Lezingen van de dag – zondag 24 jan. 2016


Heilige (of feest) van de dag

Franciscus van Sales (+ 1622)St.-Francis-de-sales-11

Franciscus van Sales, Annecy, Frankrijk; bisschop, stichter & kerkleraar; † 1622

Hij werd op 21 augustus 1567 geboren op slot Sales bij Thorens in de Zuid-Franse landstreek Savoye. Hij deed zijn studie theologie, eerst in Parijs, waar hij de grondlegster van de Karmelietessen in Frankrijk, Marie Acarie († 1618; feest 18 april) ontmoette; vervolgens aan de universiteit van Padua. Hij was een warm voorstander van de hervormingen die door het Concilie van Trente werden ingevoerd. Hij had een mild en bescheiden karakter. Sint Vincentius a Paolo († 1660; feest 27 september) schijnt eens gezegd te hebben: “God moet wel heel goed zijn, als je ziet hoe goed zijn dienaar Franciscus al is.” Daarnaast bezat Franciscus een grote eruditie. Dat maakte het hem mogelijk vele bekeringen te bewerkstelligen onder de Calvinisten van zijn geboortestreek Savoye.
In 1602 werd hij bisschop van het bij uitstek calvinistische Genève, maar omdat hij niet tot de stad werd toegelaten, resideerde hij in Annecy. Zijn zorg ging uit naar gebed en geestelijk leven en schreef er twee beroemde boeken over: ‘Inleiding tot een godvruchtig leven’ (Introduction à la Vie dévote) en ‘Verhandeling over de liefde van God’.
Tezamen met Sint Jeanne Françoise Frémiot de Chantal († 1641; feest 12 december) stichtte hij de Orde van de Zusters Visitandinnen.
Net als Jezus in het evangelie, keek hij met veel liefde om zich heen, en probeerde overal de diepere betekenis van te peilen. Zo schrijft hij in een brief uit 1615 aan zijn vriendin Jeanne de Chantal:

‘Het had flink gesneeuwd; op de binnenplaats lag een laag van wel een voet dik. Jean veegde het in het midden van de binnenplaats een beetje schoon en strooide wat graankorrels voor de duiven. Onmiddellijk kwamen ze naar hun eetgelegenheid en aten ervan met een vrede en eerbied die je versteld zou hebben doen staan. Ik bleef er met plezier naar kijken. Je zult niet geloven hoeveel devotie deze diertjes mij gaven, want ze zeiden geen woord, en degenen die klaar waren met eten vlogen een klein stukje verder om daar op de anderen te wachten. Toen ze zo de helft van de open plek hadden leeggegeten, kwam er een hele zwerm vogels bij, die tot dan toe alleen maar hadden zitten toekijken. De duiven die nog aan het eten waren, gingen opzij en gaven de veel kleinere nieuwkomers alle ruimte. Ze konden aanschuiven zonder dat de duiven hen ook maar één moment lastig vielen.
Ik was onder de indruk van hun liefde. Want de duiven waren zo bang hun kleinere collega’s af te schrikken dat ze zich met z’n allen een eindje verderop afzijdig hielden. Maar ook bewonderde ik de nieuwgekomen bedelaars, want ze waren pas op de aalmoes afgekomen, toen ze zagen dat de duiven praktisch klaar waren met eten en nog meer dan genoeg hadden overgelaten. Tot slot krijg ik tranen in de ogen bij de gedachte aan de vriendelijke eenvoud van die duiven en aan het liefdevolle vertrouwen van de kleinere vogeltjes. Ik geloof niet dat een gewone preek mij ooit zó getroffen zou hebben. Dat beeld heeft mij de hele dag een goed gevoel gegeven.’

Een ooggetuige vertelt een soortgelijk verhaal:

‘Toen de heilige man eens bij mij logeerde, graasde er bij mij een reebok in mijn boomgaard. Een heer van stand die niet ver bij mij vandaan woonde, was gekomen met in zijn gevolg een heel jachtgezelschap; hij wilde niets liever dan dat zijn honden het dier op zouden jagen. Er kwam heel wat volk op af om naar het schouwspel te kijken. Eerst probeerde de man Gods de hele onderneming te verhinderen. Dat lukte niet. Maar hij weigerde te komen kijken. Bij de eerste klaroenstoot zetten de honden onder luid geblaf de achtervolging in.
Het leek wel of het arme beest voelde waar hij bescherming kon halen, want het vluchtte onmiddellijk naar het venster van de kamer waar de heilige bisschop zich had teruggetrokken. Intussen stootte het angstkreten uit en trapte het met zijn hoeven tegen de muur, alsof het daar zijn veiligheid zocht. Franciscus was tot tranen toe geroerd; hij smeekte om genade, maar het mocht niet baten. Het arme dier lag spoedig daarna op de slachtbank. Toen men het bij hem bracht, wendde hij de blik af en toen het ’s avonds aan tafel werd opgediend, wou hij er niet van eten: “Bah”, sprak hij “het plezier dat u hebt bij de achtervolging van zo’n arm dier doet mij denken aan het plezier dat de duivels hebben, wanneer ze zielen opjagen om ze tot zonde te brengen en in het verderf te storten.’
Eens hadden de kanunniken van zijn kerk met Pinksteren een installatie gebouwd, waarmee ze het pinkstergebeuren wilden nabootsen. Een wolk zou vanuit de nok van de kerk neerdalen, daaruit zou dan na de consecratie een duif tevoorschijn moeten komen compleet met vurige tongen om de nederdaling van de Heilige Geest over de apostelen na te bootsen. Het apparaat werkte niet helemaal zoals de bedoeling was. Er kwam geen wolk naar beneden en het vuur werkte ook niet. Maar de duif kwam wel tevoorschijn. Verschrikt door de muziek die opklonk en de hoeveelheid mensen die de kerk bevolkten, bleef het dier rondfladderen zonder ergens toevlucht te vinden. Uiteindelijk kon het niet meer van vermoeidheid en streek het neer op het hoofd van de heilige bisschop die aan het altaar stond. De aanwezigen waren diep onder de indruk, temeer, omdat deze duif precies deed wat het moest uitbeelden: het streek neer op degene onder hen die zo vol was van Gods Heilige Geest. Franciscus liet het dier rustig zitten zolang als het wilde: hij schrikte het niet op en bewoog zich verder niet.

Van Franciscus wordt nog vermeld dat hij als bisschop van Genève rust en orde bracht in zijn bisdom. Hij stierf op 28 december 1622 tijdens een vredesmissie aan het hof van koning Lodewijk XIII († 1643) te Parijs.

Zijn graf in Annecy werd al snel een bedevaartsoord. Hij werd heilig verklaard in 1665; paus Pius IX (1878) riep hem in 1877 uit tot kerkleraar.
Toen de heilige Johannes ‘Don’ Bosco († 1888; feest 31 januari) in 1859 zijn religieuze congregatie stichtte die vooral ten doel had kansarme kinderen op te voeden en een ideaal te geven, noemde hij zijn stichting ‘Salesianen’, naar Franciscus.

Hij is patroon van kanton, stad en bisdom Genève, van Annecy en Chambéry; daarnaast van de Salesianen; van journalisten, schrijvers, uitgevers en sinds 1923 van de katholieke pers.

3e ZONDAG DOOR HET JAAR – C


Uit het boek Nehemia 8, 1-4a + 5-6 + 8-10

Gods Woord heeft zijn eerste gemeenschap bijeengeroepen en gesticht in de woestijn. Hetzelfde Woord verzamelt dat volk nog in de periode van het joodse herstel na de ballingschap. Ezra, die de Wet verklaart, is een voorafbeelding van Christus, die de Wet tot voltooïng brengt. Het ‘Amen’ van het volk kondigt de geloofsinstemming aan, die Jezus verwacht van zijn tijdgenoten.

Ezra, de priester, haalde het wetboek en toonde het aan de aanwezige mannen en vrouwen, en aan iedereen die in staat was het te begrijpen. Dit gebeurde op de eerste dag van de zevende maand.
Op het plein voor de Waterpoort las Ezra de mannen en de vrouwen en iedereen die het kon begrijpen hardop uit het boek voor, vanaf het moment dat het licht werd tot de middag. Allen luisterden aandachtig naar het boek van de wet.
Ezra, de schrijver, stond op een houten verhoging die voor deze gelegenheid was vervaardigd. Ezra stond hoger dan het volk, zodat iedereen kon zien hoe hij het boek opende, en op dat moment ging heel het volk staan. Ezra prees de Heer, de grote God, en heel het volk antwoordde ‘Amen, amen’, en ze hieven hun handen op, knielden neer en bogen diep voor de Heer.
De Levieten lazen het boek met de wet van God duidelijk voor en gaven er uitleg bij; zo verschaften ze inzicht in het gelezene.
Nehemia (hij was de landvoogd) ,Ezra, de priester en schrijver, en de Levieten die het volk uitleg gaven, zeiden tegen iedereen: ‘Deze dag is gewijd aan de Heer, uw God; rouw dus niet, en huil niet!’
Het hele volk was namelijk in tranen uitgebarsten toen het de woorden van de wet hoorde.
Ezra zei tegen hen: ‘Maak een feestmaal klaar met lekker eten en drinken, en deel ervan uit aan wie niets heeft, want deze dag is gewijd aan onze Heer. Wees niet bedroefd, want de vreugde die de Heer u geeft, is uw kracht.’

 

Psalm 19, 8 + 9 + 10 + 15

Refr.: Uw woorden, Heer, zijn geest en leven.

De wet van de Heer is volmaakt:
levenskracht voor de mens.

De richtlijn van de Heer is betrouwbaar: TrinityStBenedicts
wijsheid voor de eenvoudige.

De bevelen van de Heer zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.

Het gebod van de Heer is helder:
licht voor de ogen.

Het ontzag voor de Heer is zuiver,
houdt stand, voor altijd.

De voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Laten de woorden van mijn mond U behagen,
de overpeinzingen van mijn hart U bekoren,

Heer, mijn rots,
mijn verlosser.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 12, 12-30

Met een vergelijking, die in zijn tijd gebruikelijk was, stelt Paulus Christus gelijk aan een lichaam, waarvan christenen de ledematen zijn. Zij zijn zeer verscheiden, maar toch alle onmisbaar, zodat zij geroepen zijn tot wederzijds respect en verbondenheid. Maar het beginsel van hun leven en eenheid, is Christus.

Broeders en zusters,
een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat; ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam. Zo is het ook met het lichaam van Christus. Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu uit het Joodse volk of uit een ander volk afkomstig zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn. Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele.
Als de voet zou zeggen: ‘Ik ben geen hand, dus ik hoor niet bij het lichaam’, hoort hij er dan werkelijk niet bij? En als het oor zou zeggen: ‘Ik ben geen oog, dus ik hoor niet bij het lichaam’, hoort het er dan werkelijk niet bij? Als het hele lichaam oog zou zijn, waarmee zou het dan kunnen horen? Als het hele lichaam oor zou zijn, waarmee zou het dan kunnen ruiken? God heeft nu eenmaal alle lichaamsdelen hun eigen plaats gegeven, precies zoals Hij dat wilde. Als ze met elkaar slechts één lichaamsdeel zouden vormen, zou dat dan een lichaam zijn? Het is juist zo dat er een groot aantal delen is en dat die met elkaar één lichaam vormen. Het oog kan niet tegen de hand zeggen: ‘Ik heb je niet nodig’, en het hoofd kan dat evenmin tegen de voeten zeggen. Integendeel, juist die delen van het lichaam die het zwakst lijken zijn het meest noodzakelijk.
De delen van ons lichaam waarvoor we ons schamen en die we liever bedekken, behandelen we zorgvuldiger en met meer respect dan die waarvoor we ons niet schamen. Die hebben dat niet nodig. God heeft ons lichaam zo samengesteld dat de delen die het nodig hebben ook zorgvuldiger behandeld worden, zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen. Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde.
Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit. God heeft in de gemeente aan allerlei mensen een plaats gegeven: ten eerste aan apostelen, ten tweede aan profeten en ten derde aan leraren. Dan is er het vermogen om wonderen te verrichten, de gave om te genezen en het vermogen om bijstand te verlenen, leiding te geven of in klanktaal te spreken.
Is iedereen soms een apostel? Of een profeet? Is iedereen een leraar? Kan iedereen wonderen verrichten? Of kan iedereen genezen? Kan iedereen in klanktaal spreken en kan iedereen die uitleggen?

 

Alleluia.images

De Heer heeft mij gezonden,
om aan armen de Blijde Boodschap te brengen,
aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 1, 1-4 + 4, 14-21

Op basis van de levende traditie van de christelijke boodschap, die nog afkomstig is van de ooggetuigen van Jezus’ leven, wil Lucas een historische catechese geven over de Verlosser, om geloof in Hem op te wekken. Dit is de bedoeling van het Lucasevangelie dat we tot het einde van het liturgisch jaar zullen lezen. Op deze zondag horen wij Jezus verkondigen dat zijn komst de goddelijke beloften in vervulling doen gaan en de tijd van genade inzet.

Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent.

Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug naar Galilea. Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele streek. Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen. Hij kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge.
Toen Hij opstond om voor te lezen, werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: ‘De Geest van de Heer rust op mij, want Hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft Hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’
Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’

Van Woord naar leven

Jezus rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht. Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’

Heel wat jaren geleden was ik enkele dagen op de heuvel van Taizé. Ik herinner me dat broeder Roger een korte uitleg gaf over deze woorden uit het evangelie. Ik kan hem niet woordelijk citeren, maar ik weet nog wel de essentie van wat hij zei. Hij zei namelijk dat het evangelie dat we dagelijks mogen lezen elke dag ‘nieuw’ is. We kennen misschien de woorden, de verhalen, en toch zijn ze nieuw.

Waarom nieuw ?
Wel, om de eenvoudige reden dat Jezus op die moment die woorden in ons hart legt, vol van genade. Hijzelf komt in zijn Woord aanwezig in ons. En dat is dus meer dan louter kennis nemen van een oude tekst, of een tekst herinneren die we al eens gehoord hebben. Het is Jezus ontmoeten in heel zijn volheid, puur gebed dus.

Telkens wanneer we het evangelie beluisteren, lezen, of reciteren, komt Jezus in ons hart, en zegt Hij met al zijn liefde: ‘Vandaag komt deze schriftlezing in jou in vervulling’.

Dagelijks het evangelie met het hart ontvangen… een zeer diepe vorm van innerlijk gebed !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,bible-and-candle
geef dat wij in uw Woord U mogen ontmoeten als een levende bron van liefde die ons opneemt in Uzelf, die ons doet zingen van uw Liefde, naar allen en alles. Alle dagen van ons leven, amen.