Lezingen van de dag – zondag 25 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Dorothea van Monteau (+ 1394)

Dorothea van Montau (ook van Marienwerder, van Pruisen, de Prussia, Schwartz of Swartz), Marienwerder, Pruisen; weduwe, kluizenares & mystica
 
Dorothea werd geboren te Gross-Montau aan de Weichsel in West-Pruisen op 6 februari van het jaar 1347; zij is dus genoemd naar de patrones van haar geboortedag. Het schijnt dat zij één van negen kinderen was. Haar ouders waren welgestelde boeren. Op haar zestiende trad zij in het huwelijk met een zekere Adalbert en ging met hem wonen in de Oost-Pruisische stad Dantzig. Haar man was zwaardveger van beroep. Alszodanig was hij in dienst van de teutoonse ridders die de Pruisen onderworpen en gekerstend hadden. Ook zij kregen negen kinderen, van wie er tenslotte maar één in leven bleef, een meisje. Dat zou later intreden bij de benedictinessen; ze leefde nog toen haar moeder in 1404 tot de eer der altaar werd verheven en dus officieel als heilige werd erkend door de plaatselijke bisschop.

De bronnen zijn het niet helemaal eens over het echtelijke leven. Er zijn er die zeggen dat het echtpaar een voorbeeldig leven geleid heeft. Anderen zeggen dat het huwelijk juist stroef verliep. Haar man zou opvliegend en kortzichtig van aard geweest zijn. Zijn handen zaten nogal los. Desondanks – of misschien wel juist daardoor? – ondernamen zij samen meerdere pelgrimsreizen, o.a. naar Aken en Einsiedeln. Tot het moment dat haar man er te oud voor werd: ze scheelden twintig jaar. Zo kwam het dat Dorothea in het jaar 1389 zonder haar man als pelgrim naar Rome trok om aanwezig te kunnen zijn bij het jubeljaar in 1390. Onderweg bedelde deze vrouw van voorname komaf haar brood bij elkaar. Ze had nauwelijks oog voor de schoonheid van het landschap, omdat ze in God verzonken was. In Rome werd ze behoorlijk ziek en moest een aantal weken verpleegd worden in het gasthuis van Maria Auxiliatrix. Toen ze na lange tijd weer thuiskwam kreeg ze te horen dat haar echtgenoot al sinds enkele maanden was overleden.

Nu kon ze alsnog toekomen aan haar diepste verlangen: zich terugtrekken in de eenzaamheid om zich helemaal aan een leven met God te wijden. Het was eigenlijk altijd al haar liefste wens geweest om in een klooster te treden. Ze was destijds dan ook alleen maar getrouwd om haar ouders niet teleur te stellen. Zou daar toch ook niet een oorzaak gelegen hebben van het soms zo moeizaam verlopen huwelijk, ook al zal zij loyaal geprobeerd hebben haar huwelijksbelofte trouw na te komen?

Nu trad ze toe tot de kloostergemeenschap van Marienwerder, waar zij sinds 1391 geestelijke leiding ontving van Johannes van Marienwerder. Na een zware proeftijd van twee jaar liet zij zich op 2 mei 1393 als kluizenares inmetselen in een cel die tegen de muur van de kerk was aangebouwd. Deze ruimte was twee meter in het vierkant en drie meter hoog; er zaten drie venstertjes in. Het eerste keek uit op de hemel, het tweede op het altaar in de kerk vanwaar zij de communie ontving en het derde op het kerkhof. Door dat laatste raam schoven gelovigen haar voedsel toe.

Daar kwamen ook vele mensen, van hoog tot laag, haar raad inwinnen. Het was ook in die besloten ruimte dat zij zich met hart en ziel toelegde op het enige waarvoor zij nog leefde: het gebed. Hartstochtelijk zocht zij niets anders dan de vereniging met God. Daarbij ontving ze bijzondere mystieke genaden. Het opvallendste was wel dat zij de stigmata droeg. Zozeer wist zij zich één met haar geliefde Heer. Omdat zulk een leven haar lichaam uitputte en haar krachten sloopte, stierf ze al ruim een jaar later: 25 juni 1394. Haar leidsman schreef later op wat zij hem had verteld over alles wat zij in haar gebed doormaakte.

Zij is patrones van Pruisen en van de Duitse Orde.

Bron: Heiligen.net

12e zondag door het jaar – A


Uit de profeet Jeremia 20, 10-13

Het is een echte kwelling voor de profeet Jeremia om de zonde van zijn volk te moeten aanklagen en het zijn straf te moeten aankondigen. Een ogenblik ontmoedigd door de spot van zijn tijdgenoten, komt hij tenslotte zijn vrees te boven door de gedachte dat God de waarheid zal doen overwinnen.

Jeremia sprak:
De mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.” Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.”
Maar de Heer staat mij ter zijde als een machtig krijgsman. Daarom komen mijn belagers ten val, ze krijgen mij niet in hun greep. Ze zullen diep worden beschaamd, ze zullen hun doel niet bereiken. Ze worden overladen met eeuwige schande, nooit zal die worden vergeten.
Heer van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien dat U zich op hen wreekt. U leg ik mijn zaak voor.
Zing voor de Heer, loof de Heer, want Hij heeft het leven van de arme uit de handen van boosdoeners gered.

 

Psalm 69, 8 + 9 + 10 + 14 + 17 + 33 + 34 + 35

Refr.: Heer, U bent barmhartig, verhoor mij.

Om U moet ik smaad verduren,
en bedekt het schaamrood mijn gezicht.
Ik ben voor mijn broers een vreemde geworden,
een onbekende voor de zonen van mijn moeder.
De hartstocht voor uw huis heeft mij verteerd,
de smaad van wie U smaadt, is op mij neergekomen.

En nu, Heer, richt ik mijn gebed tot U,
laat dit een uur zijn van mededogen.
Groot is uw ontferming, God, antwoord mij,
toon uw trouw en red mij.
Antwoord mij, Heer, U bent genadig en goed,
keer U tot mij, zie mij in erbarmen aan.

De nederigen zien het en verheugen zich,
wie God zoeken, hun hart zal opleven.
Want de Heer hoort de armen,
zijn gevangen volk verwerpt Hij niet.
Hemel en aarde moeten Hem loven,
de zeeën, met alles wat daarin leeft.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 5, 12-15

Paulus brengt ons hier een leerrijke tegenstelling tussen de eerste Adam, oorzaak van zonde en dood, en Christus, de tweede Adam, die ons genade en leven gaf en geeft in overvloed.

Broeders en zusters,
door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd. Er was al zonde in de wereld voordat de wet er was; alleen, zonder wet wordt er van de zonde geen rekening bijgehouden.
Toch heerste de dood in de tijd van Adam tot Mozes over alle mensen, ook al begingen ze met hun zonden niet dezelfde overtreding als Adam. Nu is Adam de voorafbeelding van Hem die komen zou.
Maar de genade gaat zijn overtreding verre te boven. Door de overtreding van één mens moesten alle mensen sterven, maar de genade die God aan alle mensen schenkt door die ene mens, Jezus Christus, is veel overvloediger.

 

Alleluia.

Maak ons hart ontvankelijk, Heer,
opdat wij de woorden van uw Zoon
zouden begrijpen.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 26-33

Matteüs brengt Jezus’ onderricht in herinnering aan de christenen die vervolgd worden. Er zijn drie redenen om geen vrees te hebben: de openbaring van het Rijk Giods is nabij, vervolgens kunnen we het ware leven niet vernietigen, en God waakt als een Vader over de kleinsten van zijn schepselen.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Wees niet bang voor de mensen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden.
Wat Ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken.
Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna.
Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld.Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.
Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook Ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook Ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel.

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

“Wees niet bang!” zegt Jezus ons. En wij vragen Hem: “En waarom niet?” Het antwoord van het evangelie van vandaag luidt: Omdat wij zeker mogen zijn van de liefdevolle zorg van God voor ieder van ons! Met het beeld van de ‘mussen’ en de ‘haren op ons hoofd’ zegt Jezus ons dat zijn Vader met dezelfde sterke Liefde zorgt voor allen, ook voor de kleinsten en de zwaksten, ook voor de mens, die zich uitgeschud voelt als een ordinaire straatmus of zich zo nietig ervaart als een hoofdhaar dat uitvalt.

Maar het antwoord voldoet ons niet en wij vragen verder: “Wat is die zorg van God voor ons nu eigenlijk wel waard?” Want ondanks dát, blijven de mussen sterven en blijven onze hoofdharen uitvallen. Die zorg van God voor ons moet dus iets anders zijn dan een uiterlijke bescherming. God trekt ons niet weg uit de miserie, uit de aftakeling, uit de gevaren, het onheil of de vervolgingen. Zulk een miraculeus ingrijpende God bestaat niet. Hoe zorgt Hij dan wel voor ons?

Spontaan steken wij toch heel veel energie in de bezorgdheid voor ons ‘lichaam’, dwz. voor een aantal belangrijke, uiterlijke dingen: onze kledij, ons huis, onze auto, ons beroep, onze vakantie… Dat blijkt nodig om menswaardig te leven. En niemand zal dat ontkennen. Maar Jezus wil er ons toch aan herinneren dat wij, naast dit alles, ook nog een menselijke kern bezitten, een ‘ziel’, die nog veel belangrijker is, juist omdat God ons langs die schakel bereikt en wij daarlangs met Hem contact krijgen. Gods liefdevolle zorg voor ons heeft geen rechtstreekse invloed op de uiterlijke materiële omstandigheden, maar bereikt een veel dieper domein in ons. God werkt langs de binnenkant van de wereld, langs de kern van ons wezen, langs de bezieling van ons hart, langs onze vrije keuze, langs onze ‘ziel’. God schenkt in onze ziel zijn liefde. Zo beïnvloedt Hij de manier waarop wij, alles wat wij tegenkomen, beleven en verwerken. Dat wil zeggen dat wij binnenin al onze uiterlijke betrachtingen steeds de mogelijkheid ontvangen om te beminnen. Dit wil zeggen dat wij, bij alles wat ons overkomt, ervoor kúnnen kiezen juist niet verbitterd, opstandig of haatdragend te reageren, maar dankbaar, vergevend, delend en onszelf-gevend, liefdevol dus. Zo werkt Gods zorg voor ons, niet als een garantie die onze uiterlijke waarden zou beschermen en ons zou vrijwaren van materiële tegenslagen, maar wel als de inspiratie, als de kracht die ons bezielt en uitnodigt om steeds opnieuw ervoor te kiezen ons niet af te sluiten, maar te blijven liefhebben, zelfs in pijnlijke omstandigheden.

Nemen wij het voorbeeld van een zieke die vast gekluisterd ligt op zijn ziekbed. De liefdevolle zorg van God voor die mens wil niet zeggen dat Hij hem plotseling zal genezen, maar wel dat Hij de dokters, de verpleegsters en de familie inspireert om de zieke de beste zorgen te bieden en dat Hij de zieke zelf bezielt om, zelfs in die moeilijke omstandigheden, liefdevol te reageren tegenover diegenen die hem omringen. Er zijn inderdaad zieken die niet de hele dag liggen te klagen, hoezeer we dat ook, gezien het zwaar lijden, kunnen verwachten, maar die met grote interesse navraag doen over hetgeen hun bezoekers ter harte gaat.

Eigenlijk zegt het evangelie ons: “Wees niet bang! Want gij hebt in u de kracht om lief te hebben, ook nu!” Hoe beperkt wij uiterlijk dus ook zijn, hoe klein wij ons ook voelen, hoe geslagen wij door het leven ook worden, één kracht kan niemand ons ontnemen: de mogelijkheid die wij in ons dragen ervoor te kiezen juist nu niét verbitterd of opstandig te worden, maar dankbaar en gevend te blijven. Dit is de ware grootheid van de christelijke gelovige. Die liefdevolle houding zal ons niet als bij toverslag uit de uiterlijke miserie redden, maar geeft ons een daadwerkelijke, innerlijke sterkte om de meest pijnlijke tegenkantingen het hoofd te bieden.

Als God ons ter hulp komt, dan hoort er altijd van onze kant een engagement bij om, met de mogelijkheden die wij nu hebben, mee te werken met zijn dagelijkse, liefdevolle zorg voor ons.

God biedt ons zijn liefdekracht, ook als wij ons zo waardeloos voelen als een straatmus of een uitgevallen haar. Wij zijn niet bang, zeker niet voor onze God, en ook niet voor wat ons kan overkomen in deze wereld. God zal de kleine mus niet vrijwaren van de koude winter, van de lange droogte of van de gevaarlijke vijanden. Maar, omdat wij mensen zijn, geeft Hij ons, kleine mus-mensen, de kracht om te beminnen.

Dank U, Heer, voor uw levenskracht in ons hart.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
Gij wijst ieder van ons de weg. Gij laat ons nooit alleen, want in uw liefde hebt Gij ons gegrondvest. Geef ons ontzag voor uw heilig aanwezigheid en een liefde voor alles en allen die haar kracht vindt in U, een liefde die stand houdt voor altijd.
Kom heilige Geest. Amen.