Lezingen van de dag – zondag 20 sept. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Martelaren van Korea
(+ tussen 1839 en 1869)

Respectievelijk in 1925 en 1968 werden twee groepen van Koreaanse martelaren zalig verklaard.  De eerste groep bestond uit 79 zaligen, de tweede uit 24. Alle 103 werden op 6 mei 1984 door paus Johannes Paulus II († 2004) heilig verklaard.

Omdat Achter-Azië destijds vooral Frans missiegebied was, zitten er veel Fransen onder; daarnaast is er ook een grote groep inlandse heiligen. De bekendste van hen is Andreas Kim Taegon († 1846; sterfdag 16 september), de eerste priester uit Korea zelf.

Er waren drie van oorsprong Franse bisschoppen bij: Siméon Berneux, Laurent Imbert en Antoine Daveluy; daarnaast zeven Franse priesters: Juste Ranfer de Bretenières, Louis Beaulieu, Pierre-Henri Dorie, Pierre Maubant, Jacques Chastan, Pierre Aumaître en Martin-Luc Huin († 1866; sterfdag 30 maart). Voor het overige betreft het inlandse Koreanen.

25e ZONDAG DOOR HET JAAR – B


Uit het boek Wijsheid 2, 12 + 17-20

Het geloof en de levenswijze van de Joden, afgezonderd binnen de Griekse wereld, waren een levend protest tegen de heidense denkwijze en zeden. Om deze reden werden zij vervolgd. Tegenstrijdig genoeg vervolgden sommigen onder Jezus’ tijdgenoten Hem omdat Hij beweerde de Zoon van God te zijn en voor hen een levend verwijt werd.

Laten we de rechtvaardige in het nauw drijven, want hij is ons alleen maar tot last. Hij dwarsboomt ons in alles wat we doen, hij verwijt ons dat we de wet overtreden en houdt ons voor dat we verloochenen wat ons geleerd is.
Laten we zien of hij gelijk heeft en afwachten wat er bij zijn dood gebeurt. Als de rechtvaardige echt een zoon van God is, zal die hem toch te hulp komen en hem uit de greep van zijn vijanden redden? Laten we hem aan geweld en marteling onderwerpen om zijn oprechtheid te leren kennen, laten we zijn uithoudingsvermogen op de proef stellen. We zullen hem veroordelen tot een vernederende dood, want hij beweert toch dat hij gered zal worden?

 

Psalm 54, 3-6 + 8a

Refr.: God is mijn helper.IconOfTheHolyAngel

God, bevrijd mij door uw Naam,
verschaf mij recht door uw macht.
God, luister naar mijn gebed,
hoor de woorden van mijn mond.

Vreemden vallen mij aan,
zij staan mij met geweld naar het leven,
zij houden God niet voor ogen.

Zie, God is mijn helper,
de Heer is het die mijn leven draagt.
Van harte zal ik U offers brengen
en uw naam loven, Heer.

 

Uit de brief van Jakobus 3, 16 – 4, 3

Jakobus ziet een scherp contrast tussen de ‘wijsheid van beneden’, die wanorde, jaloezie en egoïsme voedt in het leven van de mensen, en de ‘wijsheid van boven’, die ‘voor alles zuiver is en niets dan goede vruchten voortbrengt’. Jakobus zoekt de oorsprong van het kwaad in de slechte hartstochten van goddeloze mensen.

Broeders en zusters,
waar jaloezie en egoïsme heersen, vieren wanorde en allerlei kwaad hoogtij. De wijsheid van boven daarentegen is vóór alles zuiver, en verder vredelievend, mild en meegaand; ze is rijk aan ontferming en brengt niets dan goede vruchten voort, ze is onpartijdig en oprecht. Waar in vrede wordt gezaaid, brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten.
Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste? U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar.
U krijgt niets omdat u niet bidt. En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen.

 

Alleluia.images

God heeft ons geroepen
door de verkondiging van het evangelie
om de heerlijkheid te verwerven
van onze Heer Jezus Christus.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 9, 30-37

Toen Jezus hen gesproken had over zijn lijden en dood, twistten de apostelen onder elkaar om te weten wie onder hen de belangrijkste was. Om hen te tonen dat ze er nog niet veel van begrepen hadden, stelde Jezus een gebaar. Ziet gij dit kwetsbare kind, overgeleverd aan eenieder… Zo ben Ik en zo zult gij Mij aanvaarden als gij mijn leerlingen zijt.

In die tijd reisden Jezus en zijn leerlingen door Galilea, maar Hij wilde niet dat iemand dat te weten kwam, want Hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven.
Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen Hem doden, maar na drie dagen zal Hij uit de dood opstaan.’
Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden Hem geen vragen te stellen.
Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg Hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’
Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was.
Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’
Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; Hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar Hem die mij gezonden heeft.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

“Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?” vraagt Jezus ons vandaag. Ja, waarover wordt er onder mensen getwist, in onze eigen kleine kring, zowel als in de grote wereld rondom ons? Eigenlijk steeds over hetzelfde: “Wie is de grootste? Wie is de belangrijkste?” Overal waar mensen zijn, worden eigen prestige en eer de oorzaak van veel ruzie en de struikelblok voor de verbondenheid met elkaar.

Nu is dit het punt waar Jezus ons een heel andere weg wijst: Hij vraagt dat wij onszelf onbelangrijk en de anderen belangrijk achten. Dus zullen ook de tekenen van die bescheiden dienstbaarheid moeten te vinden zijn bij ons, gelovigen, in onze leefkring, in onze christelijke organisaties, in onze kerkgemeenschap. En die zijn er inderdaad ook heel duidelijk. De Kerk zou allang niet meer bestaan indien niet de dagelijkse, trouwe dienstbaarheid voor anderen haar drijfkracht was en is tot op vandaag. Het zou wellicht deugd doen als wij wat minder aandacht zouden schenken aan de onenigheden die ons scheiden om meer bewust te worden van die eenvoudige dienstbaarheid die ons binnen onze Kerkgemeenschap samenhoudt en draagt.

Het evangelie zegt ons vandaag dat wij op die weg van de dienstbaarheid geen schrik moeten hebben om te overdrijven, en dat wij dus ook de allerminsten, de kwetsbaren, de zwakkeren, de kleinen mogen dienen. Dat bedoelt Jezus met zijn gebaar om een kind op te nemen.

Het meest geliefde spel van de kinderen is “verstoppertje spelen”. Er is een groot verschil tussen volwassenen die zich verstoppen en kinderen die zich verstoppen. Wanneer volwassenen zich afsluiten en wegsteken voor anderen, dan is het meestal bij een crisis, uit zelfverdediging, als om te zeggen: “laat mij gerust, laat mij alleen!” Als kinderen zich verstoppen, dan is het integendeel juist om gevonden te worden. Kijk eens met wat een plezier in hun oogjes kinderen zich achter een hoekje wegsteken, juist met de bedoeling zich te laten zoeken en vooral zich te laten vinden, om weer opgenomen te worden in de kring van andere kinderen, maar nog het liefst van de ouders. Het is een heerlijk opwindend spel dat ze nooit moe worden: zich door vader of moeder te laten zoeken…, maar vooral zich te laten vinden…, om zich zo weer omringd te voelen door liefdevolle armen.

Als Jezus een kind in het midden zet, dan is dat natuurlijk niet omdat Hij álle karaktertrekken van een kind wil aanprijzen. Want een kind kan nukkig zijn, hebberig, aanhalig. Als Jezus ons een kind tot voorbeeld stelt dan is het wel vooral omwille van één heel specifieke eigenschap: nl. de pretentieloze ontvankelijkheid van een kind. Daar kunnen volwassenen veel van leren. Het gaat om die innerlijke houding van onszelf niet belangrijk, maar onbelangrijk te achten, dat ontbreken van de drang om zijn eigen aanzien te willen verdedigen, dat besef dat wij van anderen veel te ontvangen hebben, die afhankelijkheid van liefdevolle mensen, die helemaal niet wordt aangevoeld als een bedreiging van onze vrijheid, maar integendeel als een verbondenheid die onszelf juist groter te maakt. Een kind kent die eenzame hoogmoed niet waarmee wij, volwassenen, toch dikwijls menen onze persoonlijkheid te moeten affirmeren, in concurrentie, tegen en boven de anderen. Een kind leeft van de verbondenheid met anderen, die groter maakt.

Die pretentieloze ontvankelijkheid en afhankelijkheid van een kind vindt Jezus niet alleen belangrijk voor onze menselijke relaties, maar vooral voor onze relatie met God. Want, God beschouwen als een concurrent brengt ons tot schrik, zelfverdediging en pretentie. Maar God erkennen als onze liefhebbende Vader waarvan we afhankelijk willen zijn, maakt ons tot blije, open en bescheiden gelovigen, vol dankbaarheid dat wij door Zijn vriendschap groter worden.

Laat ons maar goed spelen voor God, als kinderen, die steeds opnieuw blij zijn gezocht en gevonden te worden door een liefhebbende Vader en die telkens weer in Zijn vriendschap worden opgenomen.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,Tau teken
help ons de mindere te zijn
van iedereen, in alle omstandigheden.
Zo zullen we, in uw Naam,
dienaars worden van God,
en van allen die Hij ons toevertrouwt.
Moge wij op deze wijze
meer en meer deel worden
van uw Liefde,
en groeien in Gods wil.
Alle dagen van ons leven,
amen.