Lezingen van de dag – zondag 27 augustus 2017


Heilige (of feest) van de dag

Monica van Thagaste († 387)

Ostia, Italië; moeder Augustinus & weduwe

(vooravond van Augustinus’ bekering)

Monica werd in 332 geboren in de Numidische plaats Thagaste, gelegen in het huidige Algerije. Zij was een dochter van christelijk ouders. Op 18-jarige leeftijd werd zij – zoals toen de gewoonte was – uitgehuwelijkt aan Patricius. Hij hield het bij de traditionele Romeinse goden. Van karakter was hij driftig en eigenzinnig. Pas vlak voor zijn dood in 371 zou hij zich tot het christendom bekeren, ongetwijfeld door Monica’s onophoudelijk gebed. Monica schonk hem drie kinderen onder wie Augustinus, de latere heilige en kerkvader.

Zij probeerde haar kinderen vertrouwd te maken met de christelijke levensopvatting en de daarbij behorende deugden. Maar juist bij Augustinus, haar meeste getalenteerde kind, moet ze constateren dat hij het karakter van zijn vader had geërfd. Later zal Augustinus in zijn boek ‘Confessiones’ (= Belijdensissen) zelf over zijn jongelingsjaren vertellen. Tijdens zijn studies tot redenaar (destijds de baan om hogerop te komen in de maatschappij) deed hij alles wat christenen niet zouden moeten doen; hij ging om met slechte vrienden en zocht zijn levensgeluk bij filosofieën die veel spectaculairder waren dan die van zijn moeder. Vooral de boerse en rauwe verhalen uit het Oude Testament konden volgens hem nog niet in de schaduw staan van de fijnbesnaarde gedachten van de Griekse en Romeinse filosofen.
Monica leed daar onder. Eens kwam er een christelijke bisschop op doorreis door het woonplaats. Zij stortte haar hart bij hem uit en bezwoer hem dat hij eens met haar zoon moest praten: hij zou de goede antwoorden op de scherpzinnige redeneringen van haar zoon wel weten. Maar die bisschop had allang begrepen dat Augustinus op dat moment juist genoot van zijn levensopvatting: daar zou zelfs een vreemde bisschop niets aan kunnen veranderen. Vermoeid door haar drammerige aanhouden zei hij tenslotte: “Een kind van zoveel tranen kan niet verloren gaan.”
Augustinus ontvluchtte zijn moeder, zijn woonplaats en zijn wereld en stak over naar Italië om daar carrière te maken aan het keizerlijk hof als redenaar. Maar zijn moeder kwam achter hem aan, eerst naar Rome en vervolgens naar Milaan, waar het hof van de keizer op dat moment gevestigd was en waar haar zoon intussen leraar was geworden.
Intussen hadden al de filosofieën waarbij Augustinus zijn levensgeluk had gezocht, hem niets opgeleverd. Op zijn zoektocht naar een houvast in het leven ging hij regelmatig in de christelijke kerk naar de preken luisteren van de heilige († 397; feest 4 april) bisschop Ambrosius. Daar hoorde hij hoe Ambrosius juist schatten van filosofie en levensinzicht tevoorschijn wist te halen uit uit de door hem zo verachte verhalen van het Oude Testament. Uiteindelijk zal hij zich na een lang en heftig innerlijk verzet laten dopen. Dit alles natuurlijk tot grote vreugde van zijn moeder met wie hij zich verzoende. Nu haar hartenwens was vervuld, besloot zij naar huis in Afrika terug te gaan. Augustinus reisde met haar mee. In Rome’s havenstad Ostia overleed zij.

In 1162 werden haar relieken overgebracht naar het augustinessenklooster van Arrouaise bij Arras. Op 9 april 1430 werd haar stoffelijk overschot plechtig overgebracht naar Rome; daar werd zij tot de eer der altaren verheven en naast haar zoon bijgezet in de kerk van San Agostino, gelegen bij de Piazza Navona. Dat gaf een nieuwe opleving aan haar verering.

Het concilie van Trente (1570) bepaalde haar feestdag op 4 mei, de dag voordat Augustinus’ bekering werd gevierd: die stond op 5 mei; sinds het Tweede Vaticaans Concilie (1970) staat het op de vooravond van Augustinus: 27 augustus.

Zij is patrones van Santa Monica (Californië); van moeders en moederbonden, christenvrouwen en christelijke echtgenotes; van de Keulse ‘gordelbroederschappen’ (= religieuze gemeenschappen die een gordel dragen); ook wordt haar voorspraak ingeroepen voor het zielenheil van kinderen die verkeerde wegen gaan.

Frankrijk
In Bourgondië wordt zij op verschillende plaatsen aangeroepen ter bescherming tegen de hagel; dit nadat het plaatsje Germolles-sur-Grosne te lijden had gehad onder een gigantische hagelbui en zich vervolgens aan de bescherming van de heilige Monica had toevertrouwd. Hier en daar werd Sint-Monica – 4 mei – er zelfs gevierd als zondag: eerst naar de kerk, dan verder vrij.

Nederland
In de stad Utrecht werd in de vorige eeuw een kerk gebouwd ter ere van Monica (thans deelt zij de parochie met Nicolaas); daarnaast bestaat er ook nog een Monica-kapel. De stad Delft heeft een bejaardenhuis dat aan Monica is toegewijd (heeft dat te maken met de aanwezigheid van augustinessen destijds?); ook Esch in Noord-Brabant heeft een bejaardenhuis Monica.

Ze wordt afgebeeld als matrone, het hoofd vaak bedekt met een (zwarte) sluier wat duidt op haar levensstaat als weduwe in gesprek met haar zoon; ook wel als augustines of met rozenkrans en (gebeden)boek: verwijzing naar haar niet aflatende gebed dat haar zoon het goede spoor vindt in zijn leven).

21ste zondag door het jaar – A


Uit de profeet Jesaja 22, 20-23

Ik zal hem de sleutel overhandigen van het huis van David’.

Heer sprak over Sebna en Eljakim: “Ik zal hem met uw gewaad kleden en hem uw gordel omdoen; uw macht draag Ik aan hem over. Hij zal als een vader zijn voor de inwoners van Jeruzalem en het volk van Juda. Ik zal hem de sleutel overhandigen van het huis van David; wanneer hij opendoet, kan niemand sluiten, wanneer hij sluit, kan niemand openen. Ik zal hem bevestigen, als een pin in stevige grond; voor zijn familie zal hij als een erezetel zijn.”

 

Psalm 138, 1-6

Refr.: Groot is de majesteit van de Heer !

Ik wil U loven met heel mijn hart,
voor U zingen onder het oog van de goden,
mij buigen naar uw heilige tempel,
uw Naam loven om uw liefde en trouw,
grote dingen hebt U beloofd, tot eer van uw Naam.

Toen ik U aanriep, hebt U geantwoord,
mij bemoedigd en gesterkt.
Laten alle koningen op aarde U loven, Heer,
zij hebben de beloften uit uw mond gehoord.

Laten zij de wegen van de Heer bezingen:
‘Groot is de majesteit van de Heer.
De Heer is hoogverheven!
Naar de nederige ziet Hij om,
de hoogmoedige doorziet Hij van verre.’

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 11, 33-36

‘Alles is door Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen.’

Broeders en zusters,
onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman? Wie heeft Hem iets gegeven dat door Hem moest worden terugbetaald?’ Alles is uit Hem ontstaan, alles is door Hem geschapen, alles heeft in Hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.

 

Alleluia.

Ik ben de deur, zegt de Heer.
Wanneer iemand door mij binnenkomt
zal Hij gered worden.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 16, 13-20

‘Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop Ik mijn kerk zal bouwen’.

Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg Hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’
Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’
Toen vroeg Hij hun: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’
U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.
Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. En Ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop Ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’
Daarop verbood Hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat Hij de messias was.

Van Woord naar leven

Vandaag horen we hoe Simon Petrus de sleutels in handen krijgt van het koninkrijk van de hemel. Alvorens hij deze sleutels kreeg, moest hij eerst de vraag beantwoorden wie Jezus voor hem was. We kennen zijn antwoord.
Wij krijgen die sleutels niet, het was een voorrecht aan Simon Petrus. Maar de vraag voorafgaande aan het overhandigen van de sleutels, wordt wel aan ons gesteld; aan ieder van ons persoonlijk: ‘Wie zegt gij dat Ik ben ?’

Ja, wie zegt gij dat Hij is ? Kunnen we net als Petrus zeggen dat Jezus voor ons de Messias is, de Zoon van de levende God. Niet enkel als een belijdenis, maar als een gebed van toevertrouwen. Want als het enkel gaat over belijden met de lippen zal dat weinig gevolg geven in ons leven. Bedoeling is dat ons geloof vlees en bloed wordt, en dat kan alleen maar wanneer onze belijdenis een waarachtig bidden wordt in de zin van je geven aan Christus in je.

Er bestaat een oude christelijke traditie waarbij men bij wijze van schietgebed meermaals per dag de naam ‘Jezus’ aanroept. ‘De zoete Naam Jezus’ is zelfs een gedachtenis in het kerkelijk jaar, ergens begin januari, korte tijd na de geboorte van Christus als ik het goed voorheb. Het aanroepen van deze ‘Naam’ heeft als inhoud het voortdurend herhalen van een soort liefdesact, een blijk van ‘verliefd zijn’ zeg maar. Het schept een levende band tussen de Heer en de op Hem verliefde ziel. Mooi is dat. En vooral zo eenvoudig. Iedereen kan zo bidden, op elk moment van de dag kan je op deze wijze de Heer aanroepen, zowel op momenten van vrede als op momenten waar het moeilijk zit.

Allerlei door Rome geleide liturgische commissies hebben doorheen de jaren getracht het gebed van de gelovige levend te houden. Men heeft daarbij heel dikwijls zeer goed werk verricht. Denk aan het getijdengebed zoals we dat nu kennen. Maar persoonlijk vind ik dat men soms te weinig aandacht schenkt aan die vrome gebedspraktijken die zo eenvoudig zijn om te beleven. De doorsnee-gelovige grijpt doorgaans niet naar het getijdengebed (hoe graag de Kerk dit ook zou hebben), maar bidt graag eenvoudig, kort, met het hart, niet met teveel woorden. Gewoon zich richtend naar boven (of naar binnen), met een paar woorden, of zelfs zonder woorden, een kaars aanstekend, maar altijd met die inwendige blik naar de Heer. Het aanroepen van de Naam van de Heer is zo’n gebedspraktijk; een aanroepen uit liefde voor Hem die je bewoont, leidt en behoedt.

Over het gebed is zoveel te zeggen … Maar we gaan het vandaag hier bij laten.

Een mooie zondag voor u allen !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jezus,
arm van geest richten wij ons hart tot U: Wij houden van U.
Neem ons op in uw liefde, maar ons innig één met U, opdat wij dragers en uitdragers mogen zijn van Gods Vrede.
Tot in lengte van dagen. Amen.