Lezingen van de dag – zondag 19 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Bonifatius Kloetink († 1260)

Bonifatius Kloetink (ook van Brussel, van Lausanne of van Ter Kameren), België; bisschop

Geboren rond 1181 te Brussel, werd hij opgevoed door de nonnen van de cisterciënzerinnenabdij Ter Kameren even ten zuiden van de stad. Zijn studies deed hij in Parijs. Kort na zijn priesterwijding in 1216 werd hij deken van de St-Goedelekerk in zijn geboortestad. Van 1222 tot 1229 doceerde hij theologie aan de universiteit van Parijs. Na een conflict met een aantal van zijn collega’s verhuisde hij naar Keulen en werd er verbonden aan de domkerk. In die functie had hij de verantwoording voor alle kapittelscholen in de stad.

Op 11 maart 1231 werd hij door paus Gregorius IX benoemd tot bisschop van de Zwisterse stad Lausanne. Hij staat te boek als een voorbeeldig bisschop, die niet alleen door prediking en onderricht, maar ook door zijn persoonlijk leven een inspiratie was voor de mensen die hem ontmoetten.

Hij raakte betrokken in de investituurstrijd en koos onvoorwaardelijk de zijde van de paus, toen deze keizer Frederik II in de kerkelijke ban deed. Daarop bracht de keizer een troepenmacht samen rond de muren van Lausanne, vastbesloten de bisschop te pakken te krijgen. Dat lukte hem inderdaad. Vastgebonden op een paard werd de heilige man de stad uitgeleid. Maar even buiten de stad deden enkele van zijn soldaten een moedige uitval, rukten het paard los en voerden het in allerijl weer terug in de stad. Zo werd de bisschop op haast wonderbaarlijke wijze bevrijd uit de handen van zijn vijand.

Herhaaldelijk had hij intussen de paus gesmeekt te mogen worden verlost van zijn zware ambt. De paus probeerde hem te bewegen een andere bisschopszetel aan te nemen, maar toen Bonifatius bleef weigeren, verleende hij hem op 15 juli 1239 toestemming om zich terug te trekken.

Daarop keerde hij naar zijn geliefde abdij van Ter Kameren terug. Wel verrichtte hij nog een aantal bisschoppelijke functies: zo wijdde hij kerken in in de bisdommen Luik en Utrecht.

In 1245 nam hij nog deel aan het concilie van Lyon. Een afwijkende lezing van de feiten zegt, dat hij op dat concilie werd afgezet en zich sindsdien terugtrok in Ter Kameren. Wellicht is dat logischer gezien de kerkwijdingen die hij nog verrichtte en het feit dat hij als bisschop op het concilie van 1245 aanwezig was.

In zijn nadagen leidde hij het leven van een kluizenaar. Volgens zeggen ontving hij visioenen en andere genadegaven in zijn gebed. Zo zou hem tijdens en ziekte de Heilige Maagd verschenen zijn samen met Johannes de Doper, die aan weerszijden van zijn bed plaatsnamen, in gezelschap van een grote schare heiligen en engelen.

Toen hij eens met kerstmis ziek op bed lag en daardoor niet in staat was om in de kerk aan het heilige officie deel te nemen, beklaagde hij zich daarover in zijn gebed bij de Heilige Maagd. Daarop verscheen hem de Heilige Maagd, toonde hem op haar arm het kindje, dat in doeken gewikkeld was en legde het op zijn bed, waarop het zijn armpjes naar het uitstrekte. Hij nam de doek weg die over het gezichtje van de baby lag en was verrukt over de schoonheid ervan. Sindsdien zei hij tegen zijn vrienden: “Als we in het hiernamaals niets anders zouden hebben te verwachten dan de zalige aanschouwing van Christus’ aangezicht, dan is dat alleen al de moeite waard om er alle pijn van de wereld voor over te hebben.”

Omringd door zijn broeders en zusters stierf Bonifatius op 19 februari 1260, het evangelieboek in de hand.

Zijn relieken bleven in Ter Kameren tot 1797. Pas in 1935 kwamen ze er weer terug.

7e zondag door het jaar – A


Uit het boek Leviticus 19, 1-2 + 17-18

Omdat Israël uitsluitend toebehoort aan de God van het Verbond, moet het zijn moreel gedrag afstemmen op de heiligheid van God. De gemeenschap die de Heer wil, zal gevestigd zijn op eerbied en liefde voor de ander. Haat, wraak en wrok worden er radicaal uit gebannen.

De Heer zei tegen Mozes: ‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: “Wees heilig, want Ik, de Heer, jullie God, ben heilig. Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.’

 

Psalm 103, 1-4 + 8 + 10 + 12-13

Refr.: De Heer is barmhartig, groot is zijn trouw.

Prijs de Heer, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige Naam.
Prijs de Heer, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

Liefdevol en genadig is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

Zo ver als het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd.
Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,
zo liefdevol is de Heer voor wie Hem vrezen.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 3, 16-23

Niet alleen haat kan mensen tot tweedracht brengen. Zich beroepen op de menselijke wijheid van een predikant of van een leraar, kan eveneens de samenhorigheid onder de christenen teniet doen. De christenen vinden hun eenheid alleen in hun gemeenschappelijke verwijzing naar Christus, Gods hoogste wijheid.

Broeders en zusters,
weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont? Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel bent u zelf.
Laat niemand zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden. Wat namelijk in deze wereld wijsheid is, is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: ‘Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid.’ En er staat ook geschreven: ‘De Heer kent de gedachten van de wijzen; Hij weet dat ze niet meer dan lucht zijn.’
Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst – álles is van u. Maar u bent van Christus en Christus is van God.

 

Alleluia.

Mijn schapen luisteren naar mijn stem,
zegt de Heer.
Ik ken ze, en ze volgen mij.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 38-48

Er bestaat een grotere rechtvaardigheid dan zij die straft in verhouding tot de fout. Er is een grotere vreugde dan alleen maar de vervulling van de plichten. Er is een liefde die verder reikt dan de kring van de vrienden. De verklaring van dit alles ligt in de volmaakte en universele liefde van de hemelse Vader.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” En Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.
Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af.
En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.
Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.
Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” En Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo?
Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Jezus vraagt van zijn leerlingen meer dan het gewone. Hij vraagt een ‘buitengewone’, een ‘overdadige’ liefde.
De ‘gewone’ levensregel, waar de meeste mensen achter kunnen staan is die van de wederkerige rechtvaardigheid. “Goed doen aan wie ons goed doet.” en “Schadevergoeding eisen van wie ons kwaad doet!” Correcte evenredigheid dus.

En toch! Met zo’n levenshouding zijn wij inderdaad wel in orde en in regel met iedereen, zijn de rechten en de plichten nauwkeurig in evenwicht, maar is er eigenlijk geen marge voor een geschenk, is er geen plaats voor een overdaad van liefde. Uit onze eigen ervaringen zelf weten wij nochtans dat het leven juist de moeite waard werd door de vele blijken van “overdaad” van liefde, die wij vanaf onze jeugd gratis en gul hebben gekregen. Voor ons, gelovigen, kan er altijd iets ‘gratis’ gedeeld worden, iets ‘overtolligs’ bij gegeven worden, een ‘surplus’ getoond worden van een hartelijke liefde, die niet gaat tellen of berekenen. Het is juist dat overdadige boven de norm, dat van ons de mens heeft gemaakt die wij mogen zijn. Waarom doen wij, gelovige volgelingen van Jezus, voor anderen meer dan wat het strikte minimum van de norm vraagt? Daarvoor is er uiteindelijk maar één echte reden: uit diepe dankbaarheid, omdat wijzelf reeds zoveel surplus aan hartelijke liefde van God in ons leven hebben ervaren.

Het evangelie vraagt niet dat wij geen vijanden zouden hebben. Die zijn er nu eenmaal, dat moeten wij niet ontkennen. Als wij ons laten leiden door onze spontane gevoelens, dan vinden wij dat er zeker mensen die ons kwaad hebben berokkend of die ons duidelijk minder sympathiek lijken. Maar het evangelie vraagt ons meer dan het gewone en nodigt ons uit tot een ‘buitengewone’ liefde. Als gelovigen willen wij onze houding en gedrag niet laten overheersen door onze spontane antipathieën of sympathieën. Christelijk leven steunt immers niet alleen op wat wij spontaan aanvoelen. Echt christelijk leven steunt voor ons op een positieve keuze voor de liefde, die de tegenstellingen heel goed ziet, maar ze juist bewust wil overwinnen, door concrete daden van vergeving, toenadering en eenheid. Echte liefde wil niet beperkt worden door wat strikt en evenwichtig rechtvaardig is. De barmhartigheid die God reeds voor ons heeft getoond, heeft immers niet afgehangen van ons sympathiek gedrag. Hij bood ons geen afgewogen, strikt rechtvaardige barmhartigheid, maar een overdadige vergeving, zonder voorbehoud, zonder voorwaarde en zonder berekenen.

In de meeste omstandigheden, waar wij vijandigheid ondervinden, zal agressiviteit niet het beste effect hebben. Kwaad vergelden met kwaad is altijd steriel. Geweld beantwoorden met geweld roept veelal groter geweld op. Geweldloosheid is niet naïef of wereldvreemd, wel tegendraads, en uiteindelijk zeer vruchtbaar. Mahadma Gandhi, Maarten Luther King, Nelson Mandela, de grote geweldloze bevrijders van de moderne tijden, hebben dat duidelijk aangetoond.

Als wij onszelf vergelijken met anderen, dan komen wij dikwijls al snel tot de conclusie dat het gelijk langs onze kant ligt en dat de anderen ongelijk hebben. Maar als wij ons veeleer zien in onze relatie tot God, dan worden wij vlugger bewust dat wij nog meer dankbaar moeten zijn voor Gods “overdadige” liefde aan ons. Alleen vanuit die dankbaarheid kunnen wij ertoe komen aan anderen te vergeven, gul en bovenmatig… dus ook aan onze zogenaamde vijanden.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
maak ons goed, door en door goed.
Dat wij mogen leven met de goedheid
waarmee Gij ieder van ons bemint.
Leer ons liefhebben vanuit uw aanwezigheid,
opdat onze liefde een ware echo mag zijn
van uw liefde voor allen.
Moge zo de liefde het winnen op de haat,
de waarheid het winnen op de leugen,
het goede het winnen op het kwade.
Heer, verenig ons met U,
maak uw liefde tot de onze.
Amen.