Lezingen van de dag – zondag 23 oktober 2016


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van Capestrano († 1456)lotz_john_of_capistrano

Johannes van Capestrano (ook van Capistrano), Ilok (bij Vukovar ten noordwesten van Belgrado)

Hij werd op 24 juni 1386 geboren te Capestrano, een plaatsje in de Italiaanse Abruzzen. Hij studeerde rechten achtereenvolgens aan de universiteiten van Perugia en Rome. In 1412 werd hij door koning Ladislas van Napels tot rechter benoemd in de stad Perugia. Bij een inval van de soldatenbendes van Malatesta werd hij gevangen genomen en opgesloten. In de kerker zou hij visioenen ontvangen hebben, met als gevolg dat hij brak met zijn verleden en intrad bij de Franciscaanse tak der observanten. Het huwelijk dat hij vlak voordien gesloten had, maar door zijn gevangenschap nog niet door geslachtsgemeenschap had kunnen consumeren, liet hij ontbinden.

Vanaf 1417 begint zijn apostolische werkzaamheid, die hem rusteloos door heel Europa zal voeren. Net als zijn vriend Bernardinus van Siena († 1444; feest 20 mei) is hij rondreizend predikant. Tot aan 1451 beweegt hij zich uitsluitend binnen de grenzen van Italië, met uitzonering van een visitatiereis naar Palestina en een preekmissie naar de Nederlanden. Naast godsdienstige onderwerpen als Christus, genade en gebed, gaan ze ook over vrede en gerechtigheid; in dat verband preekt hij regelmatig tegen de woekerrente die in die tijd heel gebruikelijk was en wel op kon lopen tot vijftig à zestig procent. Elke dag houdt hij wel ergens een preek die dan vaak meer dan een uur duurde. Daarna wachten hem rijen biechtelingen die hem uren achtereen in de biechtstoel gekluisterd houden. Waar hij maar kan, richt hij gebedsbroederschappen op en sticht hij gasthuizen voor zieken, zwervers en daklozen. Intussen heeft hij met veel inzet geijverd voor de heiligverklaring van zijn vriend Bernardinus, welke inderdaad in 1450 zijn beslag krijgt.

Vanaf 1451 tot 1454 trekt hij op verzoek van keizer Frederik III († 1493) Europa in. Zo vinden we hem in Oostenrijk en Bohemen, waar hij strijdgesprekken houdt met de Hussieten en er velen, vooral van adel, weet terug te brengen te de moederkerk.
Vervolgens zien we hem optreden in Beieren, Thüringen, Saksen, Sleeswijk en Polen. In het voorbijgaan verricht hij honderden wonderbaarlijke genezingen. Van minstens tweeduizend zijn er notariële getuigenverslagen vastgelegd. Tussen de bedrijven door werkt hij ijverige mee aan de hervorming van zijn kloosterorde, en wordt hij herhaaldelijk door de paus ingeschakeld als zijn persoonlijk gezant en treedt hij op als bemiddelaar en vredestichter aan Italiaanse en Europese hoven.
Vanaf 1454 komt er een hoofdthema bij in zijn predikaties: een kruistocht tegen de Turken. Hij schijnt nauw betrokken geweest te zijn bij de overwinning op de Turken op 22 juli 1456, waardoor Belagrado op het nippertje van de ondergang werd gered: ‘Met Johannes in de voorste rijen maakte het leger van de Hongaarse veldheer János Hunyadi op 22 juli 1456 een einde aan het beleg van Belgrado door sultan Mehmed II,’aldus Van der Linden. Enige maanden later wordt hij aangetast door de pest en sterft niet ver van Belgrado, in het plaatsje Ilok aan de Donau.

Hij werd in de plaatselijke kerk bijgezet. Bij onlusten in 1526 wordt zijn graf geschonden; sindsdien is zijn lijk spoorloos verdwenen.
Bij zijn leven werd hij al beschouwd als een groot heilige. Hij wordt genoemd ‘de Redder van Belgrado’ en ‘Apostel van Europa’. In 1690 werd hij door paus Alexander VIII († 1691) heilig verklaard. Hij geldt als patroon van het verenigde Europa. Daarnaast wordt hij op basis van de verschillende episodes in zijn leven vereerd als beschermheilige van juristen, legeraalmoezeniers.
Hij wordt afgebeeld als minderbroeder (franciscaan); vaak met een rood kruis op de borst of kruisvaan in de hand (oproep tot een nieuwe kruistocht); aan zijn voeten soms overwonnen Turken.

30e zondag door het jaar – Cbijbel


Uit het boek Wijsheid van Jezus Sirach 35, 15b-17 + 20-22a

Wie zich klein en kwetsbaar voor God weet staan, zal zich in zijn erbarmen mogen verheugen.

De Heer is een rechter en persoonlijk aanzien is voor Hem niet van belang.
Hij is niet partijdig ten koste van de arme, Hij verhoort de bede van wie onrecht werd gedaan.
Hij slaat acht op de smeekbede van een wees en op de jammerklachten van een weduwe.
Wie de Heer zo dient dat het Hem behaagt, wordt aangenomen, zijn bede reikt tot aan de wolken.
Het gebed van een nederige dringt door de wolken heen, hij is ontroostbaar zolang het niet aankomt, hij volhardt totdat de Allerhoogste er aandacht aan schenkt, totdat Hij ten gunste van de rechtvaardige oordeelt en dat oordeel uitvoert.

 

Psalm 34, 2 + 3 + 17 + 18 + 19 + 23

Refr.: Die roepen in nood, naar hen luistert de Heer.

De Heer wil ik prijzen, elk uur van de dag,
mijn mond is altijd vol van zijn lof. Drieeenheid_2

Laat mijn leven een loflied zijn voor de Heer,
de nederigen zullen het met vreugde horen.

Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit.

De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen,
Hij bevrijdt hen uit de nood.

Gebroken mensen is de Heer nabij,
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.

De Heer redt het leven van zijn dienaren,
nooit zal boeten wie schuilt bij Hem.

 

Uit de tweede brief van Paulus aan Timoteüs 4, 6-8 + 16-18

Als goede atleet van Christus, heeft Paulus zich afgesloofd, trouw tot het einde. Hij is er zeker van dat hij beloond zal worden door God, de enige die hem nooit in de steek heeft gelaten. Vol vertrouwen ziet hij dan ook uit naar de definitieve ontmoeting met zijn Heer.

Dierbare,
mijn bloed wordt al als een offer uitgegoten, het moment waarop ik heenga nadert. Maar ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden.
Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer, de rechtvaardige rechter, aan mij zal geven op de grote dag; en niet alleen aan mij, maar aan allen die naar zijn komst hebben uitgezien.
Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, ze hebben mij allemaal in de steek gelaten. Moge het hun niet worden aangerekend.
Maar de Heer heeft me ter zijde gestaan en me kracht gegeven, zodat ik de verkondiging tot een goed einde heb gebracht en alle volken de boodschap hebben gehoord. Ik ben gered uit de muil van de leeuw.
De Heer zal me van alle kwaad redden en me veilig naar zijn hemels koninkrijk brengen. Hem komt de eer toe tot in alle eeuwigheid.
Amen.

 

Alleluia.candle-1129354_640
God heeft in Christus
de wereld met zich verzoend.
Hij gaf ons de boodschap
van de verzoening mee.
Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 18, 9-14

De Farizeeër wil zijn onberispelijke levenswandel doen gelden: hij zal niet gerechtvaardigd worden. Daarentegen opent de tollenaar zich in nederigheid voor de genade en de vergiffenis. Omdat hij bidt met lege handen wordt de arme door God verhoord en overladen met gaven.

Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde Jezus de volgende gelijkenis.
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een Farizeeër en de ander een tollenaar. De Farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.”
De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.”
Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

Van Woord naar leven

Twee biddende mensen in de tempel. Echter één die écht bidt, die in ontmoeting komt met God, die van aangezicht tot Aangezicht staat. De eerste is hoogmoedig, hooghartig, blind voor zichzelf, schijnheilig, vergelijkt zich tijdens zijn bidden met anderen. De andere is nederig, bescheiden, bewust van zijn zwakheid, weet zich klein tegenover de altijd Grotere.

En heel spontaan zal onze sympathie uitgaan naar degene die in alle bescheidenheid bidt. Al vlug denken we bij onszelf: ‘Zoals die Farizeeër, zo bid ik gelukkig niet’. En daarmee is de kans groot dat we dezelfde fout maken door te zeggen: ‘Ik ben blij dat ik niet zoals de andere ben’. Dat gevaar schuilt altijd om de hoek.

Bij bidden komt het erop neer eerlijk te staan tegenover God. Bij het gebed moeten we onszelf, én God, recht in de ogen kunnen kijken. Het is onze zwakheden en onze neiging tot zonde bij Hem neerleggen, gelovend dat Hij ons in zich zal opnemen, ons ten diepste zal verlossen, ons doorheen zijn Zoon innig één zal maken met zijn liefde.

Echt bidden is je hart openen naar God toe in een geest van diepe dankbaarheid omdat Hij is die Hij is: de Allerhoogste, de levende Liefde, het kloppend hart van ons bestaan.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,cross-with-the-crucified-christ
bescherm ons van hoogmoed,
en maak ons nederig en arm van hart.
Geef ons de moed eerlijk te bekennen
dat ook wij soms toegeven aan de zonde
door uw liefde te laten varen.
Vervul ons dan met uw barmhartigheid
en zend ons telkens opnieuw op weg
om één met U
uw Vrede te bezingen.
Alle dagen van ons leven,
amen