Lezingen van de dag – zondag 28 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Robert Johnson († 1582)

Robert Johnson, Tyburn Londen, Engeland; martelaar

Hij was afkomstig uit Shropshire en kreeg zijn opleiding in Douai en Rome, waar hij in 1576 tot priester werd gewijd. In 1580 begon hij ondergronds de katholieke van Londen terzijde te staan. Twee jaar later kreeg de overheid hem te pakken en werd hij opgehangen in de Londense Tyburngevangenis.

zevende paaszondag – A


Uit de Handelingen van de Apostelen 1, 12-14

Iedere christelijke gemeenschap moet zich in gebed voorbereiden om de Geest te ontvangen, die Jezus beloofd heeft.

Nadat Jezus ten hemel was opgenomen, keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand.
Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus.
Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.

 

Psalm 27, 1 + 4 + 7 + 8

Refr.: Wees mij genadig en antwoord mij.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ?

Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.

Hoor mij, Heer, als ik tot U roep,
wees genadig en antwoord mij.
Mijn hart zegt U na:
‘Zoek mijn nabijheid!’
Uw nabijheid, Heer, wil ik zoeken.

 

Uit de eerste brief van Petrus 4, 13-16

Wanneer een christen vervolging lijdt om Christus’ Naam, kan hij daarin een teken zien van de aanwezigheid van de Geest in zijn leven.

Dierbaren,
hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt.
Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust.
Laat niemand van u moeten lijden omdat hij een moordenaar is, een dief, misdadiger of onruststoker. Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God.

 

Alleluia.

Ik zal u niet verweesd achterlaten,
zegt de Heer,
Ik ga, Ik keer tot u terug,
en uw hart zal zich verblijden.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 17, 1-11

Wanneer Jezus zijn weg van lijden en dood begint, vertrouwt Hij aan de Vader toe al diegenen aan wie Hij de Vader openbaarde. Onder impuls van de Geest moeten zij nu God bekend maken in de wereld.

Jezus sloeg zijn ogen op naar de hemel en zei:
‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen.
Hij heeft van U macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die U Hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken.
Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.
Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U mij opgedragen hebt.
Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid die Ik bij U had voordat de wereld bestond.
Ik heb aan de mensen die U mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij waren van U, maar U hebt hen aan mij gegeven.
Ze hebben uw woord bewaard, en nu begrijpen ze dat alles wat U mij hebt gegeven, van U komt.
Ik heb de woorden die Ik van U ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat Ik van U gekomen ben, en ze geloven dat U mij hebt gezonden.
Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die U mij hebt gegeven, omdat zij van U zijn – alles wat van mij is, is van U, en alles wat van U is, is van mij – en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is.
Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn.’

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Jezus heeft de wereld verlaten en de Geest is nog niet gekomen. Op dat moment beleven de leerlingen een grens-ervaring.

Maken wij dat niet regelmatig mee, zo’n overgang? Het gevoel van afscheid te moeten nemen van iets dat ons ontglipt en dat wij moeten loslaten en terzelfder tijd het hevig verlangen naar iets dat er nog niet is en dat wij nog niet kennen. Ouders bv. die hun kind het huis zien uittrekken om op eigen benen te staan. Zij hopen hem of haar terug te vinden, maar nu als verantwoordelijke volwassene. Maar zal dat lukken? Is hun liefde zo vindingrijk dat zij zich aanpast aan de nieuwe levenssituatie? Meestal wel. Gelukkig!

Welnu, juist in zulke overgangsituaties tussen oud en nieuw, juist dan begint een mens spontaan te bidden. Op de grens tussen loslaten en verlangen, daar welt het gebed op in het hart. Het is het gebed van iemand die iets of iemand anders kwijt geraakt en toch weet dat hij tot een nieuwe liefde opgeroepen wordt, zonder nog te weten hoe. In deze overgangstijd begonnen ook de leerlingen van Jezus spontaan te bidden, wanneer zij samenkomen in de bovenzaal met Maria en de vrouwen. En bij hun gebed herinnerden zij zich dat zij Jezus hadden horen bidden bij het afscheidsmaal, toen Hij zijn overgang begon, zijn pascha, zijn doorgang door lijden en dood naar zijn Vader. Kunnen ook wij iets leren van Jezus’ gebed op dat ogenblik?

Wel in zijn gebed sprak Jezus toen God aan met een heel originele, nieuwe naam: “Abba, Vader-lief”. Wat wilde Hij daarmee benadrukken? Gedurende heel zijn leven probeerde Jezus de mensen te tonen dat zij vooral geen schrik moesten hebben van God, want dat God geen Moloch was die hun leven opeiste; dat zij zich nooit als slaven moesten gedragen tegenover Hem, want dat God geen baas was, die zij onderdanig moesten dienen; maar dat God hen graag zag en graag bleef zien, ook als zij verkeerd deden. Jezus leerde ons dat wij ons het best gedragen als dankbare mensenkinderen, die beseffen dat wij een lieve Vader hebben die ons onvoorwaardelijk bemint, dat wil zeggen: zonder voorafgaande eisen te stellen. Daarom die originele naam: Abba, Vader-lief.

Het belangrijkste kenmerk van onze, christelijke God is niet zijn onbewogen onveranderlijkheid of zijn almacht. Zo heeft men het ons misschien vroeger teveel geleerd. Het belangrijkste kenmerk van onze God is zijn bewogenheid en vindingrijke Liefde voor ons, ook midden in het menselijk lijden dat ons treft. Het is een Liefde over grenservaringen heen. Wat zegt een moeder als haar kind het vingertje aan een kaars heeft verbrand? “Mama zal er wat speeksel op doen en er een kusje op geven!” Die vindingrijke liefde is al de helft van de genezing, want die brengt troost voor het grote verdriet. Jezus wilde ons vooral op het hart drukken dat God als een lieve Vader is, die Hem en ons bemint. Mensen kunnen vele, goede namen bedenken voor God: de Onnoembare, de Eeuwige, maar in het christendom noemen wij God uitdrukkelijk “onze lieve Vader”, omdat Jezus het ons zo heeft geleerd. En dat is een fundamentele reden.

Hoe tonen wij het best dat wij bewust zijn dat wij een Vader hebben, die ons bemint, ook in momenten van afscheid en pijn? Hoe tonen wij het best dat wij weten dat wij, dank zij een goddelijke vriendschap, die ons zomaar gratis geschonken wordt, een leven leiden die sterker is dan de dood? Door te danken! Door als dankbare mensen door het leven te gaan. Dankbaar voor alles en vooral voor Gods vindingrijke liefde, die duurzamer is dan het huidig pijnlijke moment. Zeker, niet alles is rooskleurig; niet alles lukt ons. Maar wij leven! Wij worden elke dag opnieuw gestuwd door de liefde van een Vader die ons draagt en die wij, soms na zeer kronkelige wegen en pijnlijke ervaringen, op een heel nieuwe manier steeds opnieuw terugvinden. De fundamentele dankbaarheid kan nooit wijken uit het hart van een gelovige christen.

Het tegenovergestelde van een ‘dankbare’ is een ‘eisende’ mens, iemand die ervan overtuigd is dat hij op alles en nog wat recht heeft en die zich heel vlug verongelijkt voelt als iets hem niet lukt. Aan zo iemand merkt men dat hij in feite het leven naar zijn eigen hand wil zetten. Natuurlijk moet ieder zijn eigen verantwoordelijkheid nemen en zijn leven uitbouwen. Maar het verschil ligt hem in de manier waarop men het doet: als een veeleisende of als een dankbare mens.

In zijn gebed leerde Jezus ons spreken tot een liefdevolle Vader, tegenover wie wij ons dankbaar mogen voelen, ook in de grenservaringen. Geen tovenaar, van wie wij een mirakel zouden kunnen eisen om ons weg te rukken uit de pijn. Die bestaat niet! Wel een Vader tot wie wij in vertrouwen mogen bidden, ook wanneer wij iets of iemand moeten loslaten die ons dierbaar is, om te groeien tot een nieuwe, vindingrijke liefde waarvoor wij zijn Geest-kracht ontvangen, volgende week met Pinksteren.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
schenk ons de genade van eenheid; één met elkaar in U, zoals Gij één zijt met de Vader. Dat wij op deze wijze God mogen tonen aan deze wereld, overal waar wij gaan en staan.
Kom heilige Geest. Amen.