Lezingen van de dag – zondag 21 febr. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Petrus Damiani († 1072)saint-peter-damian

Petrus Damiani osb, Faenza, Italië; bisschop

Hij werd in 1006 of 1007 geboren in de Italiaanse stad Ravenna. Zijn naam Damiani dankt hij waarschijnlijk aan een weldoener (‘geestelijke broeder’) Damianus die hem in staat stelde te studeren. In 1035 trad hij in bij de benedictijner eremieten te Fonte Avellana. Daar werd hij in 1043 tot prior benoemd. In die functie ijverde hij voor een waardig kloosterleven. Daarnaast schreef hij boeken om kerkelijke misstanden te bestrijden. Vooral de morele losbandigheid van geestelijken en de simonie* bij priesters en bisschoppen.

De paus vroeg hem naast zich als zijn persoonlijk raadsman en benoemde hem tot bisschop van Ostia.

Hij stierf te Faenza op de terugweg van een pauselijke missie naar zijn geboortestad Ravenna. Hij ligt begraven in de dom van Faenza.

Hij is nooit officieel heilig verklaard. Desondanks werd hij in 1828 door paus Leo XII († 1829) uitgeroepen tot kerkleraar.

* Men spreekt van simonie, als geestelijken zich (duur) laten betalen voor hun geestelijk dienstwerk, dat eigenlijk gratis moet zijn naar het woord van Jezus: ‘Om niet hebt gij ontvangen, om niet moet gij geven.’
Bij (arme) gelovigen de indruk wekken dat zij alleen maar toegang tot God kunnen hebben of zelfs gered kunnen worden, op voorwaarde dat zij een flinke geldelijke bijdrage leveren, is een nog erger vorm van simonie.
De uitdrukking is genoemd naar Simon de Magiër uit Samaria. Hij had zich op de prediking van de apostelen tot Christus bekeerd. Bij het zien van al hun wonderen vroeg hij hoe duur het was om die wondermacht ook te kunnen bezitten. Maar Petrus antwoordde: ‘Wees ten ondergang verdoemd, jij met je geld, omdat je gemeend hebt de gave van God voor geld te kunnen krijgen.’ [Handelingen 8, 9-24]

2e ZONDAG IN DE VASTENTIJD – C


Uit het boek Genesis 15, 5-12 + 17-18

De heilsgeschiedenis kent een aantal zinvolle gebeurtenissen, waaronder het Verbond dat God sloot met Abraham. Onder de vorm van een vuur gaat de Heer tussen de in stukken gesneden dieren door. Zo wordt Hij voorgesteld als de enige bewerker van dit Verbond. Abraham daarentegen antwoordt met zijn geloof op dit goddelijke initiatief. Daarom wordt hem een afstamming beloofd. Uit dit nageslacht van gelovigen zal een zoon opstaan, de Zoon van God, bewerker van het nieuw en enig Verbond.

In die dagen leidde God Abram naar buiten. ‘Kijk eens naar de hemel’, zei Hij, ‘en tel de sterren, als je dat kunt.’ En Hij verzekerde hem: ‘Zo zal het ook zijn met jouw nakomelingen.
Abram vertrouwde op de Heer en deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad.
Ook zei de Heer tegen hem: ‘Ik ben de Heer, die jou heeft weggeleid uit Ur, uit het land van de Chaldeeën, om je dit land in bezit te geven.’
‘Heer, mijn God’, antwoordde Abram, ‘hoe kan ik er zeker van zijn dat ik het in bezit zal krijgen?’
‘Haal een driejarige koe’, zei de Heer, ‘een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge gewone duif.’
Abram haalde al deze dieren, sneed ze middendoor en legde de twee helften van elk dier tegenover elkaar. Alleen de vogels sneed hij niet door. Er kwamen gieren op de kadavers af, maar Abram joeg ze weg. Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel Abram in een diepe slaap.
Opeens werd hij overweldigd door angst en diepe duisternis. Toen de zon ondergegaan was en het helemaal donker was geworden, was daar plotseling een oven waar rook uit kwam, en een brandende fakkel die tussen de dierhelften door ging.
Die dag sloot de Heer een verbond met Abram. ‘Dit land’, zei Hij, ‘geef Ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat.’

 

Psalm 27, 1 + 7 + 9 + 13 + 14

Refr.: Hoor mij, Heer, als ik tot U roep.

De Heer is mijn licht,
mijn behoud, wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ?

Hoor mij, Heer, als ik tot U roep, 8c2da01e89b7383cc1506148b331c343
wees genadig en antwoord mij.
Verberg uw gelaat niet voor mij,
wijs uw dienaar niet af in uw toorn.

U bent mij altijd tot hulp geweest,
verstoot mij niet,
verlaat mij niet,
God, mijn behoud.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?

Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

 

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 3, 17 – 4,1

Jezus veranderde van gedaante op de berg. Nu zit Hij aan de rechterhand van de Vader. Maar Hij is niet de enige die met heerlijkheid bekleed wordt. Zij die naar de hemelse werkelijkheden streven en leven als leerlingen van het kruis, hebben nu reeds hun vaderland in de hemel. Zij zullen hun leven van gedaante zien veranderen naar het beeld van de Verrezene.

Broeders en zusters,
volg mij na, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: velen leven als vijand van het kruis van Christus en gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken.
Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee Hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal Hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam.
Daarom, broeders en zusters, die ik liefheb en naar wie ik verlang, die mijn vreugde en erekrans zijn, blijf standvastig in de Heer.

 

Kyrie eleison.253990396_94f8a5875a_b

Vanuit een schitterende wolk
werd de stem van de Vader gehoord:
Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene,
luister naar Hem.

Kyrie eleison.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 9, 28b-36

Twee lijdensvoorspellingen omkaderen een mysterieus tafereel, een mystiek gebeuren. Vanuit het gebed wordt Jezus geopenbaard als verheven boven alle profeten die Hem voorafgingen, zelfs boven Mozes en Elia, wiens voorspellingen en daden Hij in vervulling doet gaan. De leerlingen zijn geneigd zich in deze zaligheid te nestelen. Maar zij moeten opnieuw op weg en de Messias volgen tot het einde. De Uitverkorenen van de Vader moet opgaan naar Jeruzalem om er gekruisigd te worden, vooraleer zijn heerlijkheid binnen te gaan.

In die tijd ging Jezus met Petrus, Johannes en Jakobus de berg op om te bidden.
Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit.
Opeens stonden er twee mannen met Hem te praten: het waren Mozes en Elia, die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over het levenseinde dat Hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen.
Petrus en de beide anderen waren in een diepe slaap gevallen; toen ze wakker schoten, zagen ze de luister die Jezus omgaf en de twee mannen die bij Hem stonden.
Toen de mannen zich van Hem wilden verwijderen, zei Petrus tegen Jezus: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia’, maar hij wist niet wat hij zei.
Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven, die een schaduw over hen wierp; ze werden bang toen de wolk hen omhulde.
Er klonk een stem uit de wolk, die zei: ‘Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem!’
Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen. Ze zwegen over het voorval en vertelden in die tijd aan niemand wat ze hadden gezien.

Van Woord naar leven

In elke Eucharistieviering “verschijnen” ons Mozes, Elia of één van de andere profeten; het Oude Testament wordt voorgelezen en beluisterd. En daarbij komt dan een verhaal uit het Nieuwe Testament, over Jezus. Jezus is méér dan Mozes, méér dan Elia. Na die voorlopers is Hij dé Dienaar van Jahwe, dé Profeet, meer nog, de Zoon, Diegene die ons het best laat zien wie en hoe God eigenlijk is. “Luister vooral naar Hem” zo klinkt het in elke woorddienst. “Echt luisteren” in de zin van: “doen wat Hij vraagt, ook als Hij ons uitnodigt met Hem de weg te gaan van geven en delen en dienen.”

In elke Eucharistieviering zijn er “stille gebedsmomenten”, waarbij wij ons weer in de stroming van Gods liefde zetten en de stem beluisteren die ons in de stilte van het hart toefluistert: “Gij zijt mijn kind, mijn uitverkorene”. Bidden is weer eens ervaren dat wij de lievelingen zijn van een Vader die van ons houdt. Maar het is ook spreken tot God, van gedachten wisselen met Hem over alles wat wij meemaken, over hoe het met ons verder zal gaan. “Zij bespraken hoe het met Hem zou aflopen en hoe Hij dat in Jeruzalem zou voltrekken.” Zo ook worstelen wij in ons gebed met God dikwijls over de vraag: “Wat hebt Gij toch met mij voor? God, waar wilt Gij met mij toch naartoe? Wat vraagt Gij eigenlijk van mij?”

In elke Eucharistie gebeurt er ook een “gedaanteverandering”. Als wij goed toekijken – met gelovige ogen – dan zien wij, midden in het glanzend licht, méér dan gewoon brood en gewone wijn. Het gebroken Brood en de geschonken Wijn worden de Tekenen van Jezus’ tegenwoordigheid zelf. Hier leren wij zien hoe onze God eigenlijk is: Liefde die zichzelf in weerloosheid breekt en deelt en geeft. Hier leren wij zien wie wij eigenlijk moeten worden: een gemeenschap van mensen die in de belangeloze liefde, die zichzelf breekt, deelt en geeft, de kracht vinden om onze wereld van binnenuit te verbeteren en menselijk te maken voor allen.

Zo’n top-ervaring doet heel veel deugd – “Meester, het is goed dat wij hier zijn!” – en toch kunnen wij op de berg niet lang blijven. “Petrus stelde voor drie tenten te bouwen, maar eigenlijk wist hij niet goed wat hij zei”. Neen wij kunnen niet in de eucharistieviering blijven. Op het einde van elke viering worden wij weggestuurd, maar met “een zending”, met een opdracht voor beneden. Wij moeten iets meedragen van onze weekend-eucharistie, als wij terugkeren in de vallei van onze weekdagen, in ons gezin, in ons werk, in onze engagementen, in onze vrije tijd. Wat dan vooral? Wel, als wij, in het breken van het Brood, hebben ontdekt, gezien en ervaren dat de zichzelf-gevende Liefde de echte krachtbron is voor onze wereld, dan gaan wij, op onze beurt, beneden, onszelf willen breken en delen, onze aandacht, onze tijd, onze talenten en mogelijkheden. Dit is dus de opdracht die wij meekrijgen in elke Eucharistieviering: “echte liefde breekt zichzelf, deelt zichzelf en geeft zichzelf, opdat anderen zouden leven!”

Wie helpt ons bij deze opdracht? “Nu merkten zij dat alleen Jezus nog te zien was.” Bij de afdaling naar ons dagelijks leven hebben wij geen andere hulp dan het voorbeeld en de aanwezigheid van Jezus. Het zal er dus op aankomen te doen wat Hij gedaan heeft en dit mét Hem te doen.
Hij ging al weldoende rond. Zijn liefde kende geen onderscheid. Zijn solidariteit geen grenzen. Maar juist dat kon men niet verdragen. Dat werd zijn kruis. Hij droeg het moedig, in het geloof dat de zichzelf-gevende Liefde sterker is dan het lijden en de dood. Dat wordt dus ook onze taak: al weldoende rondgaan, solidair zijn tot over alle grenzen getuigen en tonen dat liefde, ook als die offers vraagt, uiteindelijk sterker is. Voor wie Jezus mag ontmoeten, is het Pasen, zelfs midden in de Vasten. Hier vinden wij de kracht om, ondanks tegenkantingen en negativiteit, toch te blijven geloven in die belangeloze liefde, die sterker is dan elke dood.

Zo is elke Eucharistieviering een top-ervaring dicht bij de bron van Gods kracht, waar wij in de woorddienst leren luisteren naar de Zoon, waar wij in stille gebedsmomenten als lievelingen van een hartelijke Vader met Hem mogen spreken over wat Hij met ons voorheeft, waar wij in de consecratie en de communie van Jezus, die zichzelf breekt en deelt, de kracht krijgen om gegeven mensen worden, en waar wij weer de zending ontvangen om onze wereld van binnenuit meer menselijk te maken voor allen, in onze vallei van elke dag.

Naar woorden van Frans Mistiaen, sj

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,tien_brandende_kaarsen_in_kerk
ook ons zendt Gij naar de vallei van ons leven, om vanuit uw licht uw liefde uit te dragen naar alles en allen. Wij bidden om een arm en nederig hart, dat de moed heeft U welkom te heten, dat de liefde heeft zich met U te verenigen, dat de trouw bezit altijd bij U te blijven.
Kom Jezus kom, trek ons in U.
Amen.