Lezingen van de dag – zondag 21 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Catharina van Cardola († 1577)

Catharina van Cardona o.carm., Roda, Spanje; recluus

Zij was afkomstig uit het koninkrijk Napels. Haar opvoeding kreeg zij aan het hof van de Spaanse koning Filips II († 1598). Uiteindelijk trok ze zich terug als recluus* bij de kerk van het Zuid-Spaanse plaatsje Roda.

Na twintig jaar zo geleefd te hebben sloot ze zich aan bij de karmelietessen, zonder nochtans haar eenzame leven op te geven. De grote Teresa van Avila († 1582; feest 15 oktober), die de karmelietessenorde nieuw leven inblies, had geweldige hoogachting voor haar.

* Een recluus was een kluizenaar of kluizenares die zich liet inmetselen in een zeer kleine ruimte (‘cel’), welke meestal tegen een kerk was aangebouwd met een venster aan de binnenkant dat uitzicht gaf op het altaar in de kerk. Voor hun levensonderhoud waren ze afhankelijk van de vrijwillige giften die omwonenden kwamen brengen.

zesde paaszondag – A


Uit de Handelingen van de Apostelen 8, 5-8 + 14-17

Vervolging bracht Filippus naar Samaria. Hij verkondigt er het evangelie en doopt er. De moederkerk van Jeruzalem stuurt Petrus en Johannes er naartoe om Filippus’ werk te bevestigen. Zij oogst waar zij niet had gezaaid (Joh. 4, 38). De gave van de Geest voltooit de christelijke initiatie van de nieuw gedoopten.

Filippus ging naar de stad Samaria, en verkondigde hun de messias. Alle inwoners luisterden met grote belangstelling en vol ontzag naar wat hij zei toen ze de wonderen zagen die hij verrichtte: veel mensen werden bevrijd van onreine geesten, die hen onder luid geschreeuw verlieten, en tal van verlamden en kreupelen werden genezen. Daarover ontstond grote vreugde in de stad.
Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat de inwoners van Samaria het woord van God hadden aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe. Nadat ze waren aangekomen, baden ze dat ook de Samaritanen de heilige Geest mochten ontvangen, want deze was nog op niemand van hen neergedaald; ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus. Na het gebed legden Petrus en Johannes hun de handen op, en zo ontvingen ze de heilige Geest.

 

Psalm 66, 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 7 + 16 + 20

Refr.: Heel de aarde, juich voor God !

Heel de aarde, juich voor God,
bezing de eer van zijn naam,
breng Hem eer en lof.

Zeg tot God: Hoe ontzagwekkend zijn uw daden,
uw vijanden kruipen voor U, zo groot is uw macht.
Laat heel de aarde voor U buigen
en zingen, uw naam bezingen.

Kom en zie de werken van God,
zijn daden vervullen de mens met ontzag.
Hij heeft de zee veranderd in droog land,
zijn volk trok te voet door de rivier.

Laten wij ons dan in Hem verheugen:
machtig heerst Hij voor eeuwig,
zijn ogen waken over de volken.
Laat niemand zich tegen Hem verzetten.
Kom en hoor wat ik wil vertellen,
ieder die ontzag heeft voor God,
hoor wat Hij voor mij heeft gedaan.

Geprezen zij God,
Hij heeft mijn gebed niet afgewezen,
mij zijn trouw niet geweigerd.

 

Uit de eerste brief van Petrus 3, 15-18

De christenen waren blootgesteld aan laster en vervolging. Zij verweren zich met dezelfde wapens die ook Christus had gebruikt: een juist geweten, een eerlijk leven, zachtmoedigheid en eerbied.

Dierbaren,
erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster.
Het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goed doet dan omdat men kwaad doet. Ook Christus immers heeft, terwijl Hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd Hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt.

 

Alleluia.

Als iemand mij liefheeft,
zal hij mijn woord onderhouden;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 15-21

Wanneer Jezus zijn leerlingen gaat verlaten drukt Hij hen op het hart trouw te blijven aan zijn geboden. Hij belooft hen de gave van de Geest.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal Ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, want ze ziet Hem niet en kent Hem niet. Jullie kennen Hem wel, want Hij woont in jullie en zal in jullie blijven.
Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.
Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien, maar jullie zullen mij wel zien, want Ik leef en ook jullie zullen leven.
Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben, dat jullie in mij zijn en dat Ik in jullie ben.
Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en Ik zal mij aan hem bekendmaken.’

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, s.j.

’t Is groeitijd voor de natuur. Maar groeien is altijd wat pijnlijk. Zo ook beleeft ons geloof, tussen Pasen en Pinksteren, pijn en groei te samen.

Jezus is heengegaan met Goede Vrijdag, maar Hij blijft sinds Pasen weer onder ons aanwezig, maar nu toch wel op een heel nieuwe manier. Wij moeten leren inzien dat de verrezen Liefde levend is, maar veel meer innerlijk, als een kracht in ons, die alleen merkbaar wordt doorheen enkele schamele tekens, – onze liefdedaden – die door anderen helemaal niet of verkeerd kunnen verstaan worden. Jezus’ liefde leeft voortaan tastbaar en zichtbaar in de dagelijkse, concrete dienstbaarheid van onze kleine, broederlijke en zusterlijke kerkgemeenschap, die toch uit zwakke, zondige mensen blijft bestaan. En Hij komt tegenwoordig in wat brood en een beetje wijn, tekens die niet zomaar door iedereen worden erkend als de liefdegaven van zijn Lichaam en Bloed. Die nieuwe, zeer broze vorm van Jezus’ aanwezigheid leren aanvaarden en erkennen, in deze groeitijd, tot de Geest komt, dat is geen gemakkelijke opdracht. Het is zoals in de natuur deze maand. De tekens van nieuw leven staan al op de bomen. Zij blijven zeer kwetsbaar, maar zij bieden zoveel hoop, althans voor wie ze ziet en groeikansen geeft.

In deze periode zoeken wij, vrienden van Jezus, steun door ons zijn afscheidswoorden te herinneren, over “liefhebben, verbonden blijven, kracht ontvangen, vruchten voortbrengen.” En wij hopen wel dat het echt zo mag worden. Maar terzelfder tijd komen de vragen, de twijfels of zelfs het bewuste ongeloof van de buitenwereld ook ons hart binnengeslopen: “Dat de liefde sterker is dan de dood, is dat wel ook voor mij waar? Kan het wel dat er weer nieuwe vruchten aan de kale bomen van mijn leven komen? Is het wel mogelijk dat ik een nieuwe kans krijg, vergeven word, en herleef zoals een bloem, die tussen de stenen wortel schiet of de voegen van de muur doet barsten? Zou het dan toch kunnen dat ik nog een nieuwe liefde ontmoet?”

In deze tijd voelen wij misschien meer dan ooit dat wij het met onze eigen krachten alleen niet aankunnen en wij leren verlangen naar de komst van Jezus’ Geestkracht. Maar dan het is wel heel belangrijk te beseffen dat die Geest geen verpletterende supermacht is die het allemaal in onze plaats komt doen, maar een uitnodigende bezieling in ons, die onze vrijheid aanspreekt en blijvend beroep doet op onze heel persoonlijke medewerking.

Want wat komt die Geest doen? Wat is zijn taak? De herinnering aan Jezus levendig houden, dwz. ons inspireren, ons begeesteren opdat wij Jezus’ Persoon en werk zouden voort zetten, actualiseren midden in onze tijd, te midden van onze cultuur, met haar moderne problemen, nieuwe mogelijkheden en accenten. Welnu, echt liefhebben vanuit Jezus’ Geest zal altijd, ook in onze tijd en cultuur, willen zeggen: dat wij er persoonlijk voor kiezen in een levenshouding te gaan staan van dankbaarheid en dienstbaarheid.

Echt liefhebben is inderdaad op de eerste plaats: ervoor kiezen in een dankbare relatie te leven met God. Dat betekent dat wij ons leven, dat God als een Vader ons onverdiend heeft aangeboden, als een gratis geschenk dankbaar aanvaarden. De eerste, fundamentele houding van een christen is: “Ik mag leven als een beminnenswaardig mens, ik ben de moeite waard om bemind te worden, ik ben bemind en voel mij dus diep dankbaar tegenover God.” Die keuze om niet “eisend”, maar “dankbaar” in het leven te staan, hernieuw ik het best ’s avonds vóór het slapengaan, als ik even de tijd neem om mijn dag te overlopen en mij af te vragen: “Waarvoor zou ik nog meer dankbaar kunnen zijn?” Natuurlijk is mij die dag niet alles gelukt. Maar, wat er ook gebeurd is, er zijn duizend keer meer redenenom dankbaar te zijn voor het goede dat ik toch mocht ontvangen, dan om verbitterd en opstandig te worden over wat tegenviel. En tussen haakjes: wie als een dankbare mens gaat slapen, slaapt beter.

Echt liefhebben betekent terzelfder tijd: ervoor kiezen in een gevende relatie te leven met anderen. Dat betekent: elkaar concreet dienstbaar zijn, echte broeder- en zusterliefde betonen. “Wie de andere niet helpt, niet bevestigt, niet vergeeft, leeft niet in de waarheid en is een leugenaar.” De keuze om niet “grijpend en veroverend”, maar “delend en gevend” in het leven te staan, hernieuw ik het best ’s morgens, als ik, vóór ik mijn dag begin, even de tijd neem om mij af te vragen: “Waar
zou ik vandaag nog méér kunnen geven en delen?” Natuurlijk is het te voorzien dat ik ook dan nog die dag soms hebberig-egoïstisch ga reageren. Maar ik heb toch ook al ervaren dat er duizend keer meer innerlijke vreugde te beleven valt met iemand anders plezier te doen, dan met mij op te sluiten in mijn eigen eenzame behoeften. En tussen haakjes: wie als een gevende mens zijn dag begint, is beter wakker.

Jezus’ Liefdegeest wordt wel eens vergeleken met een stormwind, die de scheidingsmuren wegblaast, die mensen tussen elkaar hebben opgetrokken, of met een zachte bries, die verzoening teweegbrengt, waar harde standpunten harten uit elkaar dreigen te drijven. Storm of bries, het zijn beelden. Maar het is vooral goed te weten dat Jezus’ Geest niets kan bereiken als wij er niet persoonlijk voor kiezen om met Hem mee te werken.

Wat doet het deugd gaandeweg te leren minder en minder te handelen uit verplichting of last, maar meer en meer uit dankbaarheid, omdat wij zelf reeds zoveel hebben ontvangen en omdat het de andere zo’n plezier doet.

Nog meer danken en meer dienen, dat kan de Geest ons zeker leren in deze groeitijd. Zo willen wij bidden om zijn komst.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
kom met uw Geest in ons.
Dat Hij onze relatie met U en de Vader
levendig mag maken,
opdat wij meer en meer beeld en gelijkenis
mogen worden van Jullie,
onze oerroeping.
Kom heilige Geest.
Amen.