Lezingen van de dag – zondag 19 november 2017


Heilige (of feest) van de dag

Mechthildis van Hackeborn († 1299)

Mechthildis van Hackeborn (ook van Helfta) osb, kloosterlinge, Helfta Duitsland

Zij werd in 1241 geboren en werd op zevenjarige leeftijd voor haar verdere vorming toevertrouwd aan de zusters van het cisterciënzerinnenklooster Rodersdorf. Haar zus Geertruida († 1292; feest 16 november) was daar al eerder ingetreden en zou er in 1251 tot abdis gekozen worden. Mechtild trad zelf toe tot de kloostergemeenschap, die in 1258 verhuisde naar Helfta bij Eisleben. Mechtild werd aangewezen als het hoofd van de kloosterschool. Dat paste goed bij haar, want zij was wetenschappelijk uitstekend onderlegd; bovendien was zij kunstzinnig hoog begaafd. Daarnaast bleek zij een fijne en hartelijke persoonlijkheid.
Zij had een bijzondere devotie tot het Heilig Hart van Jezus. Enkele van haar gebedservaringen heeft zij in geschriften neergelegd. Deze zijn in later eeuwen van groot belang geworden voor de verbreiding van de Heilig-Hart-devotie.

Zij wordt afgebeeld tezamen met Geertruida voor een kruisbeeld; met een vlammend hart in de hand; de Heer geeft haar zijn hart; de Heer tronend in haar hart; engelen die haar bij haar dood de laatste sacramenten geven; met een boek waarop een duif zit (symbool van de Heilige Geest); een blinde kloosterzuster genezend.
Zij wordt aangeroepen tegen blindheid.

33e zondag door het jaar – A


Uit het boek Spreuken 31, 10-13 + 19-20 + 30-31

Deze tekst moet men verstaan vanuit de tijd waarin hij geschreven werd. Overigens, bij nader toezien, is hij niet zo voorbijgestreefd. Weigert de vrouw ook vandaag niet dat men haar uitsluitend op grond van haar schoonheid naar waarde zou schatten? Evengoed als de man, wenst zij haar plaats te vinden in de opbouw van de maatschappij. ‘Schoonheid is vluchtig’, zegt de Schrift. De echte waarde van de vrouw, zo goed als die van de man, hangt af van minder ijdele eigenschappen.

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen. Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen.
Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven. Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok, ze houdt altijd de weefspoel vast.
Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen, ze geeft de armen hulp.
Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat, maar een vrouw met ontzag voor de Heer moet worden geprezen.
Moge zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de poorten.

 

Psalm 128, 1-5

Refr.: Gelukkig wie ontzag heeft voor de Heer.

Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de Heer,
en de weg gaat die Hij wijst.

Je zult eten wat je werk opbrengt,
geluk en voorspoed vallen je toe.

Je vrouw als een vruchtbare wijnstok,
in het midden van je huis.

Je kinderen als jonge olijfbomen,
in een kring om je tafel.

Ja, zo wordt gezegend,
de man die ontzag heeft voor de Heer.

Ontvang de zegen van de Heer uit Sion,
verheug je in de voorspoed van Jeruzalem,
alle dagen van je leven.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Tessalonicenzen 5, 1-6

Het heeft weinig belang te weten op welke dag Christus terug zal komen en het doet er niet toe dat Hij onverwacht zal komen als een dief in de nacht. Als kinderen van het licht leven wij voortdurend in de volle dag. We zullen niet verrast worden.

Broeders en zusters,
ik hoef u niet te schrijven over tijd en uur, want u weet zelf maar al te goed dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht. Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is, worden ze plotseling getroffen door de ondergang, zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk.
Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis, zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief, want u bent allen kinderen van het licht en van de dag. Wij behoren niet toe aan de nacht en de duisternis, dus laten we niet slapen, zoals anderen, maar waken en op onze hoede zijn.

 

Alleluia.

Blijf in mij, dan blijf Ik in u,
zegt de Heer;
wie in mij blijft, draagt veel vrucht.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 14-30

Waarom wordt de voorzichtigheid veroordeeld van die knecht, die zijn talent in de grond begraaft, en het als dusdanig terugbrengt? Omdat het evangelie ons niet alleen aanzet de ontvangen genade niet te verliezen. Het is een boodschap van liefde en daarom een uitnodiging tot risico, verbeelding, initiatief en vindingrijkheid in de liefde.

Jezus hield zijn leerlingen deze gelijkenis voor:
‘Een man riep bij zijn vertrek naar het buitenland zijn dienaars bij zich om hun zijn bezit toe te vertrouwen.
Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij.
Meteen ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij.
Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij.
Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het.
Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap.
Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.”
Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.”

Van Woord naar leven

Vandaag hoorden we de gekende parabel van de talenten. Prachtig verhaal !!

Allemaal hebben we talenten, zoals we ook allemaal gaven in ons dragen. En het zou bijzonder jammer zijn moesten we onze talenten en gaven begraven, er niets mee doen. God heeft ze ons gegeven om ze te benutten, bouwstenen als het ware voor zijn rijk van liefde.
Daar is veel over te zeggen. Doch ik zou vandaag één ding willen aanhalen; iets dat ons allen aangaat en waar ieder van ons een grote verantwoordelijkheid in draagt.

Talenten en gaven zijn als zaden in ons leven gelegd door God, als het ware meegegeven met de geboorte. Zaden die niet verzorgd worden, die geen water of licht of warmte krijgen blijven waar ze zijn; diep verborgen zonder groei, zonder plantje, zonder vrucht. Het spreekt voor zich dat dat niet de bedoeling is. Bedoeling is dat onze talenten en gaven tot ontwikkeling komen, tot planten die vruchten voortbrengen; vruchten waarmee God door ons en met ons en in ons zijn rijk hier op aarde gestalte kan geven.

Bij vele mensen blijven de zaden echter verborgen, ze blijven levensloos; geen plantje, geen vruchten. De reden hiervoor kan zeer verschillend zijn. Maar welke reden er ook is, feit is dat wij als gemeenschap hierin naar elkaar toe een enorme verantwoordelijkheid dragen.
Namelijk: zijn wij elkaar zo nabij dat we onze talenten ontdekken … Spreken we elkaar aan op onze talenten … Stimuleren we elkaar in het ontwikkelen van onze talenten. Zijn we bereid zo gemeenschap met elkaar te vormen dat het goede in ieder van ons naar boven kan komen, als zaden die open barsten, die door het water en de warmte van de gemeenschap een plantje worden met wortels in God, een plantje dat vruchten gaat voortbrengen. Zijn we elkaar zo nabij dat het benutten van onze talenten een ware passie wordt voor ieder van ons, iets dat we ten diepste koesteren omdat we beseffen dat God onze talenten gegeven heeft met de bedoeling ze te benutten.

Niemand kan zich onttrekken van deze verantwoordelijkheid naar elkaar toe. Ieder vanuit zijn plaats in de samenleving, maar ieder draagt ze.

Het is een opdracht van elke dag, een opdracht dat een zekere waakzaamheid vraagt, geduld, tactheid, maar vooral ook liefde en veel veel warmte.

Laten we elkaar beminnen met het hart van God opdat ieder zijn talenten ten diepste mag ontdekken en koesteren, opdat ze tot leven kunnen komen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
levend hart van de Kerk, maak ons tot een gemeenschap die bemint vanuit U. Geef dat wij elkaar zo nabij zijn dat het beste in ieder van ons naar boven mag komen, dat het mag groeien en vruchten mag voortbrengen. Geef dat wij elkaar stimuleren in het benutten van onze talenten, ons bewust zijnde dat God ze ons gegeven heeft ter opbouw van zijn rijk hier op aarde. Geef ons de tact, de warmte en de liefde naar elkaar toe opdat we onze talenten niet enkel ontdekken, maar ze ook alle groeikansen geven, dat we ze koesteren en beminnen al geschenken van God.
Kom heilige Geest, ontsteek in ons het vuur van Jezus’ liefde opdat we een gemeenschap mogen vormen die elkaar oproept ons diepste zelf ten volle te ontdekken én te benutten.
Amen.