig begin, zal het koninkrijk alle verwachtingen overtreffen. Zijn wij in staat dit te begrijpen? Dan is het Woord ons werkelijk verkondigd en is het een Blijde Boodschap voor Kerk en wereld.

In die tijd zei Jezus tot de menigte:
‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’
En Hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
Met zulke en andere gelijkenissen maakte Hij hun het goede nieuws bekend, voorzover ze het konden begrijpen; Hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer Hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde Hij hun alles.

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, S.J.

Vandaag vergelijkt Jezus echte liefde met groeizaad.
Wat kunnen wij uit deze vergelijking leren ?

Eerst en vooral dat zo’n liefde klein en bijna onzichtbaar begint, zoals het zaad in de diepe, donkere grond. De aanzet van de echte liefde is steeds een verhulde aanwezigheid die alleen wordt opgemerkt met de ogen van een groot geloof. Echte liefde begint altijd bescheiden en niet spectaculair. Zij probeert nooit iemand te verbluffen, maar is onopvallend, geweldloos en kwetsbaar.
Maar die liefde heeft, ten tweede, in zich een onstuitbare groeikracht. Eenmaal het zaad gezaaid is, schiet het vanzelf op. Eén kleine daad van universele liefde dijt uit, bevrucht anderen en vermenigvuldigt zich. Wij moeten dan die groeikracht, die er is, niet proberen te vervangen door onze eigen, verwaande over-prestatie. Wij kunnen beter vooral dankbaar zijn voor het goede dat gebeurt en zich ontwikkelt, en dat ondanks soms zware tegenkantingen.
Die liefde nodigt ons, ten derde, uit tot persoonlijke medewerking, en wel door onze dienstbaarheid voor anderen. De takken, die uit het zaadje zijn gegroeid, bieden bescherming voor de vogels en hun nesten. De vruchten worden geoogst en verdeeld onder velen, opdat zij kunnen gevoed worden. Het zal echter altijd een strijd zijn tegen onze opkomende zelfzucht.

Echte liefde is er echter altijd op gericht om prioritair het leven van anderen te bevorderen en zal daarvoor niet aarzelen zichzelf achteruit te stellen in een fundamentele dienstbare houding.

Van die liefde mogen wij wel een heerlijke voltooiing verwachten, een rijke oogst, een hoopvolle toekomst.
Waarom mogen wij zo hoopvol zijn? Niet omdat wíj het presteren. Wel omdat wij geplant zijn aan het water van Gods Geest. Zoals psalm 1 zegt: “Gelukkig de mens die gelooft in God. Hij is als een boom, aan levend water geplant, die goede vruchten geeft. Hij zal niet verdorren vóór zijn tijd. Wat hij ook doet, het zal gedijen.”

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
wij buigen neer voor uw aanwezigheid in en onder ons. Wij openen ons hart voor uw levengevende aanwezigheid in uw Zoon Jezus Christus doorheen de liefde van uw Geest. Verleen ons uw genade ons helemaal te schenken aan uw liefde opdat allen die wij ontmoeten en waarvoor wij bidden iets van U mogen zien, mogen proeven, mogen ontvangen. Maak ons tot mensen die vreugde ervaren in het volbrengen van wat Gij vraagt, die diep vanbinnen blij zijn dat anderen U vinden. Heer God, trek ons in de brand van uw Liefde, leid ons op de weg van uw Vrede, maak ons tot kinderen die U belichamen.
Alle dagen van ons leven. Amen.