Lezingen van de dag – zondag 23 april 2017


Heilige (of feest) van de dag

Maria Gabriella Sagheddu († 1939)

Maria Gabriella Sagheddu o.trap., Grottaferrata, Rome, Italië; kloosterlinge

Zij werd op 17 maart 1914 geboren in het plaatsje Dorgali-Nuoro op het Italiaanse eiland Sardinië. In 1935 werd ze toegelaten tot het klooster van de Trappistinnen te Grottaferrata bij Rome. Later werd het verplaatst naar Vitorchiano bij Viterbo.
Zij droeg heel haar leven op ter intentie van de eenheid van de christenen van de hele wereld.
Zij stierf op de zondag dat het evangelie van de Goede herder werd voorgelezen.
Op 25 januari 1983 werd zij zalig verklaard.
Zij ligt begraven in de slotkapel van het klooster te Vitorchiano.

Tweede paaszondag
Beloken Pasen


Uit de Handelingen van de Apostelen 2, 42-47

Het geloof in de verrijzenis draagt zijn vruchten. Eén van de eerste vruchten, die ook vandaag nog blijft, is het leven in gemeenschap. Dit ietwat geïdealiseerde tafelreel toont overduidelijk de wezenlijke, onmisbare elementen van elke christelijke kerk: de trouw aan de leer van de apostelen, het broederlijk verdelen der goederen, de eensgezindheid, het gebed en het breken van het brood, de vreugde en het missionair getuigenis.

De eerste christenen bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.
De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag.
Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk.
Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden.
Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.
Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

 

Psalm 118, 2-4 + 13-15 + 22-24

Refr.: Laten wij juichen en ons verheugen.

Laat Israël zeggen:
‘Eeuwig duurt zijn trouw’;
het huis van Aäron zeggen:
‘Eeuwig duurt zijn trouw’;
wie de Heer vreest, zeggen:
‘Eeuwig duurt zijn trouw.’

Jullie sloegen mij en ik viel,
maar de Heer heeft geholpen.
De Heer is mijn sterkte, mijn lied,
Hij gaf mij de overwinning.
Hoor, gejubel om de overwinning
in de tenten van de rechtvaardigen:
de rechterhand van de Heer doet machtige daden.

De steen die de bouwers afkeurden
is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de Heer,
een wonder in onze ogen.
Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt,
laten wij juichen en ons verheugen.

 

Uit de eerste brief van Petrus 1, 3-9

Het paasgeloof, zoals het bezegeld werd door het doopsel, is het geloof in Jezus zonder Hem gezien te hebben en ook zonder dat wij Hem nu zien. Dit is het begin van het eeuwig heil. Hoop en vreugde worden eruit geboren. Als zijn de beproevingen nog niet voorbij, zij zijn slechts de laatste stap voor onze verrijzenis.

Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.
Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden.
Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst – en zo verwerft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren.
U hebt Hem lief zonder Hem ooit gezien te hebben; en zonder Hem nu te zien gelooft u in Hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde, omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding.

 

Alleluia.

Tomas, omdat je me gezien
hebt geloof je.
Gelukkig zijn zij
die niet zien en toch geloven.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 20, 19-31

Niets of niemand kan de Verrezene nog beletten de zijnen te bezoeken. Hij brengt hen zijn Geest met de vruchten ervan: vrede, vreugde en de macht om zonden te vergeven. In de persoon van Tomas, die de Heer wilde zien en Hem heeft aangeraakt, lijkt Hij aan de christenen van alle tijden te zeggen: wees er zeker van, Ik ben het werkelijk. Geloof jij dan ook.

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’
Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen.
Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’
Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’

Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei Hij, en daarna richtte Hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’
Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’
Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van br. Wiro, trappist van de abdij Maria Toevlucht te Zundert.

‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij.’

Zusters en broeders,

het gaat vandaag niet alleen over niet zien en toch geloven, maar ook over handen die je wel kan zien en zelfs aanraken. Tomas werd door Jezus uitgedaagd om naar diens handen te zien. Hij kon ook alleen maar geloven dat hij Jezus voor zich had wanneer hij in die handen de wonden kon zien die het kruis er in geslagen had. En met zijn eigen handen moest Tomas die wonden in Jezus’ lichaam aanraken. Het klinkt voor ons bizar. Jezus was toch uit de kruisdood verrezen en leefde voortaan bij zijn Vader? En toch… op de eerste Paasavond blijken die wonden juist heel belangrijk. Dan toont Hij aan zijn verbaasde leerlingen de wond in zijn zijde en ook die gekwetste handen. En van die wonden uit blaast Hij zijn Geest over hen uit. ‘Ontvang de heilige Geest.’ Zij blijken een bron te zijn van nieuw leven die overstroomt naar allen die naar die handen en open wonden kunnen kijken en ze ook in hun leven toelaten.

In ons dagelijkse leven, beste mensen, gebeurt het zo vaak. Wij geven elkaar een hand om onze verbondenheid met de ander te laten voelen. Gewoonlijk kijken wij niet eens naar die handen. Het lijkt zo vanzelfsprekend en we doen het ook vaak zonder nadenken. Tot iemand je misschien weigert een hand te geven. Dan is hij kwaad en wil niets met je te maken hebben. Dan zijn die handen opeens heel veelzeggend. Handen kunnen ook slaan en veel kwaad aanrichten; ze kunnen een stok of een wapen vasthouden en iemand zelfs vermoorden. Of wat wellicht erger is: iemands ziel voor een heel leven verwonden. Maar diezelfde handen kunnen ook eerlijk strelen en liefde tonen, ze kunnen helpen waar nood is en je vasthouden en dragen waar jezelf niet verder kan. Door onze handen werken we voor elkaar, of het nu in de keuken, het huishouden of in een bedrijf is waardoor we elkaar in leven houden. We spreken zelfs over gouden handen, die alles kunnen, vlijtige handen, handige mensen, terwijl sommigen twee linkse handen hebben, maar toch wel een goed hart.

Het is zeker de moeite waard eens beter naar die handen van jezelf en een ander mens te kijken. Hoe ouder ze zijn hoe meer je er aan kan zien. Een handlijnkundige haalt er je karakter of hele levensloop uit. Maar zonder die kennis kunnen we nog genoeg ontdekken aan wat iemand in zijn leven gedaan en doorgemaakt heeft. Ja, in zekere zin tonen handen ook de pijn en de kwetsuren, de lasten en zorgen die ze gedragen hebben.

Misschien kunnen we hierdoor ons evangelie ook beter verstaan. De handen van Jezus hebben in zijn leven veel mensen genezen en gezegend, brood gebroken en gedeeld. Maar door de geslagen en aanvaarde wonden van Goede Vrijdag is het eigenlijk pas Pasen geworden. Wonden die een wonder worden en voortaan voor alle mensen bron van nieuw leven.

Zusters en broeders,
ik zou u willen uitnodigen zo de komende paastijd en heel het jaar door met open en zegenende handen te leven. Open handen om te kunnen ontvangen en te delen. Zegenende handen om te genezen en Gods menslievendheid door te geven. Ook onze gekwetste handen worden dan een genade voor anderen.
We hoorden het in de lezing uit de Handelingen van de apostelen: ‘De apostelen verrichtten vele tekenen en wonderen onder het volk.’ En dat werd mogelijk omdat die eerste leerlingen van Jezus eensgezind samenleefden en alles met elkaar deelden. Zo werden zij een zegen voor allen die naar hen toe kwamen met hun kwalen en verdriet.

Maar zegenen onze eigen handen ook niet onszelf met het teken van het kruis, dus met de kruiswonden van Jezus? Onze moeders of vaders zegenden ons voor het slapen gaan met een kruisje op ons voorhoofd. En zo kunnen we ook elkaar soms met een kruisje zegenen om Gods bescherming toe te wensen.

Toch, zusters en broeders, krijgen onze handen hun diepste betekenis wanneer wij ze openen in het gebed zoals bij het Onze Vader, of juist samenvouwen in stilte om de noden, de zorgen en pijn van velen of ook onze dankbaarheid voor God te brengen. We leggen dan onze handen in Gòds handen.

Vandaag kijken we met Tomas naar onze gekruisigde en verrezen Heer.

‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen’ Het wonder van Pasen kan iedere dag gebeuren wanneer wij onze handen openen voor elkaar. Dan brengen we iedereen vrede. Ja, dat is de groet van vandaag: Vrede met jou, Vrede voor u allen!

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede Vader,
Gij hebt uw Zoon verheerlijkt;
in Hem zijn wij herboren,
en zijn vrede wenst Gij ons toe.
Vervul ons van geloof in zijn aanwezigheid,
maak ons één van hart
en laat ons wonen in zijn vrede.
In zijn Naam,
amen.