Lezingen van de dag – zondag 28 okt 2018


Heilige (of feest) van de dag

Simon en Judas

apostelen

De naam van Simon komt voor op de apostellijst van het evangelie en staat daar op de elfde plaats. Van hem is slechts bekend dat hij afkomstig was van Kana en de bijnaam droeg van ’de IJveraar’. Judas, ook Taddeüs genaamd, is de Apostel die bij het Laatste Avondmaal aan de Heer vroeg waarom Hij zich slechts aan zijn leerlingen en niet aan de wereld zou openbaren (Joh. 14,22).

Simon de Zeloot
Simon, de ijveraar, voor de vrijheid van Israël, was de tegenhanger van Matteus (als tollenaar was hij handlanger van de Romeinen geweest). Hij wordt genoemd in Luc. 6: 15 en Hand. 1: 13. Als hij Somon de Kanaäniet wordt genoemd is dat om hem te onderscheiden van Simon Petrus. Volgens een onwaarschijnlijke legende trok hij naar Afrika en Groot-Brittannië. Waarschijnlijker is dat hij predikte in Egypte en Perzië en in ca 70 de marteldood onderging, samen met Judas Taddeüs. Men tooont relieken van hem in Rome, Keulen en Hersfeld.

Judas Thaddeüs
Thaddeus betekent dappere, moedige.
Broer van St. Jacobus Minor (Lucas 6: 16). Als deze, ook Lebbeüs genoemd, gelijk is aan de broeder de Heren, is dus ook Judas Thaddeüs familie van Jezus. (Matt. 10.3). Als hij gelijkgesteld wordt met de broeder des Heren, heeft hij een brief geschreven die tot de gewijde boeken behoort. De enige keer dat hij in het Evangelie een rol speelt, wordt er uitdrukkelijk van hem opgemerkt dat hij ‘niet Iskariot’ is. Tijdens het Laatste Avondmaal stelde hij de vraag: “Heer, hoe komt het dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?” (Joh. 14: 22-23). Volgens de laatste overleveringen werkte hij in Arabië, Mesopotamië, Syrië en Armenië. Hij werd gemarteld en met een knots of een bijl gedood. Zijn vermeende resten zijn in de St. Pieter te Rome.

Bron: De Heiligen, Van der Linden

zondag 30 door het jaar / B


Uit de profeet Jeremia 31, 7-9

In Babylon leeft het volk in ballingschap zoals het eertijds gevangen zat in Egypte. Zoals er toen een uittocht was door de Rode Zee en de woestijn, zo zal er ook nu een uittocht zijn. Eens te meer zal Gods liefde de overwinning behalen, en niet de kracht van mensen. De eersten die gered worden zullen de zwakken zijn. De blinde zal het licht ontvangen van Israëls Vader.

Dit zegt de Heer: Juich van vreugde over Jakob, jubel aan het hoofd van alle volken, roep het uit, zing een lofzang: “De Heer heeft zijn volk gered, en wat er van Israël nog overbleef bevrijd.” Ik laat hen uit het noorden terugkeren en breng hen samen van de einden der aarde. Ook blinden en lammen komen mee, ook zwangere vrouwen, en vrouwen in barensnood. In dichte drommen keren ze terug. Zij komen terug in tranen, ze heffen smeekbeden aan, en Ik zal hen leiden. Ik breng hen naar stromende beken en voer hen over geëffende wegen; daar kunnen zij niet struikelen. Want Ik ben voor Israël een vader, en Efraïm is mijn eerstgeboren zoon.

 

Psalm 126

Refr.: Geweldig was het wat de Heer ons deed.

Toen de Heer het lot van Sion keerde,
was het of wij droomden,
een lach vulde onze mond,
onze tong brak uit in gejuich.

Toen zeiden alle volken:
‘De Heer heeft voor hen iets groots verricht.’
Ja, de Heer had voor ons iets groots verricht,
we waren vol vreugde.

Keer ook nu ons lot, Heer,
zoals U water doet weerkeren in de woestijn.
Zij die in tranen zaaien,
zullen oogsten met gejuich.

Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.

 

Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 5, 1-6

Omdat hij zelf zondaar is, mogen wij van een hogepriester verwachten dat hij begrip opbrengt voor de zondaars. Jezus begrijpt ons meer dan alle anderen omdat Hij liefde is. Als afstammeling van Aäron was de hogepriester door God geroepen. Jezus daarentegen was door God geroepen omdat Hij zijn enige Zoon was. Melchisedek, priester van de ware God voor de instelling van het joodse priesterschap, was een voorafbeelding van Christus, die door zijn Vader zelf priester wordt genoemd.

Broeders en zusters,
wie uit het volk tot hogepriester wordt gekozen, wordt aangesteld om tussen God en de mensen te bemiddelen, om gaven en offers te brengen voor de zonden. Doordat hij zelf aan zwakheden ten prooi kan vallen, is hij bij machte begrip op te brengen voor hen die uit onwetendheid dwalen, en daarom moet hij niet alleen offers opdragen voor de zonden van het volk maar ook voor zijn eigen zonden.
Niemand kan zich die waardigheid toe-eigenen, men wordt daartoe door God geroepen, zoals ook met Aäron gebeurde.
Christus heeft zich de eer hogepriester te worden evenmin zelf verleend, dat deed degene die tegen Hem zei: ‘Jij bent mijn zoon, Ik heb je vandaag verwekt.’
Ergens anders zegt Hij iets vergelijkbaars: ‘Jij zult voor eeuwig priester zijn, zoals ook Melchisedek dat was.’

 

Alleluia.

Ga heen,
uw geloof heeft u gered,
zegt de Heer.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 46-52

Laten we moed houden en opstaan. De Heer roept ons.

In die tijd kwam Jezus vergezeld van zijn leerlingen in Jericho.
Toen ze, vergezeld van een flinke menigte weer uit Jericho vertrokken, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs.
Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’
De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’
Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’
Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, Hij roept u.’
Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus.
Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’
De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’
Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’
En meteen kon hij weer zien en hij volgde Hem op zijn weg.

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Hebben ook wij op sommige dagen niet het gevoel neer te zitten, zoals de blinde Bartimeüs, aan de kant van de weg? Het zijn de dagen dat wij de indruk hebben dat de zon alleen voor de anderen schijnt, dat voor ons alles duister is. Het zijn de dagen dat wij weigeren onze ogen te openen voor het goede dat er ook is, voor de liefde, die nochtans heel dicht voorbij komt. Wij zijn dan vooral naar onszelf gekeerd en sluiten ons af van het echte leven.
Er zijn zo van die dagen dat een man gewoonweg niet meer wil zien dat zijn vrouw fijngevoelig en teder is. Er zijn zo van die dagen dat een vrouw geen oog meer wil hebben voor de ijver en de verantwoordelijkheidszin van haar man. Er zijn zo van die dagen dat jongeren blind geraken voor de opofferingen en de zorgen van hun ouders jegens hen. En er zijn zo van die dagen dat ouders moedwillig de ogen gaan sluiten voor het verlangen naar zelfstandigheid van hun opgroeiende kinderen. En hoeveel dagen zijn er niet dat wij allemaal de grote nood van de behoeftigen rondom ons niet willen zien.

Inderdaad, allemaal zitten wij soms als eenzame blinden langs de kant van de weg. En wij kunnen er lang blijven zitten. Maar vandaag worden wij uitgenodigd ons te laten genezen van die opgeslotenheid van ons hart en, zoals Bartimeüs, terug mee op te stappen in de stroom van het leven. Want in feite voelen wij ons, juist zoals hij, ook niet gelukkig in onze geslotenheid, Uit het diepst van ons hart klinkt een noodkreet: “Heb toch medelijden met mij!”

Maar nu moet ge eens zien hoe de omstanders reageren. Er zijn twee reacties: “Velen snauwden hem toe te zwijgen”. Juist op het moment dat wij de moed opbrengen een eerste kleine stap te zetten naar nieuwe openheid worden wij door sommigen afgesnauwd en terug in onze hoek geduwd. Bartimeüs kroop waarschijnlijk nog dieper weg in de mantel waarin hij zich had ingeduffeld. Bepaalde krachten rondom ons, maar ook wel wat angsten in ons, proberen elke vernieuwing en openheid in de kiem te smoren en maken ons nog meer geïsoleerd. Schrik voor menselijk opzicht doet ons soms lang aarzelen om de zware mantel van onze eigen, veilige afgeslotenheid af te gooien.
Maar gelukkig zijn er ook op onze weg enkelen die heel anders reageren, in naam en uit kracht van Jezus. “Hij bleef staan en zei: roep hem eens hier. En nu riepen sommigen de blinde toe: Heb goede moed! Sta op! Hij roept u!”

Allemaal hebben wij ook hen in ons leven, die goede vriend of vriendin, die vader of moeder, die partner of geliefde die ons juist op het goede moment uitnodigt en toeroept: “Komaan! Heb goede moed! Blijf daar niet zo zitten. Sta op! Het leven zelf roept je! De liefde heeft je nodig! Kom mee!”

“Toen, toen wierp hij zijn mantel af, hij sprong overeind en liep naar Jezus toe.” Dan durven wij eindelijk opnieuw die zware mantel afgooien waarin wij ons hadden opgesloten. Wij durven opnieuw ingaan op de concrete uitnodiging van de liefde die voorbijkomt op onze weg. Geloof het maar, na die eerste, moedige stap van openheid komt ook voor ons de echte ontmoeting.

“Heer, maak dat ik kan zien! Maak dat ik vandaag mijn ogen wat meer open voor het goede dat aan mij gebeurt. Ook al lukt mij niet alles, zoals ik het wens, er is toch zoveel goeds dat mij omringt. Maak dat ik er ww liefde in erken, die mij uitnodigt om weer open te staan en aandacht te hebben voor anderen.”

Dat is de stap die ons kan genezen van onze zelfverblinding: de beslissing om onszelf dankbaar te geven en anderen te willen dienen. Zo ontdekken wij weer echt leven. Zo worden wij leerlingen van Jezus.

“Nu kon hij écht zien en hij sloot zich bij Hem aan op Zijn tocht!” Bij het begin van het verhaal was Bartimeus een eenzame verblinde aan de kant van de weg. Op het einde heeft hij opnieuw een gemeenschap gevonden. Door onze openheid vinden ook wij tochtgenoten op onze weg, de gemeenschap van Jezus’ broers en zussen.

Het is vandaag dat de Heer tot ieder van ons zegt: “Heb goede moed! Sta op! Het leven roept je! De liefde heeft je nodig! Kom mee!”

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,
moge uw Geest ons hart beroeren wanneer wij het niet meer zien. Mogen wij dan tot U roepen en bereid zijn naar U toe te gaan wanneer Gij ons wenkt. Moge deze ontmoeting ons genezen, ten diepste, opdat wij, net als Bartimeus, U mogen volgen, op alle vlakken van het leven.
Kom heilige Geest. Amen.