Lezingen van de dag – zondag 3 juli 2016


Heilige (of feest) van de dag

Thomas, apostel († 1e eeuw)thomas (101) LR

Thomas Apostel (ook Didymus of Ongelovige Thomas), Malaipur (bij Madras), India; martelaar

Volgens de evangelies behoorde hij tot ‘de twaalf’, de kring van Jezus’ meest intieme leerlingen, die Hijzelf de naam ‘apostel’ (= ‘zendeling’ of ‘gezondene’) gaf (Mattheus 10,3; Markus 3,18; Lukas 6,15; Handelingen 1,13). Soms draagt hij de bijnaam ‘Dydimus’ (= ‘Tweeling’: Johannes 11,16;20,24).

Hij is de geschiedenis ingegaan als ‘de ongelovige Thomas’. Dat komt door de gebeurtenissen na Jezus’ opstanding uit de dood, zoals die verteld worden in het evangelie van Johannes (Joh. 20, 19-20)

Volgens vele bijbeluitleggers slaat Jezus’ verwijt over Thomas’ ongeloof op het feit, dat hij eerst de bewijzen moest zien, anders geloofde hij niet wat hem verteld werd. Die suggestioe ligt ook in Jezus’ slotwoorden.
Er is ook een andere uitleg mogelijk. Deze brengt Thomas’ ongeloof in verband met Gods grootheid. Hoe kon hij, Thomas, het verhaal geloven van zijn medeleerlingen, dat Jezus uit de doden was opgestaan, hen had opgezocht, vrede had gewenst en als klap op de vuurpijl de Heilige Geest van zonden-vergeving had doorgegeven, een volmacht die alleen aan God zelf toekwam? Als hij al had kunnen aannemen, dat Jezus uit de doden was opgestaan, hoe kon hij dan geloven, dat hun, de leerlingen zulke grote dingen toevertrouwd werden? Alsof zij niet tijdens Jezus’ lijden en dood stuk voor stuk door de mand waren gevallen en Jezus’ gezelschap niet waardig waren gebleken door laf te zijn, Jezus te verloochenen en op de vlucht te slaan! En aan zulke lieden zou Jezus vrede komen wensen en de Geest komen toevertrouwen die God tot God maakt!?
Als Jezus al was opgestaan en zou terugkomen, zou Hij dan niet eerst met zijn leerlingen een geducht appeltje te schillen hebben? Daarom vroeg Thomas zich af of degene die zijn medeleerlingen gezien hadden, wel werkelijk Jezus was geweest? Droeg Hij de littekens van zijn lijden en dood in zijn lichaam? Als dat inderdaad het geval was, en die persoon zou hun de Heilige Geest toevertrouwen, zonder dat Hij hun ook maar één verwijt maakte of zelfs maar een toespeling op hun beschamend aandeel in het hele verhaal…, als de verschijning hun inderdaad vergaf en Gods Geest toevertrouwde, dan stonden ze – maar dat was immers ongelooflijk! – oog in oog met God zelf!
En dat is dan ook wat Thomas belijdt, als Jezus zich aan inderdaad hem vertoont!

Volgens de overlevering trok hij na Pinksteren naar Oost-Azië en preekte het evangelie onder Parthen, Meden en Perzen en zou hij zelfs tot in India gekomen zijn. Hier stierf hij als martlaar.

Thomas’ relieken zouden aanvankelijk zijn overgebracht naar de Perzische stad Edessa. Sinds de middeleeuwen zouden zich ook reliquieën bevinden in de Italiaanse stad Ortona (bij Pescara). Er zijn nog andere plaatsen, die er prat op gaan (gedeelten van) zijn stoffelijk overschot rijk te zijn.

Sinds de kalenderhervorming van het Tweede vaticaans Concilie in 1969 is zijn traditionele feestdag van 21 december midden in de winter verplaatst naar 3 juli, vanouds de datum van de overbrenging van zijn relieken naar Edessa.

Hij is patroon van India en het Verre Oosten, van de Kerkelijke Staat, van Portugal en van São Tomé e Príncipe; daarnaast van de steden Goa (voorheen Portugese enclave aan de westkust van India en in de 16e en 17e eeuw uitvalsbasis voor vele Europese missionarissen) van de Italiaanse steden Parma en Urbino en van Letland’s hoofdstad Riga.

Daarnaast is hij beschermheilige van architecten, bouwmeesters, aannemers bouwvakarbeiders, landmeters, metselaars, steenhouwers, timmerlieden en alle beroepsgroepen die met de bouw te maken hebben; bovendien van theologen, die immers in hun geschriften ook een bouwwerk oprichten voor de Heer! Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen blindheid, oogziekten, rugpijnen en tegen ongelovigheid.

Hij wordt afgebeeld met blote voeten (apostel); boek; hellebaard, lans of spies (zijn legendarische martelwerktuig); winkelhaak (attribuut behorend bij bouwmeesters en archtecten); soms een paleisje of kerkje; met de inscriptie ‘India’; zijn hand in Jezus’ zijde leggend; met Maria die hem haar gordel schenkt.

Bron: Heiligen.net

14e zondag door het jaar – Cbijbel


Uit de profeet Jesaja 66, 10-14c

Jeruzalem, het enige aantrekkingspunt, moet het brandpunt worden waaruit Gods licht over de wereld straalt en de mensen bereikt waar zij ook leven. Jeruzalem zal zijn eerste functie terugkrijgen, maar dan helemaal omgevormd, wanneer de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen verschijnen.

Laat allen die Jeruzalem liefhebben zich met haar verheugen en juichen om haar, laat allen die om haar treuren nu samen met haar jubelen. Aan haar vertroostende moederborst zullen jullie drinken en verzadigd worden, haar rijke, volle borsten zullen je zogen en verkwikken.
Want dit zegt de Heer: Ik laat de vrede als een rivier naar haar toe stromen, de rijkdom van alle volken als een overlopende beek, en jullie zullen ervan drinken. Je zult op de heup gedragen worden en worden gewiegd op haar schoot. Zoals een moeder haar zoon troost, zo zal Ik jullie troosten; in Jeruzalem zul je troost vinden. Wat jullie daar zien, zal je hart verblijden, je botten zullen gedijen als het jonge groen.
De Heer zal zijn dienaren zijn macht tonen.


Psalm 66, 1-9

Refr.: Alle lander der aarde, juich voor God.

Heel de aarde, juich voor God,
bezing de eer van zijn Naam,
breng Hem eer en lof.
Zeg tot God: ‘Hoe ontzagwekkend zijn uw daden,
uw vijanden kruipen voor U, zo groot is uw macht.
Laat heel de aarde voor U buigenDrieeenheid_2
en zingen, uw Naam bezingen.’

Kom en zie de werken van God,
zijn daden vervullen de mens met ontzag:
Hij heeft de zee veranderd in droog land,
zijn volk trok te voet door de rivier.
Laten wij ons dan in Hem verheugen:
machtig heerst Hij voor eeuwig,
zijn ogen waken over de volken.
Laat niemand zich tegen Hem verzetten.

Prijs, o volken, onze God,
laat luid uw lof weerklinken,
Hij heeft ons het leven gegeven
en onze voeten voor struikelen behoed.


Uit de brief van Paulus aan de Galaten 6, 14-18

De christenen uit het Jodendom hebben tijd nodig gehad om te begrijpen en te erkennen dat de voorschriften van de Wet slechts een voorbereiding waren op het nieuwe bestaan, dat begon met het geloof in Jezus Christus. Paulus, die dit persoonlijk ervaren heeft, blijft het onophoudelijk ervaren. Aan de christenen wenst hij toe wat de profeten van weleer aan Israël hadden beloofd: vrede, barmhartigheid en genade.

Broeders en zusters,
ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Jezus in mijn lichaam.
Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.

 

Alleluia.images
Ik ben de weg, de waarheid en het leven,
zegt de Heer.
Niemand komt tot de Vader, tenzij door mij.
Alleluia.


Uit het evangelie volgens Lucas 10, 1-12 + 17-20

De groep van tweeënzeventig leerlingen tot wie Lucas de zendingsrede richt, die voorheen voorbehouden was aan de twaalf, wordt het symbool van alle naties. Hierdoor wordt de uitbreiding van de zending van de Kerk aangekondigd. Reeds heeft God gezaaid, nu laat Hij rijpen, en Hij zal terugkeren om te oordelen. De gezondenen moeten zich dus haasten, en enkel stilhouden bij wie hen ontvangen. Vrij van alle kluisters, zullen zij enkel vreugde vinden in de overwinning van Christus en de machten van het kwaad.

In die dagen stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar hij van plan was heen te gaan.
Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. Ga op weg, en bedenk wel: Ik zend jullie als lammeren onder de wolven. Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere. En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.” Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!” Ik zeg jullie: het lot van Sodom zal op die dag draaglijker zijn dan het lot van die stad.

De tweeënzeventig keerden vol vreugde terug en zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw Naam.’
Hij zei tegen hen: ‘Ik heb satan als een lichtflits uit de hemel zien vallen! Bedenk wel: Ik heb jullie de macht gegeven om slangen en schorpioenen te vertrappen en om de kracht van de vijand te breken, zodat niets jullie kan schaden. Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is.’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we bij de profeet Jesaja: Laat allen die Jeruzalem liefhebben zich met haar verheugen en juichen om haar, laat allen die om haar treuren nu samen met haar jubelen. Aan haar vertroostende moederborst zullen jullie drinken en verzadigd worden, haar rijke, volle borsten zullen je zogen en verkwikken.

Jesaja profiteert hier over het Nieuwe Jeruzalem; de levende Heer in ons midden, in ons hart, in de Kerk. Van Hem mogen wij genade ontvangen, van Gods moederborst mogen wij drinken tot we verzadigd zijn en ons verkwikt; verzadigd van liefde, verkwikt om te kunnen beminnen, mét en in de Heer.

Voor wie vandaag de eucharistie bijwoont en ontvangt, zal deze genade tast- en zichtbaar tot zich mogen nemen. Wat een feest ! Ontvang Hem vol liefde. Moge Hij je heel diep verzadigen, én verkwikken.

Vanuit de eucharistie zal Hij je zenden, zoals de tweeënzeventig uit het evangelie.
Kom, geliefde mensen, laat ons niet talmen, laat ons gaan en verkondigen, in daad en woord. Laten we dragers en uitdragers zijn van Gods Vrede, in stilte zingend van zijn liefde.

Kom, laat de wereld horen dat God bestaat en hoezeer Hij ieder mens bemint.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede Vader,orange-birds-rosing_1463_990x742
Gij, het Nieuwe Jeruzalem in Christus, wonend in ons hart, in ons midden, in de Kerk. Wees ons genadig, doe ons delen in uw Drie-ene Liefde. Gij, die ons zendt, wil met ons meegaan in uw Zoon, opdat wij geen zelfgemaakte, maar enkel uw Vrede zouden brengen, door het lied van de liefde uit te zingen naar ieder medemens.
Kom heilige Geest. Amen.