Lezingen van de dag – zondag 27 november 2016


Heilige (of feest) van de dag

Gregorius de Sinaïet († 1346)candle-1129354_640

Gregorius de Sinaïet (of Sinaïticus), klooster Paroria in de buurt van Adrianopolis, Thracië, Bulgarije; asceet & geestelijk leidsman

Hij heeft veel gezworven, maar wordt Sinaïticus genoemd, omdat hij daar zijn kloostergeloften aflegde.

Hij was afkomstig uit de buurt van Smyrna in Klein-Azië (= het huidige Izmir aan de westkust van Turkije). Hij studeerde filosofie en vooral Bijbel. Maar bij een inval van de Turken werd hij met vele andere christenen gevangen genomen en als slaaf te koop aangeboden op de markt van Laodicea. De christenen van die stad kochten hun geloofsgenoten vrij, waarop Gregorius naar Cyprus vertrok, waar hij een heilige monnik ontmoette die hem als leerling opnam en inwijdde in het monniksleven.

Verlangend naar meer verhuisde hij naar het beroemde Catharinaklooster op de berg Sinaï waar hij dus uiteindelijk zijn kloostergeloften aflegde. Hij leidde een serieus en voorbeeldig monniksleven, zozeer zelfs dat zijn medebroeders hem ‘de lichaamloze’ noemden. Bijna elke dag klom hij naar de top van de berg om te bidden op de plek waar volgens de traditie Mozes destijds met God had gesproken in het brandende braambos.

Maar zijn heilige levenswandel wekte ook jaloezie, en er begonnen praatjes over hem de ronde te doen. Zodra dat tot hem doordrong, verliet hij zijn geliefde plek in gezelschap van zijn leerling Gerasimos. Na een pelgrimstocht naar Jeruzalem vestigden zij zich op het eiland Kreta. Op een dag werd Gregorius bezocht door een monnik daar uit de buurt: Arsenios. Zij raakten met elkaar in gesprek over hun gebedsleven. Nadat Arsenios Gregorius had aanhoord, merkte hij op: “Dat alles, mijn zoon, behoort tot het doen, de praxis, niet tot het schouwen, de theoria.” Vanaf dat moment legde hij zich toe op het puur contemplatieve gebed. Hij bezocht zoveel mogelijk monniken waarbij hij hun enerzijds vroeg om hun gebed en zegen; anderzijds begon hij hun te onderrichten in het gebed van de theoria. Want hij bemerkte dat bijna alle monniken wel de weg van de praxis bewandelden, maar zelden toekwamen aan de weg van de Godschouwing. Uiteindelijk kwam hij op de monnikenberg Athos terecht. Daar trof hij in klooster Filotheou drie monniken die de weg van schouwing beoefenden. Zelfs hun namen zijn overgeleverd: Jesaja, Cornelios en Makarios. Bij hen bleef hij wonen en allengs sloten zich meer leerlingen aan. Toen het te druk werd, trok hij zich nog dieper op de berg terug. Maar ook daar wisten leerlingen hem te vinden.

Uiteindelijk liet hij de Athos achter zich en vestigde zich na tal van omzwervingen in de buurt van Adrianopolis in Thracië, het grensgebied van Griekenland en Bulgarije. Daar betrok hij een klooster, Paroria, waar hij zijn geestelijke werken en lessen schreef en zich in alle rust toelegde op het Jezusgebed en de hesychastische spiritualiteit.

Na een korte ziekte is hij gestorven.

Vele van zijn werken zijn opgenomen in de Filokalia. Dat is een bundeling van geschriften over het gebed van het hart uit de christelijke tradities van het oosten.

1e zondag van de advent – Abijbel


Uit de profeet Jesaja 2, 1-5

Jesaja is in gebed. Hij ziet en hoort de menigte optrekken naar de tempel. Dit schouwspel wordt voor hem een poëtisch en profetisch visioen van de grootste optocht der volkeren naar de plaats waar de Heer zal verschijnen.

Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem.
Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’
Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.

 

Psalm 122

Refr.: Laten wij optrekken naar de berg van de Heer.

Verheugd was ik toen ik hoorde:
Wij gaan naar het huis van de Heer.
Verheugd ben ik, nu onze voeten staan
binnen je poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, als een stad gebouwd, annunciation-icon1
hecht en dicht opeen.
Daar komen de stammen samen,
de stammen van de Heer.
Om Israëls plicht te vervullen,
te prijzen de naam van de Heer.

Daar zetelt het gerecht,
daar troont het huis van David.
Vraag om vrede voor Jeruzalem:
Dat rust hebben wie van je houden,
dat vrede heerst binnen je muren
en rust in je vesting.

Om mijn verwanten en vrienden
zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’
Om het huis van de Heer, onze God,
wens ik je al het goede.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 13, 11-14

Wij mogen niet meer slapen. Want ook al is het nog niet volop dag, wij verblijven niet meer in ’n duisternis die onverschilligheid en oneerlijkheid toelaat. Indien wij echte gelovigen zijn, ongeduldig om onze hoop met anderen te delen, dan moeten wij handelen naar wat wij zijn: mensen die houden van het licht en van de waarheid in Christus.

Broeders en zusters,
u kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toen we tot geloof kwamen.
De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht.
Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van bras– en slemppartijen, ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie.
Omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt.

 

Alleluia.imagesfm6gjm39
Laat ons uw barmhartigheid zien,
geef ons uw heil, o Heer.
Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 24, 37-44

De zondvloed en de parabel van de dief: twee manieren om ons te verwittigen dat beslissingen met het oog op ons heil dringend zijn. Voor een christen is Christus niet zomaar een figuur uit het verleden waarnaar men blijvend verwijst. Hij is de Heer, die leeft, en die vandaag wederkomt. Hij zal zich ten volle openbaren op de ‘laatste dag’. Deze verwachting richt het leven van de gelovige naar zijn uiteindelijke eindbestemming.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt.
Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten.
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.
Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken.’

Van Woord naar leven

‘Laten wij leven in het licht van de Heer’, lezen we vandaag bij de profeet Jesaja.

We lezen deze woorden ter voorbereiding naar het feest van Kerstmis toe. En het is goed deze woorden heel de advent in ons hart mee te dragen. Want het zijn woorden die ons aanzetten tot het leren kennen van de weg die God met ons wilt gaan.

Laten wij leven …
Dat wilt zeggen niet passief toekijken op onszelf en de wereld waarin we leven. Het betekent kijken en aandachtig zijn.  Het betekent in beweging komen, willen groeien. Het betekent vooruit willen gaan, leren uit het verleden. Het betekent je hart willen zuiveren, jezelf richten op de altijd Grotere. Het betekent je diepste zijn door Hem laten bezielen.

Ja, in het licht van de Heer.
Weg uit de donkerte van het kwade, maar wandelen in het licht van God. Je door Hem laten beschijnen. Genezing vinden bij Hem. Hem je inwoning laten zijn.

Laten we in deze advent tijd nemen voor de Heer. Laten we dagelijks, misschien iets meer of intenser dan anders, vertoeven bij Hem, in de stilte van het gebed, in de rust van onze ziel, in de warmte van zijn Geest.
En laat je maar beschijnen. Zoals iemand vanzelf bruint op het strand door niets te doen onder de zon, zo mogen wij in het gebed gewoon zijn bij de Heer, onze ziel laten beschijnen door Hem. Om licht te worden, door zijn licht.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,244780_4109
leer ons wandelen in uw licht, in de liefde van uw Zoon. Opdat wij de weg mogen vinden en gaan die Gij met ons wilt gaan.
Zegen deze advent voor ieder van ons. Moge het een heilige tijd zijn waarin ons hart zich voorbereid op het komen van uw Zoon met Kerst.
Beziel ons met de gave van innerlijke armoede, van stille bereidheid, van intens verlangen.
Kom heilige Geest.
Amen.