Lezingen van de dag – zondag 26 november 2017


Heilige (of feest) van de dag

Christus Koning

Hoogfeest

Het feest van ‘Christus, Koning van het Heelal’ wordt eind november gevierd, op de 34e en laatste zondag van het liturgisch jaar. Deze zondag wordt gevolgd door de eerste zondag van de advent, het begin van het nieuwe kerkelijke jaar.

Het feest werd in 1925 ingesteld door paus Pius XI naar aanleiding van de 1600-jarige viering van het Consilie van Nicaea.

Christus, Koning van het heelal

Hoogfeest  –  eigen lezingen


Uit de profeet Ezechiël 34, 11-12 + 15-17

De profeet spant zich in om de ballingen in Babylon weer hoop te geven. Na de aanklacht tegen de slechte herders die de koningen van Israël dikwijls waren, belooft God alle verstrooide schapen, maar vooral de meest verwaarloosden, weer bijeen te brengen. Daartoe zal Hij een nieuwe David doen opstaan, een koning die zijn kudde zal weiden op wegen van gerechtigheid en liefde.

Dit zegt God, de Heer:
Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen. Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal Ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden, uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven op een dag van dreigende, donkere wolken.
Ikzelf zal mijn schapen weiden en ze laten rusten – spreekt God, de Heer.
Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan, verjaagde dieren terughalen, gewonde dieren verbinden, zieke dieren gezond maken; maar de vette en sterke dieren zal Ik doden. Ik zal ze weiden zoals het moet.
Wat jullie betreft, mijn schapen, dit zegt God, de Heer: Ik zal rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen rammen en bokken.

 

Psalm 23, 1 + 2 + 3 + 5 + 6

Refr.: De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets..

De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water.

Hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.

U nodigt mij aan tafel
voor het oog van de vijand,
U zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.

Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de Heer
tot in lengte van dagen.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 15, 20-26 + 28

De koninklijke macht van Christus bestaat erin dat Hij de mensen over de dood heen naar het leven voert, de machten van het kwaad vernietigt en alle mensen samenbrengt in God.

Broeders en zusters,
Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen.
Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt.
Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren.
En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft.
Want hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’.
De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood;
En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren.

 

Alleluia.

Gezegend de Komende
in de naam des Heren;
geprezen zij het komende Koninkrijk.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 31-46

De parabel beschrijft hoe de Koning en Herder de goeden zal scheiden van de kwaden. De wet van de liefde, de maatstaf voor het oordeel, zal erg veeleisend zijn omdat de rechter, Christus, zich zal vereenzelvigen met de misdeelden.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. Dan zullen alle volken voor Hem worden samengebracht en zal Hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal Hij rechts van zich plaatsen, de bokken links.
Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want Ik had honger en jullie gaven mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, Ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.”
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, U naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?”
En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
Daarop zal Hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want Ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, Ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.”
Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor U gezorgd?”
En Hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.”
Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.’

 

Van Woord naar leven

Vandaag luisteren we naar woorden van de hand van broeder Wiro, een Trappist uit Zundert.

Het zal je maar gezegd worden, zusters en broeders, een abt die je bij hem op de kamer roept en tegen je zegt: broeder, je kan zo mooi over Jezus praten, maar probeer Hem eens te ontmoeten in clochards, daklozen en zwervers. Hij stuurde mij met een medebroeder naar Lyon om te midden van hen te ontdekken waar het evangelie vandaag over spreekt: ‘Wat je aan de minste der mijnen hebt gedaan heb je aan Mij gedaan.’ Ik kan u verzekeren: dat is niet altijd zo gemakkelijk. Mensen met luizen, gevuld met alcohol en met zoveel onderlinge agressie lijken niet direct op Jezus. En toch, we zeiden het steeds tegen elkaar: c’est le Christ! Hij is Christus! Ik heb daar het evangelie een beetje leren ontdekken.

Maar, zusters en broeders, wanneer Jezus ons vandaag zegt: Ik was hongerig, ik had dorst, was naakt, een vreemdeling, een zieke of gevangene en waar was jij om mij te helpen, dan hoeven we niet naar verre streken te gaan om dat in werkelijkheid te beleven. Christus, onze Koning, die wij nu vieren, verbergt zich nog steeds achter het gelaat van de ander met wie wij hier vlak bij ons iedere dag leven.
De joodse filosoof Emmanuel Levinas maakte ons bewust dat er in het gelaat van de ander een beroep op ons gedaan wordt dat van Omhoog naar ons toe komt. Het is de vraag: mag ik in je leven binnen komen? Kan jij voor mij een thuis zijn waar ik met mijn nood terecht kan? Uiteindelijk nood aan liefde waar iedere mens om vraagt.

Het evangelie is zo dichtbij, en toch: wij blijven er mooi over praten, ik net zo goed. Steeds opnieuw moeten onze ogen en harten opengaan om dat te zien en ook toe te laten.
Is het niet vaak onze partner met wie wij samen wonen? Wat kan hij of zij soms moeilijk zijn. Kinderen die al je energie uitputten of je later in de steek laten. Kunnen we elkaar dan nog met beproefde liefde vasthouden?
Ik ben je broeder, je zuster, je naaste naaste! Het heeft geen zin te zeggen dat je de hele mensheid liefhebt wanneer je de eerste mens die je tegenkomt niet ziet staan.

De bekende pater Jan van Kilsdonk, die laatst overleden is, verstond de kunst om mensen echt te ontmoeten. Hij leefde vanuit zijn open hart. Hij zei eens dat wanneer je mensen die je tegenkomt begroet, ja, gewoon zelfs op straat, dat je hen dan ook zegent en dus vanuit God aanraakt. Je kan elkaar passeren als een ijskast die alleen maar koud maakt of je zièt de ander en geeft hem de zegen van een groet, hoe stil misschien ook. Een teken van aandacht en verbondenheid, een glimlach of een woordje dat licht en warmte geeft. Wanneer het om de hongerige en dorstige gaat, dan is het de mens naast je die honger en dorst heeft naar dat beetje aandacht en liefde. De zieke die je opzoekt en nabij bent, maar ook vaak in eenzaamheid op je wacht, want ja, we hebben het allemaal zo druk! De naakten, we komen ze hier op straat niet zo tegen, maar het zijn wel de mensen die wij beroven van hun goede naam door te roddelen of roddels niet tegen te spreken. Vreemdelingen, zij zijn er genoeg onder ons en wij moeten voor hun welzijn opkomen, maar de vreemde kan ook de broeder of zuster zijn, die anders is dan wij of gewoon anders denkt dan wij. Hoe gemakkelijk gaan we hem of haar uit de weg of gunnen we hen geen ruimte om zichzelf te zijn.

Het gaat in ons leven niet zo gauw om grote dingen, maar om heel eenvoudige dingen. We hoeven niet allemaal een moeder Teresa, een abbé Pierre of zuster Emmanuelle te zijn die heel hun leven hebben ingezet voor de armsten der armen. Maar wanneer Jezus hier in zijn laatste grote redevoering bij Matteüs over het laatste oordeel spreekt, heeft Hij het bepaald niet over kerkelijke wetten en het onderhouden van allerlei menselijke regels, hoe zinvol die ook kunnen zijn, maar over één grote vraag: wat heb je voor de geringste van mijn broeders en zusters gedaan? De grote mystieke kerkleraar Sint Jan van het Kruis beweerde dat we uiteindelijk geoordeeld worden naar onze liefde. Niet of we wel de juiste godsdienst volgden en zoals dit evangelie laat zien of we bewust waren dat we Christus zèlf dienden met die liefde. Ze vroegen toch: wanneer hebben wij u hongerig en dorstig gezien, ziek of in de gevangenis, of vreemdeling en hebben we u geholpen of zelfs niet verzorgd? Christus blijkt in ons gewone leven met elkaar niet direct het voorwerp van een bewust geloof te zijn, maar van concrete aandacht en liefde.

Jezus aanvaardt in het vervolg op dit evangelie- verhaal de weg van zijn lijden en dood. Het is Zijn teken van liefde tot het uiterste voor ieder van ons. Christus, onze Koning, openbaart zich hier in een lijdende Dienaar. En tot het einde der tijden zal hij zo onder ons aanwezig blijven. Het is aan ons om Hem in het gelaat van de ander te ontdekken. Een verborgen vraag dat vraagt om een daadwerkelijk antwoord.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
help ons U te zien in elke naaste. Door hem komt Gij immers naar ons toe als een bedelaar naar liefde. Geef ons bijzonder liefde en eerbied voor de arme. Welk nut heeft het te knielen voor de eucharistie terwijl wij de arme verwerpen. In beiden komt Gij immers tot ons. Zet ons in beweging, Heer, en help ons mee te bouwen aan uw Rijk van Vrede en Liefde.
Amen.