Lezingen van de dag – zondag 24 september 2017


Heilige (of feest) van de dag

Paola-Elisabeth Cerioli  († 1865)

Paola-Elisabeth (geboren Costanza) Cerioli, Comone bij Bergamo, Italië; weduwe & stichteres

Ze werd op 16 januari 1816 geboren in het Italiaanse plaatsje Soncino (bij Milaan) als Costanza Onorata Cerioli. Aanvankelijk was zij als 20-jarige dochter van een graaf gehuwd met een excentrieke graaf van over de zestig. De man was getikt en zo jaloers dat niemand bij haar in de buurt mocht komen. Intussen liet hij op zijn kasteel eindeloos durende concerten geven, naast de scènes met zijn vrouw die hijzelf verzorgde. Ze kregen drie kinderen, van wie alleen de oudste, Carlo, in leven bleef. Maar deze moest op kostschool gedaan worden, omdat zijn vader niet kon verdragen dat zijn moeder lief voor hem was. Zij probeerde alles te verduren en putte troost en kracht uit haar gebed. Vlak na de dood van haar man in 1854 stierf ook haar enig overgebleven kind.

Omdat de plaatselijke pastoor haar innerlijke kracht kende, vertrouwde hij haar twee weeskinderen toe. Dat werden er al gauw meer, en tenslotte was zelfs het grafelijke slot te klein om alle kinderen te herbergen. Zij stichtte een Zusterscongregatie om dit werk steviger te funderen, nam de kloosternaam Paola-Elisabeth aan en werd de eerste algemeen overste. Ze stierf te Comonte bij Bergamo in de nacht van 23 op 24 december 1865, midden in de kerstdrukte.

4e zondag van de advent – B


Uit het tweede boek Samuël 7, 1-5 + 8b-11 + 16

Nu koning David zelf in een paleis woont, wil hij ook voor God een woning bouwen. Is hij de woestijnervaring vergeten toen God mee optrok met zijn volk? Het huis, dat God voor zich verlangt, is geen huis van steen, maar de woning van een ononderbroken geslacht van gelovigen. Door de geboorte van Christus zal God zijn tent opslaan onder de mensen.

Toen koning David zijn intrek had genomen in het paleis en de Heer hem rust had gegeven door hem van al zijn vijanden te verlossen, zei de koning tegen de profeet Natan: ‘Kijk nu toch! Ik woon in een paleis van cederhout, terwijl de ark van God in een tent staat.’
‘Doe wat uw hart u ingeeft’, antwoordde Natan, ‘de Heer staat u immers ter zijde.’
Maar diezelfde nacht richtte de Heer zich tot Natan: ‘Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de Heer: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te wonen? Ik heb je achter de kudde vandaan gehaald om mijn volk, Israël, te leiden. Ik heb je bijgestaan in alles wat je ondernam, Ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en Ik heb je naam gevestigd als een van de groten der aarde. Ik heb aan mijn volk, Israël, een gebied toegewezen. Daar heb Ik het geplant en daar kan het nu onbevreesd wonen. Het wordt niet langer door misdadige volken onderdrukt, zoals toen het er pas woonde en ik rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou heb Ik rust gegeven door je van je vijanden te verlossen. De Heer zegt je dat Hij voor jou een huis zal bouwen: Jou stel Ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.”’

 

Psalm 89, 2 + 3 + 4 + 5 + 27 + 29

Refr.: Uw gunsten, Heer, zal ik bezingen.

Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen,
van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.

Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,
uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.

Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten,
aan mijn dienaar David gezworen.

Uw dynastie zal Ik voor eeuwig vestigen,
uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.

Hij zal tot mij roepen: U bent mijn vader,
mijn God, de rots die mij redt !

Mijn liefde zal hem altijd beschermen,
hecht is mijn verbond met hem.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 16, 25-27

De brief aan de Romeinen eindigt zoals hij begint met een lofprijzing aan God. Paulus heeft zijn leven gewijd aan de evangelisatie van de heidenvolken. Als missionaris drukt hij zijn bewondering uit voor de wijze waarop God het heil voor iedereen toegankelijk maakt, door iedereen zonder onderscheid, tot de gehoorzaamheid van het geloof te brengen. Dit plan, van alle eeuwigheid verborgen in Gods hart, wordt nu geopenbaard in Jezus Christus.

Broeders en zusters,
aan Hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengen–aan Hem, de enige, alwijze God, komt de eer toe, door Jezus Christus, tot in eeuwigheid. Amen.

 

Alleluia.

De Heer wil ik dienen,
laat er met mij gebeuren
wat u hebt gezegd.

Alleluia.

 

 

Uit het evangelie volgens Lucas 1, 26-38

De lange verwachting van Israël vindt haar bekroning in Maria, de ware dochter van Sion. Als eerste van het geslacht der christenen is zij door haar ja-woord ingegaan op het grote geloofsavontuur van God met de mensheid. Daardoor heeft zij het Woord van God laten wonen onder de mensen. Niet het vlees, maar de Geest heeft dit wonder verricht.

Toen Elisabet zes maanden zwanger was, zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.
Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’
Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had.
Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’
Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’
De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want voor God is niets onmogelijk.’
Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’
Daarna liet de engel haar weer alleen.

Van Woord naar leven

Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Zo lezen we vandaag.

Dat is nu precies wat er de komende nacht gaat gebeuren in deze wereld. God zal zeggen: ‘Gegroet m’n mensen, jullie zijn begenadigd, de Heer is met je’.

Ja, ‘met je’. Kerstmis is immers een innerlijk gebeuren, een gebeuren van het hart, een gebeuren in de mens. We gaan dit veruitwendigen, we gaan dit vieren, in de kerk en thuis, we leggen het kind in de kribbe, we geven elkaar geschenken, we versieren onze woning, maar in wezen blijft het een feest van de binnenkant. Al wat er gebeurt aan de buitenkant is een verafbeelding van wat er zich diep vanbinnen afspeelt, in ons persoonlijk, en onder ons als gemeenschap.

De Heer zal komen, steeds weer opnieuw, ook vannacht weer. In die zin is de wereld begenadigd; zijt gij, ben ik, diep begenadigd. Wijzelf zijn de kribbe waarin God zijn Zoon zal baren; vlees en bloed van Hem, liefde van zijn ‘zijn’.

Laten we open ontvangers zijn, goedhartige en koesterende dragers, om Hem gul te baren in een wereld die geschapen is om de liefde te vieren.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
wees met uw Geest bij ons de komende nacht. Moge ons hart de kribbe zijn waarin Gij uzelf zult neerleggen in uw Zoon. Moge wij U koesteren als het hoogste goed. Om U te schenken, zonder grenzen, aan allen.
Amen.