Lezingen van de dag – zondag 28 juni 2015


Heilige (of feest) van de dag

Ireneus van Lyon (+ 202)dyn010_original_358_452_pjpeg__8da8f799538824a1d24547c83aecacc4

Ireneus (ook Eirenaios of Irénée) van Lyon, Frankrijk; 2e bisschop, kerkvader & martelaar; † 202.

Hij moet rond 130 geboren zijn in de stad Smyrna in Klein-Azië (= tegenwoordig Izmir, West-Turkije). Waarschijnlijk was hij een leerling van Sint Polycarpus († 155; feest 23 februari), die zelf weer leerling was geweest van Sint Johannes, de apostel († ca 100; feest 27 december). Ten tijde van keizer Marcus Aurelius (161-180) ontving Ireneus de priesterwijding in de stad Lugdunum in Gallië (= de huidige stad Lyon, Frankrijk) en werd er in 177/78 de tweede bisschop. Hij volgde Fotinus op, die kort daarvoor met 47 medechristenen onder heldhaftige omstandigheden de marteldood was gestorven.

Op 2 juni van het jaar 177, onder de regering van keizer Marcus Aurelius, onderging een groep van acht-en-veertig christenen in de stad Lugdunum (= de huidige Franse stad Lyon) de marteldood. Daarvan is een indrukwekkend ooggetuigeverslag bewaard gebleven, na de vervolgingen opgetekend door medechristenen uit Lyon en Vienne in een brief aan de christengemeenten van Frygië in Klein-Azië. De brief bleef bewaard, omdat de kerkhistoricus Eusebius van Cesarea (264-340) haar opnam in zijn kerkgeschiedenis (Boek V, hoofdstuk 1-3).

Er wordt in verteld hoe zelfs de meest eenvoudige gelovigen de Romeinse autoriteiten in hun gezicht durfden te weerstaan. Ze weigerden aan de Romeinse goden te offferen, omdat ze trouw wilden blijven aan hun eigen god. Daarom werden ze allen tot de marteldood veroordeeld. Met name Vettius Epagathus, Sanctus, Maturus, Attalus, Blandina, Fotinus en Alexander treden op de voorgrond.

Bijzondere indruk maakte vooral het slavinnetje Blandina. Hoewel zij tenger was en zwak leek, en tot een maatschappelijke klasse behoorde, die geen eigen stem had, stond zij erop zelf de vragen te beantwoorden die de onderzoeksrechter haar stelde. Persoonlijk wilde zij instaan voor haar geloof in Christus.

Ireneus ijverde krachtig voor de kerstening van de Kelten in Zuid-Gallië. Daarnaast speelde hij een belangrijke rol bij de kwestie van de paasdatum, die erop uit dreigde te lopen, dat de christenen van Klein-Azië, waar hij zelf vandaan kwam, van de moederkerk dreigden losgescheurd te worden.

Hoezeer jodendom en christendom reeds tegen het eind van de 2e eeuw uit elkaar waren gegroeid, moge blijken uit een brief van rond het jaar 190 van de hand van bisschop Polycratus van Efese, gericht aan bisschop Victor van Rome. († 197; feest 28 juli. Het zou een anachronisme zijn hier reeds te spreken over ‘de paus’. Weliswaar werd hem als opvolger van de apostel Petrus op alle bisschoppenvergadering een uiterst belangrijke stem toegekend, maar hij was nog altijd de eerste onder zijns gelijken). Er is onrust gerezen over de berekening van de paasdatum. De christengemeenten van Asia vierden vanouds Pasen op de dag van het Joodse paasfeest, de veertiende dag van de maan, de dag waarop het Joodse paaslam moest worden geslacht: de zogeheten quartodecimaanse praktijk. Maar de rest van de toenmalige christenheid zei zich te baseren op een traditie die terugging op de apostelen zelf. Die hield in, dat het ongepast was, wanneer de grote vasten beëindigd zou worden op een gewone door-de-weekse dag in plaats van een zondag, de dag waarop de Heer uit de dood was opgestaan. (Nog altijd heet de zondag in de Latijns sprekende landen ‘Dag des Heren’: Domenico, Domingo, Dimanche).

Polycrates drukt collega Victor van Rome op het hart niet om deze reden aan te dringen op een uitsluiting van de christengemeenten in de gehele provincie Asia. Ten eerste hebben ze uit onwetendheid gehandeld. Bovendien wijst hij op de eerbiedwaardige traditie waarop deze kerken kunnen bogen. Zij hebben het graf in hun midden van diaken (hij zegt abusievelijk ‘apostel’) Filippus te Hiërapolis, alsmede dat van twee van zijn dochters; een derde dochter rust in Efese zelf, evenals de apostel Johannes; daarnaast nog Polycarpus te Smyrna, evenals bisschop Thraseas van Eumenea, die te Smyrna de marteldood stierf; bisschop-martelaar Sagaris in Laodicea; Papirius en Melito te Sardes. (Vooral deze laatste is van belang, want hij had in de jaren 166/67 een boek geschreven over het paasfeest, waarin hij de quartodecimaanse praktijk verdedigt!). Zij allen, zo benadrukt Polycrates, onderhielden hun Pasen op de veertiende dag…

Mede door toedoen van de vredelievende bisschop Ireneus van Lyon zal paus Victor afzien van drastische maatregelen en zullen de kerken van Asia zich aansluiten bij de apostolische traditie. Daarmee was de kloof tussen joden en christenen weer dieper geworden.

Hij heeft een aantal theologische werken nagelaten, die van zulke grote waarde zijn, dat hij de eretitel heeft gekregen van ‘vader van de katholieke dogmatiek’ (= ‘geloofsleer’). Zijn belangrijkste boek is het vijfdelige werk ‘Adversus Hereticos’ (= ‘Tegen de Ketters’). Daarin zet hij uiteen, da bij meningsverschil binnen de geloofsgemeenschap de traditie als bron en norm van geloof de doorslag geeft. Onder de traditie verstaat hij wat in de kerk altijd van de ene op de andere geberatie is verkondigd. In deze uiteenzetting ruimt hij ook de eerste plaats in voor het gezag van de kerk van Rome: “Elke kerkgemeenschap moet zich aansluiten bij de kerk van Rme omwille van haar hogere gezag.” Ook is Ireneus de uitvinder van het idee, dat de geschiedenis van het Oude Testament verstaan moet worden als Gods plan om de mensen voor te bereiden op het hoogtepunt van de heilsgeschiedenis: de komst van Jezus.

Hij is het ook, die bedacht heeft, dat de vier diersymbolen uit het Oude Testament – de gevleugelde mens, de gevleugelde leeuw, het gevleugelde rund en de gevleugelde arend of adelaar – op de vier evangelisten toegepast kunnen worden. Zo werd Matteus vereenzelvigd met de gevleugelde mens, Markus met de gevleugelde leeuw, Lukas met het gevleugelde rund en Johannes met de gevleugelde arend of adelaar.

Hij zou de marteldood gestorven zijn ten tijde van keizer Septimius Severus (193-211), maar dat is historisch gesproken niet zeker. Sint Zacharias van Lyon († 3e eeuw) volgde hem op. Met behulp van enkele medegelovigen die aan de vervolgingen ontkomen waren, begroef deze zijn voorganger Sint Irenaeus van Lyon met grote liefde en verzamelde de stoffelijke resten van de martelaren in een massagraf. De kerk die op deze plaats verrees werd toegewijd aan Ireneus. Ireneus is patroon van het bisdom Lyon.

Hij wordt afgebeeld met een zwaard (martelwerktuig) of met boek of boekrol (als grondlegger van de christelijke theologie).

13e ZONDAG DOOR HET JAAR – B

Uit het boek Wijsheid 1, 13-15 + 2, 23-24

God heeft de mens geschapen voor de eeuwigheid, als afspiegeling van zijn eigen wezen.

De dood is niet door God gemaakt. God vindt geen vreugde in de ondergang van enig levend wezen. Hij heeft alles geschapen om het te laten bestaan. Alles ter wereld dient om het leven in stand te houden. In geen enkel schepsel ligt de kiem van de dood, en het dodenrijk kan op aarde geen rechten doen gelden, want rechtvaardigheid maakt onsterfelijk.
God heeft de mens immers geschapen voor de eeuwigheid, als afspiegeling van zijn eigen wezen.
Maar de duivel heeft uit jaloezie de dood in de wereld gebracht; ieder die hem toebehoort roept de dood over zich af.

 

Psalm 30, 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 11 + 13

Refr.: Ik wil U prijzen, Heer, want U hebt mij gered.

Hoog wil ik U prijzen, Heer, want U hebt mij gered
en mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde.
Heer, mijn God, ik riep tot U om hulp trinity_holyspirit
en U hebt mij genezen.
Heer, U trok mij uit het dodenrijk omhoog,
ik daalde af in het graf, maar U hield mij in leven.

Zing voor de Heer, allen die Hem trouw zijn,
loof zijn heilige Naam.
Zijn woede duurt een oogwenk,
zijn liefde een leven lang.
Met tranen slapen we ‘s avonds in,
‘s morgens staan we juichend op.

Luister, Heer, en toon uw genade,
Heer, kom mij te hulp.
U hebt mijn klacht veranderd in een dans,
mijn rouwkleed weggenomen, mij in vreugde gehuld.
Mijn ziel zal voor U zingen en niet zwijgen.
Heer, mijn God, U wil ik eeuwig loven.

 

Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 8, 7 + 9 + 13 + 15

Christus heeft de overvloedige rijkdom van zijn godheid met de mensen gedeeld en onze menselijke behoeftigheid werd overstelpt met een overvloed aan geestelijke gaven. Ook vandaag nog, zijn velen arm. Het voorbeeld van Christus nodigt ons uit om opnieuw een gelijke verdeling van goederen te bewerken. Zouden de rijken geen nood hebben aan een rijkdom die enkel de armen hen kunnen geven ?

Broeders en zusters,
u blinkt in alles uit: in geloof, in kennis en welsprekendheid, in inzet op elk gebied, in de liefde die wij in u hebben gewekt; blink dus ook uit in dit goede werk.
Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: Hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden.
Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt. Er moet evenwicht zijn. Zoals ook geschreven staat: ‘Hij die meer had, had niet te veel; hij die minder had, had niet te weinig.’

 

Alleluia.images

Uw woord is waarheid, Heer,
wijd ons U toe in de waarheid.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 5, 21-43

Jaïrus en de zieke vrouw wenden zich tot Jezus, een geneesheer die sterkt verschilt van andere. De twee verhalen houden dezelfde bevestiging in: het heil wordt verleend aan om het even wie gelooft in Christus, de meeester van het leven.

Toen Jezus weer met de boot was overgestoken, verzamelde er zich een grote menigte bij Hem, en Hij bleef aan het meer.
Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar Hem toe, en toen Hij Jezus zag viel hij aan zijn voeten neer. Hij smeekte Hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.’ Hij ging met hem mee.

Een grote menigte volgde Hem en verdrong zich om Hem heen. Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan. Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan, want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden. En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze voorgoed van de kwaal genezen was. Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht uit Hem was weggestroomd. Midden in de menigte draaide hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ Zijn leerlingen zeiden tegen hem: ‘U ziet dat de menigte zich om u verdringt en dan vraagt U: “Wie heeft mij aangeraakt?”’ Maar Hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had. De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar Hem toe en viel voor Hem neer en vertelde hem de hele waarheid. Toen zei Hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal.’

Nog voor Hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’ Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen. Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ Ze lachten Hem uit. Maar Hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij Hem waren de kamer van het kind binnen. Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!‘ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’ Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen. Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar te eten moesten geven.

Van Woord naar leven

De dood is niet door God gemaakt. God vindt geen vreugde in de ondergang van enig levend wezen. Hij heeft alles geschapen om het te laten bestaan. Alles ter wereld dient om het leven in stand te houden.
Zo lezen we vandaag in het boek Wijsheid (1e lezing).

Toen ik deze woorden las gingen mijn gedachten spontaan uit naar die drie bloedige terreuraanslagen vorige vrijdag en de zovele aanslagen van de voorbije jaren. Die van vrijdag, en velen van daarvoor, deed men in naam van God. Hoe laag kan men vallen… hoe ver afgedwaald kan men zijn… Dit heeft niets met God te maken maar alles met het kwade.

De lezing uit Wijsheid eindigt met: De duivel heeft uit jaloezie de dood in de wereld gebracht; ieder die hem toebehoort roept de dood over zich af.
Zo zien we inderdaad de duivel werkzaam: de talloze zelfmoordaanslagen van de voorbije decennia zijn daar een mooi voorbeeld van. En de duivel gaat zo listig te werk dat degenen die dit doen ervan overtuigd zijn dat ze de goede zaak (de zaak van God) dienen. Zonder dat ze het beseffen zijn ze een pure manifestatie van het kwaad.

Ik zou, vanuit deze woorden uit het boek Wijsheid, u allen willen uitnodigen dagelijks tijd te maken om genade af te smeken van de hemel: dat dit kwaad mag ophouden te bestaan, dat de waarheid het mag winnen op de leugen. Ja lieve mensen, laat ons bidden – dagelijks.

Moge de mensheid zich in waarheid keren naar God, pure manifestatie van de Liefde.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God, schepper van het leven,naamloos
open onze harten voor de gave van de Vrede. Mogen wij allen uw Vrede beminnen als het hoogste Goed, als de bron en de basis van een goed samenleven. Moge de mensheid zich in waarheid keren tot U, in diepe verbondenheid met elkaar, in eenheid door U geschonken. Kom Heilige Geest, beziel ons met het vuur van de Allerhoogste.
Amen.