Lezingen van de dag – zondag 24 juli 2016


Heilige (of feest) van de dag

Charbel Makhlouf († 1898)st.-charbel-makhlouf-1024x675

Annaya, Libanon; monnik

Hij wordt op 8 mei 1828 geboren te Beqa Kafra in de Libanon. Zijn familie bestaat uit eenvoudige, gelovige, hard werkende mensen. Zijn vader is boer; een van diens zussen is kloosterzuster; daarnaast heeft Joessoef nog twee ooms die monnik zijn.
Als hij drieëntwintig is, geeft hij op zijn beurt te kennen monnik te willen worden. Bij het afscheid zou zijn moeder hem gezegd hebben: “Als je geen góede religieus wilde worden, zou ik zeggen: Jongen, kom naar huis. Maar ik besef nu dat de Heer je vraagt in zijn dienst. En in mijn verdriet van je gescheiden te zijn, doe ik en stap terug en zeg ik je: Moge Hij je zegen, mijn jongen, en een heilige van je maken.”
Hij treedt toe tot het Maronitische Onze-Lieve-Vrouweklooster te Maifuq en neemt de kloosternaam aan van Charbel naar een heilige uit de eerste eeuwen van het christendom († 101; feest 29 januari).
Enige tijd later verhuist hij naar het verder af gelegen St-Maroklooster te Annaya. In 1851 legt hij zijn eeuwige geloften af en in 1859 wordt hij priester gewijd. Zestien jaar lang woont hij in de kloostergemeenschap.
De laatste drieëntwintig jaar trekt hij zich verder in de eenzaamheid terug om het leven te leiden van een kluizenaar. Toch weten ook daar de mensen hem te vinden.
Dat gaat na zijn dood onverminderd door: men komt bidden op zijn graf en vraagt voor allerhande noden om zijn voorspraak in de hemel.

Hij is heilig verklaard in 1977.

17e zondag door het jaar – Cbijbel


Uit het boek Genesis 18, 20-32

Terwijl Abraham afdingt, openbaart zich het hart van een God die bereid is tot vergeving.

De Heer sprak: ‘Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot. Ik zal ernaartoe gaan om te zien of de klachten die Ik over hen heb gehoord gegrond zijn en zij verwoesting over zich hebben afgeroepen. Dat wil Ik weten.’
Toen gingen de twee mannen weg, naar Sodom, terwijl Abraham bij de Heer bleef staan. Abraham ging dichter naar Hem toe en vroeg: ‘Wilt U dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen? Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou U die dan ook uit het leven wegrukken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die vijftig onschuldige inwoners? Zoiets kunt U toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Dan zouden schuldigen en onschuldigen over één kam worden geschoren. Dat kunt U toch niet doen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen?’
De Heer antwoordde: ‘Als Ik in Sodom vijftig onschuldigen aantref, zal Ik omwille van hen de hele stad vergeving schenken.’
Hierop zei Abraham: ‘Nu ik eenmaal zo vrij ben geweest de Heer aan te spreken, hoewel ik niets dan stof ben: stel dat er aan die vijftig onschuldigen vijf ontbreken, zou U dan toch vanwege die vijf de hele stad verwoesten?’
‘Nee’ , antwoordde Hij, ‘Ik zal haar niet verwoesten als Ik er vijfenveertig aantref.’
Opnieuw sprak Abraham Hem aan: ‘Stel dat het er maar veertig zijn.’
‘Dan zal Ik het niet doen omwille van die veertig.’
Toen zei hij: ‘Ik hoop dat U niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het waag door te gaan: stel dat het er maar dertig zijn.’
‘Ik zal het niet doen als Ik er dertig aantref.’
Hierop zei hij: ‘Ik ben zo vrij de Heer opnieuw aan te spreken: stel dat het er maar twintig zijn.’
‘Dan zal Ik de stad niet verwoesten omwille van die twintig.’
Abraham zei: ‘Ik hoop dat U niet kwaad wordt, Heer, wanneer ik het nog één keer waag iets te zeggen: stel dat het er maar tien zijn.’ ‘Dan zal Ik haar niet verwoesten omwille van die tien.’


Psalm 138, 1 + 2 + 3 + 6 + 7 + 8

Refr.: Wanneer ik tot U riep, hebt U mij verhoord.

Ik wil U loven met heel mijn hart,
voor U zingen onder het oog van de goden,
mij buigen naar uw heilige tempel, Drieeenheid_2
uw naam loven om uw liefde en trouw:
grote dingen hebt U beloofd, tot eer van uw naam.
Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.

De Heer is hoogverheven! Naar de nederige ziet Hij om,
de hoogmoedige doorziet hij van verre.
Al is mijn weg vol gevaren, U houdt mij in leven,
U verdedigt mij tegen de woede van mijn vijanden,
uw rechterhand brengt mij redding.
De Heer zal mij altijd beschermen.
Heer, uw trouw duurt eeuwig,
laat het werk van uw handen niet los.


Uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen 2, 12-14

In Sodon vond God de tien rechtvaardigen niet, die de stad kon redden. Maar één enkele Rechtvaardige volstond om alle zonden van de mensen te vergeven, zijn Zoon Jezus.

Broeders en zusters,
toen u gedoopt werd bent u met Christus begraven, en met Hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die Hem uit de dood heeft opgewekt.
U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen Hij ons al onze zonden kwijtschold. Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.

 
Alleluia.Taize-candles-C-700x438
Geprezen zijt Gij, Vader van hemel en aarde,
omdat Gij de geheimen van het koninkrijk
aan kleinen geopenbaard hebt.
Alleluia.


Uit het evangelie volgens Lucas 11, 1-13

Het Onze Vader dat wij durven bidden is niet het enige gebed van de christen, maar wel het model voor ieder christelijk gebed. Het vraagt op de eerste plaats om de komst van het Rijk, wetend dat God beter dan om het even welke vader, ons alleen maar kan geven wat wij nodig hebben om echt te leven. Het is allereerst de heilige Geest die van ons gebed een gebed maakt van een kind tot zijn Vader.

Eens was Jezus aan het bidden, en toen Hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’
Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Vader, laat uw naam geheiligd worden en laat uw koninkrijk komen. Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben. Vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven iedereen die ons iets schuldig is. En breng ons niet in beproeving.”’
Daarna zei Hij tegen hen: ‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt.” Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft.
Daarom zeg Ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt?
Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Ben Van Vossel

De Kerk wil ons vandaag iets zeggen over het gebed. Dat zat er wat aan te komen omdat Jezus is de voorafgaande perikoop van het Lucasevangelie de overactieve Martha uitnodigde om gewoon wat bij Hem te komen zitten en wat tijd te maken voor die ontmoeting en dat gesprek.

Omdat we zelf ook vaak wat overactief zijn en niet gemakkelijk stil bij de Heer gaan zitten, wil de Kerk het ons vandaag ook niet moeilijk maken als ze spreekt over het gebed. Ze neemt de gemakkelijkste vorm van het gebed, een vorm die de mensen direct begrijpen en waar ze vaak spontaan naar grijpen: het smeekgebed. Iets vragen als je iets nodig hebt, om hulp vragen als je in de penarie zit, om raad vragen als je een probleem hebt in je persoonlijk leven of als je een van je kinderen wilt helpen… Het zijn normale stappen die een mens zet. Je vraagt een dokter om je te helpen bij gezondheidsproblemen, eventueel een psychiater voor jezelf of een van je huisgenoten, je vraagt hulp bij het invullen van je belastingsaangifte als je het zelf niet zo goed ziet zitten, je vraagt hulp bij computerproblemen enz. Het lijstje van onze noden is oneindig en voortdurend vragen we om hulp of goede raad…

Laten we nu even kijken naar het evangelie van deze zondag: Een leerling van Jezus vraagt om hen te leren bidden. Jezus bidt en leert het Onze Vader: Vader, mocht Gij door allen geëerd worden boven alles en allen, dat uw wil mag geschieden. Geef ons elke dag te eten, vergeef ons kwaad zoals ook wij anderen vergeven, en leid ons niet in bekoring….

Dit mooie en diepe gebed gaan de leerlingen niet vergeten. Het Onze Vader noemen we niet zomaar het gebed van de christen. Het blaakt van een kinderlijk vertrouwen op de Vader. Het is echt uit het hart van Jezus gekomen. Maar daarmee houdt dit evangelielezing niet op. Jezus spoort dan zijn leerlingen nog aan om veel aan God te vragen, te vragen en te blijven vragen. God, uw Vader, moet kunnen zien dat je het met vertrouwen vraagt.

En daarom zet Jezus er weer zo’n originele vergelijkingen bij. Een vriend die ’s nachts bij jou om een brood komt vragen. Ongelooflijk vervelend want je ligt al in bed. En Jezus heeft het dus over God. Val die gerust wat meer lastig, wees niet bang dat je op een weigering gaat botsen. Dat Hij je zou zeggen, zeg, laat me al eens gerust hé!

Vraag en u zal gegeven worden, zoek en je zult vinden, klopt en men zal opendoen … En dan komt de volgende gelijkenis: een vader geeft toch geen steen als zijn zoon hem om brood vraagt, en geen slang als hij om vis vraagt, of een schorpioen als hij een ei vraagt… Welnu, God is nog een veel betere Vader dan jullie vaders.

Laten wij dus wat meer in contact komen met God. Hem veel vragen. Het is vermoedelijk dan ook wel in ons voordeel omdat we een en ander zeker zullen verkrijgen. Maar er gebeurt nog iets veel groters, iets veel positievers: de relatie tussen ons en de Vader wordt versterkt doordat we ons meer en met aandrang tot Hem wenden. Door deze menigvuldige contacten groeit onze relatie met God, groeien we in onze kinderlijke relatie tot de Vader. Het is de meest belangrijke relatie waardoor ons leven echt kan openbloeien.

Nu komt er op het eind van de evangelielezing zo nog een klein, wat bevreemdend zinnetje bij: “Als gij dus goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw hemelse Vader de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen”. Wat komt dat nu plots doen bij al dat gevraag en gesmeek, bij al die menselijke noden die verholpen moeten worden? Als al ons gevraag ons doet groeien in de relatie met God, onze Vader, dan wil Hij ons vooral ook de heilige Geest zenden, die in ons bidt – zoals Jezus bad: “Abba”, lieve Vader. De heilige Geest leert ons bidden zoals Jezus bad, de heilige Geest vormt ons tot kinderen van God, die met volle vertrouwen hun noden en die van hun medemensen aan God voorleggen, maar die vooral blijk geven van een groot kinderlijk vertrouwen, zoals Jezus.

Laten we dan Jezus’ onderricht over het gebed ter harte nemen, laten we Hem volgen in zijn kinderlijk en vertrouwvol gebed en vragen we de Vader ook om zijn groot geschenk: de heilige Geest, die ons in alles zal de weg wijzen en ons zal leren te bidden naar Gods verlangen.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,13680859_1201252486575980_541023263396355012_n
wij bidden wel, in het beste geval zelfs dagelijks. Maar, zoals Gij weet, is ons geloof dikwijls aan de kleine kant, onze berekening groter dan ons vertrouwen in U. Leg de woorden van Jezus in onze mond. Dat het een bidden mag worden dat veel dieper reikt dan een bidden met de lippen, maar dat het gebed ons mag leiden tot een innige ontmoeting in de Heer met U. Bezoek ons met uw heilige Geest, schenk ons de gave van het diep en werkelijk gebed, opdat wij mogen groeien in U, tot welzijn van ieder die wij ontmoeten en meedragen in ons gebed. Amen.