Lezingen van de dag – zondag 29 mei 2016


Heilige (of feest) van de dag

Gerardesca van Pisa (+ ca 1260)FourCandlesForJeffBuckley-250x250

Gerardesca (ook Geraldina, Gerardina of Gherardesca) van Pisa osb.cam., Italië; weduwe & kluizenares

Zij werd geboren aan het begin van de 13e eeuw, vermoedelijk in 1210 of 1211. Als kind voelde zij zich aangetrokken tot de godsdienst. Maar dat nam zulke vormen aan dat de familie er ongerust van werd. En die familie was toch zelf ook behoorlijk godsdienstig. Zij was nog geen zeven jaar oud, toen zij ‘de genoegens van het gezinsleven’ ontvluchtte – zoals haar levensbeschrijver het zegt – en zich terugtrok in een kloostertje. Daar leidde zij enige tijd een tamelijk onopvallend leven. In ieder geval horen we niets van haar. Ze zal zich dus wel niet bijzonder ongewoon gedragen hebben.

Op een goed moment vond haar moeder dat ze weer naar huis moest komen. En dat deed ze. Ze gehoorzaamde ook, toen haar moeder voor haar een geschikte echtgenoot had uitgekozen. Eindelijk begon haar dochter Gerardesca een beetje normaal te worden, dacht moeder. Ze ging zich tenminste gedragen als andere vrouwen. Zie je wel, moeders weten uiteindelijk toch altijd wat het beste is voor hun dochter. Vandaar dat moeder nu vurig bad tot God dat er bij haar dochter gauw een kindje geboren zou worden. Dan had Gerardesca geen tijd meer voor andere dingen; en dan was zij zelf voor het eerst oma. In haar gebed kreeg ze te horen dat haar dochter alleen maar een geestelijk kind zou baren. Daar begreep moeder niets van. Ze werd ziek. Ze begon te klagen over allerlei pijnen en kwalen. Ze raakte overdekt met zweren ne gezwellen. Ze kon zich eigenlijk niet buitenshuis vertonen. En moeder begon zich af te vragen of dit haar straf was voor haar al te grote bemoeizucht. Dat duurde zo twee jaar.

Intussen had dochter Gerardesca haar man weten over te halen om monnik te worden in een klooster. Hij zei dat hij dat zelfs graag wilde. Misschien was hij op zijn beurt door zijn familie gedwongen tot dit huwelijk met Gerarda. Hoe dan ook, hij ging in het klooster bij de monniken van St-Savin te Pisa. Gerardesca sloot zich aan bij de derde orde van deze kloostergemeenschap. Dat wil zeggen dat zij niet in de kloostergemeenschap zelf leefde, maar in haar privé-leven wel de kloostergeloften van armoede en kuisheid onderhield. Bovendien betekende het dat je aalmoezen gaf aan de armen. Gerardesca trok zich terug in de eenzaamheid en ging wonen in een kluisje (niet meer dan een schamel hutje in het bos) dicht in de buurt van het klooster waar haar man was ingetreden.

Eindelijk kon zij zich helemaal wijden aan gebed en vereniging zoeken met haar geliefde Heer, Jezus. Zij stond bekend als een vrouw die heel intensief en langdurig kon bidden. Daar ging ze dan volkomen in op, zodat ze niets anders meer om zich heen waarnam. Net alsof ze ergens heel mooie muziek hoorde spelen. Als ze bad, kon je aan haar zien dat ze één en al oor was. Ze luisterde ergens naar. In diezelfde tijd genas moeder van haar vreselijke pijnen. Later zou ze zeggen dat het de gebeden van Gerardesca waren geweest die haar weer gezond gemaakt hadden.

Gerardesca werd een vrouw waar ieder over met respect over sprak. De vreugde en vrede straalden van haar af. Vele mensen kwamen haar opzoeken om raad te vragen. En God weet hoevelen zij heeft getroost en bemoedigd. Sommigen zeggen dat zij overleed rond het jaar 1260; anderen menen dat het tien jaar later was.

zondag 9 door het jaar – C


Uit het eerste boek Koningen 8, 41-43

In de lijn van de beste bijbelse traditie van gastvrijheid en vrienschap vraagt Salomo dat God de vreemdelingen, die in de Tempel komen bidden, verhoort. Het gaat om de heerlijkheid van de ware God onder de naties.

In die dagen bad Salomo in de tempel als volgt:
‘Ook wanneer een vreemdeling, die niet tot uw volk Israël behoort en die uit een ver land hierheen is gekomen om U te vereren – want ook daar is de faam van uw sterke hand en opgeheven arm doorgedrongen –, wanneer een vreemdeling hierheen komt en een gebed richt naar deze tempel, aanhoor hem dan vanuit de hemel, uw woonplaats, en doe wat hij U vraagt. Dan zullen alle volken op aarde uw Naam leren kennen en ontzag voor U tonen, zoals uw volk Israël dat doet, en zij zullen weten dat uw Naam verbonden is aan deze tempel die ik heb gebouwd.’

 

Psalm 117Drieeenheid_2

Refr.: Loof de Heer, alle volken.

Loof de Heer, alle volken,
prijs Hem, alle naties.

Zijn liefde voor ons is overstelpend,
eeuwig duurt de trouw van de Heer.

 

Uit de brief van Paulus aan de Galaten 1, 1-2 + 6-10

Mensen die sterk aanleunden bij de Joden beweerden dan men niet kon gered worden tenzij door het onderhouden van de Wet. Paulus was erover verbaasd dat de Galaten zich hieraan lieten vangen. Daarom bevestigt hij opnieuw plechtig zijn apostolisch gezag en daardoor de eenmaligheid en de waarachtigheid van het evangelie. Hij verwacht geen behagen van mensen, want hij is Christus’ dienaar.

Van Paulus, een apostel die niet is aangesteld of gezonden door mensen, maar door Jezus Christus en God, de Vader, die Christus uit de dood heeft opgewekt. Aan de gemeenten in Galatië, ook namens alle broeders en zusters die bij mij zijn.
Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van Hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij! Ik heb het al eerder gezegd en zeg het nu opnieuw: wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat u hebt ontvangen – vervloekt is hij! Probeer ik nu mensen te overtuigen of God? Probeer ik soms mensen te behagen? Als ik dat nog altijd zou doen, zou ik geen dienaar van Christus zijn.

 

Alleluia.images

Uw woorden, Heer, zijn geest en leven.
Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 7, 1-10

De centurio weet dat Jezus als Jood, met onreinheid wordt getroffen, wanneer hij het huis van een vreemdeling of van een heiden binnengaat. Maar hij heeft het voorgevoel dat Jezus, door Gods kracht, aan deze verboden kan voorbijgaan en zijn zieke dienaar kan genezen. Zo’n geloof overtreft het geloof dat de Redder bij zijn landgenoten heeft aangetroffen, en Hij is er verwonderd over.

Toen Jezus aan het eind was gekomen van zijn toespraak tot de menigte ging Hij Kafarnaüm in.
Een centurio die daar woonde had een slaaf die ernstig ziek was en op sterven lag; de centurio was erg op deze slaaf gesteld. Toen hij over Jezus hoorde, zond hij enkele Joodse leiders naar Hem toe om Hem te vragen bij hem te komen en zijn slaaf van de dood te redden.
Toen ze bij Jezus waren gekomen, drongen ze er bij Hem op aan mee te gaan. Ze zeiden: ‘De man die U dit verzoekt, verdient het dat U hem deze gunst bewijst. Want hij is ons volk goedgezind en heeft voor ons de synagoge laten bouwen.’
Jezus ging samen met hen op weg. Hij was al niet ver meer van het huis verwijderd, toen de centurio enkele vrienden naar Hem toe stuurde met de mededeling: ‘Heer, spaar U de moeite, want ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Daarom ook achtte ik mij niet waardig om zelf naar U toe te gaan. Maar U hoeft maar te spreken en mijn knecht zal genezen zijn. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn slaaf zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich over hem; Hij keerde zich om naar de menigte die hem volgde en zei: ‘Ik zeg jullie, zelfs in Israël heb Ik niet zo’n groot geloof gevonden!’
Toen de vrienden van de centurio terugkeerden naar zijn huis, troffen ze daar de slaaf in goede gezondheid aan.

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, sj

Er zijn altijd mensen – of strekkingen – die de godsdienst willen verengen tot uiterlijkheden, alsof het strikt uitvoeren van voorgeschreven riten voldoende zou zijn en veel belangrijker dan de innerlijke geestelijk waarden die zij proberen te vertolken. Natuurlijk kan het geloof nooit zonder uitdrukkingen in gebaren en woorden, maar die moeten toch altijd tekens, vertolkingen blijven van de innerlijke, diepere bezieling van de gelovige mens.

Binnen de joodse godsdienst werden in Jezus’ tijd de uiterlijke wetten en verplichte rituelen overbenadrukt als alleen zaligmakend. Daartegen heeft Hij zich hevig verzet. Het belangrijkste is volgens Jezus de innerlijke bezieling die zich uitdrukt in een houding van echte menselijkheid ook al moeten daarvoor strakke godsdienstige riten wijken en opgelegde beperkingen worden overschreden.
Een voorbeeld daarvan hoorden wij in het verhaal van het evangelie: Jezus benadrukt er duidelijk dat een niet-jood zich eigenlijk meer gelovig kan gedragen dan een strikte jood. Hij prijst de houding van de in de ogen van de strikte joden “ongelovige” Romeinse centurio, omdat die de opgelegde scheiding jood – niet-jood doorbreekt, en toont gelovig te zijn op een echt menselijk bezielde manier.

Wij christenen horen hier dus dat wij, ondanks het overtreden van verplichte, maar te formele godsdienstige ritussen, toch echt gelovig kunnen zijn, en wij zijn vooral benieuwd te weten wat Jezus dan onder “echt geloven” verstaat.

Eerst en vooral leert dat verhaal ons dat echt geloven betekent “menslievende bezorgdheid over grenzen heen”. De centurio doorbreekt de sociale afbakeningen. Over zijn zieke knecht toont deze legerofficier zich persoonlijk, vaderlijk bezorgd als was het zijn eigen zoon. Hij doorbreekt ook de religieuze afbakeningen. “Hij, een Romein, houdt van ons joodse volk en heeft de bouw van onze synagoge bekostigd” getuigen de verantwoordelijken van Cafarnaüm. Christelijk geloof doorbreekt de afbakeningen die maatschappelijke indelingen of kerkelijke instellingen durven voorhouden, en toont zich vanuit een bezielde liefde concreet bezorgd voor de diep menselijke noden over de opgetrokken grenzen heen.

Ten tweede gaat echt geloven altijd gepaard met bescheiden dankbaarheid, nooit met eisende zelfverheerlijking. “Ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt!” Een centurio, een bevelhebber over onderdanen, die echter niet prat gaat op zijn status of functie, maar die zich opstelt als een dankbare, bescheiden gastheer en die blij is zijn gast te mogen ontvangen, die hij hoger acht.

Ten derde betekent echt geloven vertrouwen in Jezus omdat Hij kracht heeft van Godswege. De centurio zegt duidelijk: “Ik ben er zeker van dat uw woord gezagvol efficiënt is, vernieuwend, scheppend werkzaam, juist omdat het U van hogerhand is gegeven”. Een duidelijke belijdenis en erkenning dat Jezus een Godsman is, een Gezondene van God, buiten de eng-joodse godsdienstbeleving. “Waarlijk, zo’n groot geloof heb Ik in Israël niet gevonden”, zegt Jezus.

Soms wordt ons hart ziek omdat er teveel egoïsme is binnengeslopen, teveel afscherming, teveel formalisme, teveel eerzucht. Ook daarom voelen wij regelmatig de nood om de Heer weer bij ons uit te nodigen opdat Hij die zieke knecht in ons zou genezen.

Mooi is, wanneer wij de communie ontvangen, we gezamelijk bidden: “Heer ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden!”

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,candle-060_6x10_150dpi
ons geloof in U is dikwijls zo klein. We geloven wel in U, maar als het er echt op aankomt… ja, dan zijn we in geloof soms heel klein. Geef dat wij mogen leren van de centurio uit het evangelie van vandaag. Vergroot ons geloof in U, ons ontzag voor U. En schenk ons de genade ons totaal op U te verlaten, ons toe te vertrouwen aan uw aanwezigheid, opdat Gij genezend aanwezig kunt zijn voor ieder van ons en allen die wij bij U brengen.
Kom heilige Geest.
Amen.