Lezingen van de dag – zondag 22 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Maria Magdalena (1e eeuw)

Liturgisch gezien is de gedachtenis aan Maria Magdalena een feest, maar omdat 22 juli dit jaar op een zondag valt gaan de lezingen van de zondag voor.

Volgens Lukas was Maria Magdalena (of ‘van Magdala’) een van “de vrouwen in het gevolg van Jezus, die van boze geesten en ziekten verlost waren”; uit haar “waren zeven duivels weggegaan” (Lukas 08,02-03; vgl. Markus 16,09). Zij behoort tot de twee of drie Maria’s die toezagen hoe Jezus gekruisigd en begraven werd (Mattheus 27,55-56; Markus 15,40-47). Jezus’ dood en begrafenis waren vanwege de naderende sabbat zo snel verlopen, dat men geen tijd meer had gehad Hem door balseming de laatste eer te bewijzen. Vandaar dat op de vroege ochtend na de sabbat een aantal vrouwen terugging naar het graf om dat alsnog te doen. Onder hen bevond zich ook weer Maria Magdalena (Mattheus 28,01; Markus 16,01.09; Lukas 24,10). Zij ontdekten dat het graf leeg was; er waren een of twee mannen, engelen van God, die hun zeiden, dat Jezus uit de doden was opgestaan en dat Hij hun voorging naar Galilea; daar zouden zij Hem zien. Dat moesten zij aan zijn leerlingen doorgeven.
Johannes’ versie van deze gebeurtenis wijkt enigszins af. De twee in het wit geklede engelen vroegen aan Maria, die zich voorover gebogen had om een blik in het graf te kunnen werpen:”Vrouw, waarom huilt u?” Zij antwoordde: “Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet, waar ze Hem hebben neergelegd.” Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: “Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?” In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: “Heer, mocht u Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.” Zij herkende Hem, toen Hij haar op zijn karakteristieke manier bij haar naam noemde: “Maria!” (Johannes 20,01-18).

In de kerk wordt ze vereerd als een boetelinge wier radicaal veranderde leven de liefde en kracht van Jezus laat zien.

16e zondag door het jaar – B


Uit de profeet Jeremia 23, 1-6

De profeet klaagt het gedrag van de leiders aan en stelt hen verantwoordelijk voor de geestelijke ondergang van het volk. God belooft zelf te zorgen voor een nieuwe koning, een afstammeling van David, die het volk met bekwaamheid zal leiden.

Wee de herders die de schapen van mijn weiden in het verderf storten en laten verdwalen – spreekt de Heer. Daarom – dit zegt de Heer, de God van Israël, tegen de herders die mijn volk weiden: Jullie hebben mijn schapen verjaagd en laten verdwalen, en jullie zijn ze niet gaan zoeken. Daarom ga Ik jullie zoeken: Ik zal jullie straffen voor je kwalijke praktijken – spreekt de Heer. Wat er nog van de schapen over is, zal Ik bijeenbrengen uit alle landen waarheen Ik ze verjaagd heb. Ik breng ze terug naar hun weide, ze zullen vruchtbaar zijn en in aantal toenemen. Ik zal herders over ze aanstellen die ze zo zullen hoeden dat ze geen angst meer kennen en er niet één meer zal worden gemist – spreekt de Heer.
De dag zal komen – spreekt de Heer – dat Ik aan Davids stam een rechtmatige telg laat ontspruiten, die als koning een wijs beleid zal voeren en die in het land recht en gerechtigheid zal handhaven. Dan wordt Juda verlost en zal Israël in vrede leven. Zijn naam zal zijn “De Heer is onze gerechtigheid”.

 

Psalm 23, 1-6

Refr.: De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water.

Hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.

Al gaat mijn weg door een donker dal,
ik vrees geen gevaar, want U bent bij mij,
uw stok en uw staf, zij geven mij moed.

U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand,
u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.

Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.

 

Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 2, 13-19

Christus bracht vrede, en verzoende door het kruis.

Broeders en zusters,
u bent, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. Want Hij is onze vrede, Hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen.
Zo bracht Hij vrede en verzoende Hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden.
Vrede kwam Hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

 

Alleluia.

Mijn schapen luisteren naar mijn stem,
zegt de Heer,
en Ik ken ze en ze volgen mij.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 30-34

Jezus acht een innige omgang en een diepe verbondenheid met zijn apostelen nodig om hen deel te laten nemen aan de verkondiging van het Rijk en om hen bekwaam te maken de lasten van het pastoraal werk te dragen. Daarom wil Jezus hen inleiden in het gebed.

De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden Hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden.
Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.
Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.
Toen Hij uit de boot stapte, zag Hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en Hij onderwees hen langdurig.

Van Woord naar leven

Na een vermoeide tocht om de blijde boodschap te verkondigen horen Jezus’ leerlingen de volgende uitnodiging: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’

Is dit een uitnodiging om wat vakantie te nemen ?
Ja, maar dan wel een vakantie van Jezus’ soort, nl. een vakantie van rust, gevuld met herbronning, bezinning en gebed.
‘Alleen zijn’ betekent in het evangelie ‘tijd besteden aan gebed tot God’.

Gelukkig zijn er ook in onze tijd nog plaatsen voor rust, bezinning en ‘alleen zijn’, – abdijen, bezinningscentra – waar retraites, afzonderlijk of in groep, worden aangeboden, aangepast aan onze tijd, met begeleiders (en -sters) die de geestelijke vragen en noden van mensen van onze tijd kennen. Wie wilt, en wie zoekt, die vindt verschillende plaatsen in Vlaanderen en Nederland waar dit mogelijk is.

Wat gebeurt er eigenlijk op zo’n retraite ?
Daar wordt ons gedurende een korte tijd een heel ander levensritme en -kader aangeboden, mét inspanningen, maar op heel ander domein, nl. op het vlak van het inwendige leven.
Een beetje zoals een bergbeklimmer die het de moeite waard vindt de bergflank op te trekken, om, van op een hoger niveau, vanuit een ander perspectief, een heel andere kijk op de dingen te krijgen, om daarna in de vallei het dagdagelijks leven weer aan te pakken, maar met een vernieuwde inwendige kracht.

Een retraite is een rustgevende, deugddoende herbronning.
Het is geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een ingrijpende onderbreking om juist nieuwe kracht op te doen voor later.

De kern van een retraite zijn de regelmatige ontmoetingen met de levende Heer.
We moeten er dus tijd voor maken, zeker enkele dagen, om onszelf de kans te geven niet alleen met ons verstand, maar vooral met ons gemoed en ons hart, opnieuw de Heer in ons eigen leven te ontdekken, en Hem te ontmoeten.

De vraag die zich zal aandienen is: ‘Op welke manier is God vandaag de dag bezig met mij?’

Met de hulp van een ervaren berggids – een geestelijke begeleider – zullen we een hernieuwde ervaring opdoen, nl. dat God mij graag ziet, in heel mijn zijn, met heel mijn verleden.
Dat geeft nieuwe zuurstof aan het hart. Wat een verademing dat te mogen ervaren; niet theoretisch, maar lijfelijk voelbaar.

Die eerste fase is essentieel, en volstaat voor de meesten.

Sommigen gaan nog verder en kunnen tijd besteden aan een tweede fase van de retraite: na de dankbaarheid voor Gods vriendschap volgt de ervaring van een uitnodiging tot uitzuivering van onze dienstbaarheid.
De meesten van ons doen veel voor anderen. Wij steken veel energie in onze zorg voor huisgenoten, vrienden, buren, collega’s, leden van allerlei verenigingen. Maar soms kan er geruisloos nogal wat zelfzucht zijn binnengeslopen in onze manier van bezorgd te zijn: doen wij het echt voor de anderen of toch ook gedeeltelijk voor onszelf ?
De tweede fase van een retraite is een louterend bewust worden dat onze bezorgdheid vermengd geraakt is met valse motieven en daarom een uitnodiging tot uitzuivering van onze dienstbaarheid.
En dat blijft niet theoretisch, maar mondt uit in een heel praktische vernieuwing van onze aanpak.

Elk bezoek aan een kerk, elke eucharistieviering is in feite een kleine retraite.
Te midden van ons drukke leven, vinden wij in een kerk een oase van rust en bezinning, waar wij nieuwe kracht kunnen opdoen doen om weer wat ‘echter’ bezorgd te zijn voor onze medemensen vanuit God die in ons woont.

Voor hen die vandaag nog naar de eucharistieviering gaan: een zalige retraite !

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,
wij vragen in deze vakantietijd dat wij aandacht mogen hebben en tijd mogen maken, voor U en voor elkaar. Geef dat dit tot gevolg mag hebben dat uw liefde door ons heen meer en meer mag stromen naar allen die wij ontmoeten en waarvoor wij bidden. Mogen wij vanuit U elkaar tot zegen zijn, en elkaar de diepe vrede van het evangelie schenken.
Goede God, geef ons hiertoe de kracht, in Christus, onze broeder en Heer.
Amen.