Lezingen van de dag – zondag 3 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Hugh Richeus († 1534)

Hugh Richeus ofm, Richmond, Engeland; martelaar

Hij was gardiaan van het franciscaner klooster te Richmond. Tezamen met zijn collega-gardiaan Richard Risbeius van Canterbury onderging hij op persoonlijk aandringen van koning Hendrik VIII de marteldood. De beide martelaren wilden hun koning niet volgen, toen hij zich losmaakte van de paus, en de kerk in Engeland onder persoonlijke leiding van zichzelf plaatste. Ze werden opengesneden en hun hart werd hun uit het lijf gerukt.

9e zondag door het jaar – B


Uit het boek Deuteronomium 5, 12-15

Onderhoud de sabbat

Mozes sprak:
‘Neem de sabbat in acht, zoals de Heer, uw God, u heeft geboden; het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de Heer, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw runderen, uw ezels en al uw andere dieren, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen; want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de Heer, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft Hij u opgedragen de sabbat te houden.’

 

Psalm 81, 2-6

Refr.: Zing een nieuw lied voor de Heer onze God.

Jubel voor God, onze sterkte,
juich voor de God van Jakob.

Zing een lied en sla de tamboerijn,
speel op de harp en de lieflijke lier.

Blaas op de ramshoorn bij nieuwemaan
en bij vollemaan voor onze feestdag.

Want dat is een opdracht aan Israël,
een voorschrift van Jakobs God.

Daartoe verplichtte Hij Jozef,
toen Hij optrok tegen Egypte.

 

Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 4, 6-11

Wij dragen een schat in aarden potten.

De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.
Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt.

 

Alleluia.

Uw woorden zijn woorden
van eeuwig leven.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus2, 23-28

De Mensenzoon is Heer, ook van de sabbat

Eens liep Jezus op een sabbat tussen de korenvelden door. Zijn leerlingen gingen de velden in en begonnen aren te plukken.
Kijk eens!’ zeiden de farizeeën tegen Hem. ‘Waarom doen ze iets dat op sabbat niet mag?’
Maar Hij antwoordde: ‘Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen gebrek leden en honger hadden? Hij ging het huis van God binnen – Abjatar was toen hogepriester – en at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan zijn mannen te eten.’
En Hij voegde eraan toe: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; en dus is de Mensenzoon ook heer en meester over de sabbat.’

 

Van Woord naar leven

De overweging van deze zondag is van de hand van Frans Mistiaen, S.J.

Oorspronkelijk was de sabbat een goede instelling. De Israëlieten hadden in Egypte moeten werken als slaven. Maar, eenmaal uit Egypte weggetrokken en in hun eigen land aangekomen, hadden zij als vrij volk beslist een “vrije” dag van de week toe te wijden aan Jahweh, hun Bevrijder en Heer van de Schepping.

De strenge strekking binnen het jodendom had echter in de loop der jaren van deze “dag van vrijheid” een ondraaglijke dwang gemaakt. Men had een lijst opgesteld van 39 werken die op sabbat verboden waren. o.a. wat aren plukken met de hand. Dat mocht niet, want “je mocht op sabbat niet oogsten!” De voorschriften werden dus zodanig overdreven geïnterpreteerd dat de oorspronkelijke bedoeling totaal verloren ging. Op die manier werd godsdienst een muggezifterij.

Joden die een beetje nadachten, zullen dat ook wel niet zo strikt hebben nageleefd. Maar zoals altijd, waren het de eenvoudigen en de zwakkeren die het slachtoffer werden van het ongenadig systeem. Diegenen die zich niet konden verdedigen tegen die strenge wetgeleerden,
beleefden in Jezus’ tijd de sabbat in ieder geval eerder met een gevoel van verplichting, schuld en schrik om verkeerd te doen tegenover Jahweh, dan als een gelovige met een vrij en dankbaar hart.

Jezus die ons geen eisende, dreigende en straffende God wilde leren kennen, maar de God van de liefde, – een God die zonder dwang uitnodigt tot wederliefde – zal dus onvermijdelijk die godsdienstverplichtingen doorbreken, en aan de sabbat, de dag van God, zijn oorspronkelijke bedoeling teruggeven: een dag om de mensen te laten voelen dat zij mogen leven als vrije kinderen van God.

De rustdag is in feite het teken dat God de mens het leven in zijn schepping echt gunt. Zou het niet deugddoend zijn dat wij onze rustdag
weer op die manier gingen waarderen. Wij die tijdens de weekdagen hard werken – en dat is goed – wij hebben het toch nodig te tonen
dat een mens geen werkslaaf is. De rustdag is een dag om het leven te bevorderen, een dag waar uitdrukkelijk tijd wordt besteed aan de belangrijkste waarden van de mens: dankbaarheid tegenover God, de Heer van het leven, samenzijn met medemensen en genieten van de weldaden van de schepping.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
mogen wij de diepe betekenis begrijpen van de rustdag die de Vader ons aanbeveelt.
Moge het vooral een dag zijn waar wij tijd maken om verenigd met U Hem te aanschouwen, van Hem te ontvangen.
Amen.