Lezingen van de dag – zondag 26 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Nestor van Perge (+ 250)

Nestor van Perge, Pamfilië, Klein-Azië; martelaar

Nestor was bisschop van de plaats Magydos in Pamfilië (Klein-Azië = tegenwoordige westkust van Turkije), toen de vervolgingen uitbraken onder keizer Decius. Vele christenen vielen af om het vege lijf te redden. Nestor raadde ieder aan die voorzag niet opgewassen te zijn tegen de marteldood, te vluchten. Hijzelf bleef op zijn post, en dwong daarmee respekt af bij de Romeinse stadhouder Irenarchus. Deze liet hem ontbieden, en bood hem zelfs hoffelijk en gastvrij een zetel aan. Nestor vroeg naar de reden van dit eervol onthaal en hij kreeg ten antwoord: “Uit respekt voor uw levenswijze.”

Waarop Nestor reageerde: “Nou, dan heb ik intussen wel repekt genoeg gekregen; dan wil ik nu weten waarom u mij hebt ontboden?” Irenarchus, in het bijzijn van de gehele raad, vroeg hem: “Bent u op de hoogte van het gebod van de keizer?” “Nee, ik ken wel Gods geboden, maar niet die van de keizer.” Irenarchus waarschuwde hem, dat hij zich aan de geboden van de keizer diende te houden. Maar Nestor meende, dat hij zich veeleer aan Gods geboden moest houden. Irenarchus konstateerde hierop, dat Nestor van een duivel bezeten moest zijn. Nestor weer: “Veeleer zijn uw goden de duivels. Als u dat maar eens inzag…” Daarop werd Irenarchus kwaad, omdat de goden waarin hij geloofde, duivels werden genoemd. Nu dreigde hij Nestor te martelen totdat deze tot betere inzichten gekomen zou zijn. Nestor antwoordde: “U kunt mij dreigen met allerhande folteringen; maar dààr ben ik niet bang voor. Als ik ergens ontzag voor heb, dan zijn het de kwellingen die Christus mij aan kan doen, wanneer ik hem niet trouw zou blijven. Irenarchus besloot dat Nestor voor de landvoogd in Perge moest verschijnen.

Daar aangekomen vroeg de landvoogd naar Nestor’s naam; deze antwoordde dat hij christen was. De landvoogd gebood hem wierookoffers te branden voor de goden. Nestor weigerde. Nu moest hij de gebruikelijke, gruwelijke folteringen ondergaan. Maar Nestor sprak: “U kunt mij folteren zo u wilt, maar Christus mijn Heer verloochenen die voor mij aan het kruis gestorven is: zo ver krijgt u mij toch niet.”

Daarop stelde de landvoogd hem voor de laatste maal voor de keus: onze goden of uw Christus. Nestor zei vast te houden aan zijn Christus. Toen is hij als een waar navolger van Christus ter plaatse gekruisigd. De verteller tekent op, dat hij vanaf het kruis de daar verzamelde christenen aanspoorde de knieën te buigen en tot Christus te bidden. Op het moment dat het volk door de knieën ging, sprak hij met luide stem “Amen!” en gaf de geest.

8e zondag door het jaar – A


Uit de profeet Jesaja 49, 14-15

Wanneer de ballingen overvallen worden door ontmoediging, herinnert de profeet hen eraan dat God voor hen zorgt even zeker als een moeder voor haar kinderen.

Sion zegt: ‘De Heer heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.’
De Heer antwoord: ‘Kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, Ik vergeet jou nooit.’

 

Psalm 62, 2 + 3 + 6 + 7 + 8 + 9

Refr.: Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust.

Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust,
van Hem komt mijn redding.

Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, nooit zal ik wankelen.

Zoek rust, mijn ziel, bij God alleen,
van Hem blijf ik alles verwachten.

Hij alleen is mijn rots en mijn redding,
mijn burcht, ik zal niet wankelen.

Bij God is mijn redding en eer,
mijn machtige rots, mijn schuilplaats is God.

Vertrouw op Hem, mijn volk, te allen tijde,
open voor Hem uw hart.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 4, 1-5

De apostel van Christus, de beheerder van Gods geheimen, moet zich geen overdreven zorgen maken over de kritiek van mensen, noch uitsluitend afgaan op zijn eigen oordeel. Hij mag zich best vertrouwvol verlaten op de vaderlijke gerechtigheid van God.

Broeders en zusters,
men moet ons beschouwen als dienaren van Christus, aan wie het beheer over de geheimen van God is toevertrouwd.Van iemand die deze taak vervult, wordt verlangd dat hij betrouwbaar is. Maar hoe u of een menselijke instelling over mij oordeelt interesseert me niet, en hoe ik over mezelf oordeel telt evenmin.
Ik ben me weliswaar van geen kwaad bewust, maar dat betekent niet dat mij niets ten laste kan worden gelegd. Het is de Heer die over mij oordeelt.
Houd dus op te oordelen en wacht de tijd af dat de Heer komt, omdat Hij het is die aan het licht zal brengen wat in het duister verborgen is en zal onthullen wat de mensen heimelijk beweegt. En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt.

 

Alleluia.

Ik ben de weg, de waarheid en het leven,
zegt de Heer.
Niemand komt tot de Vader tenzij door mij.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 24-34

Zonder na te laten door zijn arbeid mee te werken aan de voortdurende scheppende activiteit van God, is de christen geroepen, om midden zijn opslorpende bezigheden, onthechting, vrijheid en innerlijke rust te bewaren. De fundamente reden van deze houding is, volgens Jezus, dat God een totale liefde van ons vraagt. Wij kunnen Hem niet dienen als wij verbeten vastzitten aan tijdelijke rijkdommen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.
Daarom zeg Ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Is het leven niet meer dan voedsel en het lichaam niet meer dan kleding?
Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij? Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?
En wat maken jullie je zorgen over kleding? Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld. Ze werken niet en weven niet. Ik zeg jullie: zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als een van hen.
Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt al met zo veel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden, kleingelovigen?
Vraag je dus niet bezorgd af: “Wat zullen we eten?” of: “Wat zullen we drinken?” of: “Waarmee zullen we ons kleden?”, dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.
Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.’

Van Woord naar leven

De overweging van vandaag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Het is duidelijk dat de Heer ons hier niet oproept om zorgeloos te leven in de zin van lui, slordig en onverantwoordelijk. De kernboodschap van vandaag luidt: “Gij moét denken aan de dag van morgen, maar, wees niet óver-bezorgd, niet geobsedeerd of angstig. God houdt zijn beschermende hand over u, wat er ook gebeure!”

We mogen wel beseffen dat Jezus niet alleen tot de rijken spreekt, maar ook tot de eenvoudigen, de armen, de behoeftigen. En in onze tijd van crisis en inlevering, van werkloosheid en faillissementen, zijn de mensen met grote zorgen en kommer over essentiële materiële noden, talrijker dan wij vermoeden. Tot allen, ook tot hen dus, durft de Heer vandaag zeggen: “Het is begrijpelijk dat gij materiële zorgen hebt, maar geraak er toch niet door geobsedeerd. Laat u niet overspoelen door angstige óver-bezorgdheid. De allereerste prioriteit is immers de dienende liefde van het Rijk Gods en zijn gerechtigheid, de liefdevolle zorg voor medemensen en het bevorderen van een meer rechtvaardige wereld, en dat geldt zowel voor de rijken als voor de armen, in welke situatie ook!”

Echt leven is meer dan bezorgd zijn voor voedsel en kleding. Echt leven is dankbaar zijn voor de liefdevolle Schepper die ons draagt en van daaruit dagelijks aandacht schenken aan de gerechtvaardigde noden van diegenen die ons omringen. En zij, zij vragen van ons niet alleen voedsel en kleding, maar vooral de liefde van ons hart en rechtvaardigheid in onze daden.

De Heer verlangt vandaag dus niet dat wij in de miserie gaan leven. Wij mogen genieten van de eenvoudige en goede dingen die het leven ons biedt. De schepping is ons echt gegund! Alleen moeten wij weten dat de overdreven zorg voor het uiterlijk materiële voor ons een tiran wordt waaraan wij kunnen verslaafd geraken. De Heer wil ons bevrijden van die geobsedeerde zorg voor geld en bezit, die ons soms in haar greep kan krijgen, en die ons dan klein houdt en onvrij of die ons verhindert lief te hebben en rechtvaardig te zijn. Hij wil ons bevrijden van de dwanggedachte aan de rijkdom, die ons hart dreigt te verstikken. De verbetenheid om “meer geld te moeten verwerven” leidt toch dikwijls, zowel bij armen als bij rijken, tot allerlei verkeerde oplossingen en verslavingen, die vernietigend worden voor hen zelf en voor hun naastbestaanden. Het is niet de eerste keer dat, voor zware, persoonlijke problemen, een begin van oplossing eerder wordt gevonden in een rustig vertrouwen in de dragende kracht van Gods liefde, en daarbij in een groter, concreet engagement tegenover diegenen die ons onmiddellijk nabij zijn. Aandacht voor anderen bezorgt ons juist nieuwe kracht en creativiteit om de eigen zorgen het hoofd te bieden.

Om naar de vogels te kijken, moeten wij het hoofd oprichten; om de bloemen te bewonderen, het hoofd buigen. Dat betekent in ieder geval: ophouden met vooral naar onszelf en onze eigen zorgen te staren en opnieuw aandacht krijgen voor het fundamentele leven rondom ons. Als de Heer ons vandaag uitnodigt te kijken naar de vogels en de bloemen op het veld, dan is dit niet om ons te vragen te vluchten in valse romantiek, maar om ons bewust te maken van de essentiële houding van de schepping: danken en geven in groot vertrouwen. Dankbaarheid voor het leven dat ons gratis en gul wordt geschonken. En vanuit die dankbaarheid het leven ruim en edelmoedig laten openbloeien in vertrouwen in de Schepper, wiens liefdevolle groeikracht ons doet leven voor anderen. Op een dag gaan bloemen toch verwelken en zullen vogels ook sterven, ondanks de beste zorgen. Maar ondertussen bloeien de bloemen en vliegen de vogels in het grootste vertrouwen in de Heer van het leven. “Als God al zoveel zorg besteedt aan de vogels en de bloemen, hoe zou Hij dan zijn mensen kunnen vergeten? Al zou een moeder haar kind vergeten, God vergeet ons nooit!”

Vandaag worden wij uitgenodigd niet te denken dat alles van onze eigen prestaties afhangt en dus niet óver-bezorgd te zijn voor onszelf, maar ook God God te laten zijn in ons leven en Hem zijn werk te laten doen, in het vertrouwen dat alles goed komt, ondanks de beperktheden in en rondom ons. En daarbij ons niet teveel zorgen te maken over onszelf, maar vooral te zorgen voor anderen, die echte zorgen hebben.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
maar al te dikwijls bepaalt onze agenda ons huidig bezig-zijn en komen we niet toe aan een echt toevertrouwen aan het nu. Zo vergeten we dat Gij ons nu bemint, ons nu vraagt, ons nu roept, om in deze omstandigheid uw liefde te belichamen. Schenk ons de gave van voortdurende toewijding aan U, opdat al ons doen en laten bevrucht mag zijn van uw aanwezigheid. Geef dat wij altijd en overal uw gerechtigheid mogen zoeken, erop vertrouwend dat al wat we nodig hebben te gepaste tijd van U mogen ontvangen.
Amen.