Lezingen van de dag – zondag 29 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Sabinianus van Troyes († 270)

Sabinianus (ook Savinianus of Savinien) van Troyes, Frankrijk; martelaar tezamen met zijn zus de belijder Sabina

Info afbeelding: Frankrijk, Troyes, kathedraal, prediking van Sint Savinianus. 

Hij was afkomstig van het eiland Samos. Op een dag las hij het psalmvers “Neem weg van mij Heer, met hysop mijn zonden; was mij en ik zal witter worden als sneeuw” (Psalm 51). Dit zou het begin geweest zijn van zijn bekering tot het christendom. Hij kwam daardoor in conflict met zijn heidense vader, Sabinus. Hij vertrok van huis, doorkruiste Griekenland, Dalmatië en Italië om uiteindelijk in Troyes uit te komen. Daar zou hij van Sint Patroclus het doopsel hebben ontvangen.
Toen braken de christenvervolgingen uit onder keizer Aurelianus. Omdat hij zijn geloofsgenoten tot steunen toeverlaat was, werd ook hij opgepakt en in de gevangenis geworpen. Daar wist hij door zijn overtuigende levenswijze de twaalf gevangenbewaarders allen tot Christus te bekeren! Dat kwam hun op de doodstraf te staan. Sabinianus moest eerst een aantal afschuwelijke martelingen ondergaan, vooraleer ook hij de geest gaf.
De plaats waar hij begraven werd, groeide al snel uit tot een bedevaartsplaats. Zo kreeg de weduwe Syra daar op haar gebed haar gezichtsvermogen terug.
Na enige tijd ging verliet ook zijn zus Sabina het ouderlijk huis om in gezelschap van haar zoogzuster Maximiniola naar haar broer op zoek te gaan. Te Rome ontving zij het doopsel uit handen van de latere paus Eusebius. Daarna vervolgde zij haar weg tot in Troyes. Haar ouders waren nog geen christen en zij wilde proberen ze daartoe over te halen. Bij haar aankomst hoorde ze hoe Sabinianus zojuist omwille van Christus de marteldood had ondergaan. Ze was trots op hem. En ze bad dat zij bij hem in de hemel mocht zijn. Het verhaal zegt dat ze na haar gebed in vrede stierf.

4e zondag door het jaar – A


Uit de profeet Sefanja 2, 3 + 3, 12-13

In de tijd van de verovering door de Assyriërs werd het volk tot bijna niets herleid. De profeet Sefanja herinnert aan deze ervaring. Hij zet het volk aan eindelijk zijn ware geluk te zoeken, dat beloofd was aan de kleine rest van echte gelovigen. Zij zullen het geluk vinden in God wanneer zij zijn eisen inwilligen van gerechtigheid en nederigheid.

Zoek de Heer, allen in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven, zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid: misschien blijven jullie dan gespaard op de dag van de toorn van de Heer.
Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten dat in de naam van de Heer een toevlucht vindt.
Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen, ze zullen geen leugens spreken, uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken.
Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort.

 

Psalm 146, 8-10

Refr.: Gelukkig wie arm is van geest.

De Heer opent de ogen van blinden,
de Heer richt de gebogenen op.

De Heer heeft de rechtvaardigen lief,
de Heer beschermt de vreemdelingen.

Wezen en weduwen steunt Hij,
maar wie kwaad doen, richt Hij te gronde.

De Heer is koning tot in eeuwigheid,
je God, Sion, van geslacht op geslacht.

 

Uit de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs 1, 26-31

Paulus richt zich tot de kleinen en armen van Korinte. Hij verklaart hen de godsdienstige betekenis van hun plaats in de maatschappij. God kiest hen uit, al zijn ze ogenschijnlijk niets, om diegenen die menen alles te zijn, door het geloof van de kleinen in verwarring te brengen. Hun wijheid, hun kracht en hun rijkdom is Christus.

Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren.
Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen.
Door Hem bent u één met Christus Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door Hem worden wij verlost, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen.’

 

Alleluia.

Het woord is vlees geworden
en het heeft onder ons gewoond.
Aan allen die Hem aanvaardden
gaf Hij het vermogen
om kinderen van God te worden.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 1-12a

In tegenstelling met Lucas heeft Matteüs onmiddellijk aandacht voor de gevolgen van de zaligsprekingen (‘gelukkig zij…’ in de Nieuwe Bijbelvertaling) in het christelijk leven. Niet de armoede als zodanig geeft toegang tot het Rijk, maar de armoede van geest, de zachtmoedigheid. De eisen van de zaligsprekingen vloeien voort uit het leven en het voorbeeld van de Heer, die zelf ‘zachtmoedig was en nederig van hart’.

Toen Jezus de mensenmassa zag, ging Hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. Hij nam het woord en onderrichtte hen:
‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden.
Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.
Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel.’

Van Woord naar leven

De overweging is van de hand van Romain Debbaut

Zusters en broeders …

De Zaligsprekingen … we horen ze voor de tweede keer in korte tijd. Zoals elk jaar hebben we ze immers  op Allerheiligen gehoord. Vandaag horen we ze opnieuw, en dat is goed, want ze vormen de grondwet van ons geloof. Jezus heeft maar één wet, en dat is: Bemin God bovenal en uw naaste gelijk uzelf. Die wet volgen kunnen we alleen als we leven volgens de Zaligsprekingen. Als we dus barmhartig, zachtmoedig en vergevensgezind zijn, als we op zoek zijn naar vrede en gerechtigheid, als we in vreugde en verdriet oprecht zijn van hart. En dan is er nog de eerste Zaligspreking: Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.

Maar wat zijn armen van geest? Zijn dat mensen die mentaal op het randje lopen, en die er geregeld ook over lopen, omdat ze niet beter weten? Of zijn het mensen die zich met niets of niemand bezig houden omdat ze niet verder kunnen denken dan zichzelf? Of zijn het, zoals de Nieuwe Bijbelvertaling zegt, mensen die nederig zijn van hart?

Zoals altijd vinden we het antwoord in de Bijbel, en als we daar naar iemand op zoek gaan die beantwoordt aan een arme van geest, dan komen we bij Jezus uit. Aan Hem zien we echt wat een arme van geest is: dat is iemand die in alle omstandigheden op God blijft vertrouwen en in het goede blijft geloven. Iemand die steeds naar zijn hart blijft luisteren, ook al heeft zijn verstand daar vragen bij. Iemand die het goede nooit opgeeft.

Zo iemand is Jezus. Want Hij moest echt wel arm van geest zijn toen Hij als Zoon van God onder de mensen wilde komen wonen. De mensen met al hun kleinheid, hun egoïsme, hun tekortkomingen, hun mistevredenheid. Hij moest ook arm van geest zijn om  niet toe te geven aan de duivel die Hem alle macht zou geven als Hij hem wilde aanbidden. Hij moest ook arm van geest zijn om aandacht te hebben en op te komen voor randmensen en voor zondaars, voor uitgestotenen en voor  tollenaars, voor zieken en voor melaatsen, kortom, voor mensen die niet van tel waren in de ogen van hun medemensen, en zeker niet in de ogen van de schriftgeleerden en de farizeeën. En Hij moest bijzonder arm van geest zijn toen Hij zijn apostelen niet veroordeelde die op de vlucht sloegen wanneer Hij in de Olijfhof gevangen genomen werd. Toen Hij bij zijn kruisiging zijn beulen niet veroordeelde, maar tot zijn hemelse Vader om vergeving bad voor hen, want ze wisten niet wat ze deden. Toen Hij op het kruis aan de moordenaar naast Hem beloofde: ‘Vandaag nog zal je bij Mij in het paradijs zijn.’ Want ook toen, in al zijn pijn, in al zijn verlatenheid, dacht Jezus niet aan zichzelf, maar aan zijn medemensen.

Zo arm van geest is Jezus. Dat is ook de barmhartige Samaritaan die het vanzelfsprekend vindt dat hij de beroofde en gekwetste man ter hulp komt, ook al behoort hij tot een volk dat de Samaritanen minacht. Arm van geest is ook de barmhartige vader die geen verwijtende vragen stelt aan zijn verloren zoon, maar die hem vol liefde en vreugde opvangt. En arm van geest zijn ook de vissers Petrus en Andreas, Jacobus en Johannes die hun boten in de steek laten wanneer Jezus zegt: ‘Kom en volg Mij. Ik zal vissers van mensen van u maken.’ Ze kennen Jezus nauwelijks, en ze weten heel zeker niet wat Hij bedoelt, maar ze laten meteen alles achter en volgen Hem.

Armen van geest zijn er ook vandaag nog. Mensen met een onwrikbaar vast geloof, die tegen alle beter weten in zich vol hoop en vol liefde niet alleen voor zichzelf inzetten, maar ook voor hun medemensen, hun omgeving, de maatschappij, de wereld. Mensen die in het goede blijven geloven. Mensen die naar hun hart luisteren. Mensen die de weg van Jezus willen gaan die een goede Herder is voor iedereen.

Zusters en broeders, zijn wij ook zo? Willen ook wij de weg van Jezus blijven gaan, tegen alle beter weten in? Blijven ook wij vol geloof, vol hoop en vol liefde, ook als we zien dat onze kerken leeglopen, dat er nauwelijks nog priesters zijn, dat onze eigen kinderen en kleinkinderen meestal die weg niet willen gaan? Wel, laten we dat proberen. Laten we proberen zo arm van geest te zijn dat we het vanzelfsprekend vinden om de weg van Jezus te gaan. De weg van de Zaligsprekingen. In tijd en eeuwigheid.

Amen.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
doorheen Christus roept Gij ons op te leven in ontvankelijkheid en armoede van geest en niet groot te gaan op eigen kracht. Maak ruimte in ons hart, openheid in ons leven; dat uw boodschap niet tevergeefs weerklinkt, maar vruchten draagt voor een leven dat geen einde kent.
Amen.