Lezingen van de dag – zondag 18 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Angilbertus van St.-Riquier († 814)

Angilbertus (ook Engelbertus) van St-Riquier, België.; abt

Afbeelding: De vechtersbaas Angilbertus ontvangt het habijt – 17e eeuw, schilderij – Frankrijk, St-Riquier, Abdijkerk St-Riquier. 

Aanvankelijk was hij een wuft hoveling aan het Hof van Pepijn de Korte, de vader van Karel de Grote, met wie Angilbertus samen optrok, ofschoon hij een stuk ouder was dan Karel. Angilbertus had een verhouding met Karels zuster Berta, waaruit twee zoons werden geboren.

Hij nam actief deel aan de bestrijding van de Noormannen. Dezen werden tenslotte verdreven door een geweldige storm. Dit beschouwde hij als een teken uit de hemel. Temeer, omdat hij kort tevoren ernstig ziek was geweest, en aan God had beloofd monnik te zullen worden als hij mocht genezen.

Hij trad dus toe tot het klooster van Saint-Riquiers (Sint-Rikiers) en werd er abt. Door zijn voorbeeldige levenswijze groeide de abdij op een bepaald moment zelfs uit tot driehonderd monniken.

Intussen bleef hij verbonden met Karel de Grote. Namens Karel is hij enkele keren hulde gaan brengen aan de paus in Rome. Natuurlijk woonde hij daar in 800 ook Karels keizerskroning bij.

Toen rond het jaar 800 Karel de Grote een bezoek bracht aan St-Riquier, bevond zich de grote leermeester Alkwin in diens gevolg. De toenmalige abt Angilbertus vroeg hem een leven te schrijven van de heilige stichter Riquier. Angilbertus behoort tot de ondertekenaars van Karels testament. Hij stierf enkele weken na Karel in 814.

1e zondag in de vastentijd – B


Uit het boek Genesis 9, 8-15

In een wereld vol geweld en zonde wordt de stabiliteit van de natuur en de vrede onder de mensen gewaarborgd door Gods geduld. Hij zou wel duizend redenen hebben om zich kwaad te maken, maar Hij bedaart zijn woede: ‘Ik plaats mijn boog in de wolken.’ Dit was het verbond dat Hij sloot met de wereld. Nog voor het tijdperk van de volle genade aanbreekt, verleent Hij al genade.

God zei tegen Noach en zijn zonen:
‘Hierbij sluit Ik een verbond met jullie en met je nakomelingen, en met alle levende wezens die bij jullie zijn: vogels, vee en wilde dieren, met alles wat uit de ark is gekomen, alle dieren op aarde. Deze belofte doe Ik jullie: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen.
En dit – zei God -, ‘zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie en alle levende wezens bij jullie: Ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen mij en de aarde. Wanneer Ik wolken samendrijf boven de aarde en in die wolken de boog zichtbaar wordt, zal Ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt.’

 

Ps. 25, 2-10

Refr. Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd.

Mijn God, op U vertrouw ik, maak mij niet te schande,
laat mijn vijanden niet triomferen.
Zij die op U hopen worden niet beschaamd,
beschaamd worden zij die U achteloos verraden.

Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.

Denk aan uw barmhartigheid, Heer,
aan uw liefde door de eeuwen heen.
Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
maar denk met liefde aan mij
en laat uw goedheid spreken, Heer.

Goed en rechtvaardig is de Heer:
Hij wijst zondaars de weg,
wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.
Liefde en trouw zijn de weg van de Heer
voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.

 

Uit de eerste brief van Petrus 3, 18-22

De zondvloed waarin destijds zondaars omkwamen en rechtvaardigen bespaard bleven, is een voorafbeelding van het doopsel. In het doopwater gaan we over van dood naar leven. Het is de grote zuivering die Christus heel de mensheid zal laten ondergaan om haar te doen delen aan zijn leven als verrezene.

Broeders en zusters,
ook Christus heeft, terwijl Hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd Hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt. Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered.
De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus, die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan Hem onderworpen zijn.

 

Kyrie eleison

Niet van brood alleen leeft de mens,
maar van ieder woord
dat uit de mond van God voortkomt.

Kyrie eleison

 

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 12-15

Jezus, de nieuwe Adam, werd door de Geest aangesteld om de Blijde Boodschap te verkondigen. Wat Hij verkondigt, maakt Hij ook waar. De machten van het kwaad, gesymboliseerd door wilde dieren, worden door God en zijn engelen verslagen. Het volk van God, dat nu moet strijden tegen bekoringen in de woestijn, zal zegevieren in Hem die onze sterkte is.

De Geest dreef Jezus de woestijn in. Veertig dagen bleef Hij in de woestijn, waar Hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor Hem.
Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar Hij Gods goede nieuws verkondigde. Dit was wat Hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’

Van Woord naar leven

De overweging is van de hand van Frans Mistiaen, s.j.

Op deze eerste zondag van de Vasten wordt Jezus – zoals ook wij regelmatig – voor de keuze geplaatst tussen goed en kwaad, tussen verder leven in verbondenheid met God, of ons terugplooien op onze zelfzucht. Jezus koos er duidelijk voor niet te leven voor zichzelf, maar om Gods Blijde Boodschap te verkondigen. Het evangelie van vandaag zegt dat die keuze gebeurde “in de woestijn”.

Als men over “de woestijn” spreekt, dan denkt men spontaan aan een plaats van ontbering. En zo komt men ertoe zich de vastentijd voor te stellen als een periode waarin christenen zichzelf verplichten tot een aantal pijnlijke ontberingen (minder snoepen, roken of TV kijken), dus een aantal wilskrachtige ascese-inspanningen die hopelijk heilzaam zijn.

Nu heeft de “woestijn” in de Bijbel een veel diepere betekenis gekregen dan alleen maar een plaats van ontbering. Het Joodse volk had tijdens zijn 40 jaar-durende trektocht ervaren dat de woestijn, óndanks al de ontberingen die zij meemaakten, juist een plaats was geworden van grote solidariteit met elkaar en van sterke verbondenheid met hun God Jahweh. Gedurende die moeizame tocht hadden zij elkaar de hand moeten reiken om samen vooruit te komen en iedereen mee te krijgen. Zij hadden met elkaar het schaarse water leren delen om te overleven. Kortom zij hadden er ontdekt dat zij, met de zeer beperkte uiterlijke middelen die zij toen hadden, een hechte gemeenschap waren geworden, maar evenzeer dat hun God dan juist, als zij elkaar hielpen, heel tastbaar aanwezig was. Toen vooral hadden zij aan de lijve ervaren dat hun God geen verre, afstandelijke en hoogheilige, maar een heel nabije God was, die bevrijding bood, juist doorheen de zorg van mensen voor elkaar. Het was door die grote solidariteit en door die sterke verbondenheid met God daarin dat de woestijn-periode voor hen hét voorbeeld werd van een menselijk leven van hoge kwaliteit.

Ik leg er dus graag de nadruk op dat – volgens de Bijbelse ervaring zelf – God niet wordt erkend in het negatieve van de woestijn, in de ontberingen zelf, maar dat God wordt ervaren in het positieve dat gebeurt óndanks de ontberingen. In onze christelijke spiritualiteit wordt God dus niet ontdekt als men zich alleen maar enkele beperkingen gaat opleggen, maar wordt God wel tastbaar ervaren daar waar mensen het meemaken dat zij tot grotere menselijkheid worden bevrijd, óndanks en doorheen de uiterlijke beperkingen die het leven blijkbaar met zich meebrengt. Wij zijn dus verkeerd als wij de vastentijd voorstellen als een periode van individuele, wilskrachtige verstervingen. Als wij zo beginnen dan is het grote gevaar dat wij in die uiterlijke ascese blijven steken, het belangrijkste missen en dus helemaal geen Bijbelse woestijnervaring meemaken zoals de Kerk dat bedoelt. In het christendom begint de vasten niet aan de buitenkant, niet met uiterlijke beperkingen. Het eerste is de innerlijke vernieuwing. Wij mogen de woestijn maar intrekken als de eerste bekering in ons hart reeds is gebeurd, als het verlangen naar een nieuw Beloofde Land ons van binnenuit uitnodigt, als wij op één of andere manier zelf reeds ervaren hebben dat een innerlijke vernieuwing ons deugd zou doen. En als gevolg daarvan – en niet andersom – gaan wij ons leven dan ook uiterlijk anders organiseren, met andere prioriteiten. “Gedreven door Gods Geest!”, zoals Jezus. Dan mogen wij, uit vrije wil dus, door de woestijn trekken voor een heilzame louteringstijd, niet alleen, maar solidair met elkaar.

Het probleem is dat wij de nood om te veranderen soms wel aanvoelen, maar dat wij aarzelen en schrik hebben om er effectief aan te beginnen. En dat is heel begrijpelijk. Want echte, geestelijke vernieuwing is steeds de vrucht van een pijnlijke, innerlijke tweestrijd: ga ik verder leven in de dubbelzinnigheden die ik in mijn leven stilaan heb ingebouwd? Of kies ik voor grotere echtheid?

Die louteringsperiode mag niet te kort zijn. Echte vernieuwing, die geen strovuur wil zijn, heeft duurzaamheid nodig. De ervaring leert: 40 dagen. 40 is in de Bijbel een symbolisch getal voor de tijd die nodig is opdat een project voldragen zou zijn, tot volle wasdom gekomen, levensvatbaar. Het duurt 40 weken in de moederschoot eer een mens geboren wordt, het duurt 40 jaar in de woestijn eer een volk het Beloofde Land binnengaat. Het duurt 40 dagen in de vasten eer een mens tot een stukje nieuw leven verrijst.

In een volgehouden woestijn-tijd, kunnen wij door geen enkel gemakkelijk troostmiddel meer worden bedwelmd: alcohol, pillen of ander wit poeder, plaatjes uit boekjes of tijd dodende TV-beelden, het aanmaken van face-bookprofieltjes, … Wanneer al de valse afgoden die wij ons hebben gemaakt worden weggeschuurd als door een zandstorm, dan blijft over wat echt is. Dan krijgen de echte verlangens van het hart weer een kans. Dan ontdekken wij dat er échter leven bestaat dan het leven met zijn compromissen, zijn maskers en zijn valsheid, dat wij voorlopig aan het leiden zijn. De woestijn is immers de plaats waar de fata-morgana’s ontgoochelen en onze illusies vals blijken. Het is dus de tijd van de waarheid over onszelf, nogal pijnlijk misschien, maar in werkelijkheid, zeer heilzaam.

Eigenlijk moeten wij die woestijn dus niet ver gaan zoeken, of ons uit de wereld terugtrekken. De woestijn is het gewone leven zelf, maar dan wel gereduceerd tot het essentiële, het leven op zijn scherpst, en dit wil zeggen: het leven als een bitsige strijd tussen goed en kwaad. Dan ervaren wij dat het echte leven is: kiezen!, kiezen vóór het goede en tégen het kwaad. Dat is de kern van de woestijn-ervaring.

Het kwaad in ons heeft eigenlijk weinig varianten. Het zijn steeds dezelfde fouten die terugkomen.

Het gevaar bestaat dat wij op de duur minder weerstand bieden en een compromis sluiten: “Ik zal hiermee moeten leren leven!” Maar daardoor juist groeit de innerlijke ontevredenheid en de leegte in ons hart. Daarom kennen wij geen echte vreugde meer.

Ons door het kwaad laten meeslepen is eigenlijk een kinderachtige houding van blijven steken in enkele hebberigheden en kleine pleziertjes, zoals een verwend kind. Reageren tegen het kwaad is een stap naar grotere, innerlijke volwassenheid.

Wie niet weerstaat, wordt misleid en meegesleurd. Echt leven is: “steeds strijden”. Daarom is de vasten een tijd van dagelijkse, innerlijke strijd tégen onze zelfzucht, vóór de dienstbaarheid. De echte woestijn-ervaring is een rijke levenstijd van vernieuwde, creatieve weerbaarheid. En de Bijbel leert ons dat “strijd voor echter leven” betekent: onze drie fundamentele relaties herstellen, nl. méér met God verbonden leven, méér solidair met elkaar en authentieker tegenover de dingen rondom ons. Tegenover God gaan wij minder eisen, maar meer danken. Onze medemensen willen wij niet onder de knoet houden; daarom gaan wij gaan de zwakkere meer beschermen. En de dingen die ons ter beschikking krijgen, gaan wij minder grijpen voor onszelf alleen; wij gaan ze meer delen. Dat is echte woestijn-vasten: danken, delen en dienen. Midden in ons gewone leven, meer danken, meer delen en meer dienen.

Hoe wij daarvoor ons leven het best concreet reorganiseren, zal een grote, creatieve weerbaarheid ons wel leren: welke prioriteiten benadrukken wij en welke bijkomstige behoeften durven schrappen? Maar dat zal van ons dan wel wat meer vragen dan alleen maar wat minder TV-feuilletons bekijken en een keer storten voor Broederlijk Delen.

Aan allen een zalige, geestelijke woestijn-tijd !

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede Jezus,
in de woestijn hebt Gij het kwade overwonnen door duidelijk te kiezen voor de Vader en tegen het kwaad. Trek ons in uw ja-woord tot de Vader, en leer ons op deze wijze mensen te worden die doen wat Hij wil.
In uw naam. Amen.