Lezingen van de dag – zondag 24 september 2017


Heilige (of feest) van de dag

Gerardus van Hongarije († 1046)

Osb, Boedapest, Hongarije; bisschop & martelaar

Hij stamde uit het Venetiaanse adellijke geslacht Sagredo. In zijn geboortestad was hij abt van klooster San Giorgio Maggiore, toen hij als pelgrim onderweg naar het Heilig Land door koning Stefanus I van Hongarije († 1038) werd gevraagd om in zijn land onder de Magyaren het christelijk geloof te verbreiden.
Hij wilde niet aan het hof wonen, maar bouwde zich in de eenzaamheid een kluizenaarswoninkje, waar hij met zijn gezel Maurus voor zeven jaar zijn intrek nam.
Nadat Stefanus zijn vijanden had overwonnen, ging hij Gerardus halen om te beginnen met de kerstening van zijn volk. Hij benoemde hem daarnaast tot persoonlijk leermeester van zijn zoon prins Emmerich, die later heilig verklaard zou worden († 1031; feest 4 november).
In 1035 werd hij benoemd tot eerste bisschop, zetelend in Chunad (= Scanád).
Tijdens de onlusten die uitbraken na Stefanus’ dood werd hij door de heidenen op de naar hem genoemde Gerardsberg bij Buda gruwelijk vermoord en in de Donau gesmeten.

Met hem stierven de bisschoppen Bugterd en Buld. Gerardus werd plechtig begraven in de Mariakerk te Csanád. Tot 21 september werden in de kerk van Santa Maria di Murano te Venetië zijn relieken vereerd; ze waren daar in 1083 naartoe gebracht, waarschijnlijk bij gelegenheid van zijn heilig verklaring door Paus Urbanus II.
In 1992 werden ze in aanwezigheid van alle bisschoppen en vele politici met plechtig vertoon teruggebracht naar de kathedraal van Szeged in Hongarije. Deze gebeurtenis werd op dat moment – vlak na de val van het Communisme – door de Hongaarse kerk beleefd als het feest van de herwonnen vrijheid.

Hij wordt vereerd als ‘De Apostel van Hongarije’ en patroon van de opvoeders.

25e zondag door het jaar – A


Uit de profeet Jesaja 55, 6-9

Vermits Gods wegen niet onze wegen zijn, heeft de zondaar geen enkele reden om zijn bekering te omzeilen. Als hij berouw toont zal hij vergeving vinden.

Zoek de Heer nu Hij zich laat vinden, roep Hem terwijl Hij nabij is. Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de Heer, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal vergeven.
Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de Heer. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen.

 

Psalm 145, 2 + 3 + 8 + 9 + 17 + 18

Refr.: Treed onbezorgd voor Gods aanschijn.

Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw Naam loven tot in eeuwigheid.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.

Genadig en liefdevol is de Heer,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.

Goed is de Heer voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel zijn schepping.

Rechtvaardig is de Heer in alles wat Hij doet,
zijn schepselen blijft Hij trouw.

Allen die hem aanroepen is de Heer nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen.

 

Uit de brief van Paulus aan de Filippenzen 1, 20c-24 + 27a

Vanuit de gevangenis, met het oog op een mogelijke terdoodveroordeling, maakt Paulus zijn gevoelens bekend aan zijn broeders. Hij verzaakt aan de vreugde om Christus te vervoegen omdat hij verkiest zijn evangelisch werk verder te zetten onder zijn broeders.

Broeders en zusters,
of ik nu in leven blijf of moet sterven, voor mij is leven Christus en sterven winst. Als ik blijf leven, kan ik vruchtbaar werk doen, maar toch weet ik niet wat ik moet kiezen. Ik word naar twee kanten getrokken: enerzijds verlang ik ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste; anderzijds is het omwille van u beter dat ik blijf leven.
Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus.

 

Alleluia.

Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
opdat wij de woorden van uw Zoon
zouden begrijpen.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 20, 1-16a

Het is nutteloos te redetwisten over de logica of de sociale draagwijdte van de houding van de wijngaardenier. Het gaat om God en dan is er geen sprake meer van loon of vergoeding. Zij die het laatst aangekomen zijn, genieten evengoed van Gods goedheid, als zij die het eerst werden geroepen, het volk van Israël.

Jezus vertelde aan zijn leerlingen de volgende gelijkenis:
‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een landheer die er bij het ochtendgloren op uittrok om dagloners voor zijn wijngaard te zoeken. Nadat hij met de arbeiders een dagloon van een denarie overeengekomen was, stuurde hij hen naar zijn wijngaard.
Drie uur later trok hij er opnieuw op uit, en toen hij anderen werkloos op het marktplein zag staan, zei hij ook tegen hen: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard, de betaling zal rechtvaardig zijn.” En ze gingen erheen.
Rond het middaguur ging hij er nogmaals op uit, en drie uur later weer, en handelde als tevoren.
Toen hij tegen het elfde uur van de dag nog eens op weg ging, trof hij een groepje dat er nog steeds stond. Hij vroeg hun: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?” “Niemand wilde ons in dienst nemen”, antwoordden ze. Hij zei hun: “Gaan jullie ook maar naar de wijngaard.”
Toen de avond gevallen was, zei de heer van de wijngaard tegen zijn rentmeester: “Roep de arbeiders bij je en betaal hun het loon uit. Begin daarbij met de laatsten en eindig met de eersten.”
En zij die er vanaf het elfde uur waren, kwamen naar voren en kregen ieder een denarie. En toen zij die als eersten waren gekomen naar voren stapten, dachten ze dat zij wel meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder die ene denarie. Toen ze die in handen hadden, gingen ze bij de landheer hun beklag doen: “Die laatsten hebben één uur gewerkt en u behandelt hen zoals u ons behandelt, terwijl wij het onder de brandende zon de hele dag hebben volgehouden.”
Hij gaf een van hen ten antwoord: “Beste man, ik behandel je toch niet onrechtvaardig? Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie? Neem dan aan wat je toekomt en ga. Ik wil aan die laatsten nu eenmaal hetzelfde betalen als aan jou. Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?”
Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’

 

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen, s.j.

“Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?”, vraagt Jezus. Natuurlijk niet! Maar wij blijven toch met een wrevel zitten, omdat wij menen dat God hier onrechtvaardig handelt. De Heer heeft weliswaar het afgesloten contract correct nageleefd. Maar toch stoot ons hier iets tegen de borst: wij verwachten namelijk dat hij evenredig beloont. Wij zeggen: “gelijk loon voor gelijk werk, voor verschillend werk, dus verschillend loon.” Is dat geen elementaire sociale rechtvaardigheid is? Zeker! Doet God dat dan niet? Het antwoord is “neen!” Neen, want God betaalt ons geen loon uit! Dit fijne verhaal wil ons juist duidelijk maken dat de relatie tussen God en de mens heel anders is dan de relatie tussen een patroon en een loonarbeider. God is geen baas die loon naar werk geeft, die rekent en cijfert om te betalen naar verdienste. Neen! God geeft ons veel meer! Dat wil de parabel ons juist doen aanvoelen.

Zie maar hoe de Heer nog verschillende keren naar het marktplein loopt, zelfs nog een keer een uur vóór zonsondergang. In onze ogen is dat een beetje dwaas, economisch totaal onverantwoord. Inderdaad, God kijkt niet op de eerste plaats naar onze uiterlijke prestaties, die rendabel zouden moeten zijn. God kijkt op de eerste plaats naar de mens. Zijn bekommernis gaat ernaar uit dat ieder van ons werkt in zijn wijngaard, dwz. meewerkt aan de uitgroei van zijn Rijk van liefde hier op aarde. Daarom houdt God niet op om op zoek te gaan naar ons. Hij keert voortdurend terug om ons uit te nodigen en Hij wordt nooit moe ons te vragen mee te werken aan de liefde, en dat met de talenten en de mogelijkheden die wij – maar – hebben. “Ga ook jij naar mijn wijngaard” zegt de Heer ons steeds opnieuw. Hij zegt het ons in het frisse begin van de morgen van ons leven, wanneer we enthousiast en edelmoedig zijn, maar evenzeer op de vermoeide avonden, waar wij uitgenodigd worden ook dan nog liefdevol te zijn, bijvoorbeeld tegenover de drukdoende kinderen rond onze tafel, of tegenover een onverwachte gast in ons gezin, of tegenover onze dagelijkse huisgenoten. “Werk mee met de liefde!” vraagt Hij ons steeds opnieuw. Ja, God doet toch wel heel anders dan een landeigenaar met zijn knechten of een baas van arbeiders.

Misschien krijgen wij wat klaarheid als wij inzien wat die “denarie” in dit verhaal eigenlijk betekent. Een “denarie” was in Jezus’ tijd het loon waarmee een arbeider zijn gezin in leven kon houden voor één dag. “God geeft ons één denarie” betekent dus: “God gunt ons het leven voor de dag.” Hij gunt het ons te werken in zijn wijngaard. Hij gunt het ons te leven in zijn vriendschap voor de hele dag, elke dag opnieuw. En Hij gunt zijn vriendschap, zijn leven aan allen, ook aan diegenen die er – niemand weet juist waarom – vanaf het begin niet bij waren: de laatkomers, de kansarmen.

Het heeft dan ook geen zin aan de laatsten slechts een deel uit te betalen, want dan zouden zij niet kunnen leven. God gunt ook aan de kleineren, de zwakkeren het echte, goddelijk leven, de liefdekracht voor de dag. Méér uitbetalen aan de eersten kan ook niet. Want in de denarie geeft God zichzelf reeds volledig, heel zijn leven, heel zijn vriendschap. Kan een mens nog iets meer verlangen dan Gods vriendschap te mogen ontvangen, dan te mogen beminnen als een vrije mens, heel de dag?

De moeilijkheden beginnen natuurlijk als wij, mensen, onze aandacht niet meer richten op de relatie van elke mens persoonlijk met God, maar eerder de mensen met elkaar onderling gaan vergelijken, en daarbij dan vooral hun uiterlijke prestaties gaan beoordelen. Maar God, Hij is er niet op uit de mensen tegen elkaar op te zetten door hen uiterlijk met elkaar te vergelijken als concurrenten. God is er vooral op uit om ieder van ons heel persoonlijk met Hem verbonden te houden in zijn vriendschap. Door zo iedereen gelijk te stellen en iedereen tot vriend uit te nodigen, toont Hij, in onze ogen, blijkbaar een voorkeur, de voorkeur er de kansarmen ook bij te willen.

God is mateloos goed voor iedereen. Dat is de boodschap voor vandaag. God werkt niet met een tarief. Hij schenkt inderdaad geen loon naar werk; Hij schenkt ons veel meer dan wij ooit kunnen verdienen, Hij schenkt ons de kans te leven, te leven in zijn vriendschap, te leven in de liefde, elke dag opnieuw.

Het is eigenlijk Gods droom dat wij, mensen, minder en minder concurrenten zouden blijven van elkaar, maar allemaal dankbare werkers zouden worden in zijn wijngaard, ieder volgens zijn mogelijkheden. Het is Gods droom dat wij dankbaar zouden zijn omdat anderen ook meewerken, ook al zijn zij zwakker. Het is Gods droom dat wij, ook al zijn wij sterker, toch dankbaar zouden blijven omdat wij mogen meewerken.

Ik weet niet bij welke groep u zich het meest thuis voelt: bij de trouwe werkers van het eerste uur of bij de laatkomers van het elfde. Geef toe: soms zijn wij de enen, soms de anderen. Op sommige domeinen, op sommige plaatsen, in sommige perioden van ons leven, zijn wij inderdaad bij de eersten, bij de sterken, bij de edelmoedigen. Maar op andere domeinen, in andere perioden, zijn wij wat toch traag en komen wij eigenlijk te laat. Dikwijls zijn wij blij er nog bij te mogen horen. En als ik eerlijk ben, dan moet ik bekennen, dat de tweede soort ervaringen in mijn leven talrijker zijn dan de eerste. Ik breng soms zo weinig aan en toch word ik overstelpt door Gods vriendschap.

Lieve mensen, wat een hoopvol verhaal; Wat er ook gebeurt, God blijft ons trouw het leven schenken. en Hij zegt: “Wat gij ook maar aankunt, met al uw beperkingen, zorgen en pijn, Ik geeft ook ú de denarie van mijn vriendschap, het echte leven voor vandaag, de kans om vandaag te beminnen! Ga ook gij naar mijn wijngaard!”

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Barmhartige God,
uw goedheid gaat uit naar alle mensen: de trouwe vrienden van het begin maar ook de werkers van het laatste uur. Gij hebt ons allen lief: zo wonderbaar zijn uw wegen. Wij bidden dat wij uw boodschap brengen aan wie ver is of dichtbij, dat wij dankbaar zijn om al het goede, en vreugde vinden in U.
In Christus, onze broeder en Heer, amen.