Lezingen van de dag – zondag 22 april 2018


Heilige (of feest) van de dag

Alexandrië van Lydda (+ 304)

Alexandria van Lydda, Palestina; martelares

Zij is de vrouw van de Romeinse vorst Dacianus. Deze probeert Sint-Joris te bewegen een offer aan de goden te brengen. Maar hij weigert. Dan zweert Dacianus tegen zijn vrouw dat hij dood mag neervallen als hij deze man er niet onder krijgt. Haar reactie is verrassend: “Jij, lelijke beul en moordenaar! Hoe vaak heb ik je al niet gezegd de christenen met rust te laten; hun God vecht voor ze. Als je maar weet dat ik ook christen wil worden!” Daar schrok de koning ontzettend van en riep: “Wee mij, nu hebben ze jou ook al bedrogen.” Hij beval dat ze aan haar haren moest worden opgehangen en met zwepen afgeranseld. Midden in haar pijnen riep ze tot Joris: “U, licht der waarheid, zeg mij: waar zal ik naartoe gaan? Ik ben immers nog niet wedergeboren door de doop met het water?” Waarop Joris antwoordde: “Houd moedig stand, mijn dochter; het bloed dat je vergiet, zal je doopwater zijn en de kroon van je overwinning.” Daarop richtte zij een gebed tot de Heer en gaf de geest.

4e paaszondag – B


Uit de Handelingen van de Apostelen 4, 8-12

In de naam van Jezus, wat betekent ‘Godt redt’, geneest Petrus een lamme bij de tempelpoort. De Joodse autoriteiten nemen Petrus en Johannes gevangen en brengen hen voor het Sanhedrin. Petrus verkondigt een totale ommekeer. Jezus, verworpen door de mannen van de tempel, is nu de hoeksteen geworden van een nieuw gebouw, zijn verrezen lichaam. Het heil is te vinden bij Hem.

Petrus sprak, vervuld van de heilige Geest:
‘Leiders van het volk en oudsten, nu wij vandaag worden verhoord omdat we een zieke hebben geholpen, en nu ons wordt gevraagd hoe het komt dat hij is genezen, dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van Jezus Christus uit Nazaret, die door u gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt.
Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is. Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’

 

Psalm 118, 1 + 8-9 + 21-23 + 26 + 29

R.: De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
Beter te schuilen bij de Heer
dan te vertrouwen op mensen.

Beter te schuilen bij de Heer
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Ik wil U loven omdat U antwoordde
en mij de overwinning gaf.

De steen die de bouwers afkeurden
is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de Heer,
een wonder in onze ogen.

Gezegend wie komt met de naam van de Heer.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.
Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.

 

Uit de eerste brief van Johannes 3, 1-2

Wij zijn werkelijk kinderen van God. Wie God niet kent, kan het niet begrijpen. Ook aan ons is dit nog niet tenvolle geopenbaard. Volledig gelijkvormig worden aan Gods Zoon, blijft onze hoop.

Dierbaren, bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld Hem niet kent. Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zal verschijnen, want dan zien we Hem zoals Hij is.

 

Alleluia.

Ik ben de goede herder, zegt de Heer,
Ik ken mijn schapen
en mijn schapen kennen mij.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 10, 11-18

Liefde betekent hier wederzijdse kennis. De Vader kent de Zoon en de Zoon kent de Vader. Op dezelfde wijze kent de herder, Christus, zijn schapen en zijn schapen kennen Hem. Hij kent er ook nog anderen, die Hem nog niet kennen. Ook voor hen heeft de Heer zijn leven gegeven, opdat ze naar zijn stem zouden luisteren. Dan zal er maar één kudde meer zijn.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.’

Van Woord naar leven

Geliefde mensen,

Jezus trekt ons vandaag niet binnen in een soort romantisch beeld van lieve schaapjes met een herder, grazend op heidelandschap of ergens op een of andere dijk met kwakende kikkers en zoemende bijen. Jezus wilt ons iets zeggen over het ware ‘herder-zijn’. Hij spreekt in die zin onrechtstreeks over zichzelf, maar heel zeker ook over ons; wij die geroepen zijn herder te zijn voor elkaar.

Als je terugkijkt op je leven vermoed ik dat je zeer zeker mensen kan aanduiden die herder waren in je leven; herders en herderinnen. Vader en/of moeder, een leerkracht, een vriend(in), een zorgkundige, een priester. Maar ook lectuur, film, kunst,… kunnen een herderlijke rol hebben gespeeld in je leven.

Wat was dan het bijzondere dat deze herders deden ? Wel, ze hebben je behoed, je beschermd, over je gewaakt, je geleid, je opgeroepen. Los van het feit dat het ook boeken of films konden het zijn, waren het mensen die u ten diepste liefhadden, met een trouw om U tegen te zeggen. Ze brachten je naar het kern van je bestaan, daar die plaatsen waar het om ging in je leven. Ze namen je bij de hand, om je te helpen opstaan, zacht leidend, naar het Hart van je bestaan. Dat zijn herders.

En dat, lieve mensen, mogen wij zijn voor elkaar. Dat is Kerk-zijn. Dat is gemeenschapsbeleving, dat is gezin zijn, dat is je buurt ernstig nemen, dat is je collega’s liefhebben, dat is je medewoners in het Woon- en zorgcentrum ter harte nemen, dat is christen-zijn.

We moeten nederig blijven. We mogen, en moeten in zekere zin, herder zijn voor elkaar, maar aub nooit als een meerdere, want dan maak je je roeping stuk. Dan laat je je verleiden door de ‘demon’ van macht en zelfverheerlijking.

Een ware herder ziet in de ander zijn leermeester die oproept tot liefde, de ander die in staat is het beste in jezelf naar boven te halen. Dat is de altijd terugkomende paradox van het evangelie; een paradox die dikwijls zo haaks staat op de wereld van vandaag.
Herder zijn voor elkaar, elkaar beschermen, elkaar dragen, heeft in de diepte met dienen te maken, met voetwassing, met overgave aan de liefde.

Ja, overgave aan de liefde, aan de liefde die z’n inwoning heeft in u. Overgave dus aan God zelf die in Christus in u woont. Uw overgave aan zijn aanwezigheid zal je tot ware herder maken; een herder die onderscheid kan maken waar het op aan komt (zie leestip van vandaag), die nederig en zacht de ander zal kunnen dragen en leiden.

Laten we gemeenschapsmensen zijn voor elkaar, in de vreugde van Jezus’ Pasen, in de eenvoud van het evangelie, biddend en toegewijd.

Christen-zijn … het is zo’n mooie roeping.
Een roeping die leven draagt en leven baart.
Heerlijk toch.

Een mooie zondag voor u allen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
leer ons herder te zijn zoals Gij.
Leer ons genezen, verzorgen,
troosten, verbinden, zoeken,
luisteren en thuisbrengen.
Leer ons dit te doen voor allen,
zonder uitsluiting.
Ja Heer,
leer ons herder te zijn zoals Gij.
Amen.