Lezingen van de dag – zondag 26 april 2015


Heilige (of feest) van de dag

Stefanus van Perm  (+ 1396)266px-Stephan_of_Perm

Stefanus van Perm, Moskou, Rusland; bisschop

Hij werd in 1345 geboren te Ust Yug en trad in 1365 in het klooster te Rostov. Daar bereidde hij zich dertien jaar lang voor op het leven van een missionaris. Na zijn priesterwijding trok hij naar het gebied waar hijzelf oorspronkelijk vandaan kwam, even ten westen van het Oeralgebergte, om daar het evangelie te verkondigen. Hij ijverde ervoor dat de mensen daar hun godsdienst konden uitoefenen in hun eigen taal; gaf ze een eigen alfabet, vertaalde hele stukken uit de schrift en zette schooltjes op. Ook maakte hij zich bij de plaatselijke bevolking bijzonder geliefd door zich te blijven verzetten tegen de onophoudelijke inmenging en bemoeizucht van Moskou en Novgorod. In 1383 werd hij bisschop van Perm (tegenwoordig Molotov).

4e PAASZONDAG – jaar B

Uit de Handelingen van de Apostelen 4, 8-12

In de naam van Jezus, wat betekent ‘Godt redt’, geneest Petrus een lamme bij de tempelpoort. De Joodse autoriteiten nemen Petrus en Johannes gevangen en brengen hen voor het Sanhedrin. Petrus verkondigt een totale ommekeer. Jezus, verworpen door de mannen van de tempel, is nu de hoeksteen geworden van een nieuw gebouw, zijn verrezen lichaam. Het heil is te vinden bij Hem.

Petrus sprak, vervuld van de heilige Geest:
‘Leiders van het volk en oudsten, nu wij vandaag worden verhoord omdat we een zieke hebben geholpen, en nu ons wordt gevraagd hoe het komt dat hij is genezen, dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van Jezus Christus uit Nazaret, die door u gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt.
Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is. Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’

 

Psalm 118, 1 + 8-9 + 21-23 + 26 + 29

R.: De steen die de bouwers afkeurden is een hoeksteen geworden.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
Beter te schuilen bij de Heer
dan te vertrouwen op mensen.zz - Drieeenheid 2

Beter te schuilen bij de Heer
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Ik wil U loven omdat U antwoordde
en mij de overwinning gaf.

De steen die de bouwers afkeurden
is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de Heer,
een wonder in onze ogen.

Gezegend wie komt met de naam van de Heer.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.
Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.

 

Uit de eerste brief van Johannes 3, 1-2

Wij zijn werkelijk kinderen van God. Wie God niet kent, kan het niet begrijpen. Ook aan ons is dit nog niet tenvolle geopenbaard. Volledig gelijkvormig worden aan Gods Zoon, blijft onze hoop.

Dierbaren, bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld Hem niet kent. Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zal verschijnen, want dan zien we Hem zoals Hij is.

 

Alleluia.images
Ik ben de goede herder,
zegt de Heer,
Ik ken mijn schapen
en mijn schapen kennen mij.
Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 10, 11-18

Liefde betekent hier wederzijdse kennis. De Vader kent de Zoon en de Zoon kent de Vader. Op dezelfde wijze kent de herder, Christus, zijn schapen en zijn schapen kennen Hem. Hij kent er ook nog anderen, die Hem nog niet kennen. Ook voor hen heeft de Heer zijn leven gegeven, opdat ze naar zijn stem zouden luisteren. Dan zal er maar één kudde meer zijn.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.
Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en Ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet Ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder.
De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, Ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die Ik van mijn Vader heb gekregen.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Waarom gebruikt Jezus het beeld van de schapen en de herder? Zeker niet omdat Hij opeens romantisch werd of een sentimentele bewondering kreeg voor het leven op de buiten. Ook niet om ons moraliserend op te roepen tot gedweeheid of kuddegeest. Neen, eigenlijk wil Jezus ons niet zozeer iets zeggen over de schapen. Hij wil ons vooral iets leren over de herder. Jezus wil benadrukken dat de echte herder geen heerser met macht is, maar een belangeloze leider, een dienaar die Zijn leven geeft.

Velen van ons hebben in hun leven al echte herders en herderinnen ervaren. Zo vele mensen hebben ons al geleid met trouwe zorg en grote zelfopoffering: moeder thuis, een leraar op school, een verpleegster toen wij ziek waren, een echte vriend of vriendin op onze weg.
Wat doen herders vooral? ‘s avonds de schapen naar de stal brengen en hun ‘s morgens groene weiden tonen. Als wij veiligheid nodig hadden, werden wij naar huis teruggebracht; op het goede moment werden voor ons nieuwe perspectieven voor onze toekomst geopend. Wij blijven de herders en herderinnen van ons leven diep dankbaar. En wij worden uitgenodigd om ook zelf herder en herderin te worden voor anderen, nl. voor diegenen voor wie wij te zorgen hebben.

Maar wij mogen wel weten dat “herder zijn” een gevaarlijke stiel is. Nog niet zozeer omwille van de uiterlijke gevaren, maar veeleer omwille van de innerlijke bekoring tot machtsdrang. Macht is nl. de dagelijkse verlokking voor elke herder, voor al wie verantwoordelijkheid draagt over anderen: ouders, opvoeders, dokters, diensthoofden, bureauchefs, priesters, pastores, sociale helpers. Niet openlijk, neen, maar heel subtiel, sluipt het verlangen naar macht binnen in het hart van herder. Zo is het uit goedbedoeld plichtsbewustzijn dat verantwoordelijken zich eigenaardig genoeg soms geneigd voelen, om allereerst de reglementen van hun dienst te willen verdedigen, om te eisen dat het organisatieschema goed wordt gevolgd, om te zorgen dat de wetten en de papieren volledig in orde zijn. En uiteindelijk vergeten zij dan op de eerste plaats te kijken naar de mensen die voor hen staan en die hulp nodig hebben. Meer dan bij anderen komt, bij al wie verantwoordelijkheid draagt, steeds opnieuw de bekoring op om eerst respect op te eisen voor de idealen en de principes van de organisatie waarvoor men staat, in feite voor de zelf gevormde inzichten erover, dus eigenlijk voor zichzelf. Deels onbewust, maar ook deels gewild, komen zij ertoe om de mensen in nood voor wie zij verantwoordelijk zijn, wat weg te duwen, niet meer te laten meetellen, in het ergste geval zelfs, af te schrijven of dood te verklaren. De opdracht voor alle herders en herderinnen: ouders, opvoeders, priesters, diensthoofden, parochiale werksters, luidt steeds opnieuw: de sluimerende behoefte aan macht uit te zuiveren door nog meer het verlangen te laten groeien om op de eerste plaats te dienen en zijn eigen leven te geven.

En dit is nu de kern van elke geestelijke roeping. Mensen die geestelijk of religieus worden geroepen, doen meer dan een functie uitoefenen, als sociale helper of groepsanimator, als leraar, ontwikkelingshelper of arts zonder grenzen. Dat zouden ze allemaal wellicht wel kunnen. Maar “geroepen zijn” is geen supplementaire functie uitoefenen naast de andere. Het is de innerlijke houding van totale gegevenheid beleven binnen elke functie waar men staat, bij elk engagement waar men ook terecht komt.

“Geroepen zijn” door te dienen en zijn leven te geven zal dan ook vooral betekenen: genezen, wassen, verzorgen, troosten, verbinden, zoeken, luisteren, thuisbrengen, verlossen van vervreemding, van eenzaamheid, van benauwdheid, van manipulatie, van uitbuiting, van onrecht, en dat voor allen, zonder exclusiviteit, zonder uitsluiting. Dus zullen de zwakkeren daar zeker ook bij zijn. Geroepenen getuigen, niet zozeer met leer of redenering, maar met voorbeeld, met heel het eigen leven. En dat vraagt van hen een voortdurende strijd tegen de eigen zelfzucht en de eigen machtdrang.

Vandaag voegt de Heer er speciaal aan toe: “Herder zijn” betekent ook: de eenheid in de groep bevorderen. Jezus spreekt over een groepsverbondenheid waar elke persoon toch volledig wordt gerespecteerd. In zijn kerkgemeenschap worden wij allen persoonlijk gekend, geroepen bij onze eigen naam door een bekende stem, die ons een eigen plaats geeft in de groep. Wij voelen ons inderdaad maar kerkmensen, de vrijheid krijgen om onszelf te zijn. En dit wordt mogelijk, niet door onze eigen belangrijkheid te affirmeren, met Jezus, de echte Herder, die zijn leven geeft.

“Herder zijn” op die manier, “belangeloos dienende verantwoordelijke zijn” in de Kerk, daarvoor kies je niet alleen, daarvoor word je ook gekozen, geroepen. Wie wil zulke herder zijn in onze tijd?

Zij zijn er, die goede herders en herderinnen, ook in onze geloofsgemeenschap van vandaag. Maar het godsvolk moet ze wel durven herkennen en op tijd aanwijzen.

Laat ons bidden

Heer,61YVXQ3cZPL._SY300_
leer ons herder te zijn zoals Gij.
Leer ons genezen, verzorgen,
troosten, verbinden, zoeken,
luisteren en thuisbrengen.
Leer ons verlossen van vervreemding,
van eenzaamheid, van benauwdheid,
van manipulatie, uitbuiting en onrecht.
Leer ons dit te doen voor allen,
zonder uitsluiting.
Ja Heer,
leer ons herder te zijn zoals Gij.
Amen.