Lezingen van de dag – zondag 26 juni 2016


Heilige (of feest) van de dag

vier martelaressen van Cambrai († 1794)8446

Vier martelaressen van Cambrai (ook van Arras); Zusters van Liefde

De vier Zusters van Liefde van de kleine communiteit te Arras werden het slachtoffer van de Franse Revolutie. Deze zusters waren in de 17e eeuw gesticht door Vincentius a Paolo († 1660; feest 27 september) in samenwerking met Louise de Marillac († 1660; feest 15 maart). Ze waren herkenbaar aan hun wijd uitstaande kappen.

De zusters uit Arras werden in 1792 gearresteerd en naar Cambrai overgebracht. Op dat moment was Marie-Madeleine Fontaine priorin. Zij was in 1723 te Étrépagny geboren. In 1748 was ze in ingetreden en sinds 1767 deed ze dienst als overste van de vestiging te Arras. Na twee jaar mens-onterende gevangenschap werden de zusters naar de guillotine geleid. Op weg naar hun terechtstelling baden ze de rozenkrans en zongen ze het ‘Ave Maris Stella’.

De andere drie waren:
(Marie-)Françoise Lanel, geboren in 1745;
(Marie-)Jeanne Gérard, geboren 1754;
(Marie-)Thérèse) Fantou, geboren 1747.

Ze werden in 1920 tezamen met elf ursulinen van Valenciennes zaligverklaard.

Bron: Heiligen.net

13e zondag door het jaar – C


Uit het eerste boek Koningen 19, 16b + 19-21

Elisa wordt geroepen de profeet Elia te volgen en zijn opvolger te worden. Om te voldoen aan de eisen van zijn nieuwe levenssituatie verlaat hij definitief de zijnen en offert geheel zijn bezit.

In die dagen zei de Heer tot Elia: ‘Jij moet Elisa, de zoon van Safat, uit Abel–Mechola, tot je eigen opvolger zalven.’
Elia ging weg van de Horeb. Toen hij Elisa, de zoon van Safat, aantrof was deze aan het ploegen. Ze waren aan het werk met twaalf span ossen; Elisa liep achter het twaalfde span. Elia liep op hem af en gooide zijn mantel over hem heen.
Meteen liet Elisa zijn ossen in de steek en rende achter Elia aan. ‘Laat mij afscheid nemen van mijn vader en moeder’, zei hij, ‘dan zal ik met u meegaan.’
Doe wat je wilt’, zei Elia. ‘Ik dwing je nergens toe.’
Elisa ging terug, slachtte zijn ossen, braadde het vlees op het hout van hun juk en bood het zijn knechten aan. Daarna ging hij met Elia mee als zijn dienaar.


Psalm 16, 1-11

Refr.: Heer, niemand gaat U te boven.

Behoed mij, God, ik schuil bij U.
Ik zeg tot de Heer: U bent mijn Heer,
mijn geluk, niemand gaat U te boven.

Maar tot de goden in dit land,
de machten die ik vereerd heb, zeg ik:
Wie u volgt, wacht veel verdriet. Drieeenheid_2
Ik pleng voor hen geen bloed meer,
niet langer ligt hun naam op mijn lippen.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in handen.
Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,
ik ben verrukt van wat mij is toebedeeld.

Ik prijs de Heer die mij inzicht geeft,
zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.
Steeds houd ik de Heer voor ogen,
met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.

Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel,
mijn lichaam voelt zich veilig en beschut.
U levert mij niet over aan het dodenrijk
en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien.

U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.


Uit de brief van Paulus aan de Galaten 5, 1 + 13-18

Christus roept ons tot echte vrijheid, niet tot willekeur. Deze laatste is vrucht van de zelfzucht, die leidt tot vernietiging. De ware vrijheid komt voort uit een gebod: de wederzijdse liefde. Zij is de vrucht van de Geest die leidt naar het leven.

Broeders en zusters,
Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen.
U bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden.
Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet.

 
Alleluia.eucharist
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer,
en ik ken ze en ze volgen mij.
Alleluia.


Uit het evangelie volgens Lucas 9, 51-62

Jezus heeft moed nodig om de weg naar Jeruzalem te gaan. Hij weet dat Hij zal lijden en sterven. Hij weet ook dat deze weg leidt naar het leven. Daarom durft Hij anderen aanzetten Hem te volgen. Zijn leerlingen moeten daarom alle valse zekerheden opgeven, niets verkiezen boven het levenswerk van het koninkrijk en vastberaden voortgaan zonder om te zien naar het verleden.

Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging Hij vastberaden op weg naar Jeruzalem. Hij stuurde boden voor zich uit. In een Samaritaans dorp, waar ze kwamen om zijn komst voor te bereiden, wilden de dorpelingen Hem niet ontvangen, omdat Jeruzalem het doel van zijn reis was.
Toen de leerlingen Jakobus en Johannes merkten dat Jezus niet welkom was, vroegen ze: ‘Heer, wilt U dat wij vuur uit de hemel afroepen dat hen zal verteren?’
Maar Hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht.
Ze gingen verder naar een ander dorp.

Terwijl ze hun weg vervolgden, zei iemand tegen hem: ‘Ik zal U volgen waarheen u ook gaat.’ Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’
Tegen een ander zei Hij: ‘Volg mij!’ Maar deze zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ Jezus zei tegen hem: ‘Laat de doden hun doden begraven, maar ga jij op weg om het koninkrijk van God te verkondigen.’
Weer een ander zei: ‘Ik zal U volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.’ Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Met plechtige woorden staat Lucas stil bij een belangrijk moment van Jezus’ leven, een keerpunt in het evangelieverhaal, nl. de dag dat Hij vastberaden optrekt naar Jeruzalem. De eerste jaren van zijn openbaar leven was Jezus in Galilea rondgetrokken. Hij had er gekwetsten naar lichaam en ziel genezen, zondaars en verstotenen vergeving geschonken. Daardoor had Hij allen laten aanvoelen dat God een liefdevolle Vader was, die met mensen is begaan.

Nu neemt Jezus de belangrijke beslissing die boodschap te blijven verkondigen, maar nu ook ondanks de hevige reactie die hiertegen kon worden verwacht vanwege de religieuze verantwoordelijken in Jeruzalem. Want de kaste der zelfgenoegzame, strenge en veeleisende priesters en schriftgeleerden in de hoofdstad voelde zich bedreigd door Jezus’ voorstelling van een milde, mens-nabije God. Zij verdedigden vooral een God die eiste dat alle religieuze voorschriften strikt werden nageleefd.

In de tweede helft van zijn evangelie benadrukt Lucas dan ook de doorbraak, de verheffing en de verheerlijking van Jezus’ Liefde die mensen bevrijdt, maar die blijkbaar onvermijdelijk moest passeren langs zijn verworpenheid, lijden en dood. Lucas zegt dat Jezus “vastberaden” besliste naar Jeruzalem op te trekken, dat Hij dus radicaal en consequent koos voor een liefde, die eventuele vijandigheden niet uit de weg wilde gaan, maar integendeel op zich wilde nemen en dragen als een kruis.

Bij de eerste tekenen van tegenkanting – een weigering om de voorop gestuurde boden te ontvangen – reageren Jezus’ leerlingen spontaan hevig. Wij begrijpen hun reactie omdat wij die verbolgenheid en wraakzin soms in onszelf ervaren. Jezus wijst hen en ons echter terecht. Hij wil immers geen koning worden die een heerschappij komt vestigen met macht en vuur, maar Hij wil de dienaar van de mensen blijven, die hen komt redden door een surplus aan liefde. Jezus gebruikt geen machtsmiddelen, beantwoordt nooit kwaad met kwaad. Hij blijft consequent één weg volgen: de weg van de belangeloos-dienende liefde. En die liefde zal zover gaan dat Hij de voeten van zijn leerlingen zal wassen, dat Hij hun zijn Lichaam en Bloed zal schenken en dat Hij zijn kruis tot op Kalvarie zal dragen.

Jezus’ weg, die steeds de belangeloos-dienende liefde als allereerste prioriteit voor ogen houdt, is geen gemakkelijk weg. Wie Hem daarin wil volgen, zal onvermijdelijk voor keuzes geplaatst worden en wel eens in conflict komen met bedreigende machten. Daarover gaat het in het laatste stukje evangelie van vandaag.

De antwoorden van Jezus aan de drie mensen die Hem willen volgen, zouden verkeerd kunnen begrepen worden als drie strenge eisen, die wij allemaal eerst zouden moeten volbrengen, alvorens wij zijn leerlingen zouden kunnen worden: afstand doen van rijkdom, van familiale verplichtingen en van affectieve banden.
Neen! Jezus stelt geen algemene, voorafgaande eisen voor iedereen, maar reageert in alle scherpte tegen drie mensen die alleen maar achteruit kijken en vastzitten aan hun verleden, die overdreven gehecht blijven aan hun welstand, een overledene of hun thuis. In normale omstandigheden is er meestal geen conflict tussen de prioriteit liefde en de materi­ële of familiale verplichtingen. In normale omstandigheden zal de liefde juist vragen dat wij wél zorgen voor een dak boven de hoofden van onze gezinsleden, dat wij wél de laatste eer bewijzen aan onze overleden dierbaren en dat wij wél tijd nemen om afscheid te nemen van onze vrienden en geliefden.

Meestal staan wij niet voor de keuze of-of, maar gaan beiden samen: liefde tonen wij juist doorheen deze blijken van genegenheid. Maar, in uitzonderlijke gevallen, bij overdreven gehechtheid aan het verleden, wanneer wij, juist door onze materiële mogelijkheden of door onze familie- of vriendenbanden niet meer dienstbaar kunnen zijn, dan vraagt de Heer ons te kiezen voor de liefde die zichzelf vergeet. De dienende liefde naar Jezus’ voorbeeld, gaat boven materiële zekerheid, boven familiale plichten en affectieve banden, wanneer deze de dienstbaarheid niet meer bevorderen, maar integendeel verhinderen.

De gekozen voorbeelden zijn uitzonderlijke gevallen van conflictsituaties op hun scherpst om iets zeer duidelijk te maken: nl. als zelfs in zo’n extreme gevallen prioriteit moet gegeven worden aan de liefde, dan zeker ook in het alledaagse, gewone leven.

Jezus navolgen wil dus zeggen dat wij ons uitgenodigd voelen, ieder volgens de mogelijkheden en de omstandigheden die het dagelijkse leven hem biedt, om steeds opnieuw radicaal te kiezen voor die ene prioritaire weg: de belangeloze liefde. Dit is geen gemakkelijke, maar een koninklijke weg. Want daarop gaat de Heer ons voor.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,adorazione
leer ons niet voortdurend om te kijken wat een ware belemmering kan vormen wat het volgen van U betreft. Leer ons blij en moedig vooruit te kijken, vertrouwend op U, Gij die met ons uw weg van liefde met wilt gaan.
Amen.