Lezingen van de dag – zondag 28 januari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Thomas van Aquino (+ 1274)

Thomas van Aquino (ook Aquinas) op, Fossanova, Italië; kerkleraar (‘doctor angelicus’ = ‘engelachtige leraar’)

Hij werd rond 1225 geboren in het Italiaanse plaatsje Roccasecca bij Aquino. Hij was de jongste zoon van graaf Landulfo van Aquino. Voor zijn vorming werd hij toevertrouwd aan de benedictijner monniken van het nabijgelegen klooster Monte Cassino. Maar na enige tijd voelde hij zich aangetrokken tot de zojuist door de Spanjaard Dominicus Guzmán († 1221; feest 8 augustus) gestichte orde der predikheren, de Dominicanen.

Hij ging in Parijs theologie studeren en behaalde er de doctorsgraad. Eenmaal afgestudeerd, was hij was een veelgevraagd docent. Hij gaf theologie achtereenvolgens aan de universiteiten van Parijs (1252-1260), van Orvieto (12601-1264), van Rome (1265-1267), van Viterbo (1268), terug in Parijs (1269-1271) en tenslotte aan de universiteit van Napels (1272-1274).

Ondanks zijn intelligentie en in weerwil van de waardering die hij overal ontmoette vanwege zijn gelovige scherpzinnigheid, bleef hij een bescheiden mens. Hij was een man van gebed. Op weg naar het concilie van Lyon, stierf hij te Fossanova, vlakbij Rome.

Hij werd in 1323 heilig verklaard en in 1567 uitgeroepen tot kerkleraar.

Hij heeft een indrukwekkend oeuvre nagelaten. Op zijn sterfbed zou hijzelf hebben gevraagd alles te verbranden, omdat al die woorden niet in staat waren het ware geheim van God ook maar enigszins te benaderen. Aan zijn verzoek hebben zijn tijdgenoten niet voldaan. Tot op de dag van vandaag wordt zijn Summa Theologica (Samenvatting van de Theologie) nageslagen en bestudeerd.

Eén van de vragen die hij in zijn Summa behandelt, luidt, of Jezus terecht een groot leraar wordt genoemd. Hij merkt daarbij op dat een leraar des te belangrijker is, naarmate hijzelf geen enkel geschrift heeft nagelaten. Pas als zijn leerlingen hun best doen alle woorden van hun meester voor het nageslacht te bewaren en op te schrijven, hebben we te doen met een werkelijk groot leraar, aldus Thomas. Hij dacht hierbij natuurlijk aan Jezus, wiens woorden en daden door de evangelisten zijn opgetekend. Waarschijnlijk ook aan de Griekse wijsgeer Socrates (470-399 vóór Chr.), wiens woorden door zijn leerling Plato voor het nageslacht zijn bewaard. Toch is die opmerking van Thomas niet zonder humor, als je bedenkt hoeveel dikke boeken hijzelf geschreven heeft…

Diezelfde humor valt te bespeuren in Thomas’ opmerking dat een mens een minimum aan materiële voorzieningen nodig heeft, wil hij aan godsdienstig leven toekomen. Ieder weet, dat Thomas zeer dik was, en dat er zelfs gezien zijn dikke buik, een stuk uit de tafel was gezaagd op de plek waar hij de maaltijd gebruikte…

Hij geldt als patroon van de dominicaner orde. In 1880 werd hij patroonheilige van alle katholieke universiteiten en studiehuizen. Daarnaast is hij beschermheilige van theologen, studenten, boekhandelaars en potloodfabrikanten. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen onweer.

4e zondag door het jaar – B


Uit het boek Deuteronomium 18, 15-20

God leidt zijn volk door zijn woord dat de profeten in zijn naam aan de mensen doorgeven. Zoals Mozes worden de ware profeten door God uit het volk geroepen en naar de mensen gezonden om die belangrijke taak op zich te nemen.

Mozes sprak tot het volk en zei:
“God zal in uw midden profeten laten opstaan, profeten zoals ik. Naar hen moet u luisteren. U hebt de Heer daar immers zelf om gevraagd, toen u bij de Horeb bijeen was.
U zei: ‘Wij kunnen het stemgeluid van de Heer, onze God, en de aanblik van dit enorme vuur niet langer verdragen; dat overleven we niet.’
De Heer heeft toen tegen mij gezegd: ‘Zij hebben goed gesproken. Ik zal in hun midden profeten laten opstaan zoals jij. Ik zal hun mijn woorden ingeven, en zij zullen het volk alles overbrengen wat ik hun opdraag. Wie niet wil luisteren naar de woorden die zij in mijn naam spreken, zal Ik ter verantwoording roepen. Maar als een profeet de euvele moed heeft om in mijn naam iets te zeggen dat Ik hem niet heb opgedragen, of om in de naam van andere goden te spreken, dan moet hij ter dood gebracht worden.’”

 

Psalm 95, 1-2, 6-7, 8-9

Refr.: Luister heden dan naar zijn stem en wees niet halsstarrig.

Kom, laten wij jubelen voor de Heer,
juichen voor onze rots, onze redding.
Laten wij Hem naderen met een loflied,
Hem toejuichen met gezang.

Ga binnen, laten wij buigen in aanbidding,
knielen voor de Heer, onze maker.
Ja, Hij is onze God en wij zijn het volk dat Hij hoedt,
de kudde door zijn hand geleid.

Luister vandaag naar zijn stem:
Wees niet koppig als bij Meriba,
als die dag bij Massa, in de woestijn,
toen jullie voorouders
mij op de proef stelden, mij tartten,
al hadden ze mijn daden gezien.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 7, 32-35

In de verwachting van Christus’ terugkeer ziet Paulus in het godgewijde celibaat een teken van hun onvoorwaardelijke beschikbaarheid voor Christus en de Kerk.

Broeders en zusters,
ik zou willen dat u geen zorgen hebt. Een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen. Een getrouwde man draagt zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen, dus zijn aandacht is verdeeld.
Een ongetrouwde vrouw en een meisje dat nog niet getrouwd is, dragen zorg voor de zaak van de Heer, en wel zo dat ze God met heel hun lichaam en geest zijn toegewijd. Maar een getrouwde vrouw draagt zorg voor aardse zaken en wil haar man behagen.
Ik zeg dit in uw eigen belang, niet om u aan banden te leggen, maar om u tot onberispelijk gedrag en onverminderde toewijding aan de Heer te brengen.

 

Alleluia

Het volk dat in duisternis zat,
heeft een groot licht aanschouwd,
en over hen die gezeten zijn
in de schaduw van de dood,
is een licht opgegaan.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 21-28

Jezus’ gezag als leraar is zo groot dat Hij zelfs de boze geesten het zwijgen kan opleggen en de mensen ervan kan bevrijden.

In die tijd kwamen Jezus en zijn leerlingen in Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Hij naar de synagoge en onderwees er de mensen. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden.
Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’
Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw.
Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als Hij onreine geesten een bevel geeft, wordt Hij gehoorzaamd.’
Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea.

 

Van Woord naar leven

Vandaag horen we hoe een onreine geest het lichaam van een man verliet nadat Jezus hem daartoe het bevel gaf.

Lieve mensen,
soms is het goed ons af en toe eens grondig onder de loep te nemen. Dit kunnen we biddend doen. We vragen in diep geloof de Heer om genade te mogen inzien hoe het met onze binnenkant gesteld is. We trachten het niet te snel in te vullen maar nemen de nodige tijd. Je eigen hersenkronkels tot rust en stilte brengen is op zich al een hele opdracht. Langere tijd in stilte vertoeven is daarbij niet onbelangrijk. En we vragen dus de Heer inzicht te mogen krijgen wat onze binnenste betreft.
Waar zit het goed… Waar zit het fout… Waar liet ik me leiden door de Heer… Waar liet ik me misleiden door het kwaad… Welke momenten waren vol van genade… Welke momenten had het kwaad me goed te stekken… Waar bleef ik in de liefde… Waar verloor ik de liefde…
Niet zozeer om een optelsommetje te maken van zowel de plus- als de minpunten. Maar veeleer om erachter te komen wat de diepere oorzaak is van het verliezen van Gods genade.
En daarvoor is het goed een onderscheid in onszelf te maken tussen goed en kwaad, tussen wat van God komt en wat van het kwaad.

Het besef van wat van God komt zal ons vreugde schenken. Het zal ons vervullen van dankbaarheid.
Het besef dat we ons soms laten leiden door dingen die niet van God komen, dingen die echt kwaadaardig zijn (om het even wit-zwart te stellen), maken ons waarschijnlijk somber, beschaamd naar God toe, ook naar onszelf. Het is een besef dat ons de vreugde van de Heer ontneemt. Dit mogen inzien noemen we berouw.

Oh heilig berouw, wat heb ik u lief !!

Ja, laten we dit berouw beminnen, het diep koesteren. Het is immers de Heer die ons dit besef geeft. In zijn overgrote barmhartigheid tikt Hij ons op ons geweten en doet ons inzien waar we ons lieten misleiden. En dan komt er een zalig moment, namelijk om je als kind te werpen in de armen van de Vader. Ja, Jezus wacht zo op ons. Hij wacht tot we naar Hem toesnellen opdat Hij ons kan omhelzen met zijn genade van genezing, opdat Hij ons kan bevrijden van alle kwaad.

Lieve mensen, de Heer is in staat ons van het kwade te bevrijden. Alle vormen van onliefde kan Hij genezen. Op zijn woord, op zijn gezag, zal het kwaad verdwijnen. Laten we Hem welkom heten tot in het diepste van ons zijn. Moge Hij ons brengen in de vreugde van zijn Pasen; zijn Vrede waar Hij ons zo graag deelgenoot van wil maken.

Kom, pak al je moed samen, kniel en bid. Jezus wacht op je.

En dans met Hem.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Mijn Jezus,
hier ben ik. Ik open me voor U. Help me te zien waar ik fout zit, waar ik U heb verlaten, waar ik me heb losgemaakt van U. Geef me een diep en oprecht berouw. Moge dit gebeuren een springplank zijn naar U, Gij die op mij wacht met uw liefde vol barmhartigheid. Neem mij zo op Heer in uw Pasen.
En laat ons dansen Heer, Gij en ik, intiem en intens, alles achterlatend wat deze dans in de weg staat. Leid Gij de dans, Heer. Ja, schenk me de vreugde van de hemel opdat mijn blik, mijn hart, mijn gebed, en al wat ik doe een afstraling mag zijn van uw aanwezigheid in mij, van uw liefde voor de mensheid.
Oh mijn Jezus, verteer me in U.
Amen.